Zondag 23/01/2022

De begijnhofpoorten zwaaien open

De piramides van Egypte, de Machu Picchu in Peru, de tempel van Borobodur op Java en de Vlaamse begijnhoven. Vier keer gaat het om werelderfgoed. De eerste drie worden jaarlijks bestormd door honderdduizenden toeristen, voor de oorden van stilte die de begijnhoven nog altijd zijn, is dat allerminst de bedoeling. Toch staan de poorten er wel open voor bezoekers. Meestal op een kier, dit weekeinde wagenwijd.

Leuven / Eigen berichtgeving

Anne Brumagne

Begijnhoven vormen een geschikt kader voor een avondlijke wandeling na een drukke dagtaak, of voor een ommetje tussendoor om even op adem te komen. In de loop der jaren ontdekten we er verschillende, en sommige bij toeval. Zo botsten we onlangs, op weg naar de Ufsia, op de toegangspoort van het Antwerpse hof, een van de twaalf Vlaamse begijnhoven die niet met naam worden vermeld in de Unesco-lijst van het werelderfgoed. Het is immers zo dat de Vlaamse begijnhoven sinds 2 december 1998 in die lijst zijn opgenomen als 'globaal fenomeen', en dat bijkomend dertien begijnhoven met naam zijn vermeld: Brugge, Kortrijk, Onze-Lieve-Vrouw ter Hoye in Gent, Sint-Amandsberg (Gent), Dendermonde, het Groot Begijnhof van Mechelen, Lier, Hoogstraten, Turnhout, het Groot Begijnhof van Leuven, Diest, Tongeren en Sint-Truiden. In het geval van Antwerpen zou bij de negatieve beslissing hebben meegespeeld dat de skyline er wordt ontsierd door vlakbij gelegen appartementsblokken. Dat het hof van Sint-Truiden, nochtans een veel minder homogeen geheel dan het Antwerpse, wél met naam op de lijst voorkomt, dankt het aan twee erg specifieke overblijfselen: de enige bewaarde begijnhofhoeve en de prachtige muurschilderingen in de kerk.

Hoe meer begijnhoven je hebt bezocht, hoe meer je de onderlinge verschillen en gelijkenissen begint op te merken. Het verschil in grootte valt het meest op. In het Groot Begijnhof van Leuven waanden we ons als kind in een heuse middeleeuwse stad, terwijl van het Klein Begijnhof nog slechts een straatje overblijft. Straten- of stadsbegijnhoven, zoals Lier, Tongeren en het Groot Begijnhof van Mechelen, hebben echt stedelijke allures. Pleinbegijnhoven danken hun naam aan de centrale ruimte, meestal een grasveld dat indertijd werd gebruikt als bleekweide, en waarop vaak ook een kerk of kapel staat. Brugge, Dendermonde, Hoogstraten (met twee binnenpleinen) en Turnhout zijn daar voorbeelden van. En dan zijn er nog de 'gemengde begijnhoftypes', met straatjes én een centraal plein. Zulke gemengde types waren vaak het resultaat van uitbreidingen tijdens bloeiperioden, bijvoorbeeld in de 17de eeuw.

Ook de leeftijden van de begijnhoven lopen uiteen: van vele begijnhoven gaat de stichting terug tot de 13de eeuw. Het Sint-Elisabethbegijnhof van Sint-Amandsberg werd pas in 1873-'74 gebouwd, in neogotische stijl, nadat het Gentse stadsbestuur had besloten om van het eigenlijke Elisabethhof in het centrum een gewone stadswijk te maken. Vanzelfsprekend zijn er ook heel wat regionale architecturale verschillen, bijvoorbeeld omdat bij de bouw streekeigen materiaal werd gebruikt. En bovendien varieert de bewaringstoestand. Naast prachtig gerestaureerde hoven zoals Leuven of Hoogstraten is er het Tiense begijnhof, waarvan na bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog en een brand in 1976 slechts ruïnes resten. In Brussel is nog wel een begijnhofkerk (eentje waar mensen zonder papieren met open armen worden ontvangen) maar geen hof meer. Het moest vorige eeuw wijken voor de bouw van het Groot Godshuis, het huidige Pacheco-instituut. Gelukkig is de omgeving, mét Groot Godshuis, bijna even schilderachtig gebleven.

Al bij al hebben de Vlaamse begijnhoven de tand des tijds zeer goed doorstaan, zeker wanneer men vergelijkt met onze buren. Van het honderdtal begijnhoven dat de Lage Landen op het einde van de 14de eeuw telden, is er ongeveer een derde over, waarvan 25 in Vlaanderen. In Wallonië zijn nog beperkte overblijfselen van het begijnenleven in Luik, Bergen en Edingen. In Nederland konden slechts twee kleinere begijnhoven de godsdiensthervormingen overleven: het pleinbegijnhof van Amsterdam, vlak bij de drukke Kalverstraat, en het begijnhof van Breda. Cambrai in Nord-Pas de Calais bezit het enige overblijvende Franse begijnhof. Ook elders in Europa zijn er nog sporen van begijnhoven te vinden, maar niet zo veel en nooit zo gaaf als in Vlaanderen. Dat komt omdat de begijnengemeenschappen er nooit zo sterk zijn geëvolueerd als hier, en geen zelfstandige stadsparochies werden.

Terwijl voor de tempel van Borobodur toeristen honderden kilometers omrijden, een bezoek aan de piramides een verplicht onderdeel van een reis naar Egypte is en de beklimming van de Machu Picchu hét hoogtepunt voor een Latijns-Amerika-reiziger, leren we Vlaamse begijnhoven dus kennen omdat we er toevallig langslopen. En misschien is dat maar goed ook. Indien begijnhoven het lijdend voorwerp van massatoerisme waren, dan zouden ze allicht nooit tot werelderfgoed zijn uitgeroepen. De rust en de stilte zijn nu eenmaal wezenlijk voor wat een begijnhof tot begijnhof maakt. En laten we het niet vergeten: begijntjes zijn er misschien niet meer, maar in begijnhoven wonen wel 'gewone' mensen, die net als iedereen hun rust liever niet verstoord zien. Dat hun begijnhof soms als alternatieve parkeerplaats wordt gebruikt in de oververzadigde stad, zien ze met lede ogen aan. Ook daar was de inspectrice die voor de Unesco de begijnhoven kwam controleren, trouwens streng voor. Verkeersoverlast was een negatief element bij haar evaluatie.

Aan de andere kant zou het een tikkeltje zonde zijn indien de begijnhoven waren uitgeroepen tot werelderfgoed, maar verder verboden terrein zouden zijn voor geïnteresseerden. Er moet dus nagegaan worden hoe ze op een zo 'zacht' mogelijke manier kunnen worden opengesteld. Hoe er op een bescheiden manier goede informatie kan worden verstrekt, en hoe het onroerend patrimonium waarover een begijnhof beschikt, op een zo aantrekkelijk mogelijke manier kan worden gepresenteerd. De begijnhoven zijn dan wel werelderfgoed, maar geen enkel begijnhofmuseum - en er zijn er nogal wat - is op zich door de overheid erkend. De meeste musea ogen ouderwets en zelfs stoffig, en overal worden min of meer dezelfde stukken getoond.

Begin 1999, kort nadat de dertien Vlaamse begijnhoven tot werelderfgoed waren uitgeroepen, werd het Platform voor Begijnhoven opgericht, op initiatief van het Convent uit Hoogstraten en VCM, het Vlaams Forum voor Erfgoedverenigingen. Het platform wil overleg bevorderen tussen de eigenaars, beheerders en gebruikers van begijnhoven, onder meer over de manier waarop de begijnhofmusea interessanter en aantrekkelijker kunnen worden gemaakt. Onder elkaar wordt verder gekeken welke eigendomsstructuren er zoal bestaan, en welke positieve of negatieve gevolgen deze eventueel kunnen hebben. In Tongeren bijvoorbeeld is het begijnhof geprivatiseerd, maar zorgt een Bijzonder Plan van Aanleg van de stad ervoor dat de eenheid van de gebouwen niet al te zeer teloorgaat. Andere begijnhoven zijn eigendom van OCMW's. Die pogen steeds meer om kapitaalkrachtiger bewoners aan te trekken, om meer geld in het laatje te krijgen voor de restauraties. Maar toch moet er voor worden gezorgd dat er geen sociale verdringing komt, waardoor er slechts gegoede bewoners zouden overblijven. In Hoogstraten heeft de gemeente het begijnhof in erfpacht gegeven aan vzw Het Convent, 34 gezinnen die elk één huis restaureerden.

Ook over herbestemmingen wordt gepraat. In de begijnenhuisjes van Diksmuide huisvest de vzw de Lovie twintig mensen met een mentale handicap. In de infirmerie en het Apostelenconvent van Diest heeft het cultureel centrum zijn intrek genomen. Er komen tijdens het overleg ook heel praktische problemen aan bod. De verkeersoverlast en wat eraan kan worden gedaan, of hoe het vuilnis moet worden opgehaald in de verkeersvrije straten. Dat er een behoefte bestaat om over zulke problemen samen na te denken, ook over de grens heen, bleek uit de aanwezigheid van begijnhofbewoners uit Amsterdam en Breda op een studiedag van het Platform in april van dit jaar, in Dendermonde.

Het Platform wil ook zo juist mogelijke informatie verstrekken over de begijnenbeweging, en bijvoorbeeld het cliché uit de wereld helpen dat begijntjes brave kwezeltjes waren - de geschiedenis leert dat de begijnen dames waren met haar op de tanden. Ook het uitgeven van eenvormige, niet al te ingewikkelde bezoekersgidsjes behoort tot de plannen van het Platform. De vzw krijgt nu in ieder geval al steun van het Davidsfonds, dat na een succesvol abdijenweekeinde vorig jaar, een begijnhovenweekeinde organiseert. Niet alleen de dertien begijnhoven die het label 'werelderfgoed' hebben gekregen, kunnen worden bezocht, maar alle 25 Vlaamse begijnhoven. Zo staat bijvoorbeeld ook het kleine begijnhof van Anderlecht op het programma, en de ruïne van het Tiense begijnhofterrein. Overal kunnen rondleidingen worden gevolgd, op enkele plaatsen worden ook concerten en lezingen gehouden.

Zie ook Zeno, pagina 58

Indien begijnhoven het lijdend voorwerp van massatoerisme waren, zouden ze wellicht geen werelderfgoed zijn

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234