Zaterdag 28/11/2020

De behoefte aan een krachtige regie is groot

Met zijn Beleidsnota Jeugd geeft minister Bert Anciaux een veelbelovende aanzet tot een volwassen jongerenbeleid. Maar hoe zullen alle goede voornemens in praktijk worden gebracht?

De Beleidsnota Jeugd van minister Bert Anciaux, die half maart in het Vlaams parlement werd goedgekeurd, is de allereerste in haar soort. Nooit eerder getroostte een regering zich de moeite om kinderen en jongeren enige systematische beleidsaandacht te gunnen. De jeugdminister wil bakens verzetten. In de praktijk zal moeten blijken of de hele regering mee aan de kar van een positief en offensief jeugdbeleid wil trekken.

De nota is zeer veelbelovend en geeft blijk van moed omdat ze niet vertrekt vanuit de 'probleembenadering' van kinderen en jongeren, iets waar de overheid een patent op lijkt (leek?) te hebben. Verder is het een typevoorbeeld van beleidsnota voor menig lidstaat van de Europese Unie.

Een geïntegreerd jeugdbeleid met volwaardige participatie van de jeugd is de allereerste doelstelling. Onmiddellijk koppelt de minister hieraan ook de ambitie om dit te realiseren door middel van een emanciperende beleidsvoering.

Voor de eerste maal in de geschiedenis van dit land is er een minister voor Jeugd, mét een coördinerende rol. Heel wat sectoren hebben een belangrijke invloed op kinderen en jongeren. Denken we bijvoorbeeld maar aan de initiatieven binnen de welzijnssector, de bijzondere jeugdzorg, het onderwijs, ruimtelijke ordening, justitie of het tewerkstellingsbeleid. Elk van deze sectoren heeft een eigen ministerie boven zich. Dit resulteert doorgaans in overlappende en tegenstrijdige maatregelen met een versnippering van middelen tot gevolg. De behoefte aan een sterke regie is groot. Een coördinerende minister voor Jeugd is dus niet alleen billijk maar ook noodzakelijk. Achillespees in dit nieuwe beleid zijn de collega's-excellenties van deze minister, die hem de nodige coördinatieruimte moeten gunnen. Zowat elke minister refereert in zijn/haar beleidsnota naar specifieke initiatieven voor kinderen en jongeren. Een geïntegreerd jeugdbeleid kan niet ontwikkeld worden als dit afhankelijk blijkt van de ego's van deze excellenties. Interdepartementaal en intersectorieel werken is een fundamentele noodzaak om tot een geïntegreerd jeugdbeleid te komen. Het is trouwens ook een logisch gevolg van het aanvaarden van deze nota. Dit is dan ook een graadmeter voor de zo gekoesterde vernieuwing in beleid.

Er is behoefte aan prioriteiten, want het zijn de feiten op het terrein die de bewijzen moeten leveren van succes. Graag geven we enkele hints aan de minister voor Jeugd en zijn collega's.

De bekende pedagoog/fiosoos Jean-Jacques Rousseau, die leefde in de 18de eeuw, stelde dat "elk moment in het leven van een kind, omwille van zijn onschuldigheid, onder controle en begeleiding moet gebeuren en gepaard gaan met een strenge discipline als centraal gegeven". Dit fundamenteel ongeloof in de capaciteiten van jongeren leeft nog steeds. Volgens de socioloog Elchardus zit de jeugd van tegenwoordig verschrikkelijk lang in ondergeschikte en passieve posities. In vergelijking met de positie van jongeren in andere culturen en vroegere tijden is dat hét onderscheidende kenmerk van de hedendaagse jeugd. Participatie is een van de drie pijlers in het Verdrag van de Rechten van het Kind, maar blijkbaar is dit nog niet voldoende gerijpt om ook in grondwetsartikels (federaal) te worden vertaald.

De ongelijkheid van de leefsituatie van jongeren hangt samen met leeftijd, gender, het ouderlijke milieu, het opleidingsniveau, de etnische achtergrond en de mate van mogelijkheden tot participatie. Meerdere recente studies wijzen overduidelijk op het feit dat de dualisering van onze samenleving aanvangt op jonge leeftijd.

De stelling van de filosoof Achterhuis over de politiek van goede bedoelingen lijkt ons van toepassing: "Wie de slachtoffers centraal stelt zonder naar de politieke context te kijken kan wel eens meer slachtoffers maken dan helpen." De criminoloog Walgrave wees reeds meermaals op de perverse effecten van de veiligheidscontracten op het welzijnsbeleid, niet in het minst ten aanzien van jongeren. "In welke mate zijn allochtone jongeren cultureel meer geconditioneerd tot misdaad dan anderen", hoor je sommigen denken. Ook binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken groeit het besef dat deze veiligheidscontracten als een tang op een varken slaan. Oftewel: wie een jeugdbeleid verengt tot een preventiebeleid, zal op termijn alleen maar meer preventie nodig hebben.

Uit de beleidsnota blijkt onvoldoende hoe belangrijk de ongelijke leefsituatie van kinderen en jongeren wel is voor de minister van Jeugd.

Het realiseren van deze beleidsnota is overigens niet enkel een zaak van de overheid. Naast het belang van de lokale dynamiek, is dit voor het middenveld, met zijn ondersteunende rol in beleid en vormingswerk, en voor de ruime groep van gespecialiseerde jeugdwerkinstanties een uitdaging om van te dromen. Tot op heden is het ons niet duidelijk hoe minister Anciaux de verhouding tussen de overheid en het particulier initiatief ziet. En of hij de verdeskundigingsoperaties binnen de sector wil stimuleren.

Zo wil de minister een Steunpunt Jeugd oprichten, ter ondersteuning van al wie werkt met kinderen en jongeren in de vrije tijd. De praktijk leert ons dat gelijkaardige steunpunten in andere sectoren veelal dienen ter compensatie van het gebrek aan personeel en slagkracht in de administraties. Een euvel dat ook de Afdeling Jeugd en Sport ten volle parten speelt. Het mankement van deze afdeling laten opvangen door een steunpunt, maakt dat dit steunpunt een kunstmatig verlengstuk van de overheid wordt. Ondersteuningsstructuren zijn er in de eerste plaats voor kinderen en jongeren en voor het jeugdwerk. Dat deze handig samenspelen met de behoeften van een overheid is hoogstens mooi meegenomen.

Uit deze beleidsnota moet méér voortvloeien dan het geven van een positief signaal. In deze legislatuur zal duidelijk worden hoe belangrijk jeugdbeleid is voor de Vlaamse overheid.

'Achillespees in het nieuwe beleid zijn de collega's-excellenties van minister Anciaux

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234