Vrijdag 01/07/2022

De beste

Straks zijn we zo ver en beginnen we aan het laatste - of is het nu ook weer het voorlaatste? - jaar van het millennium. Tijd voor lijstjes dus, hitparades, toptiens en best of's. "Wedstrijden zijn er voor paarden," placht Bartók te zeggen en al bedoelde hij daar dan concoursen à la Elisabeth mee, hij zou zeker ook gegruwd hebben bij de gedachte dat men ooit de beste tien componisten van de eeuw zou gaan zoeken, laat staan van het millennium.

Hij zou nochtans geluk hebben; er is weinig kans dat hij er niet bij zou zijn. Op mijn lijstje van de eeuw zou hij zonder twijfel bovenaan staan, al was het maar om zijn absolute eerlijkheid en integriteit. Als ik al een lijstje zou willen opstellen, natuurlijk, want eigenlijk vind ik dat al even gruwelijk. Stel dat ik er veertien waardig vond om in dat pantheon plaats te nemen, hoe zou ik dan moeten schiften? Is Prokofiev beter dan Sjostakovitsj? Webern beter dan Schoenberg? Debussy beter dan Ravel? Boulez beter dan Berio? U ziet het: het is uitzichtloos en het onderwerp onwaardig. Probeer het nu eens voor het millennium: Machaut, Dufay, Ockeghem, Lassus, Monteverdi, Bach, Mozart, Beethoven, Brahms, Bartók. O ja? En Josquin? Purcell? Handel? Vivaldi? Haydn? Rossini? Schubert? Verdi? Wagner? Berg? Ik zit al aan het dubbel en ben nog lang niet uitgepraat. Nog uitzichtlozer dus. Helemaal gek wordt het als we proberen te rangschikken. Wie is de beste componist van het millennium? Voorzover we uit die twintig moeten kiezen: Bach voor wie op zeker wil spelen; Mozart voor wie het hart laat spreken; Wagner voor de dweperige dogmaticus en Ockeghem voor de spiritualistische intellectualist; Bartók voor de slimmeriken, want die heeft van alle voorgaanden kunnen leren.

Zo wordt het dus ook niks. U mag het overigens ook eens proberen met: de tien beste dirigenten, zangers, violisten, pianisten enzovoorts van de eeuw, de tien beste opera's van de laatste vierhonderd jaar, de tien beste symfonieën sinds Haydn en Mozart, de tien beste liederen van het millennium (bijzonder tricky, want u moet heel vroeg beginnen en onderweg beslissen of u er ook de popsong bij wilt nemen). U kunt dan de oefening nog eens herhalen door telkens het woordje 'beste' te vervangen door 'belangrijkste', 'invloedrijkste' of 'populairste' (onderverdeeld in de categorieën: in zijn eigen tijd, blijvend en herontdekt). Ik wed dat u telkens met de handen in het haar zult zitten en dat dat haar binnen een jaar, als de deadline nadert, grijs zal zijn.

Goed, we maken geen lijstjes maar we pakken het probleem op de postmoderne, relativistische manier aan. Alle muziek komt met dezelfde kansen in de startblokken, het enige wat ons interesseert is wat we ermee kunnen aanvangen, hoe we eruit kunnen samplen. Het hele millennium wordt één grote speeltuin, een kermis der ijdelheden, waarop we de carrousel naar believen kunnen laten draaien. We injecteren een snuifje Palestrina en een lijntje Stravinsky in onze Bach en overgieten hem met een sausje uit de neobarokke supermarkt. We kruiden onze Bruckner met een kerrie uit Bach, Schubert en Wagner en denken dat we hem begrepen hebben. Brahms herleiden we tot een historicist en Mozart tot een betere Dittersdorf. Dat alles noemen we historisch inzicht, terwijl het in werkelijkheid niets anders is dan de projectie van onze eigen ontoereikendheid op het genie. Over het genie kun je niet kletsen, daar kun je enkel naar luisteren. Ook die benadering is dus het fin de millénaire onwaardig.

Wat dan? Is het niet mogelijk om de grootsten te eren zonder de kleineren (of moet ik zeggen: de anderen?) te vergeten? Ik heb net nog geluisterd naar muziek van Buxtehude, Nielsen, Schütz, Britten, Eisler, Zemlinsky, Offenbach en Strauss (Johann wel te verstaan, niet Richard). Bij geen van allen had ik het gevoel dat er geen genie aanwezig was, wel integendeel. Telkens voelde ik mij een beetje klein en toch weer rijk beladen met geschenken. Dankbaar dus ook. Waarom zouden zij dan niet in de genoemde lijstjes thuishoren? Is Bach beter dan Buxtehude? Misschien wel, maar wat kan dat Buxtehude deren? En Zelenka? Was die in bepaalde opzichten niet Bachs evenknie en is hij niet enkel naar de achtergrond verdreven omdat zijn broodheer hem verbood zijn werken te laten kopiëren en elders te laten spelen?

Als we die gedachte weer naar onze eeuw transplanteren, wordt de eerste vraag nog ingewikkelder. Wat heeft ons doen denken dat Richard Strauss een betere componist was dan Franz Schreker? Carl Orff beter dan Hans Krasa? De (eindelijk!) toegenomen interesse voor de entartete Musik kan misschien enkele van die door de moordende geschiedenis veroorzaakte vooroordelen rechttrekken. En hoe gaan we dat doen met de tweede helft van onze eeuw? Is Boulez werkelijk de Beethoven van onze tijd of is hij enkel een invloedrijk componist? Hebben de melodieuze neoromantici enige betekenis of is hun muziek niet meer dan een reactionaire stuiptrekking? Is het serialisme belangrijker dan het minimalisme? De spectrale muziek beter dan wat de Amerikaanse musicalschrijvelaars produceren? Begin maar aan uw lijstjes of gooi ze allemaal in één postmoderne mengkuip. Weldra is de twintigste eeuw de vorige geworden. Dan zullen we weten wie onze Beethoven was.

Deze column is ook elke donderdag te horen in het programma De Kunstberg op Radio 3.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234