Zondag 21/07/2019

Het grote psychiatrierapport

De Block en Vandeurzen na 'het grote psychiatrierapport': "Iedereen wil meer geld"

Ministers Maggie De Block (Open Vld) en Jo Vandeurzen CD&V) becommentariëren 'Het grote psychiatrierapport' van deze krant. Beeld Jonas Lampens

Te veel dwang en pillen, te weinig transparantie, middelen en inspraak. De bevoegde ministers Maggie De Block en Jo Vandeurzen hebben moeite met de knelpunten die 'Het grote psychiatrierapport' blootlegt. "De hervormingen die gaande zijn, voltrekken zich op een ander niveau."

De zesde verdieping van de Financietoren. Het uitzicht op de Brusselse Botanique is indrukwekkend, maar in het bureau van Maggie De Block (Open Vld) heeft niemand er aandacht voor. De minister van Volksgezondheid heeft, net als haar Vlaamse collega van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V), weinig tijd. De plaatsen aan de vergadertafel worden snel en strategisch verdeeld onder de politici, hun woordvoerders én adviseurs. De neuzen gaan meteen in de stapel papieren voor zich, voor hun repliek op 'Het grote psychiatrierapport'. 

We weten niet of psychiatrisch patiënten geholpen zijn met een opname. De uitkomsten van behandelingen worden niet systematisch bijgehouden. Hoe problematisch is dat? 

De Block: “Bij psychiatrische behandelingen zijn we daar laat mee begonnen, maar dat komt omdat het minder evident is. Een temperatuur kun je meten. Of iemand zijn knie weer kan plooien, kun je vaststellen. Maar hoe iemand zich voelt, dat is veel minder duidelijk. Spreken we dan over genezing of over mensen beter laten functioneren? We moeten dat meer aan de patiënt zelf vragen. Spijtig genoeg gebeurt dat nog niet altijd. Maar het is dan ook heel moeilijk. De meeste mensen willen niet ziek zijn.”

In andere landen kan het wel. 

De Block: “We zijn daar nu mee begonnen. En het is ook niet zo dat uitkomstmetingen nog nergens gebeuren. Het gebeurt alleen nog niet op een uniforme manier in alle ziekenhuizen en voor alle behandelingen. In andere landen worden soms metingen gedaan op basis van indicatoren die niets waard zijn. Wij willen daar lessen uit trekken. We zijn voorzichtig.”

Vandeurzen: “Er is het Vlaams Indicatorenproject voor Patiënten en Professionals in de Geestelijke Gezondheidszorg (VIP²), dat ervoor moet zorgen dat voorzieningen aan de hand van indicatoren hun kwaliteit van zorg meten en de resultaten ook voor patiënten openbaar maken. Het is belangrijk om indicatoren te hebben die samen met het werkveld zijn opgesteld en die je breed kunt interpreteren. Als je ze te eng definieert en niet uitlegt hoe je ze moet lezen en nuanceren, dan schieten mensen in een kramp en gaan ze meteen in het defensief. Daarom moet zoiets bottom-up gebeuren.”

Waarom gaat het zo traag?

Vandeurzen: “Er is veel bereidheid, maar je moet het wel op een gedragen manier doen. De overheid moet niet denken dat ze dit kan opleggen zonder de sector daar zelf in te kennen. We zijn ons ervan bewust dat we kwaliteit zichtbaar moeten maken, maar dat traject loopt.”

Heeft een patiënt niet het recht om te weten of een behandeling werkt? 

De Block: “We betrekken de patiënt in ons beleid. Hij bepaalt mee zijn behandeling. Maar ook hier geldt weer: een inschatting maken is moeilijk voor patiënten met een zekere gemoedsgesteldheid. Er kunnen eufore momenten zijn, en soms ook net niet. Het is heel subjectief."

Beeld Jonas Lampens

We weten amper of behandelingen in de psychiatrie wetenschappelijk onderbouwd zijn. Dat moet voor u toch een pijnpunt zijn, mevrouw De Block. ‘Een warm bad betaal ik niet terug’, poneerde u ooit. Voor hetzelfde geld doet u het hier wel.

De Block: “Ik heb de inspectieverslagen waar jullie zich op baseren natuurlijk niet gelezen, maar evidencebased is in de geestelijke gezondheidszorg veel minder evident. Gelukkig is dat aan het evolueren en ik ben ervan overtuigd dat we naar een meer wetenschappelijk onderbouwde manier van werken gaan.”

Vandeurzen: "De Zorginspectie gaat wel na of wat ziekenhuizen doen voldoende onderbouwd is.”

De Zorginspectie gaat enkel na of instellingen ‘daarover nadenken’.

Vandeurzen: “De Zorginspectie kan zich niet mengen in de therapeutische relatie tussen een zorgverlener en een patiënt. Dat is haar verantwoordelijkheid niet. Ik heb begrepen dat jullie heel wat inspectieverslagen bekeken hebben. Maar de inspectie hanteert een cyclus van vier jaar. Als je dan een verslag van vier jaar geleden ziet, geeft dat geen zicht op de nieuwe ontwikkelingen die aan de gang zijn. Een ziekenhuis moet aan de slag met wat in die verslagen staat.”

Het duurt soms jaren eer instellingen non-conformiteiten of tekortkomingen wegwerken. 

Vandeurzen: “Ik ken de concrete casussen niet, maar er zijn natuurlijk gradaties in tekortkomingen. Hoe dan ook hebben we een nieuw decreet gemaakt, waarin we de reactiemogelijkheid van de Zorginspectie proberen uit te breiden.”

Moet de overheid wetenschappelijk werken en het in kaart brengen van behandeluitkomsten niet financieel afdwingen? 

De Block: “Ik heb moeite met afdwingen. Er is veel expertise op het terrein en er wordt veel kennis uitgewisseld dankzij de netwerken (onder meer ziekenhuizen, huisartsen, patiëntenverenigingen en Centra voor Algemeen Welzijn werken in regio’s samen rond geestelijke gezondheidszorg, red). Het is altijd aan de behandelende arts of psycholoog om de behandeling te bepalen. Zij moeten dat aanvoelen. Je kunt dat niet beleidsmatig opleggen. Dat zou trouwens niet aanvaard worden. Wat als het misloopt? Bij wie ligt de verantwoordelijkheid dan? Bij de overheid of bij de behandelende equipe? Voor de patiënt maakt dat weinig uit misschien, maar ik zou daar voorzichtig mee zijn.”

De verantwoordelijkheid ligt dus bij niemand? 

De Block: “Voor één ziekenhuis of één afdeling is het moeilijk om alle expertise te ontwikkelen. Dat moet in netwerken gebeuren. Daarom zetten we daar zo sterk op in.”

Patiënten worden nog steeds te snel, te vaak en te lang afgezonderd. De Hoge Gezondheidsraad wil daarom een centraal registratiesysteem.

Vandeurzen: “Het advies van de Hoge Gezondheidsraad is belangrijk. Er moet transparantie zijn. En uiteraard moet op afzondering zo min mogelijk beroep worden gedaan. Maar we moeten dat breed bekijken. We moeten ook de behandeling en de manier waarop geprobeerd is dwang te voorkomen, in kaart brengen.”

“De Zorginspectie organiseert nu een thematische inspectie, specifiek over dit thema. Dat is nu gestart bij minderjarigen in de psychiatrie, daarna gaan we dat ook doen bij voorzieningen voor personen met een handicap, in de jeugdhulp en volwassenenpsychiatrie. We zullen daar lessen uit trekken.”

Nederland probeert jaarlijks het aantal isolaties met 10 procent terug te dringen. 

Vandeurzen: “Op een bepaald moment is zo'n doelstelling denkbaar. Maar we moeten zoiets bottom-up opbouwen, met wetenschappers en zorgverleners.”

Waarom moeten wij het met minder zorgverleners per bed doen dan pakweg Nederland of Duitsland?

De Block: “Iedereen wil meer geld. Dat is overal zo. Maar we moeten realistisch blijven. We bengelen zeker niet aan de staart als het gaat over de hoeveelheid geld die naar zorg gaat.”

Vandeurzen: “Als je vergelijkt met andere landen, moet je alles vergelijken. België heeft heel veel psychiatrische bedden. In die zin zou je het dus met minder bedden kunnen doen die beter bestaft zijn. Die oefening zijn we aan het maken.”

In zes jaar zijn amper 572 van de 9.256 bedden afgebouwd. 

De Block: “In het verleden is er heel weinig geïnvesteerd. Ik ben verantwoordelijk voor de laatste twee jaar. De dynamiek op het terrein en de samenwerkingen die we in die twee jaar hebben kunnen realiseren, vind je niet terug in die inspectieverslagen. Er is nog nooit zoveel veranderd. Zowel de mensen op het terrein als het beleid hebben heel veel werk verzet en hervormd. Kijk maar naar de mobiele teams die goede resultaten leveren. We hebben allemaal ons best gedaan.”

Vandeurzen: “Ik wil trouwens nog iets zeggen over jullie reeks. Jullie focussen op wat er binnen de muren van de ziekenhuizen gebeurt. Dat is een grote frustratie bij de mensen die in de geestelijke gezondheidszorg werken. De hervormingen die gaande zijn, voltrekken zich op een ander niveau. Dan gaat het over de vermaatschappelijking van de zorg en de herstelgerichte visie. Maar daar hebben jullie het niet over.”

Zolang het meeste geld naar psychiatrische bedden gaat, blijft de vraag of dat goed besteed is, toch relevant?

De Block: “De extra injecties die wij hebben gedaan zijn buiten de setting van de bedden. In de kinderpsychiatrie bijvoorbeeld. Daar hebben we er alles aan gedaan om kinderen zoveel mogelijk uit die bedden te houden. Om ze naar school te laten gaan, ze intensief te begeleiden door mobiele teams, samen te werken met de familie... Vroeger was dat allemaal niet nodig. Die bedden blijven noodzakelijk, maar we hebben meer behoefte aan ambulante hulp. Daar hebben we vooral extra in geïnvesteerd.”

Vandeurzen: “Klopt. Terwijl jullie het enkel over die ziekenhuizen hebben. Zeker vanuit de Vlaamse gemeenschap zetten wij vooral in op de eerstelijns geestelijke gezondheidszorg, maar ook op destigmatisering.”

De psycholoog is nog steeds niet terugbetaald en van een echt laagdrempelige zorg is nog geen sprake. Dat aspect valt nog nauwelijks te onderzoeken.

De Block: “Het heeft dertig jaar geduurd om de psycholoog te erkennen als iemand die werkt aan de gezondheid van mensen. Dat is nu gebeurd. Ik wil maar zeggen: voordien zaten die tussen de beenhouwers en de bakkers bij de vrije beroepen. Wij werken zo snel mogelijk verder aan die terugbetaling. Maar welke beroepen in de geestelijke gezondheidszorg geef je een terugbetaling? Dat moet grondig onderzocht worden. Ik zeg u dat het niet gemakkelijk is.”

De Belg blijft te veel antidepressiva en antipsychotica slikken. Waarom zijn er alleen voorschrijfrichtlijnen voor huisartsen en niet voor psychiaters?

De Block: “Ik ben ervan overtuigd dat er in de ziekenhuizen een meer verantwoord gebruik van psychofarmaca is. Daar is toch meer expertise en worden de richtlijnen ook beter gevolgd.”

We weten niet wat het precieze psychofarmacagebruik in ziekenhuizen is. 

De Block: “Richtlijnen zijn één zaak. Ze doen naleven door voorschrijvers, een andere.”

Vandeurzen: “Het maken van goede richtlijnen in de zorg is in volle ontwikkeling. Er moet een juist evenwicht zijn. Je mag niet zodanig veel richtlijnen hebben dat niemand er nog mee kan werken. Het inperken van geneesmiddelen heeft ook te maken met het hele behandelconcept. Wat kan je aanbieden naast medicatie? Wie zijn de steunfiguren? Wat is de precieze omkadering? Daar moeten we veel meer op inzetten. Niet evident, aangezien het biomedisch model lang bepalend is geweest. Dat moet groeien, maar de sector realiseert zich dat.”

De Block, Vandeurzen en hun adviseurs en woordvoerders. Beeld Jonas Lampens

Wat is volgens jullie het belangrijkste knelpunt in de psychiatrie? 

De Block: “We moeten afstappen van het idee dag gezondheid enkel een fysieke gezondheid is. Je kan makkelijk zeggen aan je werkgever: mijn been is gebroken, ik kan de komende maanden niet komen werken. Zeggen dat je met een burn-out of depressie kampt, blijft lastig. Daar moeten we op dezelfde nagel blijven kloppen. Al heb ik wel het gevoel dat we het taboe aan het overstijgen zijn.”

Vandeurzen: “De geestelijke gezondheidszorg moet een betere plek krijgen in de maatschappij. Er is wat dat betreft nog een weg te gaan. Zeker ook bij jongeren en ouderen. Maar ik kan zeggen: het draagvlak hiervoor is al enorm vergroot.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden