Vrijdag 18/10/2019

Reportage

‘De Belgen behoren niet voor niets tot de meest gestreste chauffeurs van Europa’

Beeld Kiuw

Vorige week verloor een man bijna het leven na een ruzie op de weg. Dinsdag werd een chauffeur veroordeeld voor het afbijten van een stuk oor van een trucker. ‘In de auto zien we anderen niet als mensen, maar als obstakels.’

Vrijdag 13 september eindigde voor de 36-jarige Noredin Akrich en zijn zwangere vrouw Jasmina in een nachtmerrie. Hun auto werd op de Antwerpse Singel klemgereden door de 24-jarige Tim V. Een banale ruzie over voorsorteren escaleerde en Noredin raakte ernstig gewond. Tim V. vluchtte weg, maar gaf zich later aan bij de politie. Op zondag postte Jasmina Akrich een inmiddels massaal gedeelde post op haar Facebookpagina. Daarin beschreef ze hoe Tim V. hen de weg afsneed en racistische verwensingen toeriep. “Mijn man moest heel hard remmen. Ik ben drie maanden zwanger en voelde de gordel hevig in mijn buik. Mijn man stapte uit om verhaal te halen. Toen hij zich omdraaide, reed de dader hem opzettelijk omver.” Tim V. werd zaterdag aangehouden op verdenking van doodslag. Racisme als verzwarende omstandigheid werd bij gebrek aan getuigen niet weerhouden.

Afgelopen dinsdag veroordeelde de rechtbank van Dendermonde automobilist V. uit Sint-Niklaas tot 18 maanden met uitstel. Een jaar eerder had hij een stuk uit het oor gebeten van trucker E., nadat hij hem op de snelweg met zijn BMW de pas had afgesneden. “Ik beet enkel om uit E.’s greep te geraken”, verklaarde V. op het proces. “Sinds het voorval heb ik trouwens last van slapeloosheid en kan ik geen vlees meer eten.”

Verkeersagressie lijkt aan een drieste opmars bezig, met als gruwelijke orgelpunt de in ons collectief geheugen opgeslagen aanval met een bosmaaier op een rotonde in datzelfde Sint-Niklaas. Op 9 november 2012 kreeg leraar Philip D.G. ruzie over een uitwijkmanoeuvre met groenarbeider Tim D.B. Die laatste haalde een bosmaaier uit zijn bestelwagen en maaide het linkerbeen van de leraar weg. Vier maanden later werd Tim D.B. veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.

Claxonneren en beledigen

Zit verkeersagressie in de lift? “Dat is moeilijk in te schatten”, zegt politierechter Chris De Roy. “Als er tijdens de verkeersagressie een gewonde valt, komt die zaak meestal voor de correctionele rechtbank. Als het enkel gaat over agressief rijgedrag, komt ze bij ons terecht. Maar niet alle gevallen stromen door naar het gerecht. Sommige klachten worden door het parket geseponeerd. Het begrip ‘verkeersagressie’ is niet strikt juridisch omlijnd. Als er ernstig fysiek geweld gepleegd is, zal dat door de correctionele rechtbank beoordeeld worden. Maar als het gaat over dreigen zonder fysiek geweld, kunnen wij enkel rekening houden met de overtredingen die door de politie zijn vastgesteld. Mensen die zich agressief in het verkeer gedragen, begaan doorgaans inbreuken op de wegcode. Soms veroorzaken ze dan ook nog eens een ongeval.”

Officiële cijfers over verkeersagressie in België zijn er niet. Volgens rechtspsycholoog Ricardo Nieuwkamp, onderzoeker bij kenniscentrum voor veiligheid en mobiliteit VIAS, komt dat omdat het begrip ‘verkeersagressie’ een vlag is die vele ladingen kan dekken. “De situaties waarin verkeersagressie voorkomt, zijn zeer verschillend”, zegt hij. “In 2007 heeft de lokale politie van Antwerpen wel een tijd de incidenten geturfd, maar dan enkel die extreme vormen waarbij mensen uit hun auto stappen en op de vuist gaan. Dat waren toen 300 pv’s, of 8 procent van alle Antwerpse dossiers met slagen en verwondingen.”

In april 2019 publiceerde La Fondation VINCI Autoroutes de bevindingen van een Europees onderzoek naar risicogedrag achter het stuur. Elf landen werden bevraagd, waaronder België. Naast sms’en en telefoneren achter het stuur, peilde het onderzoek ook naar agressief rijgedrag. Ricardo Nieuwkamp: “De Belgen blijken vrij agressieve chauffeurs te zijn. Zo geeft 63 procent toe fanatiek gebruik te maken van zijn claxon om zijn ongenoegen kenbaar te maken. In 2017 was dat volgens een enquête van VIAS nog maar 53 procent. Enkel de Spanjaarden (66 procent) claxonneren meer dan wij. Van de Belgische chauffeurs zegt 59 procent regelmatig te vloeken naar andere bestuurders; twee jaar eerder was dat 52 procent. Alleen de Grieken en de Italianen overtreffen ons gevloek. Qua claxonneren en het slingeren van beledigingen is de stijging bij ons het grootst. 15 procent van de Belgen zegt uit de auto te stappen om een vermeend conflict ‘uit te klaren’. In 2017 was dat 10 procent. In Polen ligt het agressieve ‘uitklaren’ op 36 procent. Zij spannen daarmee de kroon. Eén derde van de Belgische bestuurders, of 31 procent, zegt weleens bewust te bumperkleven bij een bestuurder die hen op de zenuwen werkt. Een stijging met 4 procent ten opzichte van 2017.”

Conclusie: de voorbije twee jaar gedroeg de Belgische chauffeur zich steeds agressiever.

In shock en kwaad

In de zomer van 2013 werd politica Maya Detiège (sp.a, 52) door een taxichauffeur van de fiets gereden. “Het was op donderdag 8 augustus 2013, een prachtige zomerdag. In de namiddag fietste ik door de Antwerpse binnenstad. Ik reed een lange, smalle eenrichtingsstraat in. Het voetpad ligt er hoog en er zijn bijna geen zijstraten. Zodra je met je fiets die straat inrijdt, heb je maar één mogelijkheid: blijven fietsen. Auto’s kunnen er onmogelijk fietsers voorbijsteken en de meeste chauffeurs leggen zich daar braaf bij neer. Behalve de taxichauffeur achter me die extra gas gaf om me op te jagen. Hij reed dicht tegen mijn achterwiel en ik deed teken naar hem: ‘Hola, rustig!’ Maar dat werkte als een rode lap op een stier: hij duwde het gaspedaal nog dieper in. Ik keek achterom en zag hem doelbewust tegen mijn achterwiel aanrijden. Mijn fiets raakte de boordsteen en ik werd de lucht in gekatapulteerd. Gelukkig kwam ik op het voetpad terecht en niet onder zijn auto. Mijn fiets lag midden op de straat, waardoor hij wel móést stoppen.

“Ik was in shock en kwaad tezelfdertijd. Voorbijgangers boden spontaan hulp aan. Ik krabbelde overeind, ging voor zijn taxi staan en belde de politie. Toen werd hij nóg bozer: hij stapte uit en begon me uit te schelden. Hij was geen jonge macho, maar een veertiger. Een van de getuigen zei: ‘Meneer, als u niet ophoudt, geef ik u een mot.’ De politie arriveerde en maakte proces-verbaal op. ‘Het parket wordt automatisch ingelicht’, zei de agent. Maar wekenlang hoorde ik er niets meer van. Tot een advocaat navraag deed en bleek dat het parket mijn dossier zonder gevolg gerangschikt had ‘wegens andere prioriteiten’.

Beeld Kiuw

“Op het moment van de aanrijding voelde ik de pijn nog niet zo erg. Ik was verdoofd door de shock en de adrenaline. Maar later kreeg ik steeds meer last in mijn nek en rug en belandde na een paar dagen toch bij de dokter. Ik bleek alle symptomen van een whiplash te hebben. Ik kreeg kine en zware pijnmedicatie, maar de pijn verergerde. Een MRI-scan wees uit dat ik ook twee hernia’s had. In 2013 en 2014 kreeg ik epidurale infiltraties waardoor de inmiddels zeer intense pijn ietwat draaglijker werd. Tot ik in september 2015 compleet crashte. Ik kwam bij neurochirurg Guido Dua terecht. Hij opereerde me en zette drie nek­wervels vast met bot uit mijn heup. ‘Je operatie is een rechtstreeks gevolg van het ongeval met je fiets’, zei hij. Maar de door het gerecht opgetrommelde deskundige volgde de verzekeringsarts. ‘De operatie van mevrouw Detiège is een gevolg van het normale verouderingsproces.’ Als slachtoffer zat ik tot over mijn oren in de ellende, terwijl de dader rustig verder in zijn taxi fietsers mocht blijven terroriseren.”

Arbeidsongeschikt

Andy Peelman speelt inspecteur Koen Baetens in de VTM-serie De buurtpolitie. In het echte leven is hij politie-inspecteur in Brussel. Twee jaar geleden reed een chauffeur hem van straat. “In de zomer van 2017 zette ik een vriend af aan zijn huis in Bredene”, vertelt hij. “Ik kende mijn weg er niet zo goed waardoor ik per ongeluk aan de verkeerde kant een eenrichtingsstraat inreed. Ik had direct mijn vergissing door en wilde achteruitrijden. Net op dat moment kwam er een auto op me af die in de juiste richting reed. Hij stopte vlak voor mijn neus en knipperde met zijn lichten. Ik stak mijn hand op om me te verontschuldigen. Hij begon meteen te claxonneren. Ik schrok, zette mijn auto in achteruit en reed weg. Hij volgde me, duwde continu op zijn gaspedaal en begon te bumperkleven. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik hem dreigend zwaaien met iets wat op een dikke zwarte kabel leek. Hij wilde me voorbijsteken op het moment dat er twee fietsers uit de andere richting kwamen. Die mensen konden hem nog net ontwijken. Daarna liet hij zich weer achter mij zakken en bleef me achtervolgen. ‘Die man is knettergek’, dacht ik.

“Een verkeerslicht sprong op rood, ik stopte en zag hem uitstappen. Ik nam mijn oranje politiearmband uit het handschoenkastje en ging naar hem toe. ‘Wat is je probleem?’, snauwde hij. Ik legitimeerde me als politie-inspecteur in de hoop dat hij zijn toon zou milderen, maar dat maakte geen indruk. Hij vroeg: ‘Zullen we de flikken bellen of zal ik op je bakkes slaan?’ ‘Oké, meneer, we zullen de politie bellen’, antwoordde ik. Ik draaide me om en wilde mijn gsm uit de wagen halen. Hij stapte in en startte. Ik ging voor zijn auto staan, maar hij reed op me af. Ik kon nog net opzijspringen, viel en blesseerde mijn pols. Meer dan een maand was ik arbeidsongeschikt.

“Ik had de nummerplaat genoteerd en diende klacht in bij de politie. De zaak werd geseponeerd. Ik betreur dat. Als die man zich in het verkeer als een woesteling tegen mij gedraagt, zal hij dat tegen anderen zeker ook doen. Door wat ik al in mijn job meemaakte, kan ik zijn reactie een beetje plaatsen, maar ik kan me voorstellen dat andere mensen daar ernstig door getraumatiseerd geraken.”

Wij-zij-denken

“In onze auto voelen we ons anoniem”, legt rechtspsycholoog Ricardo Nieuwkamp uit. “Zodra we achter het stuur kruipen, krijgen we het gevoel alleen te zijn, en trekken we ons terug in ons koninkrijkje. Kijk maar eens om je heen wanneer je in de file staat: mensen peuteren dan ongegeneerd in hun neus of zingen luidkeels met de radio mee. Terwijl ze nauwelijks verder van elkaar zitten dan in de wachtkamer bij de dokter. In onze afgesloten kooi voelen we ons knus geïsoleerd. We stappen ook nooit doelloos in onze auto, maar willen altijd zo snel mogelijk onze bestemming bereiken. Alle andere auto’s op onze weg worden dan obstakels, net als verkeersborden en -lichten.

Van het moment dat we de weg oprijden, vervallen we met z’n allen in ‘wij-zij-denken’. Zodra er meer file staat dan verwacht, groeit de frustratie. Door die vermeende anonimiteit in onze kooi zullen we die frustratie sneller uiten met opgestoken middelvingers, getoeter, gevloek en geschreeuw.”

Verkeersagressie zal volgens Nieuwkamp alleen maar afnemen als we ons ervan bewust worden dat andere chauffeurs ook mensen zijn en geen hindernissen. “Iedereen maakt in het verkeer weleens een fout, zeker achter het stuur, maar dat is zelden of nooit bewust. De meeste gevallen van verkeersagressie spelen zich af in de avondspits. Op dat moment wil iedereen snel naar huis en wie dan een fout maakt waardoor de file vertraagt, riskeert de volle laag te krijgen. Toch kan ik me niet voorstellen dat sommige chauffeurs tijdens de avondspits bewust stokken in de wielen steken. Het zou dus al veel helpen als we anderen in de file niet als een obstakel, maar als een lotgenoot zien.”

De voorbije jaren stonden we met z’n allen steeds meer en langer in de file. In Brussel stijgt de filedruk (filelengte maal fileduur) jaarlijks met 5 procent; in Antwerpen komt er elk jaar ruim 20 procent bij. Is er een verband tussen die stijgende filedruk en de toenemende agressie? Nieuwkamp: “De toename van het verkeer op een relatief kleine oppervlakte als België speelt zeker een rol. De Belgen behoren niet voor niets tot de meest gestreste chauffeurs van Europa.”

Kickbokser

Daar kan stellingenbouwer Michel Van den Brande (57) over meepraten. In het jaar waarin hij schitterde in het Vier-programma The Sky Is the Limit, werd hij voor de tweede keer veroordeeld voor verkeersagressie.

“In de zomer van 2014 kwam ik in mijn BMW van de zee via de E17”, herinnert hij zich. “Het was half zeven ’s avonds en al aardig druk. Aan een oprit reed een man in zijn BMW de snelweg op. Ik moest op mijn rem gaan staan, want hij voegde zomaar in. Ik reed 130 en hij tufte aan 60 km per uur, waardoor ik alles moest dichtslaan. Ik raakte daar ferm door over mijn toeren, stak hem voorbij en stak mijn middelvinger op. Waarna die man me begon te achtervolgen. Hij probeerde me van de weg te rijden en op de afrit sloeg hij mee af. Hij reed me klem en ik kon niet meer weg.

“We stapten uit op de pechstrook en die man begon keihard te kloppen op mijn bil. Hij was duidelijk een kickbokser en mijn bil zag meteen zo zwart als een schouw. Ik was niet bang, want ik kickboks ook wel eens. Maar hij was zeer ervaren.

Beeld Kiuw

“Een jaar later moest ik voor de rechter verschijnen. Die zei: ‘Mijnheer Van den Brande, u bent in fout en daar komt bij dat u al een strafblad hebt.’ De tegenpartij had nog geen strafblad en kreeg daarom de gunst van de opschorting. Ik werd veroordeeld tot vier maanden cel met uitstel. Die vechtpartij was toevallig opgenomen door een dashcam. Op de beelden is duidelijk te zien dat hij sloeg en niet ik. Maar hoe gaat dat? Je bent bekend, hebt een strafblad en bent daardoor al op voorhand veroordeeld.

“Ik had aan mijn advocaat gevraagd om ervoor te zorgen dat die kerel geen kickbokstrainingen meer kon volgen. Want mannen zoals hij worden vechtmachines. Voor hetzelfde geld kloppen ze je dood. Maar op het proces werd duidelijk dat ik een waardeloze advocaat had. Ik wilde in beroep gaan, maar hij zei: ‘Michel, doe dat niet. Dan sta je in de gazet en dat is slecht voor je imago. Laat het zo.’ Ik volgde zijn advies en heb daar intussen zeer veel spijt van.

“Op mijn strafblad staan verkeersboetes en een oud geval van verkeersagressie. Dat dateert van vijftien jaar geleden. Akkoord, ik was toen in fout: ik had die andere kerel flink wat slaag gegeven. (lacht) Het moet niet altijd dezelfde zijn die slaag krijgt. Hij reed in de weg en hield daar een gebroken neus aan over. Oké, ik was ook dronken, maar dat is inmiddels vijftien jaar oud! Intussen heb ik een eigen zaak en zal niemand me nog betrappen op dronken rijden. Nu rakelen ze dat weer op. ‘Meneer Van den Brande, u was al eens agressief in het verkeer.’ Met wat zijn die bezig?

“Ze blijven alles in rekening brengen: ‘In 2004, 2007, 2008 en 2009 werd u veroordeeld voor overdreven snelheid.’ Vorig jaar volgde dan nog eens een veroordeling voor te snel rijden. Ik was op mijn gemak op weg naar de zee, maar reed ergens 130 waar maar 90 mocht. Flits! Omdat ik zogezegd een recidivist ben, kreeg ik drie maanden rijverbod, een geldboete, moest ik mijn rijexamens opnieuw doen en een psychologisch en medisch onderzoek ondergaan. Zo laf. Die grap kostte me 3.000 euro. Die mannen denken niet na.”

Aan de grond genageld

Ook Jos Bogaerts (74) heeft geen goede herinneringen aan het parket. Hij werd in november 2010 door een chauffeur het ziekenhuis in geklopt. “Het was avond. Ik reed een straat in, de chauffeur achter mij vond dat ik te traag was. Hij claxonneerde, ik schrok en sloeg dan maar een zijstraat in. Hij draaide ook aan zijn stuur en bleef me volgen, flikkerend met zijn lichten. Ik parkeerde aan de ingang van een kerkhof en stapte uit. Hij kwam op me af en sloeg me zonder boe of bah in elkaar. Ik kwam met mijn hoofd tegen de gevel terecht en alles werd zwart voor mijn ogen. Ik kwam pas opnieuw tot bewustzijn in het ziekenhuis. Een zware hersenschudding, schaafwonden en een nekletsel, luidde het verdict.

“Omstanders hielden mijn belager in bedwang en belden de hulpdiensten. De politie stelde proces-verbaal op. Een half jaar later deelde het parket me koudweg mee dat de zaak geseponeerd was. Ik stond als aan de grond genageld.

“Mijn belager was halverwege de twintig en ik wist meteen wie hij was toen hij uitstapte, al had ik nooit eerder iets met hem te maken gehad. Achteraf hoorde ik dat er flessen whisky in zijn auto lagen. Vermoedelijk had hij dus te veel gedronken. Hij stamt uit een welgesteld gezin, vader en zoon zijn zeer bekend in de streek. De zoon heeft nooit zijn verontschuldigingen aangeboden. Zijn vader wel. Hij vergoedde ook mijn ziekenhuiskosten. Ze vonden dat daarmee de kous af was. Na de seponering overwoog ik om de dader rechtstreeks te dagvaarden, maar mijn advocaat raadde me dat af. ‘Je haalt er alleen maar jezelf ellende mee op je nek’, zei hij.

“Later liep ik de dader nog verschillende keren tegen het lijf; nooit gunde hij me een blik. Sinds die 11de november ben ik zeer voorzichtig in het verkeer en probeer ik conflicten zo veel mogelijk te vermijden. Soms gebeurt het toch nog wel eens dat iemand zijn middelvinger naar me opsteekt. Maar dat stelt helemaal niets voor in vergelijking met dat pak rammel van toen. Heel lang heb ik daarvan afgezien.”

Speed en coke

Veel agressievelingen zijn paradoxaal genoeg een mak lammetje als ze voor de rechter staan. Dat is toch de ervaring van politierechter Chris De Roy. “De overgrote meerderheid is kalm. Sommigen laten zich vertegenwoordigen door een advocaat. Natuurlijk zou het wel eens kunnen dat de beklaagden met het kortste lontje op aanraden van hun advocaat thuisblijven. Rechters mogen altijd eisen dat de man of vrouw in kwestie toch op de zitting verschijnt. In de dagelijkse praktijk gebeurt dat niet zo vaak.”

Volgens De Roy is verkeersagressie vooral een mannenzaak. “Meestal zijn het jongere mannen, maar niet altijd.” Zo werd in april vorig jaar de toen 84-jarige G. uit Maastricht veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar met uitstel en een boete van 1.600 euro. Exact een jaar eerder had G. op zijn 83ste verjaardag de 31-jarige W. aangereden en 72 meter ver meegesleurd op de motorkap van zijn auto. “Hij remde dan bruusk en ik vloog van de motorkap”, getuigde W. voor de rechtbank. “Ik kroop naar de kant van de weg en zag de auto op mij afkomen. Meteen daarna reed hij over mij. Ik schreeuwde van de pijn.” De aanleiding: W. had met een vinger tegen zijn voorhoofd getikt nadat G. hem op een parking de weg had afgesneden.

Wat Chris De Roy nog opvalt: veel agressieve chauffeurs zaten eerst aan de amfetamines of met hun neus in de coke. “Verdovende middelen spelen steeds meer een rol in het verkeer. Speed of coke kunnen de agressiviteit aanwakkeren. Na een ernstig agressie-incident in het verkeer raken sommigen zich daarvan bewust. Voor hen is dat de trigger om hun drugsprobleem aan te pakken. Op het moment dat ze dan voor mij verschijnen, zijn ze in behandeling om van hun verslaving af te raken.”

Hoe streng wordt er gestraft? Chris De Roy: “Als de verkeersagressie uitmondt in een ongeval dat veroorzaakt is onder invloed van drugs, zal de sanctie streng zijn. Als ze uitmondt in een ongeval zonder verzwarende omstandigheden, zal de sanctie eerder beperkt zijn. Bij de correctionele rechtbank hangt het vooral af van de aard van het soort slagen en verwondingen: veroorzaken ze blijvende letsels of zorgen ze voor tijdelijke ongeschiktheid?”

Stuurt rechter De Troy mensen soms ook op een cursus ‘omgaan met agressie’? “Zeker. Die maatregel wordt vaak voorgeschreven.”

Ricardo Nieuwkamp nuanceert. “Het is inderdaad verstandig om mensen een cursus agressiebeheersing te laten volgen waarin ze medechauffeurs als lotgenoten leren zien en niet als doelbewuste saboteurs”, zegt hij. “Want door een boete of een rijverbod zal niet iedereen zijn gedrag écht veranderen. Wij verzorgen bij VIAS die cursussen, alleen moeten we helaas vaststellen dat slechts weinig rechters mensen naar ons doorsturen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234