Donderdag 02/04/2020

Coronavirus

De besmette Belg Philip Soubry over zijn leven in quarantaine: ‘Een mens zou van minder gedeprimeerd raken’

‘Natuurlijk heb ik geen vleermuis gegeten. Ik ben niet gek, hoor.’

Philip Soubry, de eerste Belg die met het coronavirus is besmet, zat sinds maandag 3 februari twee weken lang in een hermetisch afgesloten kamer in het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis. Gisteren mocht hij terug naar huis. We spraken de man die zich kiplekker voelde, zich verveelde en zich vooral zorgen maakte over zijn vrouw die in China is achtergebleven – in ruil voor twaalf dubbele Westmalles, twee donkere Leffes en een camembert.

“Mijn coronagevangenis”, noemt Philip Soubry (54) het zelf. Een hermetisch afgesloten ziekenhuiskamer van vier op vijf meter met een bed, tafel, stoel, zetel en televisie. De ramen gaan niet open, aan het plafond ronkt een groot luchtverversingssysteem. In de kamer is de luchtdruk lager dan erbuiten, zodat het virus niet naar buiten kan ontsnappen wanneer er een deur opengaat. Voor de ingangsdeur is een sas waarin het personeel eten en spullen kan achterlaten. Daar laat het verplegend personeel ook onze levering achter: naast een lading abdijbier, een camembert en een flessenopener hebben we er ook een potje chilipeper bijgestoken, want Soubry vindt het eten in het ziekenhuis veel te flauw – “in China eten we altijd heel pikant” – en de porties te klein.

“Gisteravond kreeg ik één kleine hamburger, witlof en wat puree. Ik lust geen witlof, maar ik heb het toch opgegeten. ’s Morgens een paar sneetjes brood met boter, maar geen beleg. Ik heb een constant hongergevoel, heel vervelend. Gelukkig heeft de firma waarvoor ik werk me net een groot voedselpakket bezorgd.”

Het belletje om iemand van het verplegend personeel te roepen werkt in deze quarantainekamer niet, de communicatie met de verplegerspost verloopt via een telefoon. Als iemand zijn kamer wil binnenkomen – een job voor verpleger – doet die er ongeveer een kwartier over om zich in te pakken volgens strikte procedures: mondmasker, bril, haarnetje, blauw beschermingspak.

“Een sympathieke jongen, die Danny. Half Spaans, half Belgisch. Het personeel en de dokters zijn hier heel vriendelijk. De dokter gaf me zelfs een hand – wat in China ten stelligste wordt afgeraden. Gisteren is de hoofdverpleegster twee Leffes en een klein pakje chips voor mij gaan kopen. Ik denk dat ze dat zelfs uit haar eigen zak heeft moeten betalen. Alleen jammer dat bijna niemand in dit Brusselse ziekenhuis Nederlands spreekt. Maar goed, in China woon ik óók op een plek waar niet zo veel mensen Nederlands spreken.”

‘Ik voelde niks. Geen kuchje, geen hoofdpijn, geen grieperig gevoel.’

Soubry verveelt zich. Het slechte nieuws dat hij besmet was met het coronavirus, als enige van de negen gerepatrieerde Belgen, kwam maandag 3 februari na 20 uur. Hij werd meteen in een wit beschermingspak gehesen en per ziekenwagen naar het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis gebracht, naar de negende verdieping in sector 309, afdeling Infecties. Daar bevindt zich een gang vol quarantainekamers voor patiënten met infecties met een hoog besmettingsgevaar. Ook patiënten met ebola, tbc en vogelgriep zijn hier vroeger verzorgd. Soubry verblijft in kamer 06-1.

“Ik voel nog altijd niks. Geen kuchje, geen hoofdpijn, geen grieperig gevoel. Daarnet ben ik opnieuw getest om te kijken of ik het virus nog steeds draag. Heel vervelend is dat: ze gaan met een wattenstaafje tot 10 centimeter diep in je neusgat. Ik heb de kamer ook even mogen verlaten, onder strikte begeleiding, voor een longonderzoek. Tot nu toe houdt het virus zich koest. Ik ben nog altijd positief, maar de waarden zijn al een stuk gezakt, wat hoopgevend is. De dokter zegt dat het na twee weken volledig uit mijn lijf moet zijn.”

Enig idee waar je het virus hebt opgelopen?

Nee. Ik ben in China niet in contact gekomen met mensen die symptomen vertoonden. Mijn vrouw, een Chinese, is in de dagen voor de lockdown (het bevel om binnen te blijven, red.) bij haar ouders op het platteland op bezoek geweest, maar ook zij waren niet ziek. Ik was eerst niet van plan om naar België te komen, maar bij LVD, de West-Vlaamse machinebouwer waarvoor ik werk, wilden ze liever dat ik me liet repatriëren. Mijn vrouw wilde niet meekomen, omdat ze dicht bij haar familie wilde blijven. De kans is groot dat zij het virus ook heeft, maar ik had haar gezegd dat ze beter uit de overvolle ziekenhuizen kon wegblijven zolang ze geen symptomen heeft. Ze bleef dus gewoon thuis en ging alleen buiten om boodschappen te doen. Iemand heeft haar verklikt bij de overheid, waarschijnlijk een werknemer van de fabriek. Ze zijn het huis komen verzegelen en nu mag ze geen voet meer buiten zetten.”

Hoezo, verklikt?

De Belgische berichtgeving over mijn besmetting heeft de Chinese media gehaald, mijn foto is er verschenen in het nieuws. Zo zijn ze bij mijn vrouw terechtgekomen. China is nu eenmaal een verklikmaatschappij: buren worden aangemoedigd om aangifte te doen als iemand zijn verzegelde huis uitkomt.”

“Mijn vrouw heeft instructies gekregen om haar temperatuur een paar keer per dag te meten. Ze hebben haar ook enkele telefoonnummers van speciale koeriers gegeven die eten kunnen bezorgen. Ze heeft ook nog vlees in de diepvries, gelukkig. Toen ik vertrok zat er nog 4,3 kilo biefstuk in, een halve kilo stoofvlees en wat vol-au-vent.”

“Ik heb haar vanochtend aan de telefoon gehad, maar de verbinding was heel slecht. Het Chinese internet is weer eens dichtgesnoerd, zodat we geen videogesprekken kunnen voeren. Het internet in China begint wel vaker te sputteren op kritieke momenten.”

“Ik zit zo met haar in. Als ik dit had geweten, had ik haar verplicht om mee naar België te komen.”

Er was veel kritiek op de Chinese overheid omdat de informatie over het virus lang is stilgehouden. Wanneer heb jij voor het eerst over het coronavirus gehoord?

Pas op 21 januari, enkele dagen voor onze fabriek dichtging voor de vakantie rond Chinees Nieuwjaar. Mijn assistent zei dat de directeur van de fabriek in het ziekenhuis was opgenomen en in quarantaine was geplaatst. Ze hadden het vaag over één of ander virus, niemand in de fabriek wist precies wat het was.”

“De ernst van de zaak is pas goed tot me doorgedrongen toen Wuhan, het epicentrum van de uitbraak, in lockdown ging, twee dagen later. We wonen in Huangshi, op 100 kilometer van Wuhan, en ook daar viel alles heel snel stil. De toegangswegen werden afgesloten, het openbaar vervoer reed niet meer, en de straten werden steeds leger. We zijn nog met een taxi tot bij een Wallmart geraakt om vlees te kopen, maar in de meeste supermarkten waren alle rekken leeg. Aan de deur moest je je temperatuur laten meten: met koorts kwam je er niet in. Groenten hebben we in een restaurant gevonden dat toch geen klanten meer had en uitverkoop hield. Mondmaskers waren er toen al bijna niet meer te vinden. Na een tocht langs verschillende apotheken hebben we nog twee pakketten met twintig stuks gevonden. Dat is weinig, als je weet dat je die om de vier uur moet vervangen.”

De hightech surveillance van China komt goed van pas om de bevolking te monitoren. Ik las dat er op het platteland drones rondvliegen die mensen zonder mondkapje vanuit de lucht vermanen: ‘Naar huis, binnen blijven!’

Daar heb ik filmpjes van gezien, op de app TikTok. Mijn vrouw vertelt dat ze ook drones gebruiken om appartementsblokken te besproeien met ontsmettingsmiddel.”

Philip Soubry met zijn vrouw. ‘Ik maak me zorgen om haar. Had ik geweten wat ik nu weet, ik had haar verplicht om mee naar België te komen.’

China heeft een ander idee over privacy dan wij.

Privacy? Er is helemaal geen privacy. Overal hangen camera's, zelfs in de lift van ons appartementsgebouw. In de straten staan overal camera's met gezichts- en nummerplaatherkenning, zodat ze niet alleen kunnen zien welke auto er voorbijrijdt, maar ook wie aan het stuur zit. Als je de verkeersregels overtreedt, krijg je strafpunten, en wie te veel strafpunten heeft, mag niet meer met de trein of het vliegtuig reizen. Maar daardoor is China ook heel veilig. Je moet al gestoord zijn om daar een overval te willen plegen, want de overheid weet perfect waar je bent op welk moment. Ik zat ooit eens in een bar waar een groep binnenkwam die alles kort en klein sloeg. De politie vroeg onmiddellijk de camerabeelden op, en een uur later hadden ze alle daders al vast.”

Waarom ben je in China gaan wonen?

Omdat ik avontuurlijk ben, en leven in China is elke dag een avontuur voor mij. Alles is er anders. Ik werk al sinds mijn 18de voor LVD, dat actief is over de hele wereld. Ik kon niet aarden in België en heb altijd veel gereisd. Amerika, Italië, Abu Dhabi, Maleisië... In 2006 ben ik in China terechtgekomen, in de fabriek in Huangshi. De eerste jaren kwam ik nog een paar keer per jaar naar België terug, maar dat pendelen werd te vermoeiend. Zes jaar geleden ben ik er gaan wonen, ik ben er toen ook getrouwd.”

STUKJE PANDA

Het coronavirus zou afkomstig zijn van vleermuizen, een delicatesse in China. Heb jij ooit een vleermuis gegeten?

Dat je dat durft te vragen! Ik ben niet gek, hoor. Dat wordt trouwens wel wat overdreven, het is niet zo dat je in elk restaurant een vleermuisje kunt verorberen. Schildpad, daar houden Chinezen ook van. Dat heb ik een paar keer geproefd, maar het zei me niks.”

“Het enige waar Chinezen niet mee kunnen lachen, is als je een grapje maakt over panda’s. Ik zei eens tegen een Chinese vriend dat de panda’s in Paira Daiza wel goed smaakten, en hij heeft een week niet tegen mij gesproken.”

Over humor gesproken: met een tekening van De Standaard-cartoonist Lectrr – waarbij op een Chinese vlag de sterren werden vervangen door het symbool van biologisch gevaar – kon de Chinese overheid niet lachen.

Ach ja, Chinezen hebben wel humor, maar niet als zijzelf of hun nationale trots het voorwerp van spot zijn. Ik heb niks tegen zo’n cartoon, maar ik zou hem zeker niet op mijn Wechat (een variant van Whatsapp, red.) durven te zetten. Dan riskeer ik dat ik het land niet terug binnen mag. Je moet toch een beetje oppassen wat je zegt in China. Als je bij de overheid op de thee wordt gevraagd, is dat meestal geen goed nieuws. Gelukkig drink ik alleen koffie.”

En bruin bier.

Wat moet je doen als je je in een ziekenhuiskamer zit te vervelen? Ik ben een buitenmens, altijd op stap, altijd in gezelschap. Hier kan ik alleen stilzitten en wachten. Vergeet niet dat ik in China ook al twee weken heb moeten binnen blijven. Daarna ben ik veertig uur onderweg geweest op die repatriëringsvlucht en heb ik één dag in quarantaine gezeten in het militair hospitaal van Neder-Over-Heembeek. Daar werden we wel in de watten gelegd, maar na één dag kreeg ik al slecht nieuws over mijn besmetting, en sindsdien zit ik hier. Een mens zou voor minder gedeprimeerd raken.”

‘Wat moet je doen als je je in een ziekenhuiskamer zit te vervelen?’

Hoe gaat het met je vrouw? Wordt zij ook nog naar hier gerepatrieerd?

“Dat was eerst het plan. Buitenlandse Zaken had gezegd dat ze meekon op een tweede repatriëringsvlucht, maar nu blijkt het risico te groot. Het is ten eerste al bijna onmogelijk voor haar om in Wuhan te raken. De lockdown is nog veel strenger geworden. Er rijden nog taxi's, maar niemand waagt zich nog in die stad. Ze denken allemaal dat ze gaan doodvallen als ze nog maar één teen op het grondgebied van Wuhan zetten. En stel dat mijn vrouw op de luchthaven raakt, dan wordt ze eerst getest. Als ze positief test, mag ze toch niet mee. Dan wordt ze misschien gewoon achtergelaten op de luchthaven en kan ze geen kant meer uit. Dan is het beter dat ze veilig thuisblijft.”

Hoe lang moet jij het nog uitzweten in je kamertje?

Volgens de dokter zou ik weleens sneller buiten kunnen zijn dan de mensen in quarantaine in Neder-Over-Heembeek. Als ik twee keer negatief test op het coronavirus, ben ik vrij om te gaan en staan waar ik wil. Het einde van de tunnel is in zicht!”

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234