Maandag 30/11/2020

De blauwe lijn

Mijn mental coach Nathan komt plots met een verrassing. Hij geeft ze me als we op donderdagavond in de bar van het hotel zitten te vergaderen - met muntthee - over de komende dagen. Of ik dit wil aandoen tijdens de marathon, vraagt hij. Hij geeft het shirtje dat hij droeg als atleet tijdens de Olympische Spelen van Sydney in 2000.

Het is een echt officieel singletje van het Belgian Olympic Team. Rood is de hoofdkleur met zwarte en gele strepen en er staat in witte letters BELGIUM op. Of ik dit wil aandoen tijdens de marathon?

"Je wilt er vannacht al in slapen zo te zien", lacht Nathan als hij mijn glinsterende ogen ziet.

Ik mag mijn eerste marathon lopen volgens het olympisch parcours in dé stad van de Olympische Spelen en dan nog in een officieel olympisch shirt, gedragen door niemand minder dan Nathan Kahan. Dat vind ik in elk geval een enorme eer.

Ervaren marathonlopers zullen het me afraden om net voor de wedstrijd nog van kledij te veranderen. Het kan immers ongemakkelijk zitten en de huid openschaven, maar daar wil ik nu geen rekening mee houden, zo trots ben ik op het shirt.

De volgende ochtend heb ik het al aan bij het ontbijt, want erna gaan we een beetje loslopen in het park achter het parlement. Het parlement waar de bekende 'evzones' - de wachters in hun typische kledij van korte kilts en pompomschoenen - het graf van de onbekende soldaat bewaken.

Daarachter ligt ook de finish van de marathon.

Het witte marmer van het Panathinaikostadion glinstert zachtjes in de flauwe winterzon. Al in de vierde eeuw voor Christus werden hier atletiekwedstrijden gehouden. En nu zondag zullen in de getrouwe replica van dat stadion de atleten van de marathon aankomen. En ik hopelijk ook. Enfin, ik heb de finish nu toch al gezien. Het is een indrukwekkend decor. Het ovaal van de piste, half omringd door het strakke marmer met in de nok de olympische ringen. Het is zo'n plek waar je de geschiedenis hoort ademen.

Hopelijk zit het hier zondag nog vol juichende toeschouwers - er zijn 70.000 zitplaatsen - als ik binnenkom. Het lijkt me nogal zielig als je over de finish gaat terwijl enkel nog een verveelde straatveger de lege bekertjes bijeen aan het keren is.

De Akropolis kijkt van op zijn heuvel neer op het stadion. Van op die plek ziet de godentempel er maar kleintjes uit. Als dat alles is wat de goden in petto hebben?

Er staat een woeste noorderwind op de velden bij Marathon. Ingedoken in onze kledij blauwbekken we ons een weg naar het stadion van Marathon. Hier is de start van de race. Hier zullen zondagochtend zo'n 3.000 atleten zich opwarmen bij een temperatuur van 5 graden.

Het is een nogal desolate plek. Wat overblijft van de spelen uit 2004 is een trap die leidt naar een schaal waar twee jaar terug de olympische vlam brandde. Nu is de gaspijp naar de schaal verdwenen en in de schaal zelf staat een plasje water. Het olympische vuur is een vogelbadje geworden.

Lampen aan de gebouwen zijn kapot en overal ligt zwerfvuil. Ook de piste zelf is niet meer in goede staat en de wind heeft vrij spel. Zoveel wind dat we amper onze sigaret aankrijgen.

Van hieruit vertrekt op het asfalt ook een blauwe lijn. Wat de goudgele weg was voor Dorothy in The Wizard of Oz, moet de blauwe lijn voor mij worden. Het is de draad van Ariadne die de atleten naar het Panathinaikostadion moet brengen. Het is dezelfde blauwe lijn die in 2004 getrokken werd voor de Spelen. Ze is een beetje verbleekt, soms is ze verdwenen onder nieuw asfalt maar dan duikt ze weer op. Destijds is ze in elk geval getrokken door een niet bijster nuchter iemand, want af en toe maakt ze wat kronkels.

Met de 42 km verder-van hebben we de blauwe lijn gisteren al eens gevolgd.

Paul, mijn trainer, zit aan het stuur met Wim, mijn bondscoach, ernaast, en ik erachter. De twee vooraan geven mekaar soms bedenkelijke blikken als we het parcours volgen.

"He daar, een winkel van GAP", zeg ik.

"Concentreer je op de blauwe lijn, Wilfried", klinkt het.

Het parcours van deze historische en heroïsche marathon kun je nog het best omschrijven als 42 kilometer Boomse Steenweg. 42 kilometer meubelboulevard, afgelijnd met winkels en winkeltjes, af en toe onderbroken door stukken natuur als er geklommen wordt. En er zal worden geklommen.

De eerste tien kilometer zijn vlak. Vanaf het kustdorpje Néa Makri slingert de blauwe lijn naar boven. Gelijkmatig, soms met een vlak stuk, maar ontegensprekelijk naar boven. Als we door de achterruit kijken, kijken we naar omlaag. Er zitten nijdige stukken tussen. Hellingen waarvoor je bij een rood licht de handrem moet opspannen. Net zoals de spieren dat zullen doen.

Na 32 kilometer moet we nog een brug onder, een tunneltje. In het reglement staat uitdrukkelijk dat we de Katehakibrug onderdoor moeten.

"Dat is smerig", zegt de bondscoach. "Gewoonweg smerig om nu nog een tunnel op het parcours te voorzien."

Vanaf dan begint het gelukkig te dalen. En zelfs nu al in de 42 km verder-van kan ik het gejuich vanuit het stadion al horen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234