Zaterdag 06/03/2021

De beste van 2000

Eindejaarslijstjes, voor sommige criticasters zijn ze een epidemische ziekte in de pers, voor velen fungeren ze echter als geliefde richtsnoeren. Columnist Leo de Haes schreef in deze krant dat de drie beste boeken doorgaans die drie zijn die de recensenten zelf hebben gerecenseerd, aan veel andere boeken zijn ze immers niet toegekomen. Naar jaarlijkse gewoonte hebben we onze medewerkers gevraagd naar hun favorieten. 'Olalala, lijstjes, ze zijn toch zo bizar, meneer'.

Ludo Abicht

Jaap Kruithof schetst in Het neoliberalisme een overtuigend en alarmerend beeld van onze samenleving en is daarbij eerlijk genoeg om toe te geven dat hij wel weet in welke richting het zou moeten evolueren, maar geen duidelijke strategie naar dat doel kan uitwerken.

Over de gevolgen van dit neoliberalisme en de crisis van onze 'westerse waarden' schreef Karen Armstrong De strijd om God. Een geargumenteerde vergelijking tussen christelijke, joodse en islamitische vormen van 'fundamentalisme' en een waarschuwing voor overhaaste conclusies en ondemocratische maatregelen.

Beide werken krijgen een diepere dimensie door Capitalism in the Age of Globalization van Samir Amin, een van de grote systeemdenkers van onze tijd, die aantoont dat er dan wel toeval mag heersen in de natuur, maar dat er weinig toevalligs is aan ons economische, sociale en politieke bestel.

Frans Aerts

1. Michel Houellebecq, De wereld als markt en strijd. Eén omtrekkende beweging rond de samenleving, voor de frontale aanval.

2. Olivier Todd, Albert Camus. Een monumentale biografie en een culturele gebeurtenis van formaat.

3. Philippe Delerm, De hele zondag regen. Een non-boek over een non-personage dat door de bladzijden sloft en in de plicht graag het genoegen zoekt.

Patrick Allegaert

1. Thomas Roosenboom, Publieke werken. Een meeslepende historische roman in een superieure stijl over koppigheid, grote plannen maken, gokken en verliezen, over grote menselijke drama's.

2. Erwin Mortier, Mijn tweede huid. Erwin Mortier bevestigt zijn groot talent. Een schatkamer vol ontroerende observaties en daarenboven een erg beklijvend verhaal.

3. Josse De Pauw, Werk. Een boek vol overvloed: theaterteksten, beschouwingen over Japan, zijn dochter, een foto van Cartier Bresson, notities over cultuur, ... Van een uitnodigende helderheid.

Jos Borré

Ik lees trager, minder en afstandelijker dan een paar jaar geleden en daardoor heb ik de nieuwste Jeroen Brouwers, Josse De Pauw, Arnon Grunberg, Peter Verhelst, Dave Eggers e.a. nog niet tot mij genomen. Het best zijn mij bijgebleven de novelle Een slaapwandeling van Hugo Claus, de tweede roman van Erwin Mortier, Mijn tweede huid, en de autobiografie Ervaring van Martin Amis. En al zou ik zelf als auteur een andere positie kiezen, mijn pet af voor het werk dat Gaston Durnez in de biografie van Timmermans gestoken heeft.

Eric Bracke

1. Dan Fante, Klein geld. Genadeloos laat Fante in deze wrange ode aan zijn beroemde vader ervaren hoe het voelt als je lijf oorverdovend om alcohol schreeuwt. Een boek voor de kerstdagen.

2. Dirk De Vos, Rogier van der Weyden. Dit schitterende kijk- en leesboek kreeg me zo gek dat ik me even begon te vereenzelvigen met de lijdende Christus. Gelukkig duurde dat niet lang. Een boek voor Goede Vrijdagen.

3. Francis M. Naumann & Hector Obalk, Affectionately, Marcel. The Selected Correspondence of Marcel Duchamp. Eindelijk nog eens een uitstekende publicatie waarmee de Gentse uitgeverij Ludion haar vroegere reputatie van bezorger van onberispelijke boeken weer alle eer aandoet. Een naslagwerk voor nu en dan.

Fred Braeckman

De beste thrillers van dit jaar stonden al in de vorige editie van DMB. Toch ook nog de moeite waard:

1. Dennis Lehane, Over mijn lijk. Het verhaal van twee privé-speurders die te maken krijgen met de verdwijning van een vierjarig meisje. Een overtuigend beeld van de invloed van televisie en een aanklacht tegen kinderverwaarlozing.

2. Michael Connelly, Maanstand. Cassie Black rooft op een ingenieuze manier geld van gokkers in Las Vegas. Als ze daarvoor in de gevangenis komt, besluit ze een andere baan te kiezen. Toch wil ze nog één keer een kraak plegen. Ze berooft de verkeerde. Mooie plot over een vrouw met een hart van goud.

3. Michael Dibdin, Bloedregen. De cynische politieman Aurelio Zen krijgt de opdracht te gaan kijken hoe rechters en ordehandhavers op Sicilië optreden tegen de maffia. Hij komt tussen twee vuren te staan. De politie beschouwt hem als een spion, de maffia als een regelrechte vijand. Een overweldigende thriller.

Stefan Brijs

1. Josse De Pauw, Werk. Zoals hij elke vierkante centimeter van het toneelpodium en van het bioscoopscherm beheerst, zo beheerst De Pauw ook elke vierkante centimeter van het schrijfpapier. Vierhonderd en vier bladzijden vakmanschap.

2. Willem Melchior, De onhuwbaren. Het derde boek van deze getalenteerde jonge Nederlandse auteur die gestaag aan een indrukwekkend en vooral zinnenstrelend oeuvre werkt. Driehonderd achtenzestig bladzijden meesterschap.

3. Jeroen Brouwers, Geheime kamers. Een meeslepende liefdesroman waarin tegelijk niets en alles gebeurt. Vierhonderd achtentachtig bladzijden grootmeesterschap.

Geert Buelens

Heb weer veel te weinig nieuwe boeken gelezen in 2000 om een oordeel te mogen vellen. Niettemin: uit Rick Moody's net verschenen verhalenbundel Demonology las ik vooralsnog enkel (in de Engelse Elle dan nog) het verhaal 'Boys': een briljante, ritmisch pulserende, buitengewoon muzikale en bijna gekmakende tekst over jongens en wat ze allemaal (niet) doen. Het soort tekst dat je in één klap weer in de kracht van proza doet geloven.

Er zijn wellicht ook erg knappe Nederlandse dichtbundels verschenen, maar die heb ik nog niet gelezen. Het (althans door mij) langverwachte nieuwe boek van de Amerikaanse dichter Michael Palmer wel: The Promises of Glass bevat gedichten die tegelijk uitdagend filosofisch, misleidend anekdotisch, ontregelend beeldend én ouderwets mooi zijn. Een uitzonderlijke combinatie.

Ook voor de twee delen die Ian Kershaw over Hitler schreef zoek ik nog tijd. Gelukkig vond ik die wel al voor het boek dat de vroegere Hitlerbiograaf, Joachim Fest, schreef over Albert Speer. De architect en oorlogsminister van het Derde Rijk komt eruit als het prototype van de mensensoort die de wereld nu helemaal in handen heeft: gecultiveerd, netjes gekleed en met twee woorden sprekend; hij doet zijn werk uitstekend; zijn enige ideologie is het gecultiveerde gebrek eraan. Kijk even om u heen. Ziet u hem?

Bert Bultinck

1. Rick Moody, Boys. Een splinterbommetje met meer geschiedenis, ontroering en bezwerende ritmes dan de term 'kort verhaal' doet verhopen.

2. Mc Sweeney's Issue No. 4, samengesteld door onder anderen Dave Eggers en vol briljante schrijfsels, ridicule mislukkingen, anachronistische programmaverklaringen en licht malicieuze bravoure.

3. J.M. Coetzee, Disgrace (vertaald als In ongenade). Een flutboekje dat niet wegfluttert.

Jef Coeck

1. Antjie Krog, De kleur van je hart. Onthullende en vaak ijzingwekkende getuigenissen van blanke en zwarte Zuid-Afrikanen voor de Waarheidscommissie, die als biechtstoel fungeerde voor slachtoffers en daders van de Apartheid. Niet zelden vallen die twee categorieën in één persoon samen.

2. Karen Armstrong, De strijd om God. Een nieuw meesterwerk van de Britse ex-non, deze keer over het fundamentalisme in álle religies. Een onmisbaar boek voor domoren en recidivisten, voor de meesten onder ons, dus.

3. George Orwell, Saluut aan Catalonië. Welkome herdruk van Orwells wedervaren in de Spaanse burgeroorlog.

Pascal Cornet

In de ramsj liggen nog steeds stapels van de bloemlezing uit de briefwisseling tussen Jacques Rivière en Alain-Fournier, Verlangen naar het verlangen: een meeslepend en aangrijpend verslag over het ontluiken van twee kunstenaarszielen.

Het beste in de rubriek 'Kort' vond ik dit jaar de frisse monografie Ludwig Wittgenstein van Bert Keizer: een uitstekend geschreven inleiding.

Het beste in de categorie eigen lectuur bleek, in de nasleep van de aardige verfilming, Lijmen & Het been van Willem Elsschot. Een literair onovertroffen en onverslijtbare parabel over de ethiek van het kapitalisme.

Mijn kinderen (acht en tien) las ik dit jaar met veel plezier De wenstelefoon van Milos Macourek voor, met tekeningen van Adolf Born.

Bob de Groof

1. J.M. Coetzee, Disgrace. Tilt je uit je lezersstoel en sleept je mee in een wanhopige spiraal. Weliswaar Booker Prize 1999, maar verplichte lectuur voor inhaallezers.

2. Antjie Krog, Country of My Skull. Journalisten moeten geen gedichten schrijven, maar dichters zo nu en dan wel journalistiek. Om het onmogelijke onder woorden te brengen.

3. Philip Roth, The Human Stain. Roth is een geniale doordrammer. Gelukkig dat hij er nog is in het Amerika van Georgie Bush.

Lode Delputte

Twee fictiewerken uit Portugal.

De stoïcijn van Fernando Pessoa, een amper zestig pagina's tellend kleinood waarin de auteur zijn alter ego ('heteroniem') Barão de Teive zelfmoord laat plegen, echter niet voor die zijn morele en intellectuele motieven haarfijn uiteengezet heeft. Alle namen van Nobelprijswinnaar José Saramago, het beklemmende verhaal van een droge archivaris die nogal doelloos naar de zin van zijn leven op zoek is.

Een speciale vermelding verdient het non-fictiewerk Het Verloren Land van de joods-Zweedse journalist Göran Rosenberg. Daarin levert hij overvloedig commentaar bij zijn beslissing om Israël, ook voor hem het Beloofde Land, de rug toe te keren.

Joris Gerits

1. Thomas Rosenboom, Publieke werken. Met Rosenbooms personages loop je nieuwsgierig rond in het Amsterdam van het einde van de negentiende eeuw en bezoek je de nederzetting van sektarische turfstekers in Hoogeveen. De intrige is bijzonder knap, de taal een feest.

2. Gerrit Krol, De vitalist. Een sterk suggestief verhaal van misdaad en gewenste maar niet gekregen straf, waarin nagedacht wordt over de grenzen van onze sympathie voor een moordenaar.

3. Stefan Hertmans, Goya als hond. Een zeldzaam voorbeeld van een dichtbundel waarin een dichter op boeiende wijze onthult en in taal concretiseert wat er allemaal omgaat in zijn verbeelding. En dat is in Hertmans' geval heel veel.

Bart Holsters

Voor tante Fien, die op haar cholesterol moet letten: Het kookboek van de klassieke keuken van Auguste Escoffier, vertaald onder redactie van de onsterfelijke Wina Born. Het absolute standaardwerk van de Franse gastronomie, geschreven door de grootste kok van de 19de én de 20ste eeuw.

Voor nicht Cindy, die dringend aan nieuwe zingeving toe is nu Big Brother voorbij is: Boek van schoonheid en troost. Wim Kayzer interviewt negenentwintig schrijvers, wetenschappers, filosofen, kunstenaars en andere mensen die wel eens plegen te denken. Toppie!

Voor neef Jonas, die net uit therapie is: Hannibal, deel drie van de Hannibal Lecter-trilogie van Thomas Silence of the Lamb Harris. Lecter, de gecultiveerde kannibaal, maakt Italië onveilig, achternagezeten door het FBI, de Italiaanse politie en Mason Verger, een vroeger slachtoffer dat op wraak zint. Griezel & spanning gegarandeerd.

Leen Huet

1. Virginie Loveling, In oorlogsnood. Dagboek 1914-1918. Het clandestiene oorlogsdagboek van een grande dame in een bezette stad: historisch document en meesterwerk.

2. Virginia Woolf, Jacob's Room. Een experimentele roman zoals men ze vandaag niet meer schrijft: krachtig, puur, ontroerend.

3. Victor Klemperer, Tot het bittere einde. Dagboek 1933-1945. De afdaling van een (joods-)Duitse professor in de kringen van de hel. Volg hem ademloos en besef dat hij de persoon in uw spiegel zou kunnen zijn.

Dirk Van Hulle

Samuel Becketts Droom van matig tot mooie vrouwen: met haar virtuoze vertaling laat Anneke Brassinga zien hoe briljant de taal is waar Beckett zich in zijn latere werk van heeft ontdaan. Het overspannen, nerveus-hilarische proza van Donald Antrim (The Verificationist) en het gevatte venijn van Julian Barnes (Love, Etc.) verdienen een even knappe vertaling.

Herman Jacobs

Twintig boeken had ik het afgelopen jaar ongaarne gemist - laat ik in ieder geval deze vijf noemen:

Martin Michael Driessen, Gars, een krankzinnige, tomeloos fantasierijke, uitmuntend geschreven ridderromanpastiche die ik schuddend van plezier gelezen heb; Zadie Smith, Witte tanden, een panoramisch twintigste-eeuws epos waarmee deze piepjonge debutante de oude Tolstoj weliswaar niet evenaart (al is ze wel geestiger), maar toch bijna, wat waarachtig niet gering is; Chris De Stoop, De bres, een ontroerende én tot nadenken stemmende elegie voor het zinloos vermassacreerde polderland op de Antwerpse linkeroever; Henk van der Waal, Schuldsanering, retorisch overdonderende en tegelijk mathematisch precies gecomponeerde gedichten; Felicitas Hoppe, Pigafetta, een ongrijpbare, ijlhoofdige monterheid opwekkende reis rond de roman in negen nachten.

Aimee de Jaeger

1. Chris Bos, Kleine leugens, omdat het hilarisch is en diep nagevoeld tegelijk, bijna Salingeriaans geschreven.

2. Peter Pohl, Jan, mijn vriend, omdat tussen het tragische en beklijvende zoveel balorige humor zit dat de hoop de bovenhand blijft houden.

3. Marita de Sterck, Wild vlees, als sterke beschrijving van het rouw- en groeiproces van een adolescent, uniek en universeel.

Belle Kuijken

1. Kazumi Yumoto, Brieven aan mijn vader. Meeslepend verhaal over de trieste onderwerpen van het leven, heel bijzonder, spitsvondig, waarschijnlijk uniek.

2. Jeroen Brouwers, Geheime kamers. Brouwers laat zowaar wat licht toe in z'n laatste boek. Magistraal werk, naar goede gewoonte.

3. E. Annie Proulx, Accordeonmisdaden. Al enkele jaren oud, dit epos van de Amerikaanse geschiedenis van migratie en gemis. Een ongelofelijk rijk boek met onwaarschijnlijke, nooit eindigende verhalen.

Geert Lernout

1. Het beste non-fictieboek dit jaar: Surpassing Wonder: The Invention of the Bible and the Talmuds van Donald Harman Akenson. Meer dan 600 pagina's knap geschreven en soms heel grappig geformuleerde eruditie over hoe enkele van de belangrijkste boeken van onze cultuur tot stand kwamen.

2. Het op één na knapste: Meilensteine der Bach-Interpretation, 1750-2000 van Martin Elste, een overzicht van alle redenen waarom de jarige cantor uit Leipzig zich na een kwart millennium nog altijd regelmatig in zijn graf omdraait.

3. En de mooiste roman was House of Leaves van Mark Z. Danielewski.

Dirk Leyman

Al die boeken in een soort volgorde plaatsen, het is bijna zoiets als orde brengen in een driftig sprintend wielerpeloton. De ontcijfering van mijn fotofinish laat ik met plezier aan de lezer over:

1. Geheime kamers van Jeroen Brouwers' en In ongenade van J.M. Coetzee. Met voorsprong de romans die me in 2000 het meest naar de keel grepen. Geschreven in volstrekt andere taal- en toonladders, maar met onverwachte overeenkomsten: middelbare mannen in een emotionele maalstroom, belaagd door laster en een boze buitenwereld. Brouwers bouwt, na een moeizaam begin, een woordenkathedraal van verrukkelijke schoonheid. Coetzee bedrijft uitgepuurde stijlsoberheid maar is niet minder indrukwekkend.

2. Thuisblijver Maarten T'Hart viel me als dagboekschrijver uitstekend mee in Een deerne in lokkend postuur. Immer uithuizige Ryszard Kapuscinski bewees met zijn in Ebbenhout gebundelde Afrika-story's nogmaals dat hij waarschijnlijk de best schrijvende journalist ter wereld is.

Mooie ereplaatsen voor: Eric De Kuyper, Met gemengde gevoelens; Sébastien Merciers, Niemand ontbijt meer met een glas wijn; Jean Rolin, Zones; Martin Bril, Hollandse luchten. En toch ook gefascineerd geraakt door Michel Houellebecq met De wereld als markt en strijd.

Annemie Leysen

Wegens betrokkenheid bij een literaire prijs die over het Vlaamse en Nederlandse aanbod gaat, selecteerde ik mijn favorieten uit het buitenland.

1. War Game van de Britse auteur-illustrator Michael Foreman, eindelijk in het Nederlands vertaald. De zinloze loopgravenoorlog schitterend in woord en beeld gebracht, verteld uit het standpunt van een stel jonge argeloze Engelse privates. 2. David Almond, De wildernis. Spanning en unheimlich mysterie tegen de desolate achtergrond van het Noord-Engelse 'einde van de wereld' en de koolmijnen, in een bijzondere literaire vorm gegoten.

3. J.M. Coetzee, Disgrace, met een jaar vertraging gelezen. Een overrompelend document over Zuid-Afrika na de apartheid. Al even indrukwekkend als het ogenschijnlijke gestuntel en het raadselachtige zwijgen van de schrijver in Zomergasten.

Ilse Logie

1. Benito Pérez Galdós, Fortunata en Jacinta. Het verhaal van twee echtgenotes. Voor het eerst werd deze indrukwekkende negentiende-eeuwse klassieker van de 'Spaanse Balzac' in het Nederlands vertaald.

2. Roberto Bolaño, De woeste zoekers. De zoektocht van twee dichters naar het wezen van de poëzie, op een frisse, eigenzinnige manier vormgegeven door een veelbelovende Chileense schrijver.

3. Esther Freud, Wildernis. Door alle gebeurtenissen vanuit het standpunt van het meisje Tess te beschrijven slaagt Freud erin de stijgende spanning in een nieuw samengesteld Engels gezin trefzeker weer te geven.

Christelle Meplon

1. Kazuo Ishiguro, Toen wij wezen waren . Om de gevoelige, intrigerende, doorgaans mild ironische maar soms erg scherpe manier waarop Ishiguro kinderlijk optimistische verwachtingspatronen (onder meer die van het klassieke Britse detectiveverhaal) confronteert met een actueler, ontnuchterend wereldbeeld. 2. Jim Crace, Being Dead. Omdat deze ongewone roman over twee lichamen die na een moord liggen te ontbinden in de duinen, ondanks het naargeestige onderwerp meer poëtisch dan macaber overkomt.

3. Claire Messud, Het vorige leven . Om Messuds sensuele, evocatieve schrijfstijl en de fascinerende nauwkeurigheid waarmee mijn Amerikaanse leeftijdgenote een verloren Franse kindertijd reconstrueert.

Ann Meskens

De vertaalde Ethica van Aristoteles, uitgegeven in schitterende Guild-kleuren: dieppurper, feloranje en limoengroen. Verder het laatste binnenhuisboek van Tricia Guild, met een koeler palet: Nieuw wit. Ten slotte, ook omdat ik op haar verliefd blijf, The.PowerBook van Jeanette Winterson, in de Engelse, citrusgeel uitgegeven editie. Voorbeelden van goed beminnen, goed wonen en goed leven, dus.

Eric Min

1. Montaigne, Essais. Niet alleen het beste van wat ik dit jaar las, maar een van de boeken waarmee iemand een leven voort kan. Montaignes bedachtzame ritme is wekenlang mijn vluchtstrook geweest in bange, boze dagen: zou dat een kenmerk van het klassieke zijn?

2. Alma Mahler, Het is een vloek een meisje te zijn. De dagboekaantekeningen van een briljante bourgeoise op het breukvlak van twee eeuwen. In de eerste plaats te lezen voor het tijdsbeeld: Wenen van 1898 tot 1902, met Klimt, Mahler en al de anderen. De hoofdrol is uiteraard weggelegd voor de bevlogen Alma - kunstenares, minnares en vooral "een slagveld van stemmingen".

3. Arthur Rimbaud, Een seizoen in de hel. Voor mijn jaarlijkse voettocht naar de essentie van het lezen heb ik ten minste een vertaling van Paul Claes nodig. Dit is zijn vierde versie van Rimbauds Une saison en enfer, het baldadige geschrift van een pril genie. Meeslepende noten, uitdagende hypothesen en een overrompelende eruditie: Claes en Rimbaud laten hun lezers mee naar zin(nen) zoeken, ontraadselen, herschrijven. Hoe hard intellectueel labeur licht als een sneeuwvlok kan zijn, spannend en ook gewoon plezant.

Erik Moonen

Het geestigste boek dat ik het afgelopen jaar in handen heb gekregen is Reim und Zeit & Co van Robert Gernhardt. Wie echt nog gelooft dat het Groot Repertorium der Duitse Humor niet dikker kan zijn dan het Kookboek van de Noord-Koreaanse Boerinnenbond, heeft het mis: het is minstens even dik als Gernhardts grappige, ontroerende en stilistisch meesterlijke verzameling gedichten, proza en cartoons. Voorts heb ik genoten van De achtste scheppingsdag van Bernhard Kegel. Beslist geen volmaakt boek, maar een geslaagde poging om met een goed verhaal wat brandstof te leveren voor een discussie over gentechnologie. Voor het overige heeft het voorbije jaar mijn overtuiging dat er veel te veel wordt gepubliceerd alleen maar extra argumenten geleverd.

Piet de Moor

1. Marcel Reich-Ranicki, Mijn leven. Autobiografie van een joods-Poolse overlever, die op eigen kracht de scherpzinnigste en integerste literaire criticus van Duitsland werd. Over het leven en dus over de liefde, "het extreme gevoel dat van genegenheid tot hartstocht leidt en van hartstocht tot afhankelijkheid".

2. Apostolos Doxiadis, Oom Petros en het vermoeden van Goldbach. De oude Petros wil zijn neef uit de greep van de wiskundige passie houden die zijn eigen leven grotendeels heeft verwoest. Een goed gedocumenteerde, ongewone en spannende vertelling die terloops een einde maakt aan de mythe van de belangeloze wetenschapper.

3. Sándor Márai, Gloed. Twee oude mannen, ooit onafscheidelijke vrienden, zien elkaar terug, 41 jaar na het incident dat hen uit elkaar heeft gedreven. Wat is er gebeurd? Márai laat zien dat de waarheid in het beste geval benaderd, maar nooit helemaal gekend kan worden.

Jean-Paul Mulders

1. Villa des Roses: Willem Elsschots debuut was tot dusver nog aan mijn aandacht ontsnapt. Tijdloos, glashelder, na bijna een eeuw nog altijd meeslepend en ontroerend.

2. Uit de boekenoogst van 2000: De 13 1/2 levens van kap'tein Blauwbeer van Walter Moers, behalve schrijver ook een getalenteerd cartoonist. In Duitsland met bijna een half miljoen verkochte exemplaren een enorme hype, wist dit borrelende universum moeiteloos het jongetje in mij aan te spreken.

3. Blijkbaar val ik - neem me niet kwalijk, highbrow vrienden - wel voor bestsellers. In Met angst en beven beschrijft Amélie Nothomb - jong, mooi, excentriek en barstend van talent - haar ervaringen als toiletjuffrouw bij een Japanse multinational. Een prachtig Belgisch exportproduct.

Staf Nimmegeers

1. Erwin Mortier, Mijn tweede huid, vanwege de meeslepende stijl en de herkenbaarheid.

2. John Irving, Bidden wij voor Owen Meany: de verwevenheid van humor en tragiek, meesterlijk verteld.

3. Paulo Coelho, De alchemist, pas bij de vijftiende druk in handen gekregen. Latijns-Amerika op zijn best in een roman waarin de schaapherder zoekt naar wat we allemaal zoeken: samenhang.

Jeroen de Preter

1. Herontdekking van het jaar: De teleurgang van den Waterhoek van Stijn Streuvels, in ere hersteld door Marcel De Smedt en Edward Vanhoutte.

2. Fantoompijn van Arnon Grunberg, entertainment van de bovenste plank.

3. Thans lees ik Geheime kamers van Jeroen Brouwers, een roman die mijn stoutste verwachtingen overtreft.

Marc Reugebrink

Twee totaal verschillende dichtbundels van twee totaal verschillende dichters.

In de waterwingebieden. Gedichten 1953-1999 van H.H. ter Balkt, die vroeger onder de naam Habakuk II De Balker schreef en nooit zijn profetenmantel en ezelachtige koppigheid heeft afgelegd: laaiende poëzie. De geschiedenis van een opsomming, de zesde bundel van Arjen Duinker, met gedichten die de lezer fouilleren op het teveel aan betekenissen waarmee hij rondloopt om hem daarna de intensiteit van het waarnemen, van het kijken en zien, opnieuw bij te brengen.

Uit liefde voor Camus voeg ik daar de respectabele biografie die Olivier Todd schreef nog aan toe, een boek dat Camus in zijn grandeur en in zijn misère (als denker en schrijver en als mens) uittekent.

Eric Rinckhout

1. Graham Swift, Waterland. Deze roman uit 1983 is een absolute classic. Een overrompelend en vooral intelligent boek dat voorts alles tegelijk is: detective, oorlogsroman, liefdesverhaal, filosofisch-historische beschouwing, streekroman, familiesaga en historisch epos.

2. J.M. Coetzee, Disgrace. Een liefdesverhaal en een vader-dochterroman, maar ook een politiek boek dat een gruwelijk pessimistisch, ja apocalyptisch beeld van Zuid-Afrika ophangt. Groots, aangrijpend, politiek weinig correct, menselijk en tegelijk zo onmenselijk. Shakespeare in de Karoo.

3. Jeroen Brouwers, Geheime kamers. Er gebeurt zo veel en zo weinig in deze magistrale liefdesroman. Iedereen doet het met iedereen, de wereld gaat aan bedrog en manipulatie ten onder. De wereld mag dan rot zijn, deze roman is een parel, een symfonie van woorden, aanzwellend tot een grandioze finale.

Frans Roggen

1. Leo Perutz, Nachts unter der steinernen Brücke. Ik wilde eerst schrijven: alles van de Oostenrijkse meester, maar het werd deze verzameling van vijftien soms typisch joodse novellen over keizer Rudolf II en de mooie Esther, zijn droomgeliefde, de vrouw van zijn joodse financier Meisl. De novellen vallen schitterend én beklemmend in één roman samen, op een manier zoals ik nog nooit ergens gezien heb.

2. I.B. Singer, Schimmen aan de Hudson. Elckerlyc heeft het zeker niet gemakkelijk, als jood, na de holocaust, in New York, in het atoomtijdperk, met al die snelle vrouwen.

3 Yasar Kemal, Salman the Solitary: epische adem en subtiele verwijzingen naar Armeense en Koerdische problemen, maar vooral een verhaal dat stormloopt als een horde wilde paarden in de vlakten van de Cukurova.

August Thiry

1. Stacy Schiff, Vera. Mevrouw Vladimir Nabokov. Portret van een huwelijk of hoe Vera Slonim ertoe bijdroeg een Russische emigrant onsterfelijk te maken als Vladimir Nabokov, schrijver naast God.

2. William Dalrymple, In de schaduw van Byzantium. Fascinerende stippelweg door het Byzantijnse imperium, een tocht die vijftien eeuwen overbrugt, in de beste traditie van flegmatiek Brits reisproza.

3. Sydney Loch, Athos the Holy Mountain. Een Schot tijdens het interbellum op zoek naar de mannelijke ziel van de monnikenrepubliek Athos in Noordwest-Griekenland. Van oude orthodoxen, de dingen die al duizend jaar zichzelf blijven.

Marc Van Den Bossche

1. Geerten Meijsing, Dood meisje. Moet iets met de persoon van de schrijver te maken hebben.

2. Jeroen Brouwers, Geheime kamers. Lang geleden dat ik nog zo intens in een boek gewoond heb.

3. Amélie Nothomb, Met angst en beven. Was het opstapje voor de lectuur van vijf andere boeken van haar en die hebben mijn vakantie prettig gekleurd.

Johan Vandenbroucke

Drie Nederlandstalige romans. Eerst de winnaar van de AKO-literatuurprijs, Fantoompijn van Arnon Grunberg: vermakelijk, stilistisch lenig geschreven en ook inhoudelijk de moeite. Vervolgens De bloedproever van Paul Koeck, verrassend charmant van toon en ingenieus van compositie. En ten slotte, uiteraard, Geheime kamers, de in meer dan één opzicht nieuwe meesterproef van Jeroen Brouwers.

Griet Vandermassen

1. Sarah Blaffer Hrdy, Moederschap. Een natuurlijke geschiedenis. Monumentale studie van het moederschap vanuit een brede evolutionaire, interculturele en historische invalshoek.

2. Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys, Tussen waarheid en waanzin. Naslagwerk van de para- en pseudowetenschappen, met heldere informatie over de wetenschappelijke stand van zaken inzake fenomenen als aardstralen, de Roswell-affaire en zombies.

3. Randy Thornhill en Craig Palmer, A Natural History of Rape. Belangrijk en moedig onderzoek naar de biologische wortels van verkrachting.

Bert Van Molle

Terwijl al het nieuwe verschijnt, las ik dit jaar vooral het oude, dat vaak nieuwer blijkt dan het nieuwe. Gepaard met verstand, verhalen van Carlo Emilio Gadda, in een vertaling van Frans Denissen, die eerlang de vertaling van het hoofdwerk van Gadda klaar zal hebben Die kloterige klerezooi in de Via Merulana. De wereld is barok en Gadda zijn profeet. Verder Bekentenissen van Zeno van Italo Svevo herlezen. En Musils Man zonder Eigenschappen. Dat was genoeg.

Peter Venmans

1. José Saramago, Alle namen. Meneer José verdwaalt in het archief van de burgerlijke stand. Borges, Kafka en Pessoa ineen.

2. Eduardo Mallea, Chaves. Over een man die er het zwijgen toe doet. Een spaarzame Argentijn. Apologie van het laconieke.

3. Clément Pansaers, Apologie van de luiheid. Alleen de titel al. Lyrisch pamflet van een Belgische dadaïst (1885-1922). Liederlijk en libertair.

Koen Vergeer

Een goed poëziejaar. En ik twijfel geen moment, dit zijn absoluut de beste:

1. Henk van der Waal, Schuldsanering. Groots, krachtig, heftig, meeslepend, mooi en wat wilt u nog meer. Hier is een dichter aan het woord die de lezer laat duizelen langs de afgronden van God, zingeving, liefde, lust, geschiedenis en nog wat metafysische grootheden.

2. Astrid Lampe, De sok weer aan. Vol hilariteit, grimmigheid, aplomb en verwarring. Als er met Lampe niet zoveel te grinniken viel stond je door de compromisloze toonzetting nog verlorener in het 21e-eeuwse bestaan.

3. Esther Jansma, Dakruiters en Kees Ouwens, Mythologieën. Ouwens en Jansma voegden elk een nieuwe parel aan hun oeuvre toe. Jansma met een kinderlijke onverzettelijkheid jegens de dood, Ouwens met zijn meeslepende, extatische taalgebruik.

Marnix Verplancke

1. Zadie Smith, Witte tanden. Het debuut van het jaar. Een grappige, tragische en heel onderhoudende roman die speelt tegen de geschiedenis van de laatste halve eeuw.

2. John Banville, Eclipse. Banville overtreft zichzelf in deze gedetailleerd beschreven zoektocht van de acteur Alexander Cleave naar de redenen van zijn psychische instorting.

3. Noel Duffy & Theo Dorgan (eds.), Watching the River Flow. Deze verzamelbundel laat in honderd gedichten zien waar de Ierse poëzie de voorbije eeuw voor stond. Breed, relevant en vooral heel mooi.

Wim Vermeylen

1. Michael Kumpfmüller, Hampels Fluchten: knap vertelde, tragikomische roman over de lotgevallen van Heinrich Hampel in BRD en DDR.

2. Julia Franck, Bauchlandung: intrigerende verhalen in een mooie stijl.

3. Thomas Lehr, Nabokovs Katze: fantasierijke roman over een man op zoek naar de droomvrouw van zijn jeugd.

Catherine Vuylsteke

Aangezien boeken zoals Arundhati Roys De God der Kleine Dingen niet elk jaar opduiken, is een keuze moeilijk. Niet het beste, maar wel aardig: De bevreemding van de schoonheid van Lydia Minatoya, sprankelende bespiegelingen over Japanners en Amerikanen; Troostmeisjes. Verkrachting in naam van de keizer van Brigitte Ars, wegens onwaarschijnlijk wreed en daarom onvergetelijk; en The Ground beneath Her Feet van Salman Rushdie, hoewel niet zo goed als The Moor's Last Sigh.

Maria De Waele

1. Lieven Saerens, Vreemdelingen in een wereldstad. Een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking, 1880-1944. Een gedegen historische studie met een grote maatschappelijke relevantie, maar ook een boeiende brok lectuur.

2. Graham Robb. Rimbaud. Een realistische, nogal ontmythologiserende levensbeschrijving, aanbevolen voor iedereen die in zijn puberjaren heeft gedweept met 'Le Bateau ivre'.

3. Michael Dibdin, Blood Rain. De recentste thriller in de reeks met de Venetiaanse politieman Aurelio Zen is meteen de beste. Bloedstollend geschreven en bij momenten ronduit angstaanjagend.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234