Donderdag 02/07/2020

De blinddoektest

met Alex Callier van Hooverphonic

Zo rond deze tijd verschijnt in de Verenigde Staten Blue Wonder Powder Milk, de tweede cd van het Waaslandse kwartet Hooverphonic, het voormalige Hoover mocht u dat nog niet weten. 'De platenfirma ginds gelooft rotsvast in ons', vertelt het muzikale brein Alex Callier. 'Ze verscheept meteen 80.000 exemplaren naar de winkels, ongeveer evenveel als wat onze eerste cd daar in totaal verkocht heeft.' Maar voor het zover is, onderwerpt Callier zich eerst aan de blinddoektest: raad de plaat en zeg wet je ervan vindt.

De bedoeling was om, naar aanleiding van hun passage op Torhout / Werchter, Alex Callier van Hooverphonic en Mauro Pawlowski van de Evil Superstars aan een blinddoektest te onderwerpen. Ze bezitten een eclectische smaak die overlapt én verschilt. Aangezien beide heren niet op hun mondje zijn gevallen hadden we enig vocaal vuurwerk verwacht. Helaas, de evil superstar daagde niet op, maar zowel zijn manager als zijn moeder bevestigden ons dat hij naar de plaats van de afspraak was vertrokken. Ongerustheid alom: na een klapband in de gracht beland, van de weg gedrumd door een vrachtwagen of in slaap gevallen achter het stuur? Tien uur is voor popmuzikanten bovendien ontiegelijk vroeg.

Zijn afwezigheid had gelukkig een minder erge oorzaak, want enige uren later bereikte ons de mare dat Mauro Pawlowski zonder benzine was gevallen, geen geld op zak had en maar met veel moeite terug thuis was geraakt. Jammer, zeker voor hem als we denken aan de kaastaart, de aardbeientaart, de pizza's en natuurlijk die magnumflessen champagne (grapje!).

Voor wie het niet zou weten: Callier kunnen we gemakkelijkheidshalve omschrijven als de creatieve spil van Hooverphonic. Voor we het zelf kunnen doen, maakt hij over zijn outfit een grapje waarin het woord pyjama voorkomt. Rad van tong is hij dus wel, deze Waaslander uit het jaar '72. Tijd echter voor muziek. Nog even zeggen dat DeMix de liedjes koos en in volgorde plaatste. Callier wist dus niet wat hij op zijn bord zou krijgen. Of, en zo ja wanneer, hij de nummers herkent is de eerste, maar niet de belangrijkste vraag. Al is het wel een leuk spelletje natuurlijk.

LA LA - 'Do the Kangaroo' (7", Parsley)

Callier: (zodra de zang invalt:) "Arno. Maar ik ken het niet." La La, zijnde Arno Hintjes en Jean-Marie Aerts, die dit in de beginperiode van T.C. Matic als tussendoortje uitbrachten.

Callier: "Voor mij mist dit melodie, een element waaraan ik veel belang hecht. En als het niet melodieus is, dan mag het toch wat opbouw bevatten. Dit kabbelt iets te veel. Ik ben nooit een grote fan geweest van Arno. Ik zou nooit platen van hem kopen, al heb ik hem twee jaar geleden live aan het werk gezien en dat was heel sterk: een brok energie. Ik maak altijd een groot onderscheid tussen platen en concerten. Man...or Astro-Man? vind ik live bijvoorbeeld schitterend, maar de platen vallen soms tegen. Het zal ook wel typerend zijn dat ik 'Elle adore le noir' het beste nummer van Arno vind, wellicht omdat het nogal melodieus is. Het doet mij trouwens ook altijd aan Grace Jones denken. (lacht)"

URUSEI YATSURA - 'Plastic Astray' (uit de ep The Hated Urusei Yatsura, Ché, 1995)

Callier: "Ik ken het niet, maar het is wel het soort muziek waarnaar ik vroeger veel luisterde." Het is Schots, al lijkt het een poppy versie van Sonic Youth.

Callier: "Die invloed is duidelijk. (na anderhalve minuut:) Is het niet Yatsura, of neen die andere groep. Toch? Als dit eind jaren tachtig was uitgekomen, dan had ik het zeker gekocht, want het doet me denken aan Swervedriver." De groep heet eigenlijk Urusei Yatsura, al verschijnen de platen op Warner onder de naam Yatsura.

Callier: "Ah, problemen met de naam. Met Hoover hadden wij moeilijkheden gevreesd met de stofzuigerfabrikant. Dat bleek geen probleem, alleen bestaat er zowel een Duitse als een Amerikaanse groep die Hoover heet. Hadden we dat niet kunnen voorzien? Misschien wel, maar toen we begonnen, hadden we nooit kunnen denken dat we in de States zouden belanden. En eerlijk gezegd: Hooverphonic klinkt beter dan Hoover. Het is ook maar een naam, een herkenningspunt. Neem nu The Pet Shop Boys of The Beatles: die namen zijn zo ingeburgerd dat je niet meer stilstaat bij wat ze betekenen."

MICHAEL JACKSON - 'Beat It' (7", Epic, 1982)

Callier: (meteen bij de intro:) "Ik herken het. Fuck, wat is dit ook al weer? Ik heb dit nog thuis gehad. (zodra de gitaar invalt:) Oh neen, ik heb dit niet thuis gehad, dit is Michael Jackson met 'Beat it'. Laat het begin nog eens horen. Ja, dát, die eerste maten, volgens mij heb ik die nog bij The Chemical Brothers gehoord." Je was tien toen dit uitkwam, toch de geknipte leeftijd om voor Michael Jackson te vallen?

Callier: "Ik zat toen in de noise-rock. Vind je dat jong? Mijn broer was zestien en via hem heb ik veel alternatieve muziek leren kennen. Simple Minds, Cocteau Twins, ook Thomas Dolby. Enfin, dus toch geen noise-rock, meer de alternatieve pop. Ik ben nog altijd geen Jackson-fan. Nogal wat vrienden vinden het ongelooflijk hip om dit tegenwoordig op fuiven te draaien." Net als vele muziek uit de jaren tachtig is de klank toch wel erg gedateerd, vooral de drums.

Callier: "Klopt. Als je de platen van bijvoorbeeld Chris Isaak nu zou opnemen, zouden die stukken toffer klinker, want nu zouden ze het authentieker houden, minder plastiekerig. In de jaren tachtig is veel kapotgeproducet. Met onze nieuwe plaat hebben we bewust meer met natuurlijke klanken gewerkt, omdat ook veel elektronica over tien jaar erg gedateerd zal klinken." Dus over tien jaar klinkt jullie eerste plaat meer gedateerd dan de tweede.

Callier: "Ja, maar we hebben het voordeel dat we veel retro-elementen gebruiken die klassiek zijn voor ze gedateerd geraken."

DIONNE WARWICK - 'Don't Go Breaking My Heart' (uit de elpee Here I Am, Scepter, 1966)

Callier: (meteen:) "Het klinkt wat à la Stan Getz en de zang doet me denken aan Astrud Gilberto, maar ze is het niet: ze zingt niet vals genoeg. Gilberto zingt altijd een beetje onder de toon, maar dat maakt het juist charmant. Ik ken dit echt niet." Het is nochtans een nummer van Bacharach en David, dat jullie hebben gesampled voor '2Wicky'.

Callier: "Ja, het klinkt wel als Bacharach. Maar wij hebben wel een versie van Isaac Hayes gebruikt ('Walk on By' met name, nvdr). De muziek van Bacharach is natuurlijk prachtig. Wie zingt het? Dionne Warwick? Fuck zeg, dat had ik echt niet door." Is dit kitsch of prachtige pop?

Callier: "Prachtige popmuziek natuurlijk. Die violen zijn wel Delhaize-kitsch. Vroeger hoorde je in de Delhaize altijd van die stroperige, plastic violen, vandaar die benaming. Maar ik vind dat wel een fantastische sound. Bacharach is de king van de popmuziek, die nummers blijven overeind in elke versie." Zou je ermee willen samenwerken, zoals Costello nu doet?

Callier: "Mm, ik heb daar altijd een beetje schrik van, omdat zulke mensen vaak toch erg geëvolueerd zijn. Kijk naar Nile Rodgers: in de jaren zeventig maakte hij prachtige muziek, nu platte r&b. Ik denk dat je best eerst eens met die mensen praat om te weten waar ze tegenwoordig voor staan. Het feit dat Costello nu met hem samenwerkt, is natuurlijk wel een goed teken."

BECK - 'MTV Makes Me Want to Smoke Crack' (uit de ep Loser, Geffen, 1994)

Callier: (meteen:) "Beck, maar een titel moet je mij niet vragen. (na een minuutje begint Beck het liedje opnieuw, nu in een jazzy versie) Dat is wat ik ook constant doe. Van een nummer op akoestische gitaar heb ik later een bossa nova-versie gemaakt. Ik speel wel eens met het idee om de liedjes op te nemen zoals ze geschreven zijn, akoestisch dus, plus de versies van Hooverphonic, en dat als een dubbel-cd te verkopen. Het is trouwens altijd boeiend om een nummer in verschillende stijlen uit te proberen." Dé machtsfactor in de popbusiness ligt nog altijd bij de videoclipzenders.

Callier: "De clip is vaak belangrijker dan de song. Dat is typisch voor de huidige maatschappij waarin de klemtoon zo sterk op het beeld ligt, wat triestig is. Als je aan de mensen zou vragen wat ze het ergst vrezen, blind of doof, dan kiezen de meesten doof. Wat verschrikkelijk is, want je oren zijn samen met de spraak je communicatie-middel. Er is nog gebarentaal, maar dan moet je toch nog altijd een nieuwe taal leren. Ze vragen ons ook altijd of we niet met visuals willen werken. No way, je moet je ogen sluiten en je zelf de visuals voorstellen. Wees creatief. Het leuke is immers dat iedereen er zich een ander beeld bij voorstelt." Wat vind je eigenlijk van Beck?

Callier: "De perfecte combinatie van nummers, samples - enfin, alles zit erin: groove, melodie, alles."

RUNNING COW - 'Gasoline on Fire (Diesel Mix)' (7", EMI, 1991)

Callier: "Zegt me niet meteen iets, misschien als de zang invalt." Die is er nauwelijks in deze remix. Hoe zou je het omschrijven?

Callier: "Moeilijk te plaatsen. De stem die even voorbijflitst, komt me een beetje bekend voor. De muziek doet mij aan de Manchester-sound denken, Stone Roses en zo, begin jaren negentig zeg maar. Uit welk land? Het klinkt Brits, al kan het natuurlijk ook Amerikaans zijn." Het is Belgisch, Running Cow met onder anderen Daan Stuyven.

Callier: "Ja? (luistert aandachtig) Weet je waaraan je dat kan horen? Het klinkt vrij clean, een Engelse productie zou vettiger klinken. Ik ben er niet echt wild van. Dat is zo bij mij met muziek: ze moet een bepaalde spanning bevatten. Dead Man Ray vind ik stukken beter, ook omdat die groep echt wel liedjes heeft." Dit is wel een remix.

Callier: "Okay, misschien zou ik de originele song beter vinden."

SCORN - 'Flick' (uit de cd [Zander], KK Records, 1997)

Callier: "Iets te minimalistisch voor mij, er gebeurt te weinig." Zou het een ritme-track voor Hooverphonic kunnen zijn?

Callier: "Als basis misschien wel, maar dan twee jaar geleden. Toen was ik wild van die lome beats, nu niet meer. Dit is muziek die ik als achtergrond zou opzetten om wat sfeer te creëren." Is dit dance?

Callier: "Neen. Ik vind dance trouwens een belachelijke term. Onlangs was ik in een grote Duitse winkel op zoek naar onze nieuwe plaat. Ze bleek onder de triphop te zitten, terwijl die plaat daar niks mee te maken heeft." Wat zijn jullie dan wel?

Callier: "Alternatieve pop, zoals The Cardigans. Ik gebruik het woord alternatief, omdat pop tegenwoordig voor Aqua staat. Dat soort muziek brengen wij toch niet. Het is anderzijds geen rock, er zitten niet veel gitaren in. Veel mensen vinden de benaming pop pejoratief, ik niet. Ik krijg ook vaak te horen dat we te braaf zijn. Wat is dat nu voor iets? Muziek is goed of slecht, niet braaf.

SOEUR SOURIRE - 'Dominique' (uit de 10" Soeur Sourire, Philips, 1963)

Callier: (meteen:) "Soeur Sourire, The Singing Nun, dat is het enige dat ze in de VS allemaal kennen, meer nog dan Plastic Bertrand, Technotronic of Jacques Brel. Dat is daar is een nummer 1-hit geweest (vier weken zelfs, nvdr). Ze heeft zelfmoord gepleegd, alle rechten van het liedje zijn trouwens naar haar klooster gegaan." Is een nummer één-hit ginds voor jou een droom?

Callier: "Een nummer één-cd wel, singles interesseren me niet. Niet dat ik wakker lig van een nummer één, maar mensen die contracten tekenen bij een major en zeggen dat het hen allemaal niet interesseert, dat is hypocriet. Ik maak geen muziek voor de straatstenen, maar voor andere mensen, en hoe groter de platenverkoop, hoe groter de appreciatie. Ik hoef niet schatrijk te worden, maar als ik veel platen verkoop, dan kan ik de rest van mijn leven met muziek bezig blijven, zonder dat ik weer een nine to five-job moet doen. We verkopen niet slecht in België maar we zouden er nooit van kunnen leven, ook al omdat we niet zoveel live spelen. Ik verkoop liever in vele landen een paar duizend elpees, dan honderdduizend in eigen land."

HOBART SMITH & BESSIE JONES - 'It Just Suits Me' (uit: The Alan Lomax Collection - Southern Journey Vol. 1: Voices from the American South, Rounder, 1997, opgenomen in 1960)

Callier: "Heel vreemd, het lijkt wel blanke gospel, gospel beïnvloed door country & western. Het klinkt heel southern American." Smith is in elk geval een blanke. Het behoort tot de veldopnamen die Lomax vanaf de jaren dertig eerst in de States en dan in de rest van de wereld maakte. Dat werk wordt nu heruitgebracht op 120 cd's. Veel van die muziek is sterk verankerd in het leven van alledag, wat met popmuziek minder het geval is. Of toch?

Callier: "Soms wel, soms niet. Bij mij is popmuziek dikwijls een vlucht uit een het dagelijkse leven, soms is ze ook heel confronterend met het dagelijkse leven." Als schrijver of als luisteraar?

Callier: "Als schrijver. (denkt na) Als luisteraar, mm, indertijd was 'That Joke Isn't Funny Anymore' van The Smiths toch wel uit het leven gegrepen: "That joke isn't funny anymore, it's too close to home and it's too near the bone". Liefdesliedjes zijn vaak clichés, maar het leven is een aaneenrijging van clichés. Ah ja, waarom zijn het clichés geworden? Omdat ze veel voorkomen. De depri-toestanden waarover Mark Eitzel zingt, komen toch recht uit het leven. Dat is het soort muziek waar ik erg van hou."

JOHN MARTYN - 'Glory Box' (uit de cd The Church with One Bell, Independiente, 1998)

Callier: (meteen:) "John Martyn, 'Glory Box', een cover van Portishead. Ik heb het toevallig onlangs op een modeshow gehoord." Verrassend genoeg blijft het nummer zonder de stem van Beth Gibbons overeind. Hij zingt trouwens nog altijd de vrouwelijke versie.

Callier: "Dat was in het begin ook grappig bij Hooverphonic. Lies zong mijn teksten, 'Nr 9' is een liefdesliedjes met regels als "Saw her in the mirror, she has a stupid name" en daarom dachten veel mensen dat ze lesbisch was. De plaat van Martyn is uit op het label dat onze cd misschien in Engeland zal uitbrengen. We zaten op Columbia, maar die hebben gewoon niet gewerkt aan de promotie van onze eerste plaat. Liz Fraser vertelde me onlangs dat er een ongelooflijke vibe rond ons heerste, maar de Columbia heeft er haar voeten aan geveegd." John Martyn blijft wel redelijk dicht bij het origineel.

Callier: "Ja, hij zingt het ook wel op zo'n getormenteerde manier. De tekst en de feel van de song stralen sowieso dat bluesgevoel uit, alleen hoor je dat niet altijd zo in de Portishead-versie. Zoals ik daarnet al zei: ik heb altijd een zwak gehad voor een melancholische touch en ik zal dat altijd blijven hebben." Dan word je nu op je wenken bediend.

MORRISSEY - 'Everyday Is like Sunday' (uit de cd Viva Hate, His Master's Voice, 1988)

Callier: (opgewonden:) "Oh, Morrissey. (nog voor Morrissey zingt, is Callier al bezig:) "Everyday is like Sunday", fantastisch. Die strijkers in dit nummer, nu komen ze (inderdaad en hij zingt mee:) Come Armageddon, come Armageddon, come, everyday is like Sunday. Tja, ik was een immense fan van The Smiths. Als er een nieuwe plaat zou uitkomen, ging ik elke dag in de winkel vragen of ze er al was. Die hebben toch geweldige nummers gemaakt. En ze bezaten ook zo'n typische sound, er is geen enkele groep die ooit geklonken heeft als die gasten, dat was de magie van Morrissey en Marr. 'There Is a Light That Never Goes Out' is de ultieme popsong. Al die elpees waren ook anders, die sound veranderde telkens. Tja, die melancholie, hé. Veel mensen zeggen dat Neil Young verschrikkelijk zeurt, ik vind hem fantastisch. Dit komt wel uit de enige goeie soloplaat die Morrissey gemaakt heeft. Ook Johnny Marr heeft nooit meer dat oude niveau gehaald, het beste was nog zijn werk met The The." Ik hoop wel dat jullie betere zakelijke afspraken hebben dan The Smiths, die na de split op straat ruziemaakten over geld.

Callier: "Zeker. We zijn van in het begin zeer voorzichtig geweest. Bij ons is het eerlijk verdeeld. Iedereen krijgt waar hij recht op heeft. We hebben geleerd uit de fouten van anderen." Jij bent de groepsleider (hier pruttelt Callier wat tegen) - je schrijft toch het gros van de nummers.

Callier: "Ja, maar ik heb nooit de groepsleider willen zijn. De anderen schrijven gewoon minder. Frank heeft voor deze plaat twee nummers aangebracht en een daarvan vonden we goed. Als Geike morgen songs schrijft, dan is dat prima." Het feit dat jij alles schrijft, betekent ook dat je meer verdient dan de anderen.

Callier: "Ja, dat is wat ik daarnet zei: het komt toe aan wie het toekomt." Daartegenover staat een band als The Walkabouts. Hoewel alle nummers van Chris Eckman zijn, worden álle inkomsten netjes verdeeld over álle leden. Dat is naar verluidt de reden dat die groep, die commercieel weinig succesvol is, toch nog bestaat.

Callier: "Dat vind ik gevaarlijk. Je geeft iets weg waar iemand geen recht op heeft. Als er ooit ruzie is, komt dat als een boomerang terug. Wat ik geschreven heb, komt uit mijn hart en mijn hoofd. Ik kan daar geen afstand van doen." Een nummer wordt toch niet alleen op de radio gedraaid omdat jij het geschreven hebt, maar ook dankzij de groep die het speelt.

Callier: "Nu wordt het heel gevaarlijk. Ik wil er niet op ingaan, want, neen, laat maar." Heb ik een gevoelige snaar geraakt?

Callier: "Neen, maar ik zou andere mensen kunnen raken en dat wil ik niet. Ik bedoel... (na een lange aarzeling:) De plaat is door mij ingespeeld. Ik vind het vervelend om dat te zeggen, want dan lijk ik wel een enorme egotripper, maar ik heb de songs wel geschreven en gearrangeerd in mijn studio. Dankzij de nummers die ik geschreven heb, verdient de groep ook geld. Dat is een zaak van geven en nemen. Eigenlijk vind ik het niet erg om over de financiën te praten, alleen denk ik dat het bij veel mensen verkeerd zou overkomen. Kijk, nu maakt het misschien een verschil, maar als we morgen een miljoen platen verkopen, dan zal de rest van de groep steenrijk en ik hyperrijk zijn. Ik denk daar eigenlijk weinig over na. We hebben in het begin duidelijke afspraken gemaakt en daar houden we ons aan. Als op de volgende plaat de helft van de nummers bijvoorbeeld van Geike zijn, dan is dat zo, ik zal daar geen probleem mee hebben."

TORI AMOS - 'Smells Like Teen Spirit' (uit de ep Crucify, Atlantic, 1992)

Callier: (bij de piano-intro:) Dit zegt mij iets. (vanaf de zang:) Dinges, dat is Tori Amos' versie van Nirvana's 'Smells Like Teen Spirit'. Dit had ik al gehoord. Dit is zeer mooi." Was jij into grunge?

Callier: "Ik volgde die muziek al heel lang. Ik luisterde al naar Nirvana vanaf de eerste plaat. Het leuke gevolg van het commerciële succes van de tweede cd (Nevermind, nvdr) was de opheffing van die strikte scheiding tussen alternatief en pop. Veel mensen vonden dat echter een slechte evolutie, terwijl die muzikanten toch lang gewerkt en gevochten hebben om iets met hun muziek te bereiken." Kan Amos je bekoren?

Callier: "Niet alles, maar ze heeft mooie nummers. Bij voorkeur solo aan de piano. Het is een van de weinige zangeressen die haar stem kan laten overslaan zonder dat het irritant wordt. Sinéad O'Connor kan dat ook, maar voor de rest heb je al die klonen: de zangeres van de Cranberries, Alanis Morissette: verschrikkelijk irritant." De laatste nu, one for the road.

JEFF BUCKLEY - 'Hallelujah' (uit de ep Live from the Bataclan, Columbia, 1995)

Callier: (na enkele maten van de gitaarintro:) "Jeff Buckley, het meest fantastische nummer dat hij ooit heeft opgenomen. Een schitterende zanger. Ik heb dat vrijdag nog aan het einde van een fuif gedraaid. Gewoon ongelooflijk knap. Het is prachtig toch als alleen een gitaar en een stem je zo kunnen raken." (Na acht minuten in stilte luisteren:) Zo'n warm en uitbundig applaus waarmee deze opname eindigt, is dat de reden waarom je op een podium gaat staan?

Callier: "Frank en ik zijn eigenlijk de twee studiomensen van de groep, terwijl Geike en Raymond meer van concerten houden. Toeren is een saaie aangelegenheid, maar dat ene uur op het podium maakt toch alles goed, zeker als je een publiek voelt genieten. Het geeft een kick, het werkt zelfs verslavend. Zo voor vierduizend Amerikaanse grieten... (lacht en maakt zijn zin niet af) Hallelujah!"

Christophe Verbiest

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234