Dinsdag 10/12/2019

De Belg die een olifant zag

Ze zijn vandaag niet echt meer nodig, maar wat zou het cool zijn mocht er op je naamkaartje 'ontdekkingsreiziger' staan. Helaas, we zullen het moeten stellen met verhalen uit de pionierstijd van de ontdekkingsreizen. En die zijn er volop te vinden in drie nieuwe boeken, waarin ook Belgen een prominente rol vervullen.

'Soms wilde ik dat ik in een tijd was geboren waarin er nog landen te ontdekken waren, gebieden te veroveren. Ik kijk naar de wereldkaart en vraag me af of daar nergens een vergeten eiland is, waar iedereen al die tijd gewoon voorbij is gevaren.' Zo staat te lezen in het debuut Soms ben ik een ontdekkingsreiziger van Ruth Mellaerts.

Nu alles slechts een zoekterm ver is, hebben we steeds vaker heimwee naar een tijd toen er nog mysteries bestonden. Steeds meer hebben we het gevoel dat we alles al weleens gezien hebben. Hoe vaker we als kamerreizigers voor onze schermpjes het wereldwijde web afschuimen, hoe meer ons de zucht bekruipt om zelf ontdekkingen te doen, eropuit te trekken, wilde avonturen en verre landen tegemoet.

Dat verklaart misschien waarom er zopas drie boeken in ons taalgebied over ontdekkingsreizigers verschenen zijn.

Ambrosius Zeebout

Om de een of andere reden staan Belgen niet echt bekend als grote avonturiers. Ten onrechte, zo blijkt uit het boek De Belgische ontdekkingsreizigers. Belgen zijn meer dan behoorlijk vertegenwoordigd in de geschiedenis van de exploratie. De voornaamste reden waarom we dat niet beseffen, is omdat België nog niet bestond voor 1830. Maar als we iedereen meetellen die voor die tijd binnen de grenzen van het huidige België geboren is, krijg je een heel ander verhaal.

Dan zien we dat een Belg (Willem van Rubroeck) bijvoorbeeld al een halve eeuw vóór Marco Polo naar de grote khan van het Mongoolse Rijk afreisde en daar verslag van uitbracht. Of dat iemand afkomstig uit de Belgische diaspora (Pierre Minuit) Manhattan van de indianen overkocht.

We leren hoe Belgen bij de eersten waren die naar Zuid-Amerika trokken ten tijde van de grote ontdekkingsreizen. Hoe Belgen een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de maritieme expansie van Nederland. Hoe enkele Belgen het voorrecht hadden om in het Rijk van het Midden (China) te wonen toen dat voor de rest van de wereld verboden terrein was. Om nog te zwijgen van de verovering van het Wilde Westen en andere Congo's. Je kunt de hele geschiedenis van de exploratie reconstrueren aan de hand van wat Belgen.

En het boek is nog leuk om te lezen ook. Zo is er de knullige, maar eerlijke beschrijving door Gentenaar Joos van Ghistele wanneer die eind 15de eeuw voor het eerst een olifant ziet: 'Afschuwelijke beesten: grijs van kleur, met een huid die in hun gezicht gerimpeld is als die van een rat, vrij goed gelijkend op een koe, met een brede, korte hals, (...) ze hebben korte staarten, ze zijn kaal, zonder vacht en ze hebben grote voeten, alsof ze pantoffels zouden dragen.'

Omgekeerd is er de blik van de buitenstaander die zich verwondert over wat voor ons zo vertrouwd is, zoals de uit Ath afkomstige Louis Hennepin bij zijn ontmoetingen met indianen in het Wilde Westen mocht ervaren: 'Zij zegden vaak tegen elkaar, als we een vraag stellen aan vader Louis, antwoordt hij ons niet. Maar zodra hij heeft gekeken naar wat wit is - want ze hebben helemaal geen woord voor papier - antwoordt hij ons en maakt ons deelachtig in zijn gedachten. Het moet wel, voegden ze eraan toe, dat dit witte ding een Geest is die hem alles meedeelt wat wij hem zeggen.'

De pioniers, vaak mensen met heerlijk ronkende namen, zoals Ambrosius Zeebout of Eustache Delafosse, maken melding van precies het soort mysterieuze eilanden waar je als kind van droomt. Zo reist Delafosse langs het 'melaatseneiland', een Kaapverdisch eiland waar het vlees en bloed van zeeschildpadden lepra zouden genezen, en de 'betoverde eilanden', die onzichtbaar zouden zijn geworden ten gevolge van de toverkunst van een bisschop-tovenaar.

We lezen verder over het 'eiland van de begraafplaats' in de 'baai van de droefheid', het pioniersvoorrecht om alle plekken namen te geven. Mocht dat nog niet voldoende zijn, dan zijn er de ontberingen, roversbendes of het geweld van de elementen om je verbeelding aan het werk te zetten.

Geld als drijfveer

Na een aantal honderd bladzijden begrijpen we dat er niet één soort ontdekkingsreiziger bestaat. Er zijn missionarissen, soldaten, pelgrims, diplomaten, spionnen en kolonisten, om er maar een aantal te noemen.

Of actiehelden, zoals de in Antwerpen geboren Joris van Spilbergen, die getuigt over schepen die elkaar nachtenlang bestoken met kanonvuur, en wiens officiële opdracht er op een bepaald moment in bestaat om 'rond de wereld te varen in westelijke richting en onderweg zo veel mogelijk schade toe te brengen aan de Spanjaarden en de Portugezen'.

Maar het type dat je het vaakst tegenkomt, is dat van de ondernemer, zoals Isaac le Maire, een grote naam bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie die zelfs zijn vermogen op zijn grafsteen liet graveren ('over de 1.500.000 guldens'). Al te zeer moet dat niet verbazen, want uiteindelijk draait het ook hier, meer dan om welzijnswerk of wetenschap, om geld.

De geschiedenis van de exploratie is dan ook in grote mate een verhaal van meedogenloze concurrentie, van zoeken naar markten, naar handel, naar opportuniteiten. Daarom slachten naties elkaar op het water of in verre landen af, daarom worden hele volkeren uitgemoord, wordt er gekonkeld en gemanipuleerd, zoals blijkt uit de machiavellistische spelletjes om buitenlandse koningen te paaien: 'Dus ging hij naar de koning, die hem ontving in een wit gewaad. (...) onderhandelden ze over de prijs van het kaneel en de peper. De generaal ging niet akkoord met de prijs die de koning vroeg en ze veranderden van gespreksonderwerp. Bij het afscheid vroeg de koning aan de generaal wat die wilde betalen, waarop deze antwoordde dat hij daar niet was voor de peper en het kaneel maar alleen (...) om zijn prinselijke vriendschap aan te bieden. Toen hij dat hoorde (...) nam de koning de generaal in zijn armen en hief hem op, zeggende dat al zijn kaneel en zijn peper voor hem waren.'

Om ontdekkingsreiziger te worden, moest je dus duidelijk een speciaal karakter hebben. Het was balanceren op leven en dood. Je moest overeind zien te blijven in verre, vijandige landen. De risico's waren groot: ontelbaar veel mannen stierven op zee, of werden hun handen en voeten afgehakt, of werden vermoord.

Soms hing het van dom toeval af of je in leven bleef of niet. De jezuïetenmissionaris Ferdinand Verbiest, die in 1664 in China verbleef, werd samen met de andere aanwezige jezuïeten ter dood veroordeeld, maar tot hun geluk (en wellicht ook stomme verbazing) deden zich toen achtereenvolgens een eclips, een aardbeving en een brand in het paleis voor en verscheen er een komeet aan het firmament. Dat was genoeg om de Chinezen te doen geloven dat ze zich de toorn van God op de hals hadden gehaald en hun mening moesten herzien.

Een speciale vermelding moet gemaakt worden voor het gitzwarte hoofdstuk van de Belgische aanwezigheid in Congo, een geschiedenis die iedereen in België goed zou moeten kennen, maar ook voor de poëtische beschrijvingen van Adrien de Gerlache, die tijdens zijn avonturen aan de Zuidpool een hele winter in het ijs doorbrengt. Zijn beschrijvingen daar zijn van de mooiste die ooit door een ontdekkingsreiziger zijn opgetekend.

Top 70

Het logboek van de ontdekkingsreiziger biedt meer van hetzelfde. Alleen gaat het hier niet uitsluitend over Belgen, maar over de zeventig grootste ontdekkingsreizigers ooit. Hier vinden we de grote namen, genre Amundsen, Cook of Livingstone.

De rode draad door het boek heen zijn de notitie- en schetsboeken van de avonturiers. Die insteek maakt de praktijk van de ontdekkingsreiziger soms heel tastbaar. De met de hand geschreven bespiegelingen of met potlood geschetste tekeningen zijn bovendien vaak gewoon adembenemend mooi, denk maar aan de prachtige onderwatercreaturen van William Beebe of de wonderlijke insecten van Maria Sibylla Merian. Op zijn beste momenten is dit boek dan ook een tentoonstelling op papier.

Helaas doen de begeleidende teksten soms te veel denken aan het soort teksten dat je op expo's vindt. In Wikipedia-tijden zit er weinig meerwaarde in korte beschrijvingen van iemands levensloop. Leuker is het wanneer de samenstellers van het boek zo nu en dan de avonturiers zelf aan het woord laten over waar het voor hen om draait, zoals voor Tony Foster: 'Gewoon wandelen en je verwonderen.'

Kamerreizigers

We eindigen waar we begonnen zijn: bij Soms ben ik een ontdekkingsreiziger van Ruth Mellaerts. In dit indrukwekkende debuut heeft zij een reeks korte poëtische teksten bijeengebracht, kleine tableaus, of noem het gedichten in prozavorm, die prachtig geïllustreerd werden door nog meer aanstormend talent, namelijk Toon Delanote en Charlotte Peys.

Mellaerts weet in vijf of tien zinnen een gevoel, een leven, een klein drama op te roepen, alsof ze zich heeft voorgenomen om zo veel in zo weinig mogelijk te stoppen. Het zijn verzuchtingen over het verre en het dichtbije, over dromen, verlangens, over ontsnappen of blijven en hoe een drama zich kan tonen in iets kleins als een fout ingevuld kruiswoordraadsel.

Er zit veel fernweh in het boek, de zucht naar het verre, zoals in de tekst Eldorado: 'Ergens in het woud ligt een land van goud. De mussen baden er in zilveren plassen en aan de bomen groeien platina perziken. De weg naar het land is onbekend en het woud is dichtbegroeid. Hoe langer we het land zoeken, hoe mooier het wordt. Steeds wanneer we het niet vinden, fonkelt het iets feller.'

Of in Merrie: 'Terwijl de molen rondjes draait, verdunnen onze haren, verdampen onze dromen. (...) de plastic paarden vertellen elkaar over die ene merrie die uit de molen weet te ontsnappen. Diepe hoefsporen laat ze achter terwijl ze in galop naar de horizon rent. Ze komt hier nooit meer terug.'

Mellaerts weet zich makkelijk in te leven in mensen van verschillende leeftijden en gezindten, maar tegelijkertijd heeft ze een heel persoonlijk boek geschreven, dat altijd zacht en mooi van toon is: 'Soms verdwaal ik op internet. Ik vergelijk mijn leven met dat van anderen, verblind door de filters die hun foto's in zonlicht drenken. Er zijn artikelen over mensen die in de zee verdwijnen, blogs van reizigers die de wereld afspeuren op zoek naar zichzelf.' We zijn allemaal kamerreizigers geworden.

Die andere indrukwekkende debutant Lize Spit noemt het boek "een ontdekkingsreis naar plaatsen waar je al eerder lijkt te zijn geweest".

En ook wij vinden het een hele ontdekking. Zo eentje om hoogstpersoonlijk te koesteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234