Dinsdag 15/10/2019

De beelden die de wereld veranderden

Begin oktober 1989 komen in Leipzig tienduizenden DDR-burgers met een bang hart op straat. De jonge Oost-Berlijnse journalist Siegbert Schefke klimt in een kerktoren om het protest te filmen. Als zijn beelden het Westen bereiken, is er geen houden meer aan. Vier weken later valt de Muur.

Leipzig, 8 oktober 2014, de stad van Johann Sebastian Bach maakt zich op voor een groot volksfeest. Met een vredesmars die volgens een lokaal blad net iets te dicht langs de grens van de Revolutionsfolklore dreigt te scheren, wordt morgen 'het wonder van Leipzig' herdacht.

Dat wonder voltrok zich op maandag 9 oktober 1989, toen, afhankelijk van de bron, zeventig- tot honderdveertigduizend mensen hun angst voor een 'Chinese oplossing' overwonnen en de straat op gingen. "Wir sind das Volk", riepen ze, en "Keine Gewalt!"

Vraag je vandaag in Leipzig hoe de Muur zo plots kon vallen, dan krijg je het verhaal van deze betoging. Niet in Berlijn, maar hier, dankzij het moedige protest in deze straten, ging de Muur aan het wankelen. Met veel dank overigens aan de Oost-Berlijnse journalist Siegbert Schefke en zijn vriend Aram Radomski.

Vanuit de toren van de Evangelisch Reformierte Kirche filmde het duo een demonstratie die, behalve veel groter, ook veel vreedzamer was dan verwacht. Het beeldmateriaal van Schefke en Radomski raakte vrijwel onmiddellijk de grens over, en werd een dag later al over de hele wereld bekeken. Zo ook in de DDR, waar de beelden inspireerden tot nog veel meer protest. Precies een maand na het wonder van Leipzig zou de Muur vallen.

Leipzig is de helden van hun Friedliche Revolution niet vergeten. Vandaag, 8 oktober, aan de vooravond van de grote herdenkingstocht, krijgen Radomski, Schefke en hun 'man in het Westen' Roland Jahn uit handen van de Duitse president Joachim Gauck de Leipziger Medienpreis.

De heren wacht een dag vol plichtplegingen, maar daar zit Schefke duidelijk niet mee. Geduldig poseert hij voor een foto op de plek waar hij 25 jaar geleden zijn kapitale opnames maakte. "Ik doe dit met plezier", zegt hij. "Dit zijn verhalen die we moeten blijven vertellen. Vanmorgen nog ben ik in een school gaan spreken, voor jongeren die nog niet geboren waren in 1989. Ik heb hen op het belang van vrije verkiezingen gewezen. Vorige maand zijn we hier in Saksen gaan stemmen. Het is te zeggen: nog niet de helft van de kiezers is komen opdagen. Dat betekent dat een minderheid over de meerderheid beslist. Ik vind dat zorgwekkend."

Schefke (55), in zijn Stasi-dossier ooit omschreven als "de schranderste" van de hele oppositiebeweging, was nog erg jong toen hij over vrijheid en democratie begon na te denken. "De familie van mijn vader woonde in West-Duitsland, die van mijn moeder in Oost-Duitsland. De Muur had ervoor gezorgd dat ik een Ost-oma en een West-oma had. Dat wij van onze West-oma gescheiden werden door een militair bewaakte grens, vond ik als kind al een unheimliche gedachte. Het was ook niet zo moeilijk om te begrijpen dat er iets niet klopte met die praatjes over de Muur. Ze vertelden ons dat die gebouwd was om ons tegen het fascistische Westen te beschermen. Hoe viel dat te rijmen met het feit dat 'de fascisten' wel naar de DDR mochten reizen, en wij 'vredesbrengers' niet naar het Westen mochten?"

Skinheads

Schefke ging midden jaren tachtig in Berlijn wonen en engageerde zich in de milieubeweging. Samen met Aram Radomski begon hij reportages te maken over onderwerpen die in de DDR onbesproken moesten blijven. "Over milieuvervuiling, bijvoorbeeld, maar ook over skinheads in de DDR. Vooral met die laatste reportage hebben we het regime enorm veel pijn gedaan. De DDR, dat was de antifascistische vredesstaat. Dat daar ook skinheads zaten, was een werkelijkheid die ze absoluut verborgen wilden houden."

Schefke en Radomski kregen bij hun werk steun uit West-Berlijn. Daar woonde en werkte Roland Jahn, een collega die wegens dissident gedrag uit de DDR was gezet. Via diplomaten liet Jahn camera's en beeldmateriaal over de Duits-Duitse grens smokkelen. Op die manier raakten minstens dertig reportages van Schefke in West-Duitsland. Het merendeel werd getoond in Kontraste, een nieuwsprogramma van de ARD.

"Ongeveer 95 procent van Oost-Duitsers kon onze uitzendingen zien", zegt Schefke. "Dat was voor mij het belangrijkste. Dat de burgers van de DDR konden zien in wat voor een land ze echt leefden. Ik herinner me nog dat ik stond aan te schuiven bij de slager, en dat het daar over een van mijn reportages ging. Dat was precies wat ik wilde bereiken."

Ongevaarlijk is het journalistieke werk niet. Schefke en Radomski weten dat de Stasi hen in de gaten houdt. Om zich op een eventuele arrestatie voor te bereiden, maken ze portretten van zichzelf, te verspreiden door westerse media in geval van nood.

Aan de vooravond van de protestmanifestatie in Leipzig zat de Stasi hen bijna letterlijk op de hielen. Omdat medewerkers van de DDR-veiligheidsdienst permanent de wacht hielden voor zijn woning in Prenzlauer Berg, vertrok Schefke 's nachts, via het dak. Met de Trabant van Radomski en gewapend met een camera reden ze naar Leipzig. Onderweg beseften ze dat zich daar mogelijk een drama zou afspelen. "We kwamen het ene na het andere legervoertuig tegen."

In Leipzig stonden de zenuwen strak gespannen. De regering had indirect het bericht verspreid dat er die maandag mogelijk een Schiessbefehl van kracht zou zijn. In de Leipziger Volkszeitung was eerder een 'lezersbrief' verschenen van een Kampfgruppen-Kommandeur, die waarschuwde dat "wij" bereid zijn om "de contrarevolutionaire acties te onderdrukken. Als het moet zijn, met het wapen in de hand!"

In de onderbroek

Wanneer Schefke en Radomski in Leipzig arriveerden, gingen ze onmiddellijk op zoek naar een geheime locatie om de demonstratie te filmen. "Aanvankelijk wilden we filmen van op een balkon, maar de huisbaas durfde ons, uit schrik voor de Stasi, niet binnenlaten. Vervolgens hebben we aangebeld bij de dominee van de evangelische kerk. Of we vanuit de kerktoren mochten filmen. Dat mocht.

"Vanuit de kerktoren zagen we de soldaten op de woonblokken tegenover ons, klaar om in te grijpen. Dat de regering heeft laten begaan, blijf ik een half mirakel vinden (later zou blijken dat de regering hierover verdeeld was, JdP)."

Pas als ze kust weer helemaal veilig achtten, daalden Schefke en Radomski uit hun toren neer. "Daar ontmoetten we de dominee opnieuw. 'Als jullie beelden het Westen halen', zei hij, 'dan zullen die niet alleen Duitsland, maar ook de rest van de wereld veranderen.'"

Om de beelden in het Westen te krijgen, spraken Schefke en Radomski af in een nabijgelegen hotel, waar een correspondent van Der Spiegel op hen wachtte. Die nam de VHS-cassette mee in de onderbroek en bereikte West-Berlijn. De volgende dag was de protestmanifestatie in Leipzig het eerste item van de Tagesschau, het journaal van de ARD.

Heel even was het nog schrikken, vertelt Schefke. "Het nieuwsanker vertelde dat 'een Italiaanse cameraploeg' erin geslaagd was om tijdens de demonstratie te filmen. 'Verdammt', dacht ik. We waren niet de enigen. Maar toen kwamen de beelden. Onze beelden."

Schefke was al lang weer in Berlijn als op 9 november 1989, een halfuur voor middernacht, de eerste grensovergang tussen Oost- en West-Berlijn opengaat. Nog die avond stak hij de grens over en beleefde hij een nacht die zijn herinnering is ingegaan als "misschien wel de mooiste van mijn leven'.

Morgen deel 4: Hoofdcommissaris Marmulla was een tevreden DDR-burger. En hij niet alleen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234