Woensdag 29/01/2020

De blues van Algiers

De helden van hun wijk in Algiers waren ze. In de jaren vijftig. Maar de Algerijnse en Europese joden en moslims die samen volksmuziek maakten, werden uit elkaar gedreven door de Algerijnse revolutie. Een jonge documentairemaakster bracht de heren na een halve eeuw weer bij elkaar. Nu toeren ze de wereld rond.

Je moet het even weten, maar op zomaar een stormachtige middag in Algiers valt in een oud en verweerd 'kindertheater', pal aan de Middellandse Zee, een Algerijns wonder te aanschouwen. Je hoort het al als je komt aanlopen en je de loeiende wind, de slagregen en het gedonder van de knallende golven een moment uit de oren weet te blokken: klaaglijk tokkelende mandolines, wenende violen, roestige maar o zo verleidelijke Arabische zang en een citer die je lijkt te willen meevoeren naar de woestijn, een eindje zuidwaards. Waar het weer vandaag een stuk aangenamer moet zijn.

In deze half verkruimelde bioscoop, onder een in de tocht ruisend plafond van duizend Algerijnse vlaggetjes, repeteert het orkest El Gusto. Een verzameling heren op hoge leeftijd, van rond de 80, die een geheime elixerbron hebben aangeboord en met een razende energie aan een tweede jeugd lijken begonnen. In een orkest dat volgende week doodleuk weer op tournee gaat en bijvoorbeeld aantreedt in het Amsterdamse Carré, waar Orchestre El Gusto een van de topattracties is van het Holland Festival.

De mannen spelen de muziek uit hun jonge jaren, die we moeten situeren ergens begin en midden jaren vijftig en die genoten werd in de nauwe steegjes van de kashba, de citadel van Algiers. 'Chaabi' dus, verlekkerd tragische, zeer Arabische en orkestrale volksmuziek die begin vorige eeuw aan land kroop op precies de plek waar het genre nu nieuw leven wordt ingeblazen: in de haven van Algiers, aan de voet van die eindeloos omhoog kringelende kashba waar vissers, smokkelaars en lichtzinnige dames zich laafden in de cafés, en de levensliederen van componisten als de legendarische El Anka de weg wezen naar betere tijden. Liederen vertolkt door zowel islamitische als Joodse kashbabewoners. Broeders, die ooit innig gearmd door de citadel struinden.

Het is muziek die je direct bij de strot grijpt. Van die typische, elastieken Arabische toonladders vol kwartnoten en daverend gezongen keelklanken, die het bewustzijn van zelfs de meest verdorde luisteraar opengooien voor oosterse mystiek en spiritualiteit.

Een nieuwe fan van het orkest, met een immer klikkend cameraatje, drentelt tijdens de repetities door de verder lege zaal, hoofdschuddend en enigszins moeilijk slikkend. "Deze mannen zingen over het echte leven", zegt hij in zijn beste Engels, als de zanger en mandolinespeler Abdelkader Chercham de eerste noten van de klassieker El Haraz aanheft. "Dit is de blues. De blues van Algiers. Nooit gedacht dat ik die hier ooit nog zou horen."

De verwondering van deze liefhebber golft nu al een paar jaar ook door de rest van Algiers. Want de klassieke chaabi was uit het culturele leven van de hoofdstad verdwenen. Spoorloos, vertrokken met een vrachtschip of vissersboot, bestemming onbekend.

Dandy van 76 jaar

Het ging mis met de chaabi toen in de Franse kolonie de strijd om onafhankelijkheid uitbrak, midden jaren vijftig. De Franse overheersers drukten het liederlijke leven in de kashba plat, zagen musici als verdachte types die in hun zogenaamde gitaar- en vioolkoffers net zo goed wapens en bommen konden vervoeren. En daarin hadden ze soms nog gelijk ook.

Na de onafhankelijkheid, uitgeroepen in 1962, trok de lucht boven de chaabi verder dicht. De Joodse orkestleden waren in het vanaf dan islamitische land niet langer welkom en vertrokken spoorslags naar vooral Parijs. De achtergebleven orkestleden borgen viool, luit en mandoline op, want de heren werden geacht de handen nu eens echt uit de mouwen te steken en het trotse nieuwe Algerije mee op te bouwen. Die chaabi bovendien, met die liedjes over romantiek en losbandigheid, was voor het nieuwe Algerije te frivool. Toen in de jaren negentig ook nog een burgeroorlog uitbrak tussen de Algerijnse regering en streng islamitische groeperingen, was het helemaal gedaan. Exit chaabi. De laatste orkestklanken stolden in de tijd, werden cultuurgeschiedenis die alleen hoogbejaard Algiers zich nog kon herinneren.

Wie dus het mirakel van de ineens herboren chaabi wil begrijpen, moet zich melden bij mannen als Rachid Berkani, 76 jaar oud, orkestlid van El Gusto en residerend in de tegen de citadel gebouwde volkswijk Bouzraeah, waar het krioelt van de kinderen, mannen in trainingspakken en dames onder hoofd- of zelfs algehele lichaamsbedekking. Zijn woning kan Berkani even niet laten zien, vertelt hij aan de telefoon: verbouwinkje. Maar hij komt zo naar beneden. Met gitaar.

Wat er vervolgens aan komt lopen, door een rafelig straatje waar het autoverkeer eeuwig toeterend klemvast staat, tart iedere verbeelding. Een dandy van het zuiverste water, strak in het pak, met donkerrode corsage in de borstzak, hagelwitte Italiaanse schoenen, zilverwit geverfde haren en een dikke Ray-Ban voor de ogen. Wandelend met een huppeltje, de gitaartas losjes bungelend aan de arm. "Vrienden! Rachid Berkani, enchanté. Kom mee, ik weet wel een barretje."

Achter een suikerpinda- en theekraam, voorbij een zwaar gordijn dat de publieksruimte scheidt van die voor 'speciale gasten', schuiven we aan een miniatuurtafel van het betere campingdesign, rond een pot muntthee en een daarboven cirkelend wolkje vliegen.

"Ach, de jaren vijftig", verzucht Berkani. "De chaabi was als zuurstof, gaf ons vrijheid, we kenden geen grenzen. Ik zat in een orkest met Joden, moslims en Spanjaarden. We experimenteerden met de klassieke chaabi van El Anka, met Andalusische gitaarmuziek en Afrikaanse ritmes. We waren het toporkest van de kashba. Als we niet speelden in het conservatorium van Algiers, zaten we in de bars en de kapperszaakjes te improviseren voor de gasten. Gouden tijden. En ineens waren die afgelopen, abrupt. De oorlog brak uit, onze Joodse jeugdvrienden vluchtten het land uit. De muziek verdween. Een drama."

Handtekeningen

Natuurlijk kwam de muziek weer terug, vooral na de burgeroorlog, maar de 'popchaabi' die nu nog steeds uit een enkele taxi schalt, was een schim van de klassieke chaabi. Platte synthesizermuziek, met volgens Berkani "onbegrijpelijke" boodschappen en warrige poëzie. "Muziek die mij, hoe vaker ik ze hoorde, steeds heviger deed terugverlangen naar de chaabi zoals wij die ooit hadden gemaakt. Muziek met ziel. Ja, inderdaad, de blues."

Berkani speelde nog wel. Thuis, als de melancholie hem te veel werd. Maar toen voltrok zich dus dat wonder, dat "godsgeschenk", volgens Berkani. "Ik kreeg bezoek, van een documentairemaakster. Wat een vrouw!" Deze Safinez Bousbia, een Ierse van Algerijnse geboorte, was in een winkeltje in de kashba tegen een oud orkestlid aangelopen, accordeonist Mohamed Ferkioui. Die vertelde haar over de chaabitijd, het roemruchte orkest en de sinds de onafhankelijkheid verloren vriendschappen. En hoe fijn het zou zijn die opnieuw aan te gaan.

Berkani: "Deze vrouw besloot het orkest weer bij elkaar te brengen, ging in de archieven van het conservatorium op zoek naar alle leden en kwam dus ook bij mij terecht. Of ik mijn oude vrienden weer wilde ontmoeten en misschien wat spelen? Wat denk je dat ik zei?"

Het oude orkest werd gestaag weer aaneengesmeed en herdoopt tot El Gusto, 'de smaak', of 'de gekte' die alle orkestleden, zelfs de klarinettist van 102, nog altijd naar het hoofd stijgt. De makkers van weleer vielen elkaar zo'n beetje jankend in de armen. Het orkest figureerde in de vorig jaar uitgebrachte documentaire El Gusto, speelde al twee albums vol, is bezig met een derde en trekt momenteel de wereld rond met een programma dat sterk doet denken aan dat van de Buena Vista Social Club, de Cubaanse variant van het herenigd-orkestverhaal. De klassieke chaabi klonk weer in Algiers: eerst voorzichtig, nu steeds luidruchtiger.

Berkani houdt van een beetje overdrijven. "Wil je weten hoe ik me nu voel? Ik ben hergeboren. Ik deel hier in Bouzraeah en in de kashba tegenwoordig handtekeningen uit aan de vrouwtjes, die de dvd van El Gusto uit het autoraampje steken. Ik maak geen grappen!" De luitspeler raakt na twee straffe koppen groene thee echt op drift en wil zijn bezoek toch ook nog even meenemen naar een oude vriend, een blok verderop. Want daar huist volgens Berkani een chaabigeheim dat ons niet mag worden onthouden. We gaan straatje op, straatje af, kruip-door-sluip-door langs steeds grotere bergen zwerfvuil, en het moet gezegd: monsieur Berkani is moeilijk bij te benen. We komen terecht in een achterafbuurt en lopen tegen een onooglijk schuurtje aan. Zien eerst zes zwerfkatten en dan, na wat aandringen door de visite ("wakker worden!"), ook wat beweging in het hutje.

Een antieke karakterkop van minstens 90 schuifelt op sloffen naar buiten, stelt zich voor als Manou en geldt volgens de uitleg van Berkani als "stille kracht achter de clandestiene chaabi". In deze schuur organiseerde Manou met enige regelmaat min of meer ongewenste jamsessies met oude chaabirotten die het niet laten konden en die ook niet terugdeinsden voor een alcoholische verfrissing. In het in zichzelf gekeerde en tegenwoordig behoorlijk religieuze Algerije werd dat toch minder gewaardeerd.

Ter illustratie van zo'n illegale chaabiparty grijpen de mannen er maar eens een instrument bij. "Deuren dicht", zegt Berkani. De buren hoeven het allemaal niet te horen en bovendien is het beter voor de akoestiek. Het duo zet een volgens Manou "Andalusische prelude" in. Een tranentrekkende, inderdaad erg arabo-andalusisch klinkende gitaarballade waar de weemoed van afdruipt. "Dit is dus echte chaabi", zegt Berkani. "Muziek over verlangens en liefdes, het ware leven." Waarin religieuze levensgedachten minder vaak naar de voorgrond treden - Berkani zegt het er maar even bij.

The Clash

Nu moeten we volgens Berkani en Manou spreken met de nieuwe orkestleider, p'tit Moh. Die praat niet graag, maar heeft toch wat te zeggen. Weer zo'n type dat je in al je dromen over de geheimzinnige stad Algiers nooit had verwacht: een al wat oudere rocker van een jaar of 50, die naar eigen zeggen nog met The Clash heeft gewerkt. "Schitterend hoor, de documentaire El Gusto, de reünie met de Joodse orkestleden in Marseille, de eerste optredens in Parijs. Maar het is nu echt tijd voor de volgende stap."

En precies daarvoor is p'tit Moh ingehuurd door documentairemaakster Bousbia, die sinds het voltooien van haar film in 2012 optreedt als manager en pleitbezorger van het orkest. "Het is de eerste keer dat de klassieke chaabi buiten Algerije bekend kan worden, en zelfs doorbreken", zegt Moh. "Maar we hebben haast. De orkestleden zijn oud, hebben niet het eeuwige leven. Daarom heb ik El Gusto aangevuld met jonge musici, die nu de pure chaabi van de kashba krijgen doorgegeven. Op het nippertje."

Onder het motto 'klassiek, maar populair en elegant' instrueert p'tit Moh de orkestleden en horen we de weelderige, buigzame en romantische oer-chaabi, maar met een stevige drive, duwende gitaren en steeds abrupt invallende en afgebroken vioolpartijen. De percussie van ratelende tamboerijnen en trommels kan de complexe en wisselende maatsoorten nauwelijks aan. En hoe hecht de hernieuwde vriendschappen in orkest El Gusto ook moeten voelen, er wordt al monter geklaagd over het hemeltergende onbegrip van de dirigent en de zere trommelvingers van de ritmesectie, tot mandolinespeler Berkani uiteindelijk geërgerd het pand verlaat voor een peuk in de regen. "Niets aan de hand, zo was hij vroeger ook al", weet een collega.

Berkani: "Het verhaal van El Gusto is prachtig. Het is voor ons, de oude chaabi-jongens, een manier om herinneringen bijna opnieuw te beleven. Om nostalgie weer om te zetten in muziek van nu. Maar er zit natuurlijk ook een tragische kant aan. Onze Joodse vrienden spelen mee met het orkest bij de buitenlandse optredens, maar kunnen niet naar Algerije komen. Dat is in deze tijd nog, hoe zal ik het zeggen, te gecompliceerd. Terwijl je in onze muziek hoort hoe wij, de echte Algerijnen zijn, met heel vrije opvattingen over afkomst, ras en religie."

Unieke stijl

Een van de prachtpersonages uit de documentaire El Gusto is de Joodse acteur en violist Robert Castel (80). Voor de Joodse kant van het verhaal moet worden afgereisd naar Parijs, waar Castel net als vele Frans-Algerijnse Joden na de onafhankelijkheid in 1962 een beter heenkomen zocht en noodgedwongen altijd bleef.

In zijn oriëntaals ingerichte appartement, dat een peilloze heimwee naar het geboorteland ademt, beantwoordt Castel de eerste beleefdheidsvragen naar de gezondheid met een onbescheiden wedervraag: "Is het concert in Amsterdam al uitverkocht? Zeg me dat het is uitverkocht!"

Castel bouwde in Frankrijk een rijke carrière als komisch acteur en muzikant op. Hij speelde met Gilbert Bécaud, Brigitte Bardot, Edith Piaf en Frank Sinatra ("wacht, ik laat de foto's even zien"). Hij geniet van zijn nieuwe roem als chaabimuzikant, die hem niet wereldomspannend genoeg kan worden. "Na Amsterdam en Londen gaan we op tournee door de Verenigde Staten. New York, Los Angeles, daar komt de chaabi!"

De bezoekers moeten er ook aan geloven. Castel grijpt de viool, die al klaar lag, zet hem op het dijbeen en raast er verticaal, met lenige vingers, wat Arabische toonladders uit. "Niemand speelt die zoals wij dat deden. Mijn vader, een genie, heeft deze manier van vioolspelen uitgevonden. Waarom staand op het been? Omdat je met de viool klem onder de kin niet kan zingen. En dat deden we in de klassieke chaabiorkesten dus wel. Uniek!"

Castel stond versteld toen de documentairemaakster Safinez Bousbia hem in 2006 benaderde voor de reünie van zijn oude chaabiorkest. "Ik was sceptisch en dacht: dat wordt moeilijk, na alles wat er gebeurd is." Daarin kreeg hij deels gelijk. De geplande ontmoeting tussen de Joodse en Algerijnse musici in Algiers, met aansluitend optreden in de Algerijnse hoofdstad, kon niet doorgaan. "Er waren, eh, complicaties. Officieel mag ik als Jood Algiers bezoeken, geen wet die me kan tegenhouden, maar als een officieel orkest vielen we ineens onder het ministerie van Cultuur. En Algerije had kennelijk geen behoefte aan dit soort cultuur." Castel steekt nog maar eens een sigaret op. Schenkt koffie bij. "De politiek begrijpt nog altijd de kracht van muziek niet. De pijn die ook deze afwijzing veroorzaakte, blijft hangen. Het deed me weer denken aan de tragedie van ons gedwongen vertrek uit Algiers in 1962. We verlieten het land in grote paniek, de koffiekopjes stonden nog op de tafels. Mijn arme moeder was een gebroken vrouw, ze kwam er nooit overheen. Hoe kun je dat als kind vergeten?"

Onmogelijk, maar om een dappere poging te wagen zet Castel even een fijn cassettebandje op, keihard, met een door hem gespeeld chaabilied gecomponeerd door zijn vader. "Luister dan, hoe prachtig! Dit ben ik, dit is mijn stijl. Hoor je hoe ik langzaam het tempo opvoer? Schitterend, al zeg ik het zelf."

Orchestre El Gusto treedt morgen op op in Carré, Amsterdam. De docu El Gusto is verkrijgbaar viawww.el-gusto.fr

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234