Dinsdag 01/12/2020

De Belgische burgerslachtoffers van 1914

In 1914 vermoordden Duitse soldaten duizenden onschuldige burgers in Belgische steden als Luik, Aarschot, Andenne, Tamines, Dinant, Leuven. De Amerikaanse historicus Jeff Lipkes tracht in zijn boek Rehearsals te achterhalen waarom.

Door Joseph Pearce

Rond 23 augustus 1914 vermoordden Duitse soldaten in Dinant 685 mannen, vrouwen en kinderen. Het grootste aantal werd gefusilleerd, anderen werden met bajonetten doodgestoken of kwamen in de meer dan duizend brandende huizen om. Majoor Von Schlick, de commandant van het 101ste Grenadierregiment, had geen wroeging. In zijn verklaring in het witboek van het Duitse Opperbevel in 1915 getuigde de majoor dat de inwoners van het stadje aan de Maas in groten getale en onophoudelijk op de Duitse troepen hadden geschoten. Ook vrouwen en meisjes hadden lustig meegedaan. "Ik bewonder daarom de kalmte van onze mannen in de aanwezigheid van zulke beesten", vervolgde de officier, "en de manier waarop zij zich verre van iedere gedachte aan wreedheid hielden, zelfs al waren zij het slachtoffer van de ergst voorstelbare wreedheden geweest."

De majoor was een leugenaar. Het Duitse witboek een witwasboek. Toen de Duitse troepen België binnenvielen, was er geen sprake van een door de Belgische regering opgezette levée en masse. Belgische francs-tireurs waren een hersenspinsel. Maar het Duitse antwoord op de mythe was bijzonder bloedig. In totaal verloren bijna zesduizend burgers het leven. Duizenden anderen werden naar kampen in Duitsland gedeporteerd. Vandaag herinneren in de talloze villes-martyres nog slechts monumenten aan de furor teutonicus. Luik, Aarschot, Andenne, Tamines, Dinant, Leuven.

Vandaag is ook iedereen het ermee eens dat de Duitsers zich aan misdaden tegen de menselijkheid hebben vergrepen. Het sprookje van de Belgische burgerschutters gelooft niemand meer, ook niet Jeff Lipkes, Amerikaans historicus. Aan de hand van tientallen getuigenissen van Belgische overlevenden en een handvol rondreizende (neutrale) journalisten en diplomaten weerlegt hij in Rehearsals de Duitse claim dat burgers hen uit alle hoeken en gaten hadden beschoten. Case closed.

Maar waarom hadden de Duitsers besloten om zoveel onschuldige zielen tegen de muur te zetten? Geloofden ze werkelijk in het bestaan van Belgische spookschutters? Lipkes gelooft niet in de verklaring van John Horne en Alan Kramer. Deze twee Ierse historici hadden in German Atrocities: A History of Denial (2001) beweerd dat het Duitse leger aan een collectieve waan leed. Tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870 hadden Franse burgers achter de Duitse linies inderdaad guerrillatactieken toegepast. Die herinnering bleek een halve eeuw later niet uitgewist. Bovendien leiden gruwelverhalen een eigen leven. Als getuigenissen worden verdraaid en uitvergroot groeien ze snel tot legenden en mythes uit.

Lipkes vindt die uitleg te simplistisch. Volgens hem zijn er twee diepliggender verklaringen voor het Duitse geweld. Ten eerste zou er voldoende bewijs zijn van een Duits plan om de bevolking te terroriseren en op die manier België te elimineren als een bron van weerstand tegen de bezetting. Lipkes kan het niet helpen dat het belangrijkste bewijsmateriaal indirect is, en dus van twijfelachtig allooi. Burgers hadden Duitse soldaten en officieren horen zeggen dat ze dorpen en steden zouden platbranden en iedereen zouden doden. Wat schiet je op met zulke bewijzen? En wat schiet je op met uitspraken van enkele Duitse politici en generaals over georganiseerde acties tegen Belgische burgers? Lipkes geeft trouwens zelf toe dat hij geen smoking gun heeft kunnen vinden. Ten tweede zouden Duitse soldaten gevangen hebben gezeten in een zelfgebouwde kooi van extreem militarisme, nationalisme en materialisme. Merkwaardig genoeg sluit hij hier aan bij de mening van Horne&Kramer. Ook zij meenden dat Pruisische officieren in een oorlogszuchtig sociaal darwinisme geloofden dat het buitenland tot vijand uitriep en de eigen natie ophemelde. Dat paranoïde wereldbeeld was gestoeld op cultureel pessimisme. Indien Duitsland niet heerste, zou het ten onder gaan.

De twee diepliggende verklaringen van Lipkes zijn niet waterdicht. De eerste verklaring heeft immers geen Duitse archiefdocumenten boven water gehaald, terwijl de theorie als zou Duitsland in het begin van de twintigste eeuw een uitzonderlijk bloeddorstige positie hebben ingenomen, moeilijk vol te houden is in een tijdvak toen aan de handen van alle Europese imperialistische staten overvloedig bloed kleefde.

Zou het kunnen dat de oorzaak van de Duitse gewelduitbarsting vlak voor de neus van Lipkes ligt? Zowel hij als Horne&Kramer stellen voortdurend vast dat de Duitsers aan hun dodelijke rooftochten begonnen zodra ze tegenslagen op het slagveld ondervonden. Per slot van rekening was de soldaten wijsgemaakt dat België zich zonder slag of stoot zou overgeven, of tenminste ruim baan zou maken bij het zien van de Duitse overmacht. IJdele hoop, zoals al meteen bleek bij de moeizame inname van de forten van Luik. In Dinant stootten de Duitsers op verwoede artilleriebeschietingen door Franse troepen. En bij Tamines werden ze aan de Samber door diezelfde Fransen teruggedrongen. Werden burgers uit wraak gefusilleerd voor de onverwacht zware verliezen in eigen rangen? In ieder geval was hun frustratie voor iedereen zichtbaar. Voeg daarbij de onbezonnenheid van dronken troepen en de chaos en paniek die ontstonden als een schermutseling met de vijand voor een tegenoffensief van die vijand werd aangezien, en je kreeg een explosief mengsel dat zogoed als niemand in de hand kon houden.

Voor de rest bestaat Rehearsals voor vier vijfde uit de weergave van getuigenissen van Belgische overlevenden. Maar zelfs als het meer dan verdienstelijk is om uitgebreid te laten zien hoe lelijk de Duitse soldaten tekeergingen, blijft de indruk hangen dat Lipkes het zich te gemakkelijk heeft gemaakt. Horne&Kramer hebben een evenwichtiger en vooral breder opgezet boek geschreven, waarin ze niet alleen aandacht hadden voor de gebeurtenissen, maar ook voor de consequenties van genocide en etnische zuiveringen in het algemeen. Alleen de reactie in de Amerikaanse pers op de wreedheden tegen Belgische burgers wordt bij Lipkes breder uitgemeten. En waarom heet zijn boek Rehearsals? Hoewel hij in zijn proloog duidelijk stelt dat hij geen anti-Duitse gevoelens wil wekken, is de titel erg suggestief. Repetities waarvoor? Voor de Duitse oorlogsmisdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog? Was België in augustus 1914 een proefoptreden voor de massale slachtingen in oostelijk Europa, zoals het bombardement op Guernica door de Duitse luchtmacht een vingeroefening was voor haar bombardementen op Warschau, Rotterdam en Coventry? En waarom vergelijkt Lipkes een razzia tegen Belgische burgers met een Aktion van de SS in een Pools getto? Vreemde kronkels. Uiteindelijk boeit Lipkes vooral door zijn bloedstollende relaas van de reactie van koning Albert I en de Belgische regering na de overhandiging van het Duitse ultimatum op 2 augustus 1914. Een te mager resultaat voor een boek dat te veel belooft.

Jeff Lipkes

Rehearsals. The German Army in Belgium, August 1914

Universitaire Pers Leuven, 815 p., 49,50 euro.

n Centrale hal van de universiteitsbibliotheek in Leuven voor en na 25 augustus 1914.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234