Maandag 30/11/2020

De Belgische bommen van Kim Jong-un

Kim Jong-un heeft plutonium-kernbommen omdat zijn vader de vroegere opwerkingsfabriek Eurochemic in Dessel nabouwde. Voor zijn uranium-kernbommen kreeg hij dan weer hulp van iemand die samenwerkte met een KU Leuven-prof. Hoe kon dit gebeuren?

oning Boudewijn was tijdens de golden sixties een trotse vorst. Hij mocht veel lintjes van Belgische topprojecten doorknippen. Zo ook in 1966, toen hij in Dessel bij Mol Eurochemic opende. Het gebouw leek een flatgebouw in een grauwe buitenwijk, maar binnen stond spitstechnologie van een nucleair pilootproject waaraan 13 landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) meewerkten. België kreeg de hoofdrol, om zijn verdienste als wereldleider in nucleaire brandstoffen. Deze positie verwierven we door in de jaren 40 en 50 vanuit Belgisch Congo uraniumerts te leveren voor VS-kernwapens. Het strategische belang van de pilootfabriek werd onderlijnd door de ligging - weliswaar schamele heidegronden, maar eigendom van de koninklijke familie.

In Eurochemic werd aan opwerking gedaan, het chemisch verzamelen van bruikbare splijtstof uit bestraalde kernbrandstof. Uranium, plutonium en nucleair afval zouden er worden gescheiden. De recyclage had civiel hergebruik in kerncentrales als doel, en dat was een wereldprimeur. Tot dan was de techniek op industriële schaal nauwelijks of niet gekend. Ze werd al wel in het Manhattan-project gebruikt om plutonium te winnen, waarmee de kernbom voor Nagasaki werd gemaakt.

Het project was geen lang leven beschoren. Vanwege de hoge uitbatingskost ging het in 1975 al op de schop. De Belgische staat erfde de installatie, onderhield het met 190 mensen in de hoop op een heropstart, tot men pas tien jaar later besliste om het definitief op te doeken. Door de benodigde ontsmetting van radioactieve onderdelen werd dat een peperdure onderneming die pas in 2012 zou zijn afgerond door het huidige Belgoprocess. De ontmantelingstechnieken die men er aanleerde, noemden de Belgoprocess-ingenieurs 'het tweede leven' van Eurochemic.

Noord-Koreaanse kopie

Vandaag blijkt de fabriek ook over een derde leven te beschikken, in Noord-Korea. Kim Jong-il (1942-2011), vader van de huidige leider Kim Jong-un, bouwde eind jaren 80 een kopie van de Eurochemic-fabriek in zijn geheim nucleair complex Yongbyon om plutonium te produceren voor zijn kernwapens.

De Noord-Koreaanse opwerkingsfabriek werd volgens het boek Going Critical (Wit, Poneman en Gallucci) voor het eerst in 1989 ontdekt door spionagesatellieten. Het zes verdiepingen tellende gebouw lag naast een nucleaire reactor zodat de splijtstof makkelijk kon worden overgebracht. Al vanaf maart 1990 zou er plutonium worden geproduceerd, het vermoeden ook van toenmalig Atoomagentschap-directeur Hans Blix (vooral bekend geworden als luis in de pels van toenmalig Iraaks dictator Saddam Hoessein) die de fabriek twee jaar later heel even mocht inspecteren.

Lange tijd was het een raadsel waar de Noord-Koreanen de kennis haalden om de opwerkingsfabriek te bouwen. Tot de eminente wetenschapper Siegfried Hecker van Stanford University, gewezen hoofd van het Amerikaanse kernwapenlaboratorium in Los Alamos, met grote zekerheid meldde dat de opwerkingsfabriek een kopie was van het Belgisch ontwerp. "Zich baserend op buitenlandse ontwerpen kopieerde Noord-Korea het ontwerp van zijn opwerkingsfabriek op de Mol-Dessel-site in België", schreef hij in 2010, in een academische paper die hier lang onder de radar is gebleven.

Hecker sprak met kennis van zaken. Hij bezocht de fabriek in Yongbyon voor het eerst in januari 2004, waarbij de Noord-Koreanen niet verhulden dat ze in hun 'Radiochemical Laboratory' plutonium produceerden voor militair gebruik.

Loslippige Belgen

De Amerikanen waren gechoqueerd. De plannen van de weinige opwerkingsfabrieken in de wereld waren altijd militair geheim gebleven. Nu bleek dat de Belgische en andere OESO-wetenschappers, omwille van het civiele doel van Eurochemic, te enthousiast hun kennis hadden gedeeld. "Gezien de internationale status van Mol hebben zijn vele eigenaars een waaier van informatie gepubliceerd over zijn constructie en operaties", schreef Hecker. "Noord-Koreaanse ingenieurs gebruikten deze informatie om de Yongbyon-opwerkingsfabriek te bouwen."

De Belgen blijken ook loslippig te zijn geweest. Zo zei onderzoeksjournalist Mark Hibbs, gespecialiseerd in nucleaire dossiers, in 2013 in een interview met The Atlantic "dat Noord-Koreaanse agenten ergens in de jaren 80 naar een conferentie in Wenen trokken en daar enkele Belgen met een ontwerp voor een plutonium-opwerkingsfabriek hun mond voorbij lieten praten".

Luc Barbé, in een vorig leven kabinetschef van staatssecretaris Olivier Deleuze (Ecolo), volgt de Belgische nucleaire wereld al vele jaren. Het Dessel-ontwerp van de plutonium-opwerkingsfabriek in Yongbyon noemt hij vandaag "kardinaal in het Noord-Koreaans kernwapenprogramma".

Barbé zegt dat de onbedoelde Belgische input "te lang is onderschat", al wijst hij op de tijdgeest van de jaren 70 en 80 als een verzachtende omstandigheid. "Voor België was opwerkingstechnologie om plutonium voor niet-militair gebruik te produceren destijds het neusje van de zalm, waarmee we graag uitpakten in het buitenland. Men was voor een stuk naïef. Het probleem met de verspreiding van wetenschappelijke kennis voor dual use (dubbel gebruik, burgerlijk én militair, red.) is dat je de geest niet meer in de fles krijgt zodra ze eruit is."

Belgoprocess, dat Eurochemic ontmantelde en het archief beheert, erkent in een reactie voor het eerst dat de opwerkingsfabriek de Noord-Koreanen inderdaad moet hebben geïnspireerd. "Dat het principe en het werkingsproces van de opwerkingsinstallatie in Yongbyon gestoeld is op dat van Eurochemic, is hoogst waarschijnlijk, gezien de historische context", zegt woordvoerder Bart Thieren. "Het doel van de pilootinstallatie was om internationaal de middelen te bundelen om aan te tonen dat opwerking van gebruikte kernbrandstof op industriële schaal technisch mogelijk was en om de opgedane kennis te delen. Het verzamelen van informatie via wetenschappelijke rapporten, papers en congressen is dan niet zo moeilijk. Bovendien werd dit project tijdens de exploitatiefase uitvoerig gedocumenteerd en gearchiveerd in de wetenschappelijke bibliotheken van de deelnemende landen, een kennisdatabank avant la lettre."

Het regime in Pyongyang heeft tussen 2006 en september 2017 zes succesvolle kernproeven gedaan, waarvan met zekerheid vaststaat dat de eerste twee testen konden plaatsvinden dankzij plutonium uit hun opwerkingsfabriek. Kim Jong-un beschikt vandaag volgens uiteenlopende schattingen tussen de 10 en 60 kernwapens, zowel met plutonium als met uranium.

Brabers Building

Om met uranium kernwapens te maken, moet je het natuurlijk erts verrijken. Deze technologie bemachtigden de Noord-Koreanen begin jaren 90 door een onderhands akkoord met Pakistan. In ruil voor Noord-Koreaanse technologie om raketten te ontwikkelen, kreeg het regime in Pyongyang de ultracentrifugetechniek aangeleerd, en die heb je nodig om natuurlijk uranium te verfijnen tot kernwapenkwaliteit.

Centraal in deze koehandel stond de beruchte wetenschapper Abdul Qadir Khan, die ook met Belgische en Nederlandse kennis en steun werd opgeleid. Gedoctoreerd in 1972 als ingenieur-metallurg aan de KU Leuven, raakte hij goed bevriend met wijlen KUL-professor Martin Brabers, die hem introduceerde bij een Nederlands bedrijf dat hem toegang gaf tot de verrijkingsfabriek Urenco. Khan kon er drie jaar ongestoord spioneren en nam onder de neus van de inlichtingendiensten zijn geheimen mee naar Pakistan, om in de wapenwedloop met India een eigen Pakistaans kernwapen te ontwikkelen. Dat lukte uiteindelijk in 1998.

Barbé, die over dit luik enkele jaren geleden al schreef in zijn boek België en de bom, zegt dat er nog veel vragen zijn over de motivatie van Brabers om met Khan contact te houden op een moment dat hij door zijn sleutelrol in het Pakistaanse kernwapenprogramma internationaal al was geïsoleerd. "Ofwel was Brabers héél naïef," zegt Barbé, "ofwel speelden nog onopgehelderde motieven mee."

Zo bezocht Brabers de Pakistaanse geleerde begin deze eeuw nog in Islamabad, dus op het moment dat Khan al nucleaire geheimen verhandelde met Noord-Korea, maar ook met Iran en Libië. Hij woonde in Islamabad ook symposia bij van Khans eigen onderzoeksinstelling, Khan Research Laboratories, dat een centrale rol speelde in zijn illegale nucleaire wapenhandel.

In 1993 was Brabers op Khans voorspraak dan al de eerste rector van het Ghulam Ishaq Khan Institute of Engineering Sciences and Technology geworden. Toen hij in 2010 stierf, werd er op deze campus zelfs een gebouw naar hem vernoemd, Brabers Building.

Zeker is dat Brabers in het verleden in Islamabad ook ontmoetingen had met Henk Slebos, een Nederlandse zakenman die gedurende vele jaren via honderden Europese bedrijven en spookvennootschappen de Pakistani technologie en materialen leverde die nodig zijn voor de aanmaak van kernwapens.

Pakistaanse stagiaires

Hoe Slebos jarenlang zijn gang kon gaan - behalve twee kleine veroordelingen voor illegale export in 1985 en 2005 - spreekt vandaag tot de verbeelding. Vermoed wordt dat inlichtingendiensten hem soms lieten handelen om andere schakels in het netwerk in kaart te brengen. Zo tipte de Israëlische geheime dienst ooit de Nederlandse justitie, omdat een van Slebos' handlangers honderden kilo's verarmd uranium van het Belgische Union Minière (nu Umicore) probeerde naar Pakistan te versluizen via Dubai. Slebos werkte volgens Barbé ook met een contact op de Pakistaanse ambassade in Brussel, een zekere Siddique Ahmad Butt, die misbruik maakte van zijn diplomatieke immuniteit om kern(wapen)technologie over de grens te helpen.

Over de rol van Belgische bedrijven in deze periode is de laatste steen nog niet omgekeerd. Barbé zegt dat het "onverantwoordelijk en onverstandig" is geweest dat bedrijven als het toenmalige Belgonucleaire, de helft privé en de helft in handen van het openbare Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol, nog samenwerkten met Pakistan dat weigerde het internationale non-proliferatieverdrag te tekenen dat de verspreiding van nucleaire wapentechnologie verbood. "In hun beperkt toegankelijke archieven las ik daar geen bezorgdheid over. Integendeel, ze maakten zich grotere zorgen om strengere regels. Ze leken alleen te zijn geïnteresseerd in de pure commerce."

Ook mochten bij Belgonucleaire opvallend veel Pakistani stage lopen, onder wie minstens één wetenschapper (Chaudhry Abdul Majid) die later met al-Qaida-leider Osama bin Laden kennis over atoomwapens deelde.

Barbé: "De Belgen bleven zich verdedigen met het argument dat ze civiele nucleaire projecten hielpen opzetten, maar iedereen wist wel degelijk dat er in Pakistan geen onderscheid was tussen burgerlijke en militaire nucleaire projecten."

De onderzoeker hekelt dat veel archieven uit die tijd gesloten blijven, of zelfs zijn vernietigd. Zo probeerde hij in 2012 voor zijn onderzoek exportlicenties in te kijken van de toenmalige Centrale Dienst voor Contingenten en Vergunningen (CDCV). De bevoegde ambtenaar van de FOD Economie antwoordde hem droog "dat individuele dossiers (aanvraag, bijlagen, kopie van vergunning, teruggestuurde originele vergunning met afschrijvingen) na vijf jaar vernietigd werden". En: "In de bloeiperiode van de CDCV ging het om meer dan 100.000 dossiers per jaar. Het was materieel gewoon onmogelijk om dit allemaal bij te houden. Die periode van vijf jaar was vermoedelijk intern bepaald, ik denk niet via een wet of KB."

Barbé: "Normaal mag een archief alleen worden vernietigd met toestemming van de Rijksarchivaris."

Ethische commissie

Nu Noord-Korea de Belgische nucleaire export van toen opnieuw onder de aandacht brengt, bepleit Barbé een breed onderzoek. "Eigenlijk is er geen onafhankelijk wetenschappelijke geschiedenis van de nucleaire sector in België. Deze episode moet nochtans worden onderzocht om lessen te leren voor de toekomst", zegt hij. "De KU Leuven zou eindelijk eens moeten bestuderen wat Brabers allemaal heeft gedaan. Ook het SCK, dat in het verleden enkel toegaf dat Khan 'weleens langskwam', mag openheid van zaken geven. En wat wist de Staatsveiligheid destijds? Zo'n onderzoek kan een herhaling in de toekomst voorkomen, want onze universiteiten, instellingen en bedrijven ontwikkelen nog steeds dual use-technologie, die burgerlijke maar ook militaire toepassingen hebben."

Desgevraagd liet de Staatsveiligheid ons weten dat hun documenten "geclassificeerd zijn en dus niet openbaar".

De KU Leuven vond voorlopig niemand bereid om over de zaak-Brabers te praten, maar benadrukt vandaag wel een ethische commissie te hebben die onderzoekers strenge richtlijnen oplegt over dubbel gebruik. "Onderzoekers hebben immers een wettelijke en ethische verplichting om de risico's en mogelijke schade die veroorzaakt kan worden als gevolg van kwaadaardig gebruik van hun onderzoeksresultaten zoveel mogelijk te vermijden of in te perken."

Belgoprocess trekt deze les alvast uit de Eurochemic-periode. Na al eens gepolst te zijn door Japan, overbuur van Noord-Korea, zien ze wel brood in de sanering van Kims opwerkingsfabriek mocht er ooit een nucleair ontwapeningsakkoord worden gesloten.

Bart Thieren: "Als een kopie van Eurochemic in de toekomst wordt ontmanteld, dan kan de knowhow alvast in de Kempen worden gevonden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234