Vrijdag 19/08/2022

De Belgische Cobra's

In het werk van de twee belangrijkste Belgische Cobra-kunstenaars, Pierre Alechinsky (1927) en Christian Dotremont (1922-1979), nemen zowel woord als beeld en de interactie tussen beide een heel bijzondere plaats in. Niet dat we Alechinsky willen afdoen als een louter Cobra-kunstenaar, in geen geval, de man is tenslotte al zo'n vijftig jaar kunstenaar. Ten tijde van Cobra maakte hij uiteraard deel uit van de 'Jeune peinture belge', de Belgische experimentele groep. Maar meer dan wie ook van zijn landgenoten, Dotremont uitgezonderd, was hij gebiologeerd door wat Cobra internationaal te betekenen had. Achteraf gezien zijn hij en Dotremont ook de enige Belgen in wier werk je sporen terugvindt van wat zich in het buitenland afspeelde. Achteraf ook, toen Cobra al dood en begraven was, zal Alechinsky een zwenk maken in noordelijke richting, getroffen als hij was door het werk van de Deense en Nederlandse experimentelen. Die buitenlandse invloed lees je af aan het toenemende belang dat hij gaat hechten aan het schrift als picturale uitdrukkingsvorm, aan een organische schriftuur, aan de taal als teken, aan het taalteken (zonder echt taal te zijn). Het schrift werd zijn inspiratiebron - vanaf '55 werd hij bovendien sterk beïnvloed door de Japanse kalligrafie - en is dat tot vandaag ook gebleven. Het is opvallend dat hij in zijn penseelschrift, zoals hij dat trouwens op de voor kalligrafen zo typische manier (gebogen over het op de grond liggende papier) toepast, vooral ná het Cobra-avontuur een ongekend speelse vrijheid aan de dag gaat leggen. Zelfs het 'mythescheppende schilderen', nog zo'n Cobra-trekje, maakt hij zich eigen; verschil is wel dat in zijn geval de humor al heel snel om de hoek komt kijken. Het is alsof Alechinsky pas na Cobra bij de oude kern van de Cobra-groep aansluiting vindt en zich pas dan als een echt Cobra-schilder manifesteert. Beetje hautain, dat wel - hij aarzelt niet om een fotograaf met goede bedoelingen én met een afspraak na een paar shots wandelen te sturen - maar voor de rest niets dan lof.

In tegenstelling tot Alechinsky, die het 'teken' op een organische manier tevoorschijn haalt uit het chaotische, vertrekt Dotremont vanuit de taal zelf, en hij herleidt die taal tot een plastische vorm. De grens tussen de genres, tussen poëzie en schilderkunst in dit geval, is bij hem totaal verdwenen. Hij creëert een 'visuele poëzie', maar je kunt evengoed spreken over 'woordschilderijen', of geschilderd schrift, of geschreven schilderijen. Zelf heeft hij het over 'logogrammen', waarvan het echter nooit de bedoeling is geweest dat u ze zou kunnen lezen: "Ik stel u voor in hun overdreven natuurlijke uiterst vrije schriftuur een tekening te herkennen, een niet naturalistische tekening weliswaar, maar in ieder geval een bestanddeel van mijn schreeuw of van mijn zang of van beide samen; daarna kunt u de steeds in duidelijk schrift weergegeven tekst onderaan het logogram lezen." Op die manier wordt het misschien toch allemaal nog enigszins verstaanbaar voor een gewone boerenlul als ondergetekende.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234