Donderdag 05/12/2019

De Bill Gates van de zestiende eeuw

Nog nooit van Hieronymus Cock gehoord? Normaal: de man werkte meestal achter de schermen. Hij was wel dé artistiek entrepreneur van de 16de eeuw, die de beste kunstenaars samenbracht om verbluffende prenten uit te geven. Museum M Leuven geeft Cock een overtuigend eerbetoon. Eric Rinckhout

Hieronymus Cock. De renaissance in prent, tot 9 juni in Museum M, Leuven. www.mleuven.be

Hieronymus Cock (1518-1570) neemt in 1551 een vliegende start als hij een reeks van vierentwintig sfeervolle etsen met de ruïnes van Rome uitgeeft. In die tijd was de belangstelling voor de herontdekte Romeinse oudheid groot. "Die reeks prenten moet een schok hebben veroorzaakt", zegt Jan Van der Stock, hoogleraar kunstgeschiedenis KU Leuven en cocurator van de tentoonstelling. "Dit had men in het Noorden nog niet gezien."

Of Cock zelf in Italië is geweest, is nog altijd onduidelijk: harde bewijzen zijn voorlopig niet gevonden. Misschien liet hij zich inspireren door andere kunstenaars. Maar Cock, die uit een schildersfamilie stamde, maakte de Romeinse etsen wel zelf en verfraaide de werkelijkheid niet. "Hij gaf de ruïnes weer zoals ze toen waren: in verval", zegt Van der Stock. Die prenten kenden een ongelooflijk succes in heel West-Europa. "Ze kwamen ook in Italië terecht, waar een schilder als Veronese ze onder ogen kreeg. Ook Giorgio Vasari, de grote kunsthistoricus en biograaf, kende Hieronymus Cock."

Het is het begin van een onwaarschijnlijk succesverhaal. In 1548 had Hieronymus Cock samen met zijn echtgenote Volcxken Diericx het uitgevershuis De Vier Winden opgericht. Ze vestigden zich op de hoek van de Sint-Katelijnevest en de Lange Nieuwstraat in Antwerpen, op dat moment dé handels- en artistieke metropool van Noordwest-Europa. Samen met boekdrukker Christoffel Plantijn zorgde Cock ervoor dat Antwerpen ook uitgroeide tot het belangrijkste uitgeverscentrum van Europa.

Netwerken

Hieronymus Cock nam een businessmodel over dat toen in Italië al een tijdje in zwang was, maar hij professionaliseerde en perfectioneerde het. Hij trok, samen met zijn opmerkelijke echtgenote, die een even groot commercieel talent had, de beste kunstenaars en ambachtslieden uit Europa aan en verdeelde de arbeid onder hen. Cock zocht naar kunstenaars die voor tekeningen en ontwerpen zorgen: zo ontdekte hij de jonge Pieter Bruegel. Vervolgens trok hij de beste graveurs aan, zoals de Italiaan Giorgio Ghisi uit Mantua, die zich in Antwerpen vestigde en een model werd voor generaties graveurs na hem. (Tussen haakjes: de opleiding tot graveur was lang en moeilijk. Bij het graveren wordt met een burijn in een koperplaat gesneden. Dat is helemaal anders dan etsen, waarbij men op een geprepareerde koperplaat tekent, waarna die plaat met zuur ingebeten wordt.)

Cock werkte voorts samen met de beste drukkers om de hoogste kwaliteit te bereiken, en dan was er de winkel in Antwerpen, die Volcxken uitbaatte, en het wijdvertakte internationale netwerk van Cock. De lokale markt was gretig en Cock speelde voortreffelijk in op de smaak van het moment. Maar zijn hoogstaande producten waren duur en moesten ook hun weg vinden naar gefortuneerde klanten in en buiten Europa. Cock was dus financier, organisator, man met smaak en spin in het web.

"De prenten van De Vier Winden werden verspreid tot in Mexico en Scandinavië", vertelt co-curator Joris Van Grieken, conservator Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. "Kastelen uit het elizabethaanse Engeland waren geïnspireerd op de prenten van Cock." Via zijn prenten verspreidde Cock immers nieuwe ideeën en een nieuwe vormentaal, onder meer gebaseerd op ontwerpen van Hans Vredeman de Vries. "Hij mikte ook op diverse deelpublieken met genres als portret, landkaart, stadsgezicht, landschap, en moraliserende, mythologische en religieuze taferelen."

Het bedrijf legde Cock en zijn vrouw geen windeieren: ze oogstten internationale roem en werden schatrijk. "Hij was zowat de Bill Gates van zijn tijd", zegt Jan Van der Stock. "Gefortuneerd door de nieuwste technologische ontwikkelingen." Want de prentkunst was toentertijd, samen met de boekdrukkunst, niets minder dan revolutionair: het kunstwerk werd technisch reproduceerbaar, relatief goedkoop (in vergelijking met het 'unieke' schilderij) en gemakkelijk verspreidbaar. Een prent kon gedrukt worden in een oplage van zo'n tweeduizend exemplaren. Vergelijk het met de doorbraak van fotografie, email en internet: kennis en beeld konden plots relatief eenvoudig uitgewisseld worden.

Verbluffende staalkaart

Voor het eerst in 25 jaar wordt nu aan Hieronymus Cock en zijn uitgeversbedrijf een expositie gewijd. "We zetten geen kunstenaar in het zonnetje", zegt Van der Stock, "maar een artistiek ondernemer met een gediversifieerd fonds, waarin de beste kunstenaars zaten." "De laatste jaren is er veel onderzoek naar Cock verricht en zijn er nieuwe ontdekkingen gedaan", vult Van Grieken aan. "De Koninklijke Bibliotheek KB in Brussel heeft haar Cockcollectie systematisch uitgebreid, ontsloten en gerestaureerd." Voor dit project hebben KB, Fondation Custodia - Collection Frits Lugt in Parijs en KU Leuven de handen in elkaar geslagen. "We hebben de beste drukken uitgekozen om het genie van Hieronymus Cock helemaal tot zijn recht te laten komen", vertelt Van Grieken.

In museum M is een verbluffende staalkaart te zien: tweehonderd tekeningen, gravures en etsen, het neusje van de zalm in onberispelijke, contrastrijke drukken. Het is zeer veel, en prenten kijken vereist concentratie. De toeschouwer moet dus keuzes maken, maar zelfs de hoogtepunten nemen gemakkelijk twee uur in beslag.

Het begint met een prachtig stadsplan van Antwerpen uit 1557, geëtst door Cock zelf. Ronduit verbluffend zijn de monumentale gravures door de broers Van Doetecum van de Thermen van Diocletianus in Rome: een pure parel, een meesterwerk van graveerkunst, dat zelden of nooit getoond werd. De prenten komen uit de Londense Royal Academy.

En zo gaat het door: prenten gegraveerd door Giorgio Ghisi naar werk van Bronzino en Rafaël (De school der filosofen in het Vaticaan), de Werken van Hercules (Cornelis Cort naar tekeningen van Frans Floris), zes imposante jachttaferelen naar Stradanus en een ingekleurde fries van elf meter lang, die de rouwstoet van Karel V in 1558 voorstelt - een samenwerking tussen Hieronymus Cock en Christoffel Plantijn - en de zeven deugden en hoofdzonden van graveur Philips Galle naar het werk van Pieter Bruegel, plus vier voortekeningen van Bruegel zelf.

De laatste zaal bevat de climax: alle grote Alpenlandschappen van Bruegel zijn er verenigd - wat een weelde! Ze zullen de landschapskunst ingrijpend veranderen. Ze worden aangevuld met De hazenjacht, een snelle tekening en een ragfijne, eigenhandige ets van Pieter Bruegel uit 1560.

Bij zo'n hoogstaande tentoonstelling - hommage en blikopener tegelijk - hoort een standaardwerk, uitgegeven door Mercatorfonds. "Ook voor het boek wilden we de hoogste kwaliteit", zegt Jan Van der Stock. "De vormgever is Gert Dooreman. Dat waren we toch aan Hieronymus Cock verschuldigd."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234