Woensdag 27/01/2021

De bezige levens van Ted Turner en Rupert Murdoch

Mediamagnaten

met een missie

Mediamagnaten die met kranten, televisie en internet geld en macht verwerven, spreken altijd al tot de verbeelding. Rupert Murdoch bijvoorbeeld. Of Ted Turner. Over die twee zeventigers, die ons zowel de strafste tabloids als de betere kwaliteitsbladen, zowel de eerste non-stopnieuwszender als het sociale netwerk MySpace brachten, zijn nu twee boeken uit. Hans Muys

Persbaronnen werden ze vroeger genoemd, de zakenmensen die schatrijk en invloedrijk werden door de kranten die zij uitgaven. William Randolph Hearst bijvoorbeeld. Of Lord Beaverbrook. Mediamagnaten heten ze nu, de cross platform owners die in de geglobaliseerde wereld heersen. De (ex-)rivalen Ted Turner en Rupert Murdoch bijvoorbeeld, over wie een boek is verschenen.

Turner noemde zijn autobiografie Zeg maar Ted en zet daarmee zijn imago als vlotte good old southern boy nog eens in de verf. De New Yorkse mediajournalist Michael Wolff mocht een tipje oplichten van de sluier waarin Murdoch zich al decennialang hult en noemde zijn boek The Man Who Owns the News, een ronkende maar niet overdreven beschrijving van een erg gewoontjes overkomende man.

Big Digger

Gewoontjes en volgens Wolff gespeend van hybris, ondanks zijn successen en zijn afkomst. Want Rupert Murdoch werd geboren als zoon van de Australische oorlogsheld en krantenuitgever Sir Keith Murdoch en erfde van hem op zijn 22ste al de Adelaide News. Nooit van gehoord? Logisch, maar die kleine krant werd wel het eerste steentje in het mediarijk dat Rupert Murdoch in de halve eeuw die volgde zou uitbouwen.

Eerst in zijn geboorteland, waar hij een reeks lokale kranten overneemt en 's lands eerste nationale dagblad, The Australian, sticht. Een goed begin, maar wat doen ambitieuze Australiërs in de jaren zestig als ze thuis hun limiet hebben bereikt? Ze trekken naar Engeland. Zo ook Murdoch, die daar de News of the World koopt en de zwalpende Daily Herald, doopt die om tot The Sun en maakt er, met behulp van de roemruchte, rondborstige 'page 3 girls' de grootste krant van het land van.

Om te tonen dat hij ook upmarket zijn mannetje kan staan, neemt hij daarenboven de prestigieuze maar noodlijdende Times en zijn zondagse versie over. Aan het einde van de sixties is Rupert Murdoch daarmee de even omstreden als onbetwiste 'Big Digger' in Fleet Street - waar zijn kranten trouwens wegtrekken in een gigantisch duel met de vakbonden. Murdoch wint. Zoals meestal.

En wat doet iemand die in Engeland nog maar weinig te bewijzen heeft? Hij vliegt de Atlantische Oceaan over en gaat in een grotere markt op zoek naar grotere uitdagingen. Ook in Amerika begint hij onopvallend, want dat hij de San Antonio Express-News overneemt, zal Amerikaanse persbaronnen geen slaap hebben gekost. Dat verandert wanneer de Australiër in 1976 The New York Post overkoopt. Gevolgd door New York Magazine. Door de Village Voice. Door een lange reeks andere kranten en tijdschriften. Met als kers op de taart de overname, in 2007, van de firma Dow Jones, die we hier de voorbije maanden leerden kennen als bron van de dalende aandelenindex, maar die voor Murdoch vooral interessant is als uitgever van de gezaghebbende kwaliteitskrant The Wall Street Journal.

Murdoch is van huis uit een krantenman in hart en nieren, die zelf genoten zal hebben van 'klassieke' krantenkoppen zoals 'Gotcha' in The Sun (na het tot zinken brengen van een Argentijns oorlogsschip tijdens de Falklandoorlog) en 'Headless Body in Topless Bar' (The NY Post over een moord in New York).

Maar hij heeft toch al snel door dat de drukpers het steeds moeilijker krijgt door de opkomst van televisie en later het internet. En Rupert zou Rupert niet zijn als hij die groeimarkten niet links zou laten liggen.

Na een uitstapje naar Hollywood, waar hij filmmaatschappij 20th Century Fox koopt, start hij het Fox televisienetwerk, dat intussen ondanks of misschien dankzij de genadeloze, gekleurde en ultraconservatieve berichtgeving is uitgegroeid tot het belangrijkste kabelnet in Amerika. Ook in Engeland stapt hij op de kabelmarkt. Zijn Sky kent een moeizame start, maar is nu als BskyB een succes - in tegenstelling tot wat Wolff schrijft met een heel wat beschaafdere aanpak dan Fox. Dat Manchester United vorig jaar de Champions League won, is mede te danken aan de peperdure voetbalcontracten van Sky. O ja, om te tonen dat je ook na je zeventigste nog helemaal mee kunt zijn, nam Murdochs News Corporation tussen neus en lippen door ook het sociale webnet MySpace over.

Op naar 'The New York Times'

Indrukwekkend, maar wie denkt dat Murdoch naast Sir Keith ook koning Midas tot zijn voorvaderen mag rekenen, heeft ongelijk, want totaal foutloos is zijn parcours niet. Kijk maar naar de verliezen die The New York Post en The Times maakten. En voor de status die The Wall Street Journal hem bezorgt, betaalde hij wel een heel hoge prijs. Maar de kranten en zenders die wél succesvol waren, zoals de bijzonder rendabele Sun, zorgden toch voor meer dan genoeg inkomsten om News Corp. verder te doen groeien.

Niet als gevolg van een grote globale strategie. Wel door handig gebruik te maken van wat managers 'opportuniteiten' noemen. Zo begreep hij dat 'je niet kunt slagen zonder politieke invloed' en dat je die niet moet zoeken bij het (gehate) establishment maar bij veelbelovende nieuwelingen. Ed Koch bijvoorbeeld, die met steun van de Post burgemeester van New York werd. Of Maggie Thatcher en Tony Blair, die in de gunst stonden van The Sun.

Ook zag hij al vroeg in dat je in de mediawereld globaal moest denken en ontdekte hij hoe makkelijk het (in die dagen) was bankleningen te krijgen voor overnames. Dat leverde News Corp. eind jaren tachtig een schuldenlast op van 7,6 miljard dollar, maar so what? Intussen kennen we het antwoord op die vraag en heeft ook Murdoch dat aan den lijve ondervonden, want zijn eigen fortuin zal door de crisis zeker geen 8,6 miljard dollar meer bedragen.

Michael Wolff heeft dus geen 'rationele verklaring' voor de dominante positie van de intussen om zakelijke redenen tot Amerikaan genaturaliseerde Aussie in de mediawereld, en dat is begrijpelijk. Erger is dat hij de ondertitel van zijn boek: Inside the Secret World of Rupert Murdoch niet waarmaakt. Want ondanks de vele uren die hij (hoogst uitzonderlijk) met Murdoch mocht doorbrengen, komen we weinig te weten over die persoon en zijn wereld.

We leren dat de verlegen en gesloten Murdoch "begint te mompelen en te prevelen wanneer hij over zichzelf moet praten". Dat "plezier voor hem geen prioriteit is". En dat we hier te maken hebben met een keiharde, soms ronduit wrede workaholic die nooit aan zichzelf twijfelt, dat kun je op grond van zo'n loopbaan al vermoeden. Dat Murdoch een 'marcelleke' draagt onder zijn overhemd, last heeft van extreme stemmingswisselingen, veel pillen slikt en daardoor slecht tegen alcohol kan: best leuk om te weten, maar als resultaat van al die interviews - waaruit vreemd genoeg maar zelden een echt citaat komt - toch erg mager.

En door zijn irritante, zeer New Yorkse neiging om Manhattan als de navel van de wereld te beschouwen, besteedt Wolff overdreven veel ruimte aan de rode draad in dit boek: Murdochs overname van de (New Yorkse) Wall Street Journal - al is zijn hypothese dat deze transactie de aanloop kan zijn voor een aanval op het ultieme doelwit, Sulzbergers The New York Times, wél intrigerend.

Dat geldt ook voor de metamorfose die Wolff de laatste tijd in Murdoch meent te bespeuren en die hij toeschrijft aan diens derde echtgenote, de bijna veertig jaar jongere Chinese Wendi Deng. Door haar zou het komen dat Murdoch de laatste tijd Guccipakken draagt en 44 miljoen dollar neertelde voor het duurste appartement in Manhattan - ondanks de 'kapotte muren en een gat in de vloer' waarover de wel spraakzame Wendi tegen de auteur klaagt.

Ook politiek is Rupert Murdoch volgens Wolff een ander mens geworden. Hij blijft natuurlijk een overtuigd gelover in de vrije markt. Maar hij is niet langer de man die wilde dat premier Thatcher met haar kernwapens zou dreigen om de Chinezen uit Hongkong te houden. Logisch, want Murdoch is nu zelf actief in China en dat heeft, behalve met Wendi, vooral te maken met de gigantische omvang van die markt. Want wat doet iemand die in Amerika niks meer te bewijzen heeft? Juist ja.

Toen Wolff hem dit najaar vroeg op wie hij in november moest stemmen, aarzelde Murdoch even en zei toen (eindelijk een citaat) "Op Obama". Om daar meteen aan toe te voegen: "want hij verkoopt meer kranten". En daarenboven vond de 77-jarige magnaat John McCain "zo oud". Murdoch zelf lijkt, na prostaatkanker te hebben overleefd, vast van plan het voorbeeld te volgen van zijn 99-jarige moeder Lady Elisabeth. Maar als hij verdwijnt, is de toekomst van het Murdochrijk volgens Wolff hoogst onzeker.

News Corp. is namelijk een conglomeraat dat valt of staat met één grote baas, die zich altijd heeft omringd met jaknikkers, die wil dat de firma in handen blijft van de familie maar die nog geen echte opvolger heeft aangeduid. Zoon James is momenteel favoriet, maar er zijn kapers op de kust: drie volwassen kinderen uit Murdochs eerste twee huwelijken. En Wendi heeft ook voor twee Murdochjes gezorgd. Geen wonder dat die kinderen "in het koude zweet piekeren over hun plaats in de wereld van de Murdochs".

Baseball en zeilen

De vijf kinderen van Ted Turner hebben dat soort kopzorgen niet, omdat zijn dagen als eigenaar van een mediarijk definitief voorbij zijn. Dagen die bescheiden begonnen toen hij in 1963 na de zelfmoord van zijn labiele, lastige, vaak dronken vader diens reclamebordenbedrijf ging leiden.

Ted, toen pas 24, besefte al snel dat de vraag naar straatadvertenties bedreigd werd, vooral dan door televisie. Met kranten liet hij zich nooit in, wel kocht hij eerst enkele radiozenders en twee lokale tv-stations. En had hij de visie om te voorzien dat kabeltelevisie de antennes zou verdringen en dat de komst van communicatiesatellieten het mogelijk maakte om landelijk te gaan werken. In die eerste jaren moest hij, om rond te komen, weliswaar vaak niet-afgestempelde postzegels van brieven weken en zelf gebruiken om rond te komen, maar al snel maakte hij winst.

Terwijl Turner Broadcasting groeide, vond de grote baas nog de tijd om de slecht presterende baseballploeg de Atlanta Braves te kopen (die onder zijn leiding zelfs de hoofdprijs, de World Series zou winnen) en heel veel energie te steken in de zeilsport. Dat dit misschien wel zijn grootste passie was, blijkt uit de gedetailleerde beschrijving van zijn successen in belangrijke wedstrijden als de America's Cup en de Fastnetrace.

Maar de hyperactieve Turner bleef intussen dromen van een tv-zender die via de kabel 24 uur per dag nieuws zou brengen. De smalende reacties in mediakringen verstomden al snel nadat zijn Cable New Network in 1980 van start was gegaan. Goed tien jaar later vernederde CNN de grote en arrogante concurrenten met de historische beelden van de eerste Golfoorlog. "Mijn grootste zakelijke succes", noemt Turner die periode. En toen hij eind 1991 door Time tot Man van het Jaar werd verkozen, stelde hij tevreden vast "een lange weg te hebben afgelegd sinds het billboardbedrijf in het zuiden", om daar meteen aan toe te voegen dat hij "zijn einddoel nog niet had bereikt".

Om een echte grote speler te worden wilde Turner zijn kabelnetwerk namelijk koppelen aan een omroepnetwerk. Zijn toenaderingspogingen tot de grote drie leverden echter niets op en ook de 'troostprijs', de overname van filmstudio MGM, werd een flop waaraan hij naast een filmotheek (voor zender TCM) ook een schuld van 2 miljard dollar overhield.

La Fonda

Uiteindelijk kwam de grote fusie er dan toch, met mediareus Time Warner, maar de vreugde van vicevoorzitter Turner was van korte duur. Time Warner wilde zich in de wereld van de nieuwe media storten, fusioneerde met internetbedrijf AOL en dat liep verkeerd af, zowel voor de fusiepartners als voor Ted Turner, die buiten de fusie werd gehouden en in zijn annus horribilis 2000 zelfs op een zijspoor werd gezet. En dat kort na het einde van zijn "tien fantastische jaren" met derde vrouw Jane Fonda.

"Ik hield ontzettend veel van Jane en dat doe ik tot de dag van vandaag", schrijft hij acht jaar later, maar over de reden voor de breuk blijft hij vaag. Zoals hij in Zeg maar Ted wel vaker terughoudend is. Over zijn loopbaan vertelt Turner veel. Over de zeilsport en over baseball ook. Maar als zijn privéleven aan bod komt, merk je dat hij "weinig stilstaat bij het verleden of bij mijzelf". Dat wordt pijnlijk duidelijk uit het onderkoelde grafschrift voor zijn vader en 'beste vriend': "Natuurlijk deed het pijn dat ik de voortekens van deze tragedie niet heb gezien, maar ik heb geprobeerd die gevoelens los te laten."

En hoewel hij al zijn vrouwen en vriendinnen (van wie de voornaam onveranderlijk met een 'J' begint) aan bod laat komen, gebeurt ook dat meestal afstandelijk - behalve dan bij La Fonda, wat echter niet belette dat hij na haar vertrek al snel elders troost vond. Moest wel, want "ik heb altijd geworsteld met monogamie", schrijft hij, om in één adem te verzekeren dat hij "altijd heeft geprobeerd een goed mens te zijn". En inderdaad, zijn filantropische activiteiten, via zijn Turner Foundation en zijn UN Fund, zijn indrukwekkend. En hij raakte ook al vroeg bezorgd over problemen als de bevolkingsaanwas, de opwarming van de aarde en de spreiding van kernwapens.

Rivaliteit

Toch ligt de kracht van dit boek minder in wat Ted Turner zelf onthult, dan in de korte maar vaak veelzeggende vignetjes van schoolvrienden, zakenpartners, rivalen en politici, van de zwarte vertrouwens- en klusjesman Jimmy Brown tot Bill Gates. En het is Jane Fonda die ons de onthullendste blik gunt op haar door zijn jeugd getormenteerde ex wanneer ze schrijft dat het "moeilijk is voor hem om zich open te stellen voor andere mensen of anderen volledig als mens te leren kennen" en dat "de eigenschappen waardoor bepaalde mensen absolute toppers worden precies tegenovergesteld zijn aan de eigenschappen waardoor ze succesvolle relaties zouden kunnen hebben".

Door dat soort analyses krijgen we toch een scherper beeld van de extraverte Gejaagd door de wind-fan Turner dan van de man met wie hij, toen Fox de kabelmarkt bestormde, een bittere strijd uitvocht. Ook daarover is Turner opener dan Murdoch. In The Man Who Ruled the News wordt Turner één keer genoemd - in een kort en laatdunkend citaat. Ted van zijn kant spuwt bladzijdenlang zijn gal met uitspraken als "ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn afkeer van Murdochs zakelijke praktijken en de slechte journalistieke normen van zijn kranten".

Dat Rupert Murdoch het zakelijke duel heeft gewonnen, staat wel vast. Maar even duidelijk is dat voor Ted Turner plezier wel degelijk een van de prioriteiten is. Kijk maar naar zijn sportsuccessen, zijn goede werken, zijn vriendschap met prominenten als Gorbatsjov, Castro, Kofi Annan en Jimmy Carter, zijn 40.000 bizons, zijn vele ranches - 800.000 hectare in totaal, wat hem tot de grootste particuliere grondbezitter in de States maakt. En tien jaar met Jane Fonda, dat is natuurlijk ook niet niks.

De strijdbijl tussen de twee magnaten werd intussen trouwens begraven. Op initiatief natuurlijk van Turner, die Murdoch als beloning voor diens belofte zijn News Corp. milieuvriendelijk(er) te maken, ruim een jaar geleden uitnodigde voor een etentje. In één van de 50 vestigingen van zijn eigen Ted's Montana Grill, een nieuwe hobby die hij opstartte na het traumatische jaar 2000. Op het menu: bizonvlees, volgens restaurateur Turner 'gezonder en magerder dan rundsvlees'. Want zo kennen we Ted, als een idealistische zakenman. Of is het omgekeerd?

Michael Wolff

The Man Who Owns the News

Bodley Head, 446 p., 29,95 dollar.

Ted Turner (met Bill Burke)

Zeg maar Ted

Balans, 391 p., 22,50 euro.

n In Ted Turners autobiografie krijgen we een scherp beeld van de mediamogul, al ligt dat vooral aan de onthullingen van Turners naasten.

n Op wie Rupert Murdoch zou stemmen? 'Op Obama', antwoordt de Australische Amerikaan, om er meteen aan toe te voegen: 'Want hij verkoopt meer kranten.'

Volgens de biograaf van Rupert Murdoch is diens overname van 'The Wall Street Journal' niet meer dan een aanloop naar de inlijving van 'The New York Times'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234