Zondag 17/11/2019

De band tussen Tibet en de rest van China

Ian Buruma over Chinese propaganda en overdreven sentiment van Tibetsympathisanten.

Hij is auteur van Murder in Amsterdam: The Death of Theo van Gogh and the Limits of Tolerance. Hij is professor democratie, mensenrechten en journalistiek aan Bard College. Zijn jongste boek is The China Lover.

In Brussel hebben honderden manifestanten er onlangs bij de EU op aangedrongen actief beleid te gaan voeren terwille van de Tibetaanse zaak. Ian Buruma zoekt de angel van het aanslepende conflict: 'Het is niet zozeer een probleem van nationaliteit of discriminatie, maar van politiek. De Chinese overheid beweert dat de Tibetanen gelukkig zijn. Maar zonder een vrije pers en stemrecht kun je dat gewoon niet weten.'

Vorige maand was het de vijftigste verjaardag van wat Tibetaanse activisten de Dag van de Nationale Volksopstand noemen, de dag in 1959 waarop de Tibetanen in Lhasa in opstand kwamen tegen het bewind van de Chinese Communistische Partij. De opstand werd neergeslagen. De dalai lama vluchtte naar India en minstens tien jaar lang werden de zaken nog veel erger: vele Tibetanen - wellicht meer dan een miljoen - verhongerden tijdens de Grote Sprong Voorwaarts van voorzitter Mao, tempels en kloosters werden vernietigd (soms door de Tibetaanse Rode Garde) tijdens de Culturele Revolutie, en een groot aantal mensen stierf door geweld.

Opvallend nerveus

De Chinese autoriteiten zijn opvallend nerveus in dit jaar van herdenkingen (twintig jaar na Tiananmen). In maart was ik in Chengdu, in de provincie Sichuan, thuishaven van vele Tibetanen. Zelfs buitenlandse toeristen die geen idee hadden van de verjaardag werden op straat tegengehouden door politieagenten op zoek naar tekenen van rebellie. Het kleurrijke Tibetaanse district werd in quarantaine geplaatst. Je mocht er niet alleen geen foto's nemen, het was zelfs verboden erdoor te wandelen.

De Chinese pers daarentegen onderstreepte de verjaardag met uitbundige artikels over de Tibetaanse vreugde nadat de regio bevrijd was na eeuwen van feodalisme en slavernij. Als je de China Daily en andere publicaties moet geloven, dan was het Tibet van voor de bevrijding je reinste hel, en zijn de Tibetanen nu gelukkig en dankbaar omdat ze burgers zijn van de Volksrepubliek China. Sommigen zijn dat waarschijnlijk. Velen zijn dat niet. Maar als de Chinese propaganda een te duister beeld schetst van het Tibetaanse verleden, dan zijn westerlingen die sympathiseren met de Tibetaanse zaak vaak te sentimenteel.

De persoonlijke charme van de dalai lama, in combinatie met de Himalayaanse air van verheven spirituele wijsheid, heeft een karikatuur verspreid van een mystiek, wijs en vredelievend volk dat wordt onderdrukt door een hardvochtig rijk. Het was echter niet zomaar dat nogal wat gestudeerde Tibetanen in feite blij waren met de Chinese communisten in 1950. De boeddhistische clerus werd niet zonder reden beschouwd als bekrompen en onderdrukkend. Het Chinese communisme beloofde modernisering.

Slaperig, vuil gat

En dat is wat de Chinese overheid in de voorbije decennia gebracht heeft. Lhasa, dertig jaar geleden nog een slaperig, vuil gat, is nu een stad met enorme pleinen, winkelcentra en hoogbouw en is via een hogesnelheidstrein verbonden met de rest van China. Het klopt dat de Tibetanen, die amper vertegenwoordigd zijn in de plaatselijke regering, er niet zo goed bij gevaren hebben als de Han-Chinezen. Hun aanwezigheid in steden zoals Lhasa, als soldaten, handelaars en prostituees, is zo overweldigend dat de mensen zich zorgen maken over de uitroeiing van de Tibetaanse cultuur, behalve dan als officiële toeristische attractie.

Toch bestaat er geen enkele twijfel over dat de Tibetaanse steden op het vlak van elektrificatie, onderwijs, ziekenhuizen en andere publieke faciliteiten nu moderner zijn dan ooit tevoren. Dat is een van de argumenten die niet alleen de Chinese autoriteiten, maar bijna alle Chinezen gebruiken om de opname van Tibet in het grotere China te rechtvaardigen. Dat argument heeft een lange geschiedenis. Westerse (en ja, Japanse) imperialisten gebruikten het in de vroege twintigste eeuw om hun 'missies' om de autochtonen te 'beschaven' en te 'moderniseren' te rechtvaardigen. Taiwan was onder Japans bestuur eigenlijk moderner dan andere delen van China. En de Britten brachten een moderne administratie, spoorwegen, universiteiten en ziekenhuizen naar India.

Nostalgische chauvinisten

Behalve een paar nostalgische chauvinisten in de marge zijn de meeste Europeanen en Japanners er echter niet langer van overtuigd dat modernisering een vrijgeleide geeft aan het centrale gezag. Modernisering moet uitgaan van volkeren met zelfbestuur, en mag niet opgelegd worden door een vreemde macht. Tibetanen moeten met andere woorden de kans krijgen om zichzelf te moderniseren.

Maar de Chinezen hebben nog een argument in hun mouw zitten dat geloofwaardiger (en moderner) lijkt. Ze zijn terecht trots op de etnische diversiteit van China. Waarom zou nationaliteit bepaald moeten worden door taal of etniciteit? Als Tibetanen zich van China mogen afscheuren, waarom de Welshmen dan niet van Groot-Brittannië, de Basken van Spanje, de Koerden van Turkije of de Kashmiri van India? In sommige gevallen kan het antwoord best zijn: eigenlijk zouden ze dat moeten doen. Maar etniciteit als het voornaamste criterium voor nationaliteit is een vaag en gevaarlijk concept, niet het minst omdat minderheden daardoor in de kou blijven staan.

Hebben mensen die de Tibetaanse zaak steunen daarom ongelijk? Moeten we het wegwuiven als sentimentele nonsens? Niet noodzakelijk. De kwestie is niet zozeer de Tibetaanse cultuur, of spiritualiteit, of zelfs nationale onafhankelijkheid, maar politieke eensgezindheid.

In dat opzicht zijn de Tibetanen niet slechter af dan andere burgers in de Volksrepubliek China. Overal in China worden historische monumenten neergehaald in naam van de vooruitgang. In alle Chinese steden wordt de cultuur gesteriliseerd, gehomogeniseerd en ontdaan van autonomie en spontaniteit, niet alleen in Tibet. Geen enkele Chinese burger, of hij nu Han, Tibetaan, Oeigoer of Mongool is, kan de regeringspartij wegstemmen.

Gewelddadige onderdrukking

Het is dus niet zozeer een probleem van nationaliteit of discriminatie, maar van politiek. De Chinese overheid beweert dat de Tibetanen gelukkig zijn. Maar zonder een vrije pers en stemrecht kun je dat gewoon niet weten. Sporadische daden van collectief geweld, gevolgd door een even gewelddadige onderdrukking, suggereren dat velen niet gelukkig zijn.

Zonder democratische hervormingen zal er geen einde komen aan die cyclus, want geweld is de typische expressievorm van mensen zonder vrijheid van meningsuiting. Dat geldt niet alleen voor Tibet, maar evenzeer voor de rest van China. De Tibetanen zullen pas vrij zijn als alle Chinezen vrij zijn. In dat opzicht alvast zijn alle burgers van China verbonden.

De persoonlijke charme van de dalai lama, in combinatie met de Himalayaanse air van verheven spirituele wijsheid, heeft een karikatuur verspreid van een mystiek, wijs en vredelievend volk dat wordt onderdrukt door een hardvochtig rijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234