Woensdag 30/11/2022

OnderzoekHet Grote Woonrapport

De Belg en zijn ‘baksteen in de maag’ was een bewuste politieke strategie: ‘Zorg dat er geen alternatief is’

Greta Verschueren uit Sint-Katelijne-Waver: 'Mijn huis is mijn kapitaal.' Beeld Tim Dirven
Greta Verschueren uit Sint-Katelijne-Waver: 'Mijn huis is mijn kapitaal.'Beeld Tim Dirven

De Belg en zijn baksteen in de maag. Het lijkt een evidentie. Wat velen niet weten, is dat die baksteen daar door de politiek bewust is ingestopt. En dat laat zich tot op vandaag voelen. ‘Vergeet het dat we onze ruimtelijke ordening ooit nog op orde krijgen.’

Cathy Galle en Dimitri Thijskens

Ze woont hier heel graag, verzekert Greta Verschueren (74). Ze is trots op haar grote, gezellige huis met vier slaapkamers, twee badkamers en een ruime leefruimte in Sint-Katelijne-Waver. “Ik woon hier mooi in het groen, heb een ruime tuin en ken iedereen in de buurt. Ik woon hier al 42 jaar, sinds mijn scheiding. Mijn hele leven ligt hier”, vat ze het bondig samen.

Sinds haar twee zonen het huis uit zijn, nu 21 jaar geleden, woont ze hier wel alleen. Voorlopig lukt dat nog. Fysiek is ze nog heel goed. Ze gaat regelmatig sporten en kan de tuin en het huis nog zonder hulp zelf onderhouden. En toch knaagt het. “Ik stel me wel vaak de vraag: wat als ik op de sukkel raak en het te zwaar wordt? Vrienden vragen mij ook vaak: waarom verhuis je niet naar iets kleiners? Maar mijn huis is mijn kapitaal. Ik heb mijn huis en voor de rest ben ik niet zo bemiddeld. Een appartement in de stad, waar ik alle voorzieningen dichtbij heb, kost meer dan wat ik met de verkoop van mijn huis kan ophalen. Dus blijf ik zo lang mogelijk hier.”

Een eigen huis is ons kapitaal, ons appeltje voor de dorst. Zo bekijken heel wat Belgen het. We hebben het ook met de paplepel binnen gekregen: wie kan, koopt een eigen woning. Zeven op de tien Belgen mogen zich dan ook eigenaar van een huis of appartement noemen. We waren daarmee lange tijd koploper in Europa. Al hebben andere landen ons ondertussen ingehaald en zitten we nu zo ongeveer op het Europese gemiddelde.

Welke score krijgt uw gemeente?

Hoe goed scoort uw gemeente in ‘Het grote woonrapport’ van De Morgen?

Ontdek het zelf in onze online tool.

Politiek gestuurd

Maar wat velen zo evident vinden, is eigenlijk volledig vanuit de politiek gestuurd. Al sinds het einde van de negentiende eeuw worden Belgen gestimuleerd om woningen te kopen. Aanvankelijk vanuit de idee dat een eigen woning zou bijdragen tot ‘een stabiele familiale en vooral sociale situatie’. Een methode om het volk rustig te houden, dus.

En dat ging nog verder na de Tweede Wereldoorlog. Terwijl andere landen bij de wederopbouw volop voor volks- of sociale huisvesting kozen, koos België opnieuw voor het eigenaarschap. De Belg moest vooral een eigen woning hebben. “In die tijd had je twee wetten, de wet-De Taeye en de wet-Brunfaut, die als bedoeling hadden om zoveel mogelijk mensen toegang te geven tot woningbezit”, legt socioloog Pascal De Decker (KU Leuven) uit. “De eerste wet was genoemd naar een christendemocraat, de tweede naar een socialist. Belangrijker dan de wetten op zich was de consensus die er was tussen beide politieke fracties. De beste manier om een arbeider aan het systeem te binden, vonden zij, was hem woningeigenaar maken. Met als strategie: zorg dat er geen alternatief is.”

Er werd dus niet volop geïnvesteerd in het voorzien van betaalbare en kwalitatieve woningen voor iedereen, zoals bijvoorbeeld in Nederland of Engeland het geval was. De Belg werd wel op alle mogelijk manieren – fiscaal en met premies – ondersteund om zélf een eigen huis te kunnen kopen. Een visie die vrij uniek is in Europa. Meer nog, het zijn meestal de armere landen die veel huiseigenaars hebben, terwijl de rijkere landen doorgaans veel meer huurders tellen. Duitsland, Oostenrijk en Denemarken hebben nog altijd het grootste aantal huurders. Roemenië daarentegen telt het hoogste aantal eigenaars met 96,1 procent. De woningen daar zijn vaak in heel slechte staat.

“Het klinkt voor een Vlaming wellicht paradoxaal, maar wij zijn hierin wel degelijk een uitzondering”, zegt Leo Van Broeck, voormalig Vlaams Bouwmeester. “De woonmobiliteit, het in elke levensfase kunnen verkassen, vind je vaak in rijke landen. De Belg daarentegen verhuist zo’n 1,5 keer in zijn leven. In Europa zit dat gemiddeld rond de 3,5 keer. Als je huurt, is verhuizen makkelijker. Je zit niet telkens met notaris- en verkoopkosten.”

Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA). Beeld BELGA
Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA).Beeld BELGA

Ons land bleef dus decennialang en met succes burgers stimuleren om een eigen woning te kopen. Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) noemt het nog altijd een evidentie. “Het is en blijft de belangrijkste bescherming tegen armoede”, vindt hij. “Vraag het aan iedereen die een woning heeft, en die zal zeggen dat hij blij is er een te hebben. Vraag het aan iedereen die geen woning heeft, en die zal zeggen dat hij er graag een wil.”

De Belgen kochten en kopen nog altijd massaal. Vooral huizen zijn in trek. Met 77 procent huisbezitters scoren we nog altijd ver boven het Europese gemiddelde van 52 procent. En we leven ook ruim, met 2,1 kamers per persoon. Dat is binnen de Europese Unie – op Malta na – het hoogst. Reden is dat we enerzijds grote huizen bouwen of kopen, maar er ook zo lang mogelijk blijven wonen wanneer de kinderen het huis uit zijn. Zoals Greta.

Gigantische uitdagingen

Maar dat jarenlange beleid heeft zo zijn gevolgen. Op sociale huisvesting werd, met uitzondering van enkele opstoten in de jaren vijftig en zestig, maar sporadisch ingezet. En ook de private huurmarkt werd nauwelijks tot niet geregeld. Zo’n zes procent van de Vlamingen woont in een sociale woning. Nog eens bijna twintig procent huurt op de private markt. Ons woonbeleid is ook absoluut niet futureproof. Dat hebben zowel de OESO, het IMF als onze eigen Sociaal Economische Raad (SERV) al meerdere keren aangegeven. Om te beginnen staat de honkvaste woningbezitter flexibiliteit op de arbeidsmarkt in de weg. Want wie een eigen woning heeft, zal niet snel naar een andere regio verhuizen als daar jobopportuniteiten zijn.

We staan ook voor gigantische klimaatuitdagingen. We mogen dan wel overwegend eigen woningen hebben en daar zo lang mogelijk in blijven wonen, we zijn lang niet allemaal in staat om die woning goed te onderhouden. Laat staan klimaatvriendelijk te maken.

Bond Beter Leefmilieu kwam eerder dit jaar met een opmerkelijk cijfer: zo’n 40 procent van de huiseigenaren heeft onvoldoende middelen om te renoveren. En die groep heeft weinig aan de energiepremies en -leningen die de overheid voorschotelt. Want zelfs mét premie of lening kunnen ze die grote energierenovatie niet betalen. Ook Johan Albrecht, professor aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de UGent, maakte eind 2021 al een rapport voor de denktank Itinera. Zijn conclusie? 65 procent van de renovatiesubsidies komt terecht bij de hogere inkomens, die ook zonder de subsidies gerenoveerd zouden hebben. Kort gezegd: het zijn leuke extraatjes voor wie al mogelijkheden heeft. Maar op het vlak van klimaat en energiebeleid brengt het ons geen stap verder.

En toch blijft de Vlaamse overheid daarop inzetten. Ook nu weer, tijdens de huidige energiecrisis, zweert die overheid bij subsidies en leningen. Experts zijn het er roerend over eens: die maatregelen zijn belangrijk, maar met individuele subsidies alleen gaan we er nooit geraken. “Het is een typische methodiek die bij ons vaak wordt toegepast”, zegt socioloog De Decker. “Van zonnepanelen, salariswagens tot elektrische wagens en hun laadpalen: alles wordt individueel gesubsidieerd zonder dat er enige ruimtelijke sturing is. Nu is er de ‘mijnverbouwlening’ en kun je een goedkope lening krijgen en eventueel subsidies. Ik moet er geen tekening bij maken wie als eerste zo’n lening zal aanvragen: de huiseigenaar op de top van een heuvel in de Vlaamse Ardennen of die in de bossen van Waasmunster. Die huizen zullen klimaatbestendig gemaakt worden ja, maar ze blijven wel op de verkeerde plaats staan.”

We weten nochtans allang dat net daar de crux zit. Onze jarenlange focus op die eigen woning zorgt ervoor dat onze ruimtelijke ordening veeleer een ruimtelijk verrommeling is. We zitten enerzijds met onze beruchte lintbebouwing, we zijn massaal woningen en verkavelingen gaan bouwen aan beide kanten van invals- en verbindingswegen tussen dorpen en gemeenten, waardoor je linten krijgt in de open ruimte. Anderzijds zijn we halfopen of open bebouwingen beginnen te zetten op verafgelegen plaatsen.

Daardoor staan we massaal in de file en kost het onze overheid handenvol geld om alle woningen van de nodige nutsvoorzieningen te voorzien. En ook op het vlak van zorg staan ons grote uitdagingen te wachten. We worden geacht zo lang mogelijk thuis te blijven, maar alle hulpbehoevende ouderen in hun verkavelingen of meer afgelegen gebieden verzorgen, wordt stilaan evengoed onbetaalbaar. Dat bleek al uit de studie Vergrijzing op het platteland van de KU Leuven. Alle Vlaamse thuisverplegers samen reden in 2017 al per dag zo’n vijftien keer de wereld rond. Een cijfer dat naar adem doet happen.

Ruimtelijke verrommeling

Leo Van Broeck was een van de eersten om, geheel in eigen stijl, die ruimtelijke verrommeling op de korrel te nemen en op te roepen tot actie. Hij vond dat we meer in stads- en dorpskernen moesten gaan wonen, weg uit de verkavelingen en afgelegen plekjes. En in kleinere woningen ook, liefst nog in blokken op elkaar. Mogelijk lag het deels aan zijn stijl, maar zijn boodschap werd ofwel op grote verontwaardiging ofwel op hoongelach onthaald.

En ook van de plannen voor de zogenaamde betonstop, die de Vlaamse overheid tegenwoordig liever de bouwshift noemt, kwam tot nog toe in de praktijk niet veel in huis. Het doel van de betonstop is om na 2040 geen open ruimte meer in beslag te nemen. Eigenaars die hun bouwgrond zien omgezet worden in natuur- of landbouwgebied zullen gecompenseerd worden. En dat zal handenvol geld kosten.

Experts zien die bouwshift dan ook niet snel gerealiseerd worden. Hij botst namelijk geweldig met hoe we hier naar wonen kijken: iedereen een eigen huis. Want om dat te kunnen promoten, is er één grote randvoorwaarde nodig, stelt Michael Ryckewaert, professor stedenbouw aan de VUB. “Eigen woningbezit bevorderen werkt maar in een systeem waarbij er altijd nieuwe bouwgrond voorhanden is en je kunt suburbaniseren.”

Greta Verschueren: 'Een appartement in de stad, waar ik alle voorzieningen dichtbij heb, kost meer dan wat ik met de verkoop van mijn huis kan ophalen. Dus blijf ik zo lang mogelijk hier.' Beeld Tim Dirven
Greta Verschueren: 'Een appartement in de stad, waar ik alle voorzieningen dichtbij heb, kost meer dan wat ik met de verkoop van mijn huis kan ophalen. Dus blijf ik zo lang mogelijk hier.'Beeld Tim Dirven

Die bouwgrond is dus de sleutel tot het hele systeem. Die moet volop beschikbaar zijn en liefst goedkoop genoeg zijn. Daar werd zelfs rekening mee gehouden bij de opstelling van de gewestplannen in de jaren 70. Gewestplannen zijn ruimtelijke plannen waarin elk lapje grond een bestemming kreeg. Woonzones kregen een rode kleur, en rood was bij de inkleuring duidelijk populair. “Als we 25 woningen per hectare zetten, kunnen we nu nog altijd een miljoen woningen kwijt in wat in de jaren 70 is goedgekeurd”, zegt professor De Decker.

Bouw in stationsbuurten

We zijn dus allesbehalve op de goede weg. Om dat te keren, is vooral een overheid nodig die veel meer gaat sturen en het niet langer overlaat aan het individu, een lokaal bestuur of de markt. Voor professor De Decker is het dan ook zonneklaar. Als de Vlaamse overheid geen grotere coördinerende rol gaat spelen, mogen we het vergeten dat we onze ruimtelijke ordening nog enigszins op orde krijgen. De Decker: “Zoals we het nu doen, het geven van die individuele subsidies zonder er ruimtelijke criteria aan te verbinden en iedereen maar laten doen, bestendigen we onze al slechte ruimtelijke ordening.”

Volgens de socioloog is het dan ook hoog tijd om aan echt structureel woonbeleid te denken. “Er zijn mogelijkheden, hoor. Denk maar aan stationsbuurten. In zo goed als alle stations in ons land is er ruimte. Bouw daar in sneltempo nieuwe wijken, met de mobiliteit als vertrekpunt. Zorg dat je een deel sociale woningen hebt, een deel appartementen die aangepast zijn aan de noden van ouderen en mensen met een beperking, en een deel marktwoningen. Je kunt er nog een school of een zorginstelling bij doen. Maar doe het systematisch en start nu.”

Ook Leo Van Broeck ziet nog oplossingen om zowel op het vlak van ruimtelijke ordening als van wonen een en ander recht te trekken. “Zoals Lidl en Aldi een economisch model hebben waarmee ze betaalbare producten kunnen aanbieden, moeten spelers in de bouwsector dat ook kunnen met betaalbare huizen.”

Maar de lokale besturen moeten dan wel een beetje meewillen, meent Van Broeck. “Als die allemaal slaapkamers van twintig vierkante meter vragen en nog eens een hoop gedateerde voorwaarden opleggen over hoe groot de living mag zijn, dan raken we nergens. We moeten kwaliteit bieden, maar het zal wel kleiner moeten dan de huidige normen. Desnoods met stapelbedden die ’s avonds uit de muur komen. Misschien schuift de eetkamertafel in mekaar en komt er nog een soort van slaapkamer op wieltjes uit de muur. Ik weet dat heel wat mensen hiervan huiveren. Maar kijk eens waar een groep mensen nu moet wonen? Zoiets is beter dan wonen in een krot vol schimmel. Als je alleen maar de perfectie wil, dan gaat er weinig veranderen.”

Ook Sien Winters, coördinator van het Steunpunt Wonen, heeft nog een tip voor het beleid. “Mijn advies? Schaf bedrijfswagens af. Want zo’n wagen is een stimulans voor mensen om op een afstand te gaan wonen van het werk, het kost hen toch niets. Dat systeem afschaffen zou het wonen op de buiten al een groot stuk ontmoedigen.”

Of hoe we bij het zoeken naar oplossingen ook buiten het woonbeleid zelf zullen moeten kijken.

Het Grote Woonrapport

Hoort uw gemeente bij de beste van Vlaanderen? In Het grote woonrapport brengt De Morgen voor het eerst de huidige woonsituatie per gemeente in kaart aan de hand van tal van interessante parameters.

Deel 1 van het woonrapport. De slechtste (en beste) Vlaamse gemeente om te wonen: ‘Slechtste? Wij zijn juist superaantrekkelijk en heel gegeerd’

Deel 2 van het woonrapport. Zijn woningen echt onbetaalbaar geworden? ‘Het is contra-intuïtief, maar er is bij de middenklasse nauwelijks iets aan de hand’

Deel 3 van het woonrapport. Minder dan helft gemeenten haalt norm sociale woningen: ‘Het is kwestie van willen’

Lees het volledige dossier.

``

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234