Zaterdag 16/01/2021

InterviewBig Brother

De bewoners van de allereerste ‘Big Brother’ blikken terug: ‘De bitch van Vlaanderen noemden de kranten mij’

De eerste Big BrotherBeeld Humo

Big Brother, de oermoeder van de reality-tv, is terug, en wel exact twintig jaar nadat Steven ‘Spillie’ Spillebeen de eerste Vlaamse editie heeft gewonnen. Nooit eerder was er zoveel controverse rond een tv-programma als in de herfst van 2000. En nooit zou een programma nog zo zijn stempel drukken op het medium televisie. Het realitygenre was geboren: de kijker werd een voyeur, de gewone man plots een tv-beroemdheid. En ik kan het weten, want toen Big Brother heel kijkend Vlaanderen in de ban hield, zat ik in het Huis. Ik had geen idee van wat zich in de buitenwereld afspeelde. En mijn lotgenoten evenmin, zo vertellen ze me twintig jaar later.

Een bezoekje aan de Kanaal 2-website in de lente van 2000 bezegelde mijn lot. ‘Hebt u honderd dagen voor ons? Dan hebben wij misschien 5 miljoen voor u’, las ik onder een groot oog dat me aanstaarde. Big Brother, ik had er al van gehoord, maar wist tot dan weinig meer dan dat het om een programma ging waarin mensen in een huis werden opgesloten. Toch sprak het idee me meteen aan. Als bio-ingenieur had ik me verdiept in het Biosfeer 2-project, waarbij wetenschappers in Arizona op een afgelegen plek probeerden te overleven zonder enige vorm van comfort en contact met de buitenwereld. Het was op dat sociologisch-wetenschappelijke experiment dat Big Brother-bedenker John de Mol zijn format had gebaseerd. ‘Back to basics’ was ook de baseline van het programma: hoe leef je zonder kranten, tijdschriften, nieuws, gsm’s of andere luxe? En hoe slaag je erin om honderd dagen in die omstandigheden samen te leven met negen mensen die je nooit eerder ontmoette? Dat je 5 miljoen Belgische frank (125.000 euro, red.) kon winnen, was meegenomen.

Privé beleefde ik op dat moment geen leuke tijden: ik zat vast in een oersaaie job en had net een liefdesbreuk achter de rug. Een paar maanden in een tv-spel vluchten leek me aanlokkelijk. Alleen besefte ik niet dat één stapje door de deur van een prefabwoning in Vilvoorde het land en mijn leven op zijn kop zou zetten.

Jeroen Denaeghel.Beeld Humo / Ronny De Coster

Glenn Verhoeven: “Toen we op 3 september 2000 aan Big Brother begonnen, wist níémand wat hem te wachten stond. Er was wereldwijd maar één editie uitgezonden, op Veronica in Nederland. Behalve Katrijn had niemand die gezien. Ik had wel gehoord dat het een hype was geweest. Puur uit nieuwsgierigheid heb ik me ingeschreven.”

Steven Spillebeen: “Ik deed alleen mee om reclame te maken voor mijn modellenbureau Adonai. Mijn plan: naamsbekendheid genereren door in mijn T-shirt met het bedrijfslogo voor de camera’s te paraderen. Die 5 miljoen frank was ook interessant, maar ik was ervan overtuigd dat ik geen schijn van kans maakte. Na een maand zou ik terug thuis zijn, dacht ik.”

Het concept was eenvoudig. Tien mensen werden in een huis opgesloten. Ze konden elkaar nomineren en de kijker besliste wie van de genomineerden naar huis moest. Uit de drie bewoners die na honderd dagen overbleven, koos de kijker de winnaar, die de 5 miljoen mee naar huis nam. Maar er was een keerzijde aan de medaille: je moest je privacy opgeven. Elke minuut van de dag registreerde een batterij camera’s je doen en laten, tot in de douche en het toilet. Anno 2000 stond dat gelijk aan een aardverschuiving. Twintig jaar geleden speelde ons privéleven zich tussen vier muren af. Facebook, Instagram en WhatsApp bestonden niet. Er werd niet gekoketteerd met een nieuw lief, een tatoeage of opgespoten lippen. Je privéleven met heel Vlaanderen delen was voor velen een ondraaglijke gedachte. De academische wereld roerde zich. ‘Het is een ongepaste aantasting van de privacy. Als wetenschappers dat experiment zouden willen doen, zou het nooit door een ethische commissie raken’, beweerden moraalfilosoof Etienne Vermeersch en psychologe Vera Hoorens. Men vreesde voor onze mentale gezondheid. ‘Het gebrek aan privacy, tot in de douches en het toilet, schendt de menselijke waardigheid en de psychische integriteit van de deelnemers. Big Brother manipuleert het gedrag van zijn vrijwillige bajesklanten en dat kan op termijn psychologische gevolgen hebben’, aldus professor Aloïs Van Oevelen.

Bart Van Opstal: “Ook de politiek bemoeide zich. CD&V’er Stefaan De Clerck liet weten dat hij ‘het programma nauwgezet zou volgen en ook zou ingrijpen’. Er werden parlementaire vragen gesteld. Of men de programmamakers niet moest verplichten om één uur per dag de camera’s uit te schakelen. Dan hadden wij toch een béétje privacy.”

Nathalie Chabas: “Ik snapte al die commotie niet. We hadden er zelf voor gekozen om ons 24 uur per dag te laten filmen, wat was dan het probleem? Op den duur was je die camera’s vergeten. Behalve ’s zondags: toen tutte iedereen zich plots uitgebreid op om er tijdens de liveshow pico bello uit te zien. Belachelijk, want je werd een hele wéék gefilmd.”

Nathalie Chabas.Beeld Humo

COCAÏNEDEALER

Door de controverse liepen de programmamakers op eieren. Men wilde onbesproken kandidaten, dus werden we van top tot teen gescreend. We moesten een bewijs van goed gedrag en zeden voorleggen en uitgebreide psychologische tests doorlopen. Een jaar na mijn deelname stapte er in de luchthaven van Zaventem een onbekende op me af. Hij beweerde dat hij me in de zomer van 2000 in opdracht van productiehuis Endemol had moeten schaduwen. De locaties en tijdstippen waar hij me had gezien, klopten. Blijkbaar had Endemol op elke potentiële deelnemer een detective gezet. Dat bleek nodig, want één deelnemer werd geschrapt omdat hij een cocaïnedealer was.

Verhoeven: “Je voelde dat de makers bang waren. Ik herinner me nog de urenlange gesprekken met de psycholoog. Hij bleef me waarschuwen voor de mogelijke nefaste gevolgen. Omdat ik homo ben, moest ik blijkbaar nog meer gewaarschuwd worden. ‘Wat als ze na het programma overal ‘janet’ naar je roepen?’ Ze zaten écht met ons in en wilden zo weinig mogelijk risico’s nemen. Ze selecteerden persoonlijkheden die tegen een stootje konden. Niemand is gekraakt. De jaargangen erna was dat wel anders. Denk maar aan de transseksuele Katja, die om de haverklap begon te flippen in het Huis.”

Van Opstal: “Verder viel me de geheimdoenerij op: we mochten met niemand over onze deelname praten. Dat lag contractueel vast: als je naam in de krant stond, kon je een deelname vergeten. Misschien deden ze dat bewust om de hype te voeden. De dag vóór onze intrek stonden niet onze namen, maar alleen onze ogen in de krant. Dat maakte het mysterie alleen maar groter.”

Bart Van Opstal.Beeld Photonews /Humo

Spillebeen: “Ik had geen idee van wat er op ons zou afkomen. Toen ik in het Huis voor het eerst de metaalachtige stem van Big Brother hoorde, sprong ik twee meter op uit mijn zetel. Ik ging ervan uit dat we onder elkaar zouden uitvechten wie de 5 miljoen won, maar Big Brother werd mijn grootste tegenstander. Plots besefte ik dat ik in een mind game zat.”

BROOD EN SPELEN

Zodra het programma op de buis kwam, stond Vlaanderen op zijn kop. Gluurderstelevisie! Een pervers spel voor ramptoeristen! De Romeinse brood en spelen zijn terug! Cultuurminister Bert Anciaux, nooit vies van een lichte overdrijving, vond het programma het absolute dieptepunt inzake cultuur en media: ‘De wijze waarop de Big Brother-mediamacho’s de mensen degraderen tot elkaar dood concurrerende prostituees, is waanzin.’ Het woord ‘fascistoïde’ viel omdat er mensen weggestemd werden. Journalisten belden naar de gerechtelijke instanties: of ze ons niet uit dat huis moesten halen. Tevergeefs. ‘Parket onderneemt voorlopig niks tegen Big Brother’, stond er op 15 september 2000 in de krant.

Van Opstal: “Dat gebeurde bijna wel toen een paar dagen later een joint rondging in het Huis. Marihuana roken was strafbaar, alleen ging het hier om gedroogd gras in sigarettenblaadjes. De flikken dachten uit de beelden te kunnen opmaken dat we aan de wiet zaten. Walter Grootaers (de presentator, red.) heeft ons toen in de dagboekkamer geroepen. Hij wilde zeker weten dat niemand drugs had binnengesmokkeld in zijn koffer. Ze waren er als de dood voor dat we iets onwettigs zouden doen, want dan kon het gerecht binnenvallen. Vooral mij hielden ze in het oog: ik was zelf de arm der wet (Bart was politieagent, red.).”

Ondanks de felle kritiek nam het programma een vliegende start op Kanaal 2, met een hoofdrol voor slagersvrouw Betty, die de eerste avond al haar fijne vleeswaren showde in de douche. De Marilyn Monroe uit Ingelmunster speelde haar sexappeal handig uit. Legendarisch waren haar piekermomenten, de onderonsjes met vibrator Tarzan, die ze gretig met kijkend Vlaanderen deelde. Betty en haar Tarzan werden een hype, bakkers maakten marsepeinen exemplaren, dancings wilden het duo op de affiche.

Betty Owczarek en Jeroen Denaeghel.Beeld Humo

Na de hoop bagger die het programma en zijn deelnemers over zich heen hadden gekregen, kwamen er plots ook steunbetuigingen, vooral uit feministische hoek. ‘Betty doorbreekt het taboe van de masturberende huisvrouw’, klonk het. ‘Al had Kristien Hemmerechts in Zomergasten de vacuümpomp over haar eigen schaamlippen gezet, dan nog had zij niet zo veel mensen aan het denken gezet als Betty met haar goudeerlijke vibrator. De vrijgevochten manier waarop ze met haar Tarzan tekeerging, heeft veel mannen de schellen van de ogen doen vallen’, schreef columnist Jo Van Damme.

De meeste bloemen gingen echter naar Glenn. Hij outte zich meteen als homo en werd een boegbeeld voor de roze beweging. Bioloog Jan Desmet in Humo: ‘In tegenstelling tot de horden cultuurpessimisten vind ik dat Big Brother de naastenliefde dient. Dat een miljoen Vlamingen een homo van vlees en bloed leert kennen en hem soms zien blèten als een klein kind, doet meer voor de verdraagzaamheid dan duizend meetings en pamfletten.’

Glenn Verhoeven.Beeld Humo

Verhoeven: “Nu nog komen mensen me vertellen dat ze door mij uit de kast zijn gekomen. Ook lesbiennes, trouwens. Maar ik kreeg net zo goed negatieve reacties. De eerste keer dat ik na mijn deelname op de Meir verscheen, riepen twee Marokkanen ‘janet’ naar me. Ik wuifde terug naar die schatten. Vorig weekend zei een tv-reporter me: ‘Wat Bo Van Spilbeeck nu betekent voor transgenders, was jij voor de homobeweging. Dankzij jou kon ik mezelf zijn.’ Vlaanderen had toen nog geen homo op televisie gezien, hè. Of toch geen gewone. Als er al eens een homo in een programma opdook, was het een verwijfde janet of een ledernicht. Het waren karikaturen. Nu zag iedereen een normale man op het scherm, die niet wapperde met een slap handje. (lacht) Ik was een dragqueen, maar ik had mijn travestiekleren thuisgelaten, omdat ik het karikaturale beeld niet wilde voeden.”

HISTORISCHE SEKS

Na twaalf dagen werd er tv-geschiedenis geschreven. Bart dook met Katrijn tussen de lakens en zorgde voor de eerste echte vrijscène in de Vlaamse tv-geschiedenis.

Van Opstal: “Bij de selectieprocedure had ik laten uitschijnen dat ik, als ik kriebels voor een kandidate zou voelen, ‘de natuur haar gang zou laten gaan’. Ik was jong, vrijgevochten en trok me niks aan van wat anderen over me dachten. Ik zou me in het Huis niet anders gedragen dan in het dagelijkse leven. Nu besef ik dat dat toch niet zo oké was. Katrijn en ik hebben samen een dochter en we hopen vurig dat ze die beelden niet te zien krijgt. (lacht) Als agent had ik ook een voorbeeldfunctie, maar dat detail had ik over het hoofd gezien. (lacht) Toen ik na een tequilafeest in het Huis op handen en voeten naar het toilet kroop, vroeg ik me af of ze dat op het commissariaat wel leuk zouden vinden. Naar het einde toe sloeg de schrik me om het hart. Het moment naderde dat ik verantwoording voor mijn daden zou moeten afleggen.”

Het stockholmsyndroom. Sympathie voor de gijzelnemer. Bijna elke deelnemer had er last van, maar ik nog het meest. Hoe langer ik in de klauwen van Big Brother zat, hoe minder zin ik had om het Huis te verlaten. De angst voor de buitenwereld speelde dag en nacht door mijn hoofd. Wat zouden mijn ouders denken? Mijn baas op het werk? Mijn oude schoolmakkers? Zeker toen Betty terwijl ik sliep ongevraagd bij mij in bed dook, knaagde dat dagenlang. Je wist niet wat er gebeurd was, laat staan wat ze thuis te zien hadden gekregen. Op den duur ga je denken: laat me hier nog maar honderd dagen zitten, dan hoef ik de confrontatie niet aan te gaan.

Spillebeen: “Die angst herken ik. Het is een onnatuurlijke situatie dat je ouders je elke minuut in de gaten kunnen houden. Omdat ze me elke dag konden observeren, zagen ze een andere kant van mij. Zij kenden me als een nerd die godganse dagen met telegeleide autootjes speelde en nu hing ik de coole rebel uit. Ze zagen een andere zoon. Je weet niet hoe dat bij hen overkomt.”

KOM VAN DAT DAK AF!

We zullen het maar toegeven: héél flitsende televisie was Big Brother niet – slow television zouden ze het nu noemen. Naar vissen in een aquarium kijken is boeiender, zei menige tv-criticus. ‘De schoonheid van het niets’ noemde tv-recensent Cornald Maas het. Urenlang lagen we in de zetel te niksen.

Van Opstal: “Ik had de indruk dat de makers niet goed voorbereid waren. De weekopdrachten die ze ons voorschotelden – een week lang een kampvuur brandend houden of duizend ballonnen opblazen – getuigden niet echt van creativiteit. Ze waren zo saai dat we ze vaak lieten schieten. Het probleem was dat we dan niks meer omhanden hadden.”

Spillebeen: “Meer dan de helft van de tijd vond ik het er niet plezant. Ik kwam zot van dat niksdoen. De West-Vlaamse werkersmentaliteit, vrees ik. Ik wilde met iets bezig zijn. Zo ontstond Studio Spillonimo, waarin ik met Jeroen onnozele sketches voor de spiegel speelde. De verveling stimuleerde onze creativiteit. Zo vormden Bart en Jeroen samen de mariachiband Los Papagueros.”

Steven Spillebeen.Beeld Photonews/Humo

De verveling was onze grootste vijand. Vooral toen er steeds minder bewoners in het huis waren, en dus minder gesprekspartners, sloeg ze keihard toe. We telden de uren af. Toen Big Brother ons met Halloween één boek van Edgar Allan Poe gaf, vochten we er bijna om. We scheurden elk een hoofdstuk uit en gaven dat aan elkaar door. Big Brother kende onze zwakke plek. Als hij ons écht wilde raken, nam hij iets af wat de tijd kon doden. Zo moest Steven op een dag zijn schaakspel inleveren. Het legde Big Brother in een definitieve plooi.

Spillebeen: “Omdat ik de schaakstukken niet wilde afgeven, dreigde Big Brother ermee Katrijn uit het Huis te zetten. En in plaats van Big Brother aan te vallen, keerde de groep zich tegen míj. Ik begreep dat niet, ik wist dat ze Katrijn contractueel niet zomaar konden buitenzetten. Ik was woedend op de makers. ‘Bekijk het maar, ik ben naar huis’, zei ik tegen Big Brother. Toen de productie de deur niet wilde openen, ben ik op het dak gekropen.”

Van Opstal: “Daar heeft Steven niet lang gezeten. In de regiekamer hebben ze op hem ingepraat. Dat hij goed bezig was en zeker moest terugkeren. Drie uur later hoorden we geroep, hij zat wéér op het dak. Op dat moment lag zijn overwinning vast. Terwijl iedereen twijfelde hoe hij bij de buitenwereld overkwam, werd hij steeds zelfverzekerder. Hij wist dat hij met zijn tegendraadse attitude scoorde, dus zou hij zich steeds meer als rebel profileren.

“Twintig jaar later houdt het alle bewoners uit de eerste editie nog bezig: is Steven van dat dak geweest? Want dan had hij volgens het contract gediskwalificeerd moeten worden. We vermoeden echter dat hij in het Huis mocht blijven, op voorwaarde dat hij een geheimhoudingsclausule tekende.”

Spillebeen: “(lacht) Ben je daar nu weer met die zever? Ik heb het al honderd keer gezegd: ik ben níét van dat dak geweest.”

KABOUTER PLOPLIED

Na 105 dagen waren we nog met drie: Steven, Bart en ik. Bijna twee miljoen mensen zagen hoe Steven met een koffertje met 5 miljoen Belgische frank naar huis wandelde. De wilde theorieën over onze mentale toestand konden de schop op: niemand heeft zich zijn deelname beklaagd. Academici en politici likten hun wonden – ik herinner me nog hoe wijlen sociologieprofessor Koen Raes me in een debat met grote ogen aankeek toen ik zei dat ik gerust nog honderd dagen in het Huis had kunnen zitten. Al was dat wellicht niet zo’n goed idee geweest. Het viel me op dat ik me niet graag meer in een drukke omgeving bevond. Ik werd bang van te veel mensen om me heen. En toen ik plots in een file stond, kreeg ik een paniekaanval. De weken isolement hadden er toch ingehakt.

Van Opstal: “Aanvankelijk vond ik Big Brother een onschuldig spel, maar twintig jaar later bekijk je de zaken toch anders. Hoe we daar al na een week jankten om het vertrek van Marijke of furieus reageerden bij de intrede van twee nieuwe bewoners (Edith en Murielle, red.), dat was toch niet normaal. Toen ik moest kiezen of ik jou of Glenn zou nomineren, was dat hartverscheurend. Menselijke emoties en waarden zoals trouw en mededogen werden uitvergroot. De figuur van Big Brother versterkte dat: hij was manipulatief en sadistisch. Zo had hij er plezier in om me uit te spelen tegen mijn grote rivaal Steven. Ik moest na het schaakspelincident rechter spelen en een gepaste straf voor hem bepalen. Dat heb ik toen geweigerd.”

Verhoeven: “Ik had problemen met de pesterijen van Big Brother. Een halve dag het Kabouter Ploplied op verschillende snelheden afspelen, dat was erover. Een aanslag op je oren en zenuwen, we doken weg onder onze kussens. Waar ik ook niet om kon lachen, was dat Big Brother – eigenlijk een Endemol-redacteur – mijn travestiekleren in het huis had gedropt. Ze wilden me pushen om toch een dragqueenshow op te voeren, terwijl ik had gezegd dat ik dat niet wilde.”

Chabas: “Je moet ook niet naïef zijn: we deden niet mee aan een wetenschappelijk experiment, maar aan een tv-programma. Er moesten hoge kijkcijfers gehaald worden, dus werden er verhaallijnen uitgezet. De makers trokken aan de touwtjes en bepaalden je lot. Onze personages lagen vast: Glenn was de sympathieke homo, Jeroen de alternatieve rocker, Spillie de rebel, Katrijn de ideale schoondochter en Betty de seksbom. Omdat ik met zowel Jeroen als Steven flirtte, speelden ze mij als de intrigante uit. ‘De bitch van Vlaanderen’, kopten de kranten. Ik ben geschrokken toen ik de beelden terugzag. Je zag me enkel als ik me kwaad maakte of aan het stoken was. Wat me opviel, was dat ze vaak de laatste dertig seconden van mijn gesprekken in de dagboekkamer uitzonden. Toen had Big Brother me met zijn vervelende vragen zo opgenaaid dat ik mijn irritante zelve was.”

Verhoeven: “De dertig minuten die de tv-kijker elke dag te zien kreeg, strookten niet met het beeld dat ik van iedereen had. Zo kon ik er niet bij dat Steven had gewonnen. Hij had geen poot uitgestoken en gedroeg zich als een tegendraadse puber. Maar ik begreep het wel toen ik de beelden zag. Hij was de coole rebel en had de jeugd op zijn hand, en net die categorie stuurde een karrenvracht sms’jes. Ook van Betty begrepen we niet dat ze zo populair was. Ze lag hele dagen in haar bed te niksen. Maar blijkbaar kunnen een Tarzan, twee borsten en een aanstekelijke lach wonderen doen.”

Na het programma wachtte de deelnemers een tweede uitdaging: omgaan met hun BV-status. Niemand in het Huis besefte welke hype zich rond het programma afspeelde. Big Brother was hét gespreksonderwerp aan het koffieapparaat, en Het Laatste Nieuws spendeerde er dagelijks een volle pagina aan. Vóór we in het Huis stapten, was ik een nobele onbekende, maar toen ik de deur achter me dichtsloeg, kende heel Vlaanderen me. Veel mensen uit de media kunnen in hun BV-schap groeien. Ze worden mondjesmaat bekend en leren er zo mee om te gaan. Wij niet. Van de ene dag op de andere werden we idolen in een hype die neigde naar de Clouseau-mania uit de jaren 90. Ongestoord over straat lopen was er niet meer bij.

Verhoeven: “De eerste schok beleefde ik toen ik na mijn exit in de Quick ging eten: mijn hoofd prijkte op een hamburger! Bleek dat ze daar een Big Brother Menu hadden. En op mijn welkomstfeestje stonden plots Yvonne Verbeeck, Kelly Pfaff en Sam Gooris voor mij. Waarom ben ik interessant voor die BV’s, vroeg ik me af. Iedereen wilde ons leren kennen. Het management van Endemol had bodyguards ingehuurd: niet leuk, maar wel nodig. Soms trokken ze ons de kleren van het lijf.”

Van Opstal: “Het was een overrompeling. Mijn job als agent kon ik vergeten. Als ik het verkeer regelde, veroorzaakte ik meer files dan dat ik er oploste. En keer op keer moest ik over Big Brother vertellen, maar eigenlijk waren ze daar niet in geïnteresseerd: ze wilden alleen een praatje met een BV maken. Héél vermoeiend. Nu ga ik het onderwerp uit de weg. Dat is niet altijd makkelijk, want ik word er nog wekelijks mee geconfronteerd.”

Na het programma hoopte ik terug in de anonimiteit te kunnen onderduiken, maar dat liep anders. De media hadden ons gemaakt en wilden ons niet lossen. Samen met Steven en Betty kreeg ik een exclusiviteitscontract bij VTM. We doken op in zowat elk VTM-programma: Hart van Vlaanderen, Schuif af, Het gevoel van, Fear Factor, enzovoort. Spillie en ik werden het uithangbord voor de nieuwe jeugdzender Jim Tv. Zonder enige ervaring moesten we een drie uur durende liveshow presenteren. Nooit eerder in de tv-geschiedenis had iemand zich aan zo’n uitdaging gewaagd, maar wij zouden dat katje wel even geselen. Waanzin. Nadat onze startaflevering 200.000 kijkers had gelokt – een record voor de zender – zakte de interesse. De hype was voorbij, de citroen uitgeperst.

Spillebeen: “Ik wilde geen mediacarrière. Iedereen nam een plaatje op, maar ik weigerde. Ik heb veel geld laten liggen. Eén keer per week de onnozelaar uithangen op tv, dat ging nog. Maar je moest ook naar redactievergaderingen om een script voor te bereiden. Niks voor mij. Ik was blij dat het voorbij was.”

Chabas: “Ik heb genoten van de Story-feestjes, de aftrap bij een voetbalmatch en gratis beurten bij de kapper, maar ik had al snel door dat het BV-wereldje me niet lag. De boekskes waren er te veel aan. Nadat ik met een vriendin op stap was gegaan, schreef Dag Allemaal dat ik weleens lesbisch zou kunnen zijn. Toen was het voor mij genoeg geweest.”

Verhoeven: “Financieel heeft het me geen windeieren gelegd: ik kreeg als travestiet meer optredens en mocht drie keer zo veel vragen als de anderen. Maar ik was wel zo slim om tegelijk aan de slag te blijven als diamantslijper: ik wist maar al te goed dat onze populariteit niet zou blijven duren.”

Heeft Big Brother mijn leven veranderd? Professioneel wel. Vroeger was ik bio-ingenieur in een suikerfabriek, daarna werd ik tv-maker en journalist. Dat ik die carrièrestappen gezet zou hebben zonder Big Brother lijkt me twijfelachtig. Frank Molnar heeft ook een mediacarrière uitgebouwd, en Betty heeft nooit meer tussen de koteletten en bloedworsten gestaan. Andere deelnemers dragen dan weer een andere erfenis mee.

Van Opstal: “Ik heb het Big Brother-logo in mijn lies getatoeëerd staan. Die krijgt wel een plaatsje in de Vlaamse canon. (lacht) Maar bij mij was de impact groter: ik kreeg een kind met Katrijn, dat is voor het leven. Uiteindelijk was de liefde na acht jaar op, maar we zijn wel vrienden gebleven.”

Verhoeven: “Ik ben nog steeds bij dezelfde partner, nu al 27 jaar. Ik heb wel wat flirts gehad, maar telkens vraag je je af: zijn ze hier nu voor Glenn van Big Brother of voor de echte Glenn? Big Brother heeft wel mijn karakter veranderd. Vroeger liet ik me makkelijk doen: het was allemaal oké. Maar in een wereld waarin iedereen iets van je wil, moet je van je afbijten. Ik heb geleerd assertiever te zijn.”

Spillebeen: “Het programma heeft mijn leven overhoopgegooid. Ik heb een eigen kledinglijn uit de grond gestampt en mijn onlineshoppingplatform Earnieland uitgebouwd. Work hard, play hard was mijn devies. Helaas heb ik drie jaar geleden een herseninfarct gekregen op het vliegtuig. Ik moest alles opnieuw leren, tot spreken toe. (zucht) Het herstel duurt lang, ik kijk ernaar uit om weer zoals vroeger te zijn.”

Studio Spillonimo.Beeld Humo

STICHTING JAAP

Steven Spillebeen won op 17 december 2000 5 miljoen frank, maar de échte winnaar was Endemol-baas John de Mol. Hij heeft zijn format aan zestig landen verkocht, en intussen hebben al meer dan zevenduizend mensen deelgenomen aan het programma. Big Brother loopt nog steeds in 21 landen. Het realitygenre waaierde uit. In de eerste reeks hadden de makers bewust gekozen voor stabiele deelnemers: aimabele, conflictvermijdende kletskousen. ‘Friends in het echt,’ noemde P-magazine-hoofdredacteur Alain Grootaers het. Niet één keer was er een vlammende ruzie, laat staan dat er klappen vielen. Identificatie was het toverwoord: de mensen thuis moesten zich kunnen vereenzelvigen met de personages. Maar de makers beseften dat ze dat kunstje niet konden herhalen. Men zou niet opnieuw massaal naar het nietszeggende geneuzel van tien doorsnee-Vlamingen kijken. De magie van Big Brother was weg: iedereen wist dat het perfect mogelijk was om honderd dagen in een huis te vertoeven. Dus gingen de makers op zoek naar sensatie – lees: seks en conflicten. ‘De eerste reeks van Big Brother was een mijlpaal in de geschiedenis van de televisie, maar tegelijk was het ook een kantelpunt naar een meer ranzige vorm van televisie maken. Men is de extremen gaan opzoeken om het format te doen overleven’, schreef Leo De Bock in De Morgen.

Reality-tv ging steeds meer de richting van een misantropische freakshow uit. Niet identificatie was de drijfveer, maar het uitlachen van kandidaten die zich misdroegen. Zo voelde de kijker zich in de zetel beter dan die lullo’s op het scherm. Vlaanderen genoot van zatte Gringo – ‘Talk to the hand’ – in Temptation Island of de ontvlambare Claudio in Mijn restaurant. De casting van de deelnemers moest scherper en exotischer. In de volgende Big Brother-reeksen maakten we kennis met hooligans, dwergen, transgenders, hiv-patiënten, escortgirls, daklozen en ex-gedetineerden. De hype en de kijkcijfers van de eerste Big Brother werden nooit meer geëvenaard. De hamvraag anno 2021 is of het format na veertien jaar afwezigheid nog een bestaansreden heeft.

Verhoeven: “Ik denk het wel. Omdat de nieuwsgierigheid terug is. Een hele generatie kijkers heeft het programma nooit gezien. Minder gelukkig ben ik met de mix van Vlaamse en Nederlandse deelnemers – dat heeft altijd iets kunstmatigs. En ze hadden nooit voor de luxe mogen gaan. Je krijgt meer spanningen als er voor alle deelnemers maar één douche is met een halfuurtje warm water, dan wanneer er drie full option-badkamers zijn.”

Peter Van De Veire en Geraldine Kemper presenteren de nieuwe ‘Big Brother’.Beeld VIER

Spillebeen: “Is er iets bekend over de contacten met de buitenwereld? Want ik zou kandidaten wél hun iPhone laten meenemen. Dan krijg je een strijd op twee fronten: de deelnemers kunnen dan zowel via de sociale media als via het programma de kijker beïnvloeden. Dat wordt geschift, man.”

Van Opstal: “Belangrijk wordt de casting. De laatste tijd wordt vooral uit dezelfde vijver gevist: mensen die alleen meedoen om meer Instagram-volgers en een gratis liposuctie te krijgen. Als ze het Huis opnieuw vol Barbie- en Ken-types steken, wordt het een flop. Met uitgesproken karakters kan het wel wat worden. Temptation Island was ook zijn frisheid kwijt, maar een type als Tim ‘Timtation’ Wauters blies de hele handel opnieuw leven in. In De gouden kooi, de uitloper van Big Brother, zat ooit een zekere Jaap. Hij vertelde aan zijn medebewoners dat hij de prijs, meer dan een miljoen euro, aan een stichting zou schenken als hij won. En toen hij won, onthulde hij het goede doel: ‘Ik schenk het geld aan de Stichting Jaap.’ Heel Nederland was verontwaardigd. Zulke mensen hebben we in dat programma nodig. (lacht)

Big Brotherelke werkdag omstreeks 21.30 uur op VIER.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234