Maandag 23/09/2019

Welzijn

"De blikken, de roddels… Ik kon niet meer. Toen hebben sociale media mij erdoor gesleurd"

Beeld Timon Mattelaer

Vaak wordt gezegd dat sociale media ons depressief maken, maar wat als ze ook een sleutel zijn om depressies te bestrijden? Steeds meer jongeren gebruiken Twitter en co. als therapeut.

"Na een halfjaar pauze omwille van mentale problemen ga ik deze week eindelijk mijn studies hervatten en ik ben zo trots op mezelf OMG HYPED!" De tweet van de Antwerpse studente Annelies Wolfs (20) is intussen meer dan duizend keer geliket. 'Chapeau! Wees trots op jezelf! You go girl!', is maar een van de vele reacties. Jongeren delen ook hun eigen verhaal: "Ben acht maanden in opname geweest… ken jouw gevoel."

"Op mijn veertiende werd ik zwaar gepest", zegt Wolfs. "Een jaar later ben ik gecrasht. De blikken, de roddels... Ik kon ze niet meer aan. Ik werd depressief en ben twee keer opgenomen in de kinder- en jeugdpsychiatrie. De pesters gingen weg, maar de trauma's niet. Eind vorig jaar heb ik daarom even in een psychotherapeutisch centrum verbleven."

"Al die tijd ben ik sociale media blijven gebruiken. Ik heb kracht geput uit de tweets van anderen en ik merk dat jongeren nu hetzelfde hebben aan die van mij."

Wolfs is lang niet de enige. Op sociaalnetwerksites zoals Twitter, maar ook op Instagram en het minder bekende Ask.fm getuigen jongeren massaal over hun psychisch welzijn. "Na zeven zware, donkere maanden kan ik eindelijk (eindelijk!) weer een beetje het licht zien. Dat is zo'n fijn gevoel", tweet @TamaSutraaa.

@HannahMbrs schrijft: "Gisteren hadden mijn psycholoog en ik de slappe lach door een van de meest ongepaste mopjes die ik ooit heb gemaakt. Nooit stoppen met lachen, ook al is de wereld fucking kut."

"Ik moest beginnen sporten van de psychiater… nu ben ik depressief én doen mijn armen pijn", stuurt @kareldgr met een kleine knipoog de wereld in.

'Stranger on a train'

"Het is een tendens die ik vooral bij jongeren zie", zegt Mariek Vanden Abeele, docent communicatiewetenschappen aan de universiteit van Tilburg. "Ze zijn de 'supergebruikers' van sociale media, en in tegenstelling tot volwassenen hebben ze meestal geen professioneel netwerk te onderhouden of vinden ze het gewoon cool om extreem open te zijn. Daarom gebruiken jongeren de platformen vooral om hun gemoedstoestand te delen, ook als die extreem neerslachtig is."

Vanden Abeele ziet de trend vooral op 'open' sociaalnetwerksites zoals Twitter, Instagram en Ask.fm; in mindere mate op het ‘gesloten’ Facebook, want daar vertoeven vooral familieleden en vrienden. "In het jargon staat het bekend als het 'stranger on a train'-effect: mensen gaan gemakkelijker intieme zaken aan volstrekt vreemden toevertrouwen dan aan iemand die ze goed kennen", zegt ze. "Op sociale media is dat effect nog sterker, want je ziet 'de vreemde' niet. Zelfs als een familielid toevallig op je Twitter-profiel stoot, hindert dat je niet om dingen te delen. Je hebt het gevoel dat je je gevoelens aan de grote massa openbaart.”

"Daarnaast kun je alles wat je op sociale media post verregaand naar je hand zetten. Je kunt nadenken over wat je zegt en hoe je dat doet. Remmingen die je bij face-to-facegesprekken ervaart, vallen in onlineomgevingen weg."

Saskia Aerts, medewerker bij het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP), erkent de kracht van de anonimiteit: "Jongeren met psychische problemen zijn bang dat als ze naar vrienden stappen, zij op hun beurt ouders of leerkrachten gaan inlichten. Zeker bij mensen die suïcidaal zijn, speelt de vrees om te worden tegengehouden. Daarom delen ze hun gedachten vaak niet met de dichte omgeving en is het soms makkelijker om erover te tweeten."

Existentiële antwoorden

Gemiddeld een op de drie Belgen wordt in zijn leven geconfronteerd met een psychische stoornis. Volgens de Vlaamse Jeugdraad valt dat percentage bij jongeren nog hoger uit: maar liefst 38 procent zou met mentale welzijnsproblemen kampen. Suïcide is de meest voorkomende doodsoorzaak bij jongeren na verkeersongevallen. Slechts een derde van de jongeren met psychische problemen zoekt begeleiding, onder meer door de hoge kostprijs en omdat ze bang zijn om, zoals gezegd, uit de anonimiteit te treden.

Voor de wereldvermaarde Nederlandse psychiater Jim van Os (UMC Utrecht) is het belang van begeleiding evident, maar mogen we wat hij de 'publieke gezondheidssfeer' noemt niet onderschatten. "Als een derde van de Belgen doorheen zijn leven met psychische problemen kampt, dan hebben we het over een paar miljoen mensen. Voor de psychiatrie is het onmogelijk om die allemaal te behandelen. En wat gebeurt er met de mensen die effectief worden verzorgd? Ze krijgen een diagnose, vaak nog wat pilletjes en dat is het dan. Dat is te weinig, te mager. Mensen snakken niet naar medicatie, ze willen in de eerste plaats met hun neerslachtigheid leren omgaan."

"De publieke gezondheidssfeer – jij en ik, de hele bevolking – wordt steeds belangrijker om psychische klachten te kanaliseren. Ze manifesteert zich onder meer op sociale media. Bij de psycholoog kun je soms maar een halfuurtje, eens om de twee weken, terecht. Op sociaalnetwerksites kunnen problemen permanent worden uitgewisseld. Als jouw lijden meevibreert met dat van een lotgenoot op Twitter, werkt die verbinding helend. Niet dat de symptomen weggaan, maar je krijgt wel perspectief. Het is het befaamde healingaspect, dat we ook in de oncologie zien. Kankerpatiënten hebben niet enkel nood aan genezing, ze willen ook een antwoord op de existentiële vraag: hoe krijg ik dit zware leven nog geleefd? Pillen zorgen daar niet voor, wel die 'public health'."

Volgens Van Os "gaan er nu miljarden naar de ziektezorg, maar moet een fractie van dat geld naar het ondersteunen van die publieke gezondheidssfeer". "Bevolk sociale media met hulpverleners, die authentiek, vanuit eigen ervaringen, met jongeren praten die zich niet goed in hun vel voelen", zegt de psychiater. "Identificeer hen en speel in op hun noden. De psychiatrie moet veel meer inzetten op het bevorderen van weerbaarheid over tijd, dan op louter symptoombestrijding."

Overmatig gebruik van sociale media verhoogt de kans op depressies bij jongeren. Dat werd in 2016 aangetoond door een studie van de universiteit van Pennsylvania bij 1.787 jongeren, al moest hoofdonderzoeker Lui yi Lin er toen aan toevoegen dat "het ook kan zijn dat mensen die al depressief zijn, vaker op sociale media te vinden zijn om hun leegte op te vullen".

Die hypothese van Lui zou weleens kunnen kloppen, wat betekent dat de klaagzang over sociale media moet worden geüpdatet: ja, overmatig gebruik van sociale media maakt ons misschien depressief, maar wat als de platformen ook een sleutel zijn om depressies te bestrijden?

Andere studies hebben daar in het verleden al op gealludeerd. Zo heeft softwarebedrijf Microsoft met succes een onderzoeksproject op poten gezet waar sociale media werden gescreend op bepaalde trefwoorden om zo problematische, suïcidale gevallen te voorspellen en hen aan begeleiding te helpen.

Van Os: "Met sociale media an sich is er niets mis. Waar het om draait, is goed gebruik. Sport is ook goed, maar als je het uitzinnig doet, krijg je allerlei blessures. Zo kunnen eetstoornispatiënten elkaar aanmoedigen om opnieuw een gezond gewicht te vinden, maar als de aanmoedigingen verhongeren dreigen hip te maken, loopt het uit de hand. We moeten kijken wat goed gebruik van sociale media is en hoe kunnen we het inzetten om de psychiatrie te versterken."

Eva Daeleman

De openheid over hun psychisch welzijn die jongeren nu op Twitter en co. etaleren, kwam niet uit de lucht vallen. Ze is te danken aan een tijdsgeest die zich wil afzetten tegen het perfecte plaatje. "Pakweg vijf jaar geleden was dat streven naar de perfecte voorstelling op sociale media nog in zwang, maar mensen zijn zich daartegen gaan verzetten", zegt data-analist Bart Vanhaelewyn, verbonden aan de Digimeter, een onderzoek naar het mediagebruik van de Vlamingen. "Mensen voelen zich niet altijd even goed, lopen verloren in de ratrace en willen daarvoor uitkomen. Rolmodellen als Eva Daeleman hebben het pad geëffend."

In 2015 ging een Facebook-bericht van de ex-radiopresentatrice viraal: "Onstopbaar, ontembaar en steeds vol energie was ik. Dacht ik te zijn. Tot midden september het licht uitging. De batterij is platter dan plat."

Eva Daeleman. Beeld Joris Casaer

Nog in eigen land waren er de voorbije maanden getuigenissen van zangeres Selah Sue over haar depressie, en van schrijfster Fleur van Groningen over haar hoogsensitiviteit en zelfmoordpoging. Internationaal hebben beroemdheden als Kendall Jenner, Emma Stone en Lady Gaga getuigd over hun strijd tegen hun donkerste zielsroerselen. Jongeren worden geïnspireerd en halen steun uit de onthullingen van zulke rolmodellen, zo leert een bevraging van de Vlaamse Jeugdraad. "Je ziet mensen die sociale media gebruiken om sociale verandering te bewerkstelligen", zegt communicatiewetenschapper Mariek Van den Abeele. "Bij #MeToo was dat het meest zichtbaar. Jongeren die vrijuit getuigen, putten kracht uit in de wetenschap dat ze bijdragen tot het doorbreken van het taboe. Er komt een soort copycatgedrag op gang zoals bij #MeToo, en meer recent met #elklijfeenschoonlijf, want als iemand anders iets openbaart, wordt de drempel voor de rest lager."

0 likes

Allemaal goed en wel, maar wat als na de openbaring een stroom van negatieve reacties volgt? "Natuurlijk zijn er mensen die zielige commentaar geven. 'Stel u niet aan, aandachtshoer', klinkt het dan", zegt 'Twitter-onthuller' Annelies Wolfs. "Vroeger zou ik daar kapot van zijn, nu staat ik veerkrachtiger in het leven."

Annelies Wolfs. Beeld Wouter Van Vooren

Vanden Abeele: "Ik weet niet of oproepen tot meer begrip voor psychisch welzijn een boodschap is die veel controverse opwekt. Natuurlijk heb je de klassieke trollen op sociale media, maar die zijn eerder marginaal. Ik denk dat de winsten groter zijn dan de risico's bij onthullingen als deze."

Het gevaar bestaat er niet in om negatieve commentaar te krijgen, eerder geen commentaar. Onthullen dat je je beter voelt en dan genegeerd worden, nul likes vergaren. "Ik zag een artikel passeren van een vrouw met kanker. Ze was een crowdfundingactie gestart om haar behandelingen te sponsoren, en ze getuigde dat bijna geen van haar vrienden iets had bijgedragen. Dat is de ultieme nachtmerrie. Dat je je heel kwetsbaar opstelt, iets intiems onthult, en er dan geen reactie op komt."

"Alles is beter dan negeren", zegt Saskia Aerts van het suïcidepreventiecentrum VLESP. "Als je zulke onthullingen ziet passeren in je tijdlijn, doe de moeite om eens te vragen hoe het gaat. Als het ernstig lijkt, contacteer de hulpdiensten of een familielid. Doe dat wel in laatste instantie, want het is belangrijk dat personen met psychische problemen altijd het gevoel hebben dat de beslissingsmacht bij hen ligt."

Met duizend likes kan Annelies Wolfs niet over haar post klagen, maar ze blijft sociale media ook relativeren. "Ik kijk er nog steeds heel dubbel naar. Het is niet de echte wereld. Wees maar eens een 16-jarige die op zijn kamer door Instagram scrollt en het gevoel heeft dat iedereen aan het uitgaan is, terwijl jij, 'wereldvreemd' als je bent, gewoon op je kamer naar een serie kijkt."

"Via sociale media wil ik mijn steentje bijdragen om het taboe rond psychisch welzijn te doorbreken, maar op het einde van de dag ben ik blij dat ik nog wekelijks een psycholoog zie. Een depressie kom je niet te boven met enkel Twitter als therapeut."

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op zelfmoord1813.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234