Zaterdag 19/10/2019

De ballen van Brussel

Als het Atomium echt het symbool van België is, dan mogen de Saksen-Coburgs langzamerhand naar ander emplooi gaan zoeken: defecte roltrappen, insijpelend water, roestig metaal, de verboden-toegangbordjes nemen steeds uitbreiding. Freddy Thielemans gaat verbeten op zoek naar geld, maar Vlaams-nationalisten gelieven zich te onthouden. En ingenieur Waterkeyn? Die ergert zich blauw aan het gesomber over zijn schepping. Tweeëntachtig jaar en nog dagelijks langs de kassa passeren, de vader van het Atomium is een 'winnaar for life'.

Erik Raspoet / Foto's Stephan Vanfleteren

Zo komen verstrooide stadsduiven dus aan hun einde: poot geklemd tussen de spijlen van de reling, het moet een gruwelijke doodstrijd zijn geweest. Als een slap vod bengelt het vogelkarkas aan de trapleuning, het is duidelijk dat hier in geen eeuwen nog een onderhoudsploeg is gepasseerd. Ik keer op mijn stappen terug, de dikke laag duivenpoep kraakt als verse sneeuw onder mijn schoenzolen. Roest en nog eens roest, geen wonder dat de trappenzuil onder de noorderbol voor het publiek werd afgesloten. Niet dat de bezoekers van het Atomium daar veel hinder van ondervinden, want de noorderbol werd al jaren geleden uit het parcours geschrapt. Alleen met een lange arm en een bos sleutels raak je nog binnen.

Van de oorspronkelijke brasserie valt geen spoor meer te bekennen. Op een gammele tafel na is de ruimte leeg, zelfs de wanden werden van alle bekleding gestript. Indrukwekkend is het wel als je vanuit de centrale sfeer via de smalle pijpverbinding naar de noorderbol afdaalt. Precies een ruimteschip, vindt de fotograaf, maar zelf houd ik het op de cockpit van een Britse Lancaster-bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog. De akoestiek is te gek: echo met vibrato, dit kan geen enkele digitale studio evenaren. Het verval doet pijn aan de ogen. Er zitten gaten in de vloer, lichtarmaturen hangen uit hun hengsels, corrosie vreet om zich heen. En toch is dit de mooiste van de negen bollen, alleen hier laat het Atomium zich in zijn naakte glorie bewonderen. Het stalen skelet waarop de aluminium platen rusten, doet niet onder voor het gewelf van een gotische kathedraal. Johan Vandenperre lacht vreugdeloos als we hem de sleutels terugbezorgen. "Genoeg gezien?", polst de manager van het Atomium. "Het kan zo niet verder, er moet dringend iets gebeuren. Vroeger trokken we 400.000 bezoekers per jaar, vorig jaar bleven we steken op 275.000. Het gehakketak omtrent de renovatie doet ook geen deugd. Wekelijks krijg ik telefoontjes van touroperators die zich afvragen of we nog open zijn. Vele toeristen doen zoveel moeite niet, ze gaan er gewoon van uit dat het Atomium gesloten is."

De klad mag er dan inzitten, 275.000 betalende bezoekers blijft een resultaat waar Manneken Pis en de Leeuw van Waterloo alleen maar kunnen van dromen. Maar zoals bij televisieprogramma's gebruikelijk is, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen kijk- en waarderingscijfers. Een paar retourtjes met een volle lift volstaan om de temperatuur te meten. Op en neer, zo gaat ook de stemming van de bezoekers. Buiten, voor de ingang, hebben ze staan aarzelen. Onder de indruk van de dimensies die hun stoutste verwachtingen overtreffen. Maar ook verbaasd over de erbarmelijke staat waarin onze nationale trots zich bevindt. De fonkelende parels van de promofolders ogen in werkelijkheid als versleten petanqueballen. Wenkbrauwen worden gefronst bij het betreden van het paviljoen onder de laagste bol. Alleen meerwaardezoekers vallen voor deze retro-look. Ze slaan er hun reisgidsen op na: sinds de Expo 58 is hier niets veranderd, zelfs niet het kapsel van Madame Pipi, voor wie in de benepen hall een prominente plaats is gereserveerd. Dan toch maar die 200 frank neergeteld, ze zijn tenslotte niet voor niets naar het Heizel-plateau gereden. De hostess dooft de lichten. Look up, gebiedt ze het internationale gezelschap. Door het glazen plafond zien we de contragewichten in de liftkoker pijlsnel naderen. Toonloos rammelt ze het lesje af. We stijgen met een snelheid van vijf meter per seconde, in een mum van tijd zullen we de hoogste bol bereiken. Ik hoor goedkeurend gemompel, een verre echo van de verrukte kreten die bij de opening in 1958 opstegen. De snelste lift van Europa, heel België was er trots op.

Het panorama van de hoogste bol moet het summum van het bezoek worden. Een vergezicht van 360 graden over Brussel, 92 meter boven de begane grond, zoiets laat me nooit onverschillig. Bij hevige storm waant men zich op een schip, de top van het Atomium kan tot 40 centimeter slingeren. Helaas, het is vandaag windstil en grijs, al kan die laatste indruk ook aan het versleten plastic van de ruiten liggen. De Japanners mogen zoomen en flitsen zoveel ze willen, mooie kiekjes vallen er door zulke ramen niet te maken. Het Nederlandse echtpaar met puberzoon wordt ongeduldig. Waar blijft die stomme lift toch? "Geef mij maar de Eiffeltoren", moppert de man. David Debroux zweert dat het geen grap is. Sommige bezoekers zijn zo ontgoocheld dat ze hun geld terugeisen, met eigen ogen gezien. Zelf heeft hij geen last van ontevreden klanten, van dodelijke verveling des te meer. David bemant met twee collega's een mobiele fotostudio. Met of zonder goedvinden, Atomium-gangers worden bij het betreden van de hall gefotografeerd in de hoop dat ze ijdel genoeg zijn om op de terugweg hun instant ontwikkeld portret aan te schaffen. Welgeteld twee foto's hangen op kopers te wachten, de kassa zal straks snel gemaakt zijn. "Ik ben pas vorige week begonnen", vertelt Daniël. "Toen ik hier aankwam, kon ik mijn ogen niet geloven. Het Atomium is geen spat veranderd sinds die schoolreis van twintig jaar geleden. Als dit het symbool van België is, dan ziet het er somber uit voor ons land. Zeg nu zelf, het onthaal in deze lobby, dat is amateurisme van de bovenste plank. En dan heb je de tentoonstelling nog niet gezien. Ridicuul, er is maar één woord voor."

Ik had ze graag gezien: de oorspronkelijke tentoonstelling die tot tien jaar geleden stand hield. Al die jaren bleef het thema onveranderd: de jongste ontwikkelingen in de wetenschap... anno 1958. Het is niet bekend of de collectie naar een museum of recht naar de schroothoop werd afgevoerd. Nadien volgde Biogenium: bezoekers maakten via bollen en schachten een instructieve trip doorheen het menselijk lichaam. Een tikje saai maar alleszins boeiender dan de rotzooi die er nu hangt. Het Atomium in het beeldverhaal, de titel verraadt meteen dat het om een zwaktebod ging. Drie jaar geleden werd deze tentoonstelling in de steigers gezet, als zoethouder in afwachting van een grondige renovatie die ook toen al op handen leek. Guust Flater, Robbedoes, Jommeke, Suske en Wiske, Michel Vaillant, in iedere stripreeks doemt vroeg of laat het Atomium op. Aan materiaal dus geen gebrek, maar met één kartonnen display, twee maquettes en drie kleurenspots bouw je nog geen volwaardige exhibitie. Zelfs de schacht van de centrale bol naar de zuidelijke bol - twee van de slechts vier sferen die nog voor het publiek toegankelijk zijn - werd met reproducties opgesmukt. Nog een geluk dat de roltrap stuk is, anders werd het ontcijferen van de voorbijflitsende tekstballonnen een heikele onderneming. "Excuse me", klinkt het plots achter mij: een bende Amerikanen die het geen lor kan schelen dat Nero en Jef Pedal in Operatie Koekoek met vliegtuig en al door het restaurant in de bovenste bol scheurden.

Ridicuul, dat is ook het oordeel van Freddy Thielemans. Met een beschuldigende vinger wijst hij naar de kartonnen Guust Flater, het pronkstuk van de tentoonstelling. "Was hij tenminste nog driedimensionaal geweest", zucht hij. "Dit is ondermaats, die rommel moet hier zo snel mogelijk weg." Guust Flater heeft redenen om zich zorgen te maken, de beschuldigende vinger hoort immers bij een gewichtig man. Freddy Thielemans is benevens europarlementslid voor de PS ook voorzitter van de vzw die het Atomium beheert. Goed in het vlees, privé-chauffeur stand-by, overal handen schuddend en bon-mots droppend, Thielemans is het prototype van de Brusselse politicus die meermaals per dag pijnlijke keuzes moet maken tussen verschillende restaurants. Wellicht geen adept van de Nieuwe Transparantie in de politiek, wel een perfect tweetalige Bourgondiër met gevoel voor humor en bezield door een missie. "Het Atomium mag nooit verdwijnen", zegt hij. "Dit is het uithangbord van België. Wat zeg ik, het Atomium is een symbool dat onze grenzen ver overstijgt. Reis naar om het even welk land, naar Japan of naar de States, overal kennen ze het Atomium. Het is dan ook een uniek monument, ik ben er al lang door gefascineerd. Als ketje van veertien kwam ik de werf bewonderen, en uiteraard heb ik de Expo bezocht. Het Atomium was toen de absolute uitschieter. Vooral 's avonds was het schitterend, met al die lichtjes leek het alsof de bollen om elkaar wentelden, echt zoals de atomen van een molecule. Jammer genoeg is die verlichting al vijftien jaar stuk."

Weg dus die strips. Maar wat moet ervoor in de plaats komen? Kantoren van de Vlaamse Gemeenschap? Aan dat voorstel van Vlaams minister van Binnenlandse Zaken Johan Sauwens wil Thielemans niet veel woorden meer vuil maken. "Een mediastunt", schampert hij. "Sauwens beseft het maar al te goed: het is politiek ondenkbaar dat het symbool van België helemaal in de handen van de Vlamingen zou vallen. Maar ook een verdeling van de negen bollen tussen de drie gewesten zie ik niet zitten. Kantoren zijn geen oplossing, het Atomium moet een attractiepool worden waar mensen op afkomen om zich te amuseren." Waarom dan geen casino, zoals geopperd door de Brusselse minister van Financiën Annemie Neyts? "Technisch onhaalbaar", aldus Thielemans. "De verbinding tussen de bollen, dat is onze achilleshiel. In een casino moet de menigte vlot kunnen pendelen van de ene zaal naar de andere. Dat lukt hier niet, de roltrappen zijn veel te smal en de bezoekersstroom gaat maar in één richting. Geloof me, het Atomium is geen gemakkelijk gebouw om te exploiteren. Als we een raam willen lappen, moeten we een alpinist inhuren."

We duiken een van de tubes binnen. Noord of zuid, onder of boven, ik ben mijn gevoel voor oriëntatie al lang kwijt. Het is al moeilijk genoeg om overeind te blijven op de steile trap waarvan de treden er schots en scheef bij liggen. Optisch bedrog natuurlijk, veroorzaakt door het tunnelperspectief. Waarmee we meteen nog een achilleshiel aanraken: het veiligheidsprobleem. Bij de opening in 1958 pochten de ingenieurs dat de roltrappen drieduizend mensen per uur konden versluizen. Vandaag staat bij de ingang een verklikker die erover waakt dat nooit meer dan 350 mensen tegelijk het Atomium betreden. Het blijft een bangelijke gedachte: tot vorig jaar werd er Chez Adrienne in de bovenste bol op gas gekookt. Goed, de brandweer organiseert op tijd en stond een evacuatieoefening, in acht minuten is het Atomium ontruimd. Maar een oefening is maar een oefening, Freddy Thielemans houdt iedere dag zijn hart vast. "Bejaarden en mindervaliden raken er nooit levend uit", zegt hij. "Je hebt zelf gezien hoe steil en smal de noodtrappen zijn. Als boven iemand begint te duwen, tuimelt de hele rij als een domino naar beneden." Niet dat er instortingsgevaar loert, de structuur is na 43 jaar nog kerngezond. Toch kunnen voorbijgangers maar beter oppassen onder de bollen van het Atomium. Thielemans: "De aluminium bekleding moet dringend vervangen worden. Vele hechtingen zijn bijna doorgeroest, twee kleine platen zijn al naar beneden gedonderd. Vroeg of laat komen er ongelukken van."

We hebben inmiddels het interactieve deel van de tentoonstelling bereikt. Er is een houten paneel waarop een met de voeten geschilderd Atomium prijkt, het is de bedoeling dat de bezoeker zijn hoofd door een van de twee uitsparingen steekt en naar de fotograaf lacht. Geniaal in zijn eenvoud, net als het rad waarmee je, mits kundig draaien, de negen bollen in de juiste constellatie kunt manoeuvreren. Ongetwijfeld gaat de Nintendo-generatie hiervoor - vergeef me de woordspeling, het is sterker dan mezelf - massaal uit de bol. Thielemans is het stadium van de ergernis al lang gepasseerd, driftig gesticulerend evoceert hij zijn Atomium van de toekomst. Holografische fata morgana's, plasmaschermen, sound & vision, de bezoeker zal van de ene verbazing in de andere rollen. Enthousiast vertelt hij over zijn studiereis met de Brusselse burgemeester de Donnéa naar Disneyland in Parijs. "Ken je die attractie The Haunted House? Het is heel spectaculair: je komt in een ruimte waar een party aan de gang is, er wordt gedronken en gedanst, er wordt piano gespeeld, het lijkt allemaal levensecht tot ineens al die mensen langzaam in het niets oplossen. Holografie, dat moet in het Atomium ook kunnen. Toegepast op stripfiguren, voor mij niet gelaten. Ik zie het al voor mij: Guust Flater die een gsm opneemt, Robbedoes die uit een auto stapt, mogelijkheden zat voor de sponsors."

Het was de Duitse autoconstructeur Mercedes die de crème van de Brusselse politiek op een dagje Disneyland trakteerde. Drie jaar geleden koesterde Mercedes grootse plannen met het kroonjuweel van de Heizel. Waar konden ze hun gloednieuwe A-reeks beter voorstellen dan in het Atomium, ondanks alles nog altijd een krachtig symbool van wetenschap en vooruitgang? Het concept stond al op punt: autofanaten zouden virtuele ritten maken met al even virtuele prototypes, de holografie staat voor niets. Helaas, Mercedes knapte af op de schabouwelijke staat van het Atomium. Pronken met spitstechnologie in een roestige barak met defecte roltrappen, dat slaat een mal figuur. Ook Belgacom was in 1998 zwaar geïnteresseerd, het Atomium moest en zou het visitekaartje van topman John Goossens worden. En het mocht iets kosten, Belgacom was bereid zelf op te draaien voor de loodzware renovatiefactuur. Op één voorwaarde evenwel: de telefoonmaatschappij eiste het beheer over het monument op. Onaanvaardbaar, oordeelde de vzw Atomium, en zo stierf het Belgacom-project een stille dood. De laatste in de rij kandidaat-sponsors was Hyperport, een Amerikaans telecombedrijf waarvan de bekendheid alhier omgekeerd evenredig is met de tentoongespreide ambities. Een investering van acht miljard moest het Atomium in het meest geavanceerde themapark ter wereld omtoveren. Ingrijpend was het plan beslist, al was het maar omdat Hyperport het Atomium met een tiende bol wilde verrijken. Niet om het aantal sferen opnieuw in overeenstemming te brengen met het aantal Belgische provincies, zoals het in 1958 uitdrukkelijk het geval was. Nee, de tiende bol zou er hebben uitgezien als een ondergronds congrescentrum met 3.000 zitjes, zodanig ingeplant dat verveelde congresgangers zich door het glazen plafond aan het Atomium konden vergapen. Dat idee van het Brusselse architectenbureau Deleuze, Metzger & partners werd eerder al door Tractebel gelanceerd. Maar waar Tractebel niet slaagde, daar faalde ook Hyperport. Problemen met de aandeelhouders in de States deden de megalomane droom als een zeepbel uit elkaar spatten.

Nee, Freddy Thielemans heeft het niet onder markt met zijn queeste naar sponsors. Virgin was bereid 45 miljoen neer te tellen om de negen bollen gedurende één maand in de rode kleuren van de luchtvaartmaatschappij te verpakken, de organisatoren van Euro 2000 droomden van een Atomium met negen reusachtige voetballen, het is allemaal bij intenties gebleven. Zelfs de Raket naar de Maan raakte niet van de grond. "Dat idee kwam van de bouwgroep Blaton", zegt Thielemans. "Ze hadden hun oog laten vallen op het parkeerterrein naast Bruparck. Daar zou een Kuifje-centrum verrijzen, compleet met museum, winkels en themarestaurants. Als lokaas wilden ze de raket van Kuifje op ware grootte nabouwen, met lanceertorens en al. Jammer dat het is afgesprongen, want met de verkoop van het bouwterrein hadden wij het Atomium kunnen renoveren."

De tijd dringt. Nog drie maanden voor de openingswedstrijd van Euro 2000, de ogen van de wereld zullen op het Atomium gericht zijn. De federale regering en de Nationale Loterij hebben inderhaast 77 miljoen toegezegd, genoeg om nog voor de start van het toernooi een snelle facelift uit te voeren. Maar er is veel meer geld nodig: 450 tot 550 miljoen, alleen voor een nieuwe laag aluminium en een moderne buitenverlichting. Eens die werken achter de rug, zo wordt vurig gehoopt, zullen de sponsors toestromen en kan ook het interieur worden gerenoveerd. Binnenkort starten daarover nieuwe onderhandelingen met de stad, het Brussels Gewest en de federale regering. "Ik ben optimistischer dan ooit", zegt Thielemans. "Iedereen beseft nu dat het vijf voor twaalf is. Dankzij de stunt van Sauwens, eigenlijk zou ik hem een pint moeten trakteren."

De chauffeur komt aan zijn mouw trekken, hoog tijd voor die lunchafspraak. Weg is Thielemans. We snuisteren nog wat rond in de onderste bol, die goeddeels aan de bouw van het Atomium is gewijd. Over de doorlopende videoprojectie kunnen we maar beter zwijgen. De band is zo versleten dat mijn ogen ervan tranen, de roze bioscoopzetels, afdankertjes van Kinepolis, zijn finaal doorgezakt. Maar de zwartwitfoto's van de werf kunnen tellen: ik word haast duizelig als ik zie welke halsbrekende toeren de bouwvakkers hebben uitgehaald. Een bouwtechnisch exploot zonder voorgaande dat in een absolute recordtijd werd geklaard. Pas eind '54 verdween de eerste heipaal in de grond, het startschot van een onverbiddelijke race tegen de tijd. Gepensioneerde bouwvakkers komen nog jaarlijks 'hun' meesterwerk groeten. Meegereisde echtgenotes voelen de obligate verzuchting van ver komen: "En zeggen dat ze van plan waren het Atomium na de Wereldtentoonstelling stante pede af te breken."

Het is met onverholen fierheid dat de man op de foto ons aankijkt. De begeleidende tekst maakt de pose aannemelijk. André Waterkeyn mag zich de onbetwiste vader van het Atomium noemen. Zo is het gegaan: in '54 stapte de algemeen commissaris van de Expo, een adelborst genaamd Moens de Fernig, naar Fabrimetal. De wereldtentoonstelling had dringend behoefte aan een spraakmakend symbool, misschien kon Fabrimetal rap rap een omgekeerde Eiffeltoren bouwen. André Waterkeyn, ingenieur bij Fabrimetal, had een beter idee. Het waren de fifties, Greenpeace moest nog geboren worden, de wereld was in de ban van de nog prille en onverdachte kernenergie. En dus componeerde Waterkeyn een ode aan de nucleaire wetenschap: zijn schepping is niets anders dan een 160 miljard keer uitvergrote ijzermolecule met negen atomen.

Een winnend idee was het zeker. André Waterkeyn mocht dertig jaar lang directeur van zijn eigen creatie spelen. De anciens onder de medewerkers herinneren zich de patron als een bezorgde huisvader. Zijn wekelijkse inspectie met de lantaarn, op jacht naar roest. Zijn trots na de storm met windstoten tot 150 kilometer per uur. Zie je wel, zijn Atomium had geen krimp gegeven. Nog altijd heeft de nu 82-jarige ingenieur zitting in de raad van bestuur van de vzw die het Atomium namens de stad Brussel beheert. Geen symbolisch mandaat, Waterkeyn waakt als een broedse kip over zijn persoonlijke bijdrage aan het wereldpatrimonium. Furieus reageerde hij op het idee van die tiende bol. Zomaar even zijn concept wijzigen, wie dachten ze wel dat ze waren? Een veto van Waterkeyn is niet zonder belang, want als schepper bezit hij alle rechten op het ontwerp en imago van het Atomium. Het zit er dan ook bovenarms op in de raad van bestuur. Voorzitter Thielemans beschouwt de bejaarde ingenieur als een obstakel voor zijn plannen. Omgekeerd is Waterkeyn pisnijdig omdat Thielemans overal rondbazuint hoe slecht het met zijn geesteskind wel gesteld is. "Het Atomium staat helemaal niet te verkommeren", houdt hij aan de telefoon vol. "Alleen de buitenkant is aan een flinke beurt toe. Thielemans overdrijft om de overheid geld af te troggelen."

Eigenlijk is André Waterkeyn ook de vader van de win for life-formule. De souvenirshop in het paviljoen puilt uit van de prullaria. Postkaarten, T-shirts, sleutelhangers, mini-Atomiums uit aluminium of onyx, op alles wat negen bollen torst, vangt hij een commissie. Wil je een modeshow organiseren in een van de bollen? Een achtervolgingsscène draaien in de schachten? Het valt allemaal te bespreken met de firma waaraan Waterkeyn de merchandising van zijn exclusieve rechten heeft toevertrouwd. Een tikje schrijnend is het wel. Terwijl bij Waterkeyn de royalty's binnenstromen, moet de vzw Atomium constant op bedeltocht om de exploitatieverliezen te dekken. Een onmogelijke situatie voor de eigenaar, de stad Brussel. Alsof je een café openhoudt zonder de inkomsten van de tapkast te incasseren. Gevraagd naar het waarom van een en ander bromde Thielemans iets over duistere deals die onder zijn illustere voorganger Paul Van den Boeynants werden afgesloten. Nee, echt sereen kun je de sfeer binnen de vzw Atomium niet noemen. Thielemans dreigt ermee een dure advocaat in te huren om de privileges van medebestuurslid Waterkeyn aan te vechten.

Maar genoeg uit de interne keuken geklapt, in ieder huishouden zit er al eens een haar in de boter. Nog een laatste keer sprinten we naar het walhalla in de hoogste bol. Volgens de hostess stijgen we alweer met vijf meter per seconde, maar intussen hebben we uit goede bron de waarheid vernomen. De bejaarde lift haalt nog slechts 4,7 meter per seconde, we zijn alweer een illusie armer.

'Het Atomium staat helemaal niet te verkommeren. Alleen de buitenkant is aan een flinke beurt toe. Thielemans overdrijft om de overheid geld af te troggelen'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234