Dinsdag 06/12/2022

De Belg met de pokerface

In de Verenigde Staten noemen ze hem the pokerfaced Belgian. Aan het gezicht van Johan Bruyneel zag je niks. Niet dat hij afzag als renner, niet dat hij zoveel succes had als manager achter Lance Armstrong, niet dat hij het grootste dopingnetwerk in het wielrennen op poten zette. 'De bekentenis van Landis? Alsof hij net het weerbericht had gehoord.'

Renner Johan Bruyneel, pédaleur de charme

'We might as well win' heet de biografie van Johan Bruyneel die uitkwam in 2008. Een titel die vandaag van de pot gerukt lijkt. Nu het Usada-rapport de meedogenloosheid van het dopingprogramma binnen zijn US Postal en later Discovery Channel Team bloot legde, lijkt iets als 'winnen tegen elke prijs' beter gepast. Voor de renner Johan Bruyneel zou de titel wel de lading dekken. Hij stapte niet overlopend van ambitie in de sport. Een pistier aanvankelijk, bij het meer dan bescheiden SEFB.

De renner Bruyneel toonde wel meteen de kenmerken van de latere ploegleider. Tactisch slim, met zelfkennis. "Een goed koersdoorzicht", zegt Jef Braeckevelt, destijds ploegleider van Bruyneel bij Lotto. "Ge moest daar niet teveel tegen zeggen. Hij had het allemaal snel begrepen." Een stijlvol hardrijder ook. Vandaag zou Michel Wuyts zeggen: gebeiteld op de fiets. "Ik had dat direct gezien", zegt Braeckevelt. "Een heel goeie coureur. Anders win je geen twee ritten in de Ronde van Zwitserland. Een sterke tijdrijder, die redelijk goed kon klimmen."

Met die karakteristieken was het een kwestie van tijd vooraleer Bruyneel op de radar van Manolo Saiz kwam. De Spaanse ploegleider had een zwak voor de combinatie tijdrijder/klimmer, al zeker bij een renner die er rank en mooi uitzag als Bruyneel. Braeckevelt: "Ik herinner mij 1991: in de Ronde van het Baskenland klom hij sneller dan de Spaanse vedette Marino Lejaretta. 's Avonds stond Saiz al te zwaaien met een contract aan het hotel. Wij waren een kleine ploeg, daar konden wij niet tegenop."

Bij Once zou Bruyneel zijn grootste successen kennen als renner, met twee keer ritwinst (1993 in Evreux en 1995 in Luik) in de Tour. Die laatste overwinning behoort tot het collectief geheugen: Bruyneel ontsnapte samen met Miguel Indurain. Hij mocht de rit winnen en pakte ook het geel. Bruyneel was op dat moment een figuur binnen het peloton: in de rouwrit naar Pau, na het overlijden van Fabio Casartelli, bepaalde hij het tempo. Lance Armstrong reed die dag samen met zijn ploegmaats als eerste over de streep.

Eén jaar later, als renner van Rabobank, maakt Bruyneel een doodsmak: in de afdaling van de Cormet de Roselend mist Bruyneel een bocht en denkt iedereen die op dat moment televisie kijkt dat de renner dood is. Struiken breken echter zijn val. Ook dat heeft hij gemeen met Lance Armstrong: aan de dood ontsnapt. Misschien vroeger, maar zeker bij Once, komt Bruyneel voor het eerst in contact met doping. Daarover is het rapport van Usada duidelijk. Aan Jonathan Vaughters zou Bruyneel gezegd hebben: "Als de mensen eens wisten dat we eigenlijk net dezelfde hoeveelheid doping gebruiken als in mijn tijd bij Once. Eigenlijk gebruikten we zelfs veel meer bij Once." Manolo Saiz zou later een spil blijken binnen Operación Puerto rond dopingdokter Eufemanio Fuentes.

In zijn biografie vat Bruyneel zijn carrière zo samen: "Ik had de mentaliteit en het hart van een kampioen, maar niet de motor. Op mijn top kon ik de besten kloppen, maar de harde realiteit is dat de Tour winnen mijn fysieke vermogen te boven ging. Ergens was ik me ervan bewust dat ik niet mijn stempel had gedrukt op de sport zoals ik dat als kind had gedroomd." Bruyneel zou zijn dromen projecteren op Lance Armstrong.

Vakbondsleider: die kant leek het voor Bruyneel uit te gaan, na zijn carrière. In de nasleep van de Festina-Tour wilde het peloton een woordvoerder en de Belg was kandidaat met stip. Logisch, want Bruyneel was bij zijn afscheid een figuur in het peloton. Meertalig (Engels, Spaans, Nederlands, Frans, Duits, Italiaans), veel meer dan de meeste collega's en wellicht ook intelligenter (marketeer).

Een pijnlijk voorbeeld van zijn voortrekkersrol binnen het wielerbestel op dat moment: na de doping-Tour van 1998 mogen een aantal renners op bezoek bij toenmalig UCI-voorzitter Hein Verbruggen. Omdat die van hen wilde horen of doping nu echt een structureel probleem was binnen het wielrennen. Laurent Jalabert is erbij, net als Tony Rominger en dus ook Johan Bruyneel. Hij zegt: " Ik ben blij dat we ons zegje mogen doen. Deze kans mogen we niet laten liggen." Alles wat Bruyneel ooit gezegd heeft over doping nu herlezen is een pijnlijke oefening. In zijn hoedanigheid van vakbondsafgevaardigde gaat Bruyneel praten met zoveel mogelijk renners. Ook met die ene die net terugkomt na een wonderbaarlijke genezing van kanker. Lance Armstrong en Bruyneel praten tijdens de Vuelta van 1998. "Een heel oppervlakkig gesprek van een kwartier", zal Bruyneel later zeggen. "Maar twee dagen later belde hij mij met de vraag of ik ploegdirecteur van zijn team wilde worden."

Zo is het dus ontstaan: het monsterverbond tussen ploegleider en renner dat zou uitmonden in de beerput die het Usada deze week opengooide. Het klikt van meet af aan tussen Bruyneel en Armstrong: "We zijn meer dan broers", zegt Armstrong daarover. "We zijn tweelingbroers." Het plan van de twins: samen de Tour winnen. Vraag is wat de relatie van Armstrong en Bruyneel echt voorstelt. Vrienden? Juliet Macur, wielerjournaliste voor de New York Times, denkt van niet. "Lance heeft sowieso heel weinig vrienden. Ik heb nooit gehoord dat ze samen een glas gingen drinken. Ik denk dat hun relatie eerder zakelijk was."

Bruyneel staat bekend als een collegiale ploegleider. Renners die hij op overschot heeft, stalt hij graag bij minder bedeelde teams, terwijl hij hun loon blijft betalen. Eén keer jaagt Bruyneel iedereen tegen zich in het harnas: wanneer hij tegen een gentlemans agreement in toch Fuentes-verdachte Ivan Basso onder contract neemt. Bruyneel innoveerde als ploegleider: hij tekende voor Armstrong een programma uit waarin het hele seizoen in functie stond van de Tour. Hij perfectioneerde de werking van de oortjes en verkende bergen tot zijn renners elke steen van buiten kenden. Althans: dat is het verhaal voor de buitenwereld.

Na deze week staat vast dat Bruyneel zich vooral onderscheidde in de grootschaligheid en het professionalisme van het dopingprogramma binnen zijn ploeg. Ook daarin hebben de twins elkaar gevonden: winnen kan alleen met doping, zonder is nooit een optie geweest. Zeven keer winnen ze de Tour, zeven jaar lang leven ze een leugen. Johan Bruyneel werd een meester in ontkenning. Juliet Macur vertelt: "Ik herinner me de dag waarop Floyd Landis zijn verhaal had gedaan. Lance was geschrokken, maar Johan niet. Die wandelde van de bus, kwam naar de journalisten en ontkende zonder verpinken. Alsof iemand hem even voordien de weersvoorspelling had gedaan. De pokerfaced Belgian, ik vind het een passende naam."

Zeven jaar verdenkingen maar Bruyneel zegt bij herhaling: "Ik wil niet arrogant overkomen, maar ik sta daar allemaal boven." Waar hij niet bovenstaat is die ene stelling die altijd terugkomt: dat Armstrong ook zeven keer de Tour had gewonnen mocht een aap met een hoed achter het stuur van de volgwagen hebben gezeten. Bruyneel zegt daar zelf over: "Zonder mij had hij niet één keer gewonnen." Toch is hij in 2007 verheugd wanneer hij toont dat hij het ook met Alberto Contador kan. In totaal wint ploegleider Bruyneel dertien grote rondes. Een compleet inhoudsloos palmares, weten we vandaag.

De ondernemer Johan Bruyneel had plannen met het wielrennen. Hij, de dopingarchitect, zou de sport organisatorisch vernieuwen. Het stond op 2 oktober jongstleden nog in deze krant: 'Nieuwe wielerliga komt steeds dichterbij. De World Series of Cycling gaan in 2014 van start.' Over die World Series is veel gediscussieerd. Ze staan voor het nieuwe wielrennen, waarbij tv-gelden niet alleen naar organisatoren gaan, maar ook naar de wielerploegen. Het tragische daarbij is dat die vernieuwingsoperatie getrokken wordt door Johan Bruyneel en Jonathan Vaughters, respectievelijk beklaagde en spijtoptant in het Usada-dopingdossier.

Anderzijds is het geen toeval dat Bruyneel de kar trekt. Hij heeft brains, denkt strategisch na over wielrennen en ziet zichzelf als een ondernemer die het veldwerk van het wielrennen is ontgroeid. In die rol heeft hij zichzelf nadrukkelijk gecast: Bruyneel fungeert op bedrijfscongressen geregeld als motivational speaker, laat zich met graagte inhuren voor een voordracht van vijfenveertig minuten, gevolgd door een Q&A, mogelijk met signeersessie. In dat pakket biedt hij zichzelf aan op zijn website. Daar pakt hij ook uit met aanbevelingen van vooraanstaanden uit het bedrijfsleven. "Inspirerend om te luisteren naar iemand die zoveel heeft bereikt", zegt ene Peter Everett, marketingdirecteur van Nestlé.

Nog één keer over de biografie. Toen het boek uitkwam haastte Bruyneel zich om te zeggen dat het geen wielerboek was. Het ging over 'succesvol zijn in alles wat je onderneemt'. Met het boek wilde Bruyneel de brug slaan naar zijn volgende carrière: die van zakenman. "We willen het verhaal van de ploeg gebruiken als succesmodel voor het bedrijfsleven", zei hij eerder in Trends. "Ik zie het als een visitekaartje."

Tijdens de oprichting van de World Series of Cycling zou de aard van de ondernemer Bruyneel zich hebben geopenbaard: eerst fungeerde hij als leerling, waarbij hij luisterde naar de plannen van Wouter Vandenhaute, het echte brein achter operatie vernieuwing in het wielrennen. Die sprak over een wielrennen naar het model van Formule 1, of naar het model van de Champions League in het voetbal, maar parkeerde die plannen toen een sponsor afhaakte. Bruyneel pikte in en vond met hetzelfde plan wel sponsors. Iemand die mee aan tafel zat bij de bespreking: "Hij heeft zich in dat dossier gedragen als een wielrenner: eerst met twee in de aanval, maar op een bepaald moment dan toch versneld om de ander los te gooien." De ultieme bedoeling van Bruyneel was de wielerversie van de David Stern te worden, de man die de facto eigenaar is van de Amerikaanse basketbalcompetitie NBA.

'Een slimmerik', is de consensus over de ondernemer Bruyneel. Dat hij goed verdiend heeft tijdens zijn carrière bewijst zijn huidige domicilie. Hij woont in de chique Belgravia-buurt in Kensington, Londen. Bernie Ecclestone is een buurman. Eerder woonde hij in Spanje. Een wereldburger, dat spreekt. In zijn droomwereld was Bruyneel een soort Bill Stapleton geworden, de man die fungeerde als agent van Lance Armstrong en die met zijn bedrijf Capital Sports & Entertainment zaken behartigde van renners, maar ook actief was in golf en american football. Die richting wilde Bruyneel ook uit met zijn eigen bvba, Johan Bruyneel Sports Management. "Ik zou graag de kans krijgen om mijn dienstverlening uit te breiden naar andere sporten", legde hij uit. Die kans gunt het Usada Bruyneel dus niet. En de sportwereld zegt dankuwel.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234