Vrijdag 20/05/2022

AchtergrondEen jaar vaccinatie

De balans van één jaar prikken tegen het virus: welke lessen trekken we uit de vaccinatiecampagne?

Veel persbelangstelling voor de 96 jaar oude Jos Hermans, die op 28 december 2020 de eerste coronavaccinatie in ons land kreeg.
 Beeld BELGA
Veel persbelangstelling voor de 96 jaar oude Jos Hermans, die op 28 december 2020 de eerste coronavaccinatie in ons land kreeg.Beeld BELGA

Een jaar geleden verdween de eerste coronaprik in de arm van de 96-jarige Jos Hermans. Na een trage start groeiden we uit tot een van de betere leerlingen in de vaccinatieklas. Hoe ging dat ook alweer?

Jorn Lelong en Dieter De Cleene

‘Ik voel mij dertig jaar jonger’

“Ik voel mij dertig jaar jonger.” Met beide duimen in de lucht trapt de 96-jarige Jos Hermans op 28 december als eerste Vlaming die een coronavaccin ontvangt de vaccinatiecampagne op gang.

De voorbereiding startte in ons land vrij laat. Pas in november wordt de vaccinatietaskforce opgericht, onder leiding van Dirk Ramaekers, voormalig medisch directeur van het Hasseltse Jessa Ziekenhuis. “Ze hadden mij ook een paar maanden vroeger mogen bellen”, zegt Ramaekers. “Er was tijdens de zomermaanden wel al wat voorbereidend werk gedaan, maar toch: in Duitsland waren in december de eerste vaccinatiecentra al klaar.”

Op naar het ‘rijk der vrijheid’

“Het rijk der vrijheid is weer in zicht”, zegt minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) op acht januari. Het zijn, met een vijfde golf voor de deur, een boostercampagne aan de gang, en misschien een vierde prik in het verschiet, niet bepaald profetische woorden gebleken. “Het zal mensen toen hebben gemotiveerd, maar een paar maanden later ook teleurgesteld”, zegt vaccinoloog Pierre Van Damme (UAntwerpen). “Over de boosterprik gaan we dat niet meer zeggen.”

Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke. Beeld Photo News
Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke.Beeld Photo News

“Die uitspraak kwam spontaan, op een bijna euforisch moment, toen we ons vaccinatieplan voorstelden in het parlement”, zegt Vandenbroucke. “We zaten toen in een periode van zware beperkingen in het publieke en persoonlijke leven: de vaccins boden hoop op beterschap. Geleidelijk is het inzicht gekomen dat we een zeer hoge vaccinatiegraad nodig zouden hebben, en dat vaccinatie alleen niet zou volstaan om ons leven veilig te organiseren.”

‘Vloeken op vaccinleveranciers’

Als gevolg van sputterende aanvoer schiet de campagne moeizaam uit de startblokken. In de week van 4 januari verdwijnen slechts 34.179 dosissen in evenveel bejaarde Belgische armen. Zowel Pfizer, Moderna als AstraZeneca leveren herhaaldelijk minder dan voorzien. “Er kwamen in de beginperiode soms maar 10.000 à 20.000 dosissen per week toe”, zegt Ramaekers. “Daar konden we weinig aan doen, behalve vloeken.”

De trage leveringen leiden ook tot kritiek op de Europese Commissie, die met de producenten heeft onderhandeld. “Even dreigden zelfs een aantal landen cavalier seul te spelen”, zegt Europees parlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit). “Een grootmacht als Duitsland zou natuurlijk perfect alleen vaccins kunnen aankopen, maar stapte gelukkig mee in het Europese verhaal. Ik ben ervan overtuigd dat wij zeker niet sneller vaccins bemachtigd zouden hebben zonder de EU.”

‘Een prachtig verbindend verhaal’

Midden februari openen de vaccinatiecentra de deuren. Experts logistiek hadden een beperkt aantal erg grote centra gesuggereerd. Uiteindelijk worden het er in Vlaanderen 95. “Wij vonden dat nabijheid en bereikbaarheid moesten primeren”, zegt De Maeseneer, emeritus hoogleraar huisartsengeneeskunde en voorzitter van de werkgroep organisatie binnen de vaccinatietaskforce. “Je moet zoiets op mensenmaat organiseren. Als je een vaccinatiecentrum bezocht, viel op hoe mensen werden opgevangen en gemotiveerd door mensen die de lokale situatie kenden. Mond-tot-mondreclame zette anderen ertoe aan hun prik te halen. Dat werd een prachtig verbindend verhaal.”

Alleen zorgt de overstap naar de vaccinatiecentra in het begin voor een vertraging. Anders dan in de ziekenhuizen of woonzorgcentra moeten eerst uitnodigingen worden verstuurd. En die kunnen pas de deur uit als een levering verzekerd is. Er zit al snel twee weken tussen het moment dat de vaccins toekomen en het moment dat ze in iemands arm verdwijnen. Het uitnodigingssysteem kampt met kinderziektes en een gebrek aan juiste persoonsgegevens. De kritiek groeit: de hele aanpak is te bureaucratisch en te traag. “Ik werd versleten voor keizer-koster, die het nodeloos moeilijk wou maken”, zegt Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V). “Waarom niet gewoon met open uitnodigingen werken, zoals op verkiezingsdagen? Maar over ons uitnodigingssyteem hadden we maanden overlegd met experts. We wisten uit eerdere ervaringen, bijvoorbeeld met kankerscreenings, dat je met persoonlijke uitnodigingen uiteindelijk veel meer mensen over de streep trekt.”

Eens de leveringen betrouwbaar worden, komt de vaccinatiecampagne echt op gang. “Dan zijn we erin geslaagd de tijd tussen levering en prik te reduceren tot een week”, zegt Ramaekers. “Op piekmomenten zetten we 700.000 vaccins per week in Vlaanderen.”

Zorgen om AstraZeneca

In maart schort het ene na het andere land vaccinatie met het AstraZeneca vaccin op omwille van een vermeende link met een bepaald type bloedklonters. Ons land besluit de vaccinatie te laten doorgaan omdat een oorzakelijk verband niet is aangetoond. In april concludeert het EMA dat bloedklonters toch een mogelijke, erg zeldzame bijwerking van het vaccin zijn, maar dat de voordelen groter blijven dan de mogelijke nadelen. “Ik heb toen veel panikerende mensen aan de telefoon gehad die het AstraZeneca-vaccin zouden krijgen”, zegt vaccinoloog Isabel Leroux-Roels (UZGent). “Het vertrouwen in de vaccins heeft toen een flinke knauw gekregen.”

Het AstraZeneca-vaccin is eerder al voorwerp van kritiek, wanneer het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA) oordeelt dat de doeltreffendheid 59,5 procent bedraagt. Een pak lager dan het bedrijf aanvankelijk zelf had gecommuniceerd en minder dan de 90 procent bij de vaccins van Pfizer en Moderna. Er zouden ook te weinig gegevens zijn over de werkzaamheid bij ouderen. Later zal blijken dat het vaccin wel degelijk ook ouderen goed beschermt en dat je de doeltreffendheid kan opkrikken tot zo’n 77 procent met een langer interval tussen beide prikken. Maar de perceptie dat je beter niet de ‘brol’ van AstraZeneca krijgt, is nog moeilijk te veranderen.

Omdat de meeste gevallen van de zeldzame bijwerking zich voordoen bij jongere mensen, beslist ons land het vaccin enkel nog aan mensen vanaf 56 jaar toe te dienen. Later verlaagt die grens tot 41 jaar. Het AstraZeneca-vaccin is dus eerst niet, dan wel, en dan alleen maar voor ouderen geschikt. “Dat was een heel zware periode”, herinnert Van Damme zich. “Ik denk dat we heel eerlijk zijn geweest over wat we wisten en niet wisten, en dat we erin geslaagd zijn telkens de meest optimale beslissing te nemen. De vaccinatiecampagne stilleggen zou de samenleving in moeilijkheden hebben gebracht. Er waren op dat moment geen alternatieven voor het AZ-vaccin.”

De belofte van Beke

Op 14 maart doet Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) een gewaagde uitspraak: “Als de vaccins op tijd worden geleverd, kunnen we tegen 11 juli elke achttienplusser zeker één keer prikken.”

Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V). Beeld Photo News
Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V).Beeld Photo News

Van overmoed was geen sprake, zegt Beke. “Op dat moment hadden we eindelijk leveringszekerheid. En omdat we preciezere spuiten kregen, konden we nu zeven dosissen uit een Pfizer-flacon halen. Het schema van de taskforce was nog op zes dosissen gebaseerd. Ik heb heel het weekend naar Excel-tabellen zitten kijken om zeker te zijn dat ik niets gemist had, maar ik had er vertrouwen in.”

Ten oorlog

Het lukt nog ook, op een paar duizend man na. De laatste 7.000 uitnodigingen gaan kort voor 11 juli de deur uit. Intussen zijn ook al 50.000 zestien en zeventienjarigen geprikt.

Dat we er ondanks een moeizame start toch in zijn geslaagd om op vrij korte tijd een hoge vaccinatiegraad te behalen, is aan een aantal factoren te wijten. “In de eerste plaats de enorme inzet van lokale besturen, de zorgsector en de massa vrijwilligers”, zegt Ramaekers. “Het was alsof we allemaal samen ten oorlog trokken om iets te realiseren wat we nog nooit eerder hadden gedaan.” Volgens Ramaekers is het ook cruciaal geweest dat er niet op de pauzeknop is geduwd bij de twijfel over het AstraZeneca-vaccin, en evenmin bij de melding van soortgelijke bijwerkingen bij het Johnson & Johnson-vaccin. “Dat had onze campagne op dat moment enorm vertraagd.”

De langzame start had volgens Van Damme een voordeel. “Het heeft ons voldoende tijd gegeven voor communicatie. We deden elke avond één à twee webinars voor artsen en apothekers, zodat ze op vragen konden antwoorden. Dat heeft bijgedragen tot het vertrouwen in de vaccins.”

De vaccinatietrein dendert niet overal even snel

Terwijl Vlaanderen begin juli 70 procent gevaccineerden telt en Wallonië 60 procent, gaat in Brussel minder de helft van de bevolking al een prik halen.

“Nochtans wordt nergens meer moeite gedaan om vaccins aan de man te brengen”, zegt De Maeseneer. “In de apotheek of op het dorpsplein: overal kun je je laten vaccineren.”

Een jongere en internationalere populatie, mensen die in hun thuisland al een prik gingen halen, fake news dat welig tiert. Er zijn verschillende verklaringen voor de vaccinatieachterstand. De Maeseneer ziet ook een verband met het systeem dat hij onder minister Philippe Busquin (PS) in de jaren 90 zelf mee uit de grond stampte: het globaal medisch dossier (GMD). “We weten dat in 76 procent van de Vlamingen een globaal medisch dossier bij de huisarts heeft. In Wallonië is dat 57 procent en in Brussel 49 procent. Dat loopt dus vrij gelijk met de vaccinatiegraad. Een sterke eerstelijnszorg die dicht bij de burger staat, wekt vertrouwen, en dan zijn mensen wellicht sneller geneigd om in te gaan op een uitnodiging voor een vaccinprik.”

To boost or not to boost

Nadat Vlaanderen tegen de zin van de experts op 1 oktober veel maatregelen laat varen, beginnen de besmettingscijfers al gauw weer te stijgen. De Vlaamse regering stelt voor iedereen een boosterprik te geven, maar de Hoge Gezondheidsraad geeft daarover een negatief advies, en beveelt de derde prik aanvankelijk enkel voor ouderen, zorgverstrekkers en mensen met een verzwakt immuunsysteem aan.

De Israëlische regering besloot al eind juni alle zestigplussers een derde prik aan te bieden. Eind augustus volgt iedereen ouder dan zestien. Volgens Israëlische experts heeft dat geholpen om de deltagolf in de kiem te smoren. “Had men de boostercampagne wat eerder uitgerold, dan hadden we de deltagolf in het najaar wel wat kunnen drukken”, denkt biostatisticus Tom Wenseleers (KU Leuven). “Maar achteraf is dat gemakkelijk gezegd. Er was ook de ethische discussie of het wel opportuun was om massaal derde prikken uit te delen terwijl in veel ontwikkelingslanden risicogroepen nog bijna niet gevaccineerd waren.”

Het vaccinatiedorp van Antwerpen.  Beeld Bob Van Mol
Het vaccinatiedorp van Antwerpen.Beeld Bob Van Mol

“We hebben gewacht op evidentie uit de landen die wat op ons voorliepen”, zegt Van Damme. “Uit de UK leerden we dat de derde prik nodig was bij mensen met een verzwakt immuunsysteem en 65-plussers, bij wie de bescherming tegen hospitalisatie afnam. Maar misschien zou de bescherming bij jongeren langer aanhouden? Toen daarover de eerste studies verschenen, hebben we toch geadviseerd dat een derde prik voor alle achttienplussers nuttig was.”

De sluiting van de vaccinatiecentra was voorzien op 15 oktober. Door de boostercampagne moeten ze toch openblijven of opnieuw starten. Daardoor stijgt het aantal gezette boosterprikken tussen half oktober en november moeizaam. “In Gent moesten we tijdelijk hier in het Universitair Ziekenhuis vaccineren, met veel beperktere capaciteit”, zegt Leroux-Roels. “De centra sluiten was een foute beslissing.”

Klaar voor de vierde prik?

De omikronvariant maakt een versnelling van de boostercampagne noodzakelijk. Als straks zou blijken dat die derde prik niet zou volstaan en er nog één of meerdere aangepaste vaccins nodig zijn, welke lessen trekken we dan uit onze ervaring tot dusver? Om betere beslissingen te kunnen nemen, moeten we volgens Van Damme meer doen met de beschikbare gegevens. “Hoe doeltreffend zijn de vaccins op het terrein? Wat is het effect van een derde prik na verschillende intervallen? Daarvoor moet je informatie over iemands vaccinatiestatus en data uit ziekenhuizen en labanalyses combineren. Landen zoals het Verenigd Koninkrijk staan daar veel verder in.”

Volgens Ramaekers wordt het zaak om eventuele extra vaccins zoveel mogelijk via de geijkte kanalen toe te dienen, zoals via huisartsen en apotheken. “We kijken daarbij ook naar vaccinatie in grote bedrijven”, zegt Ramaekers. “Je kunt die grote centra niet allemaal blijven openhouden. Al zou ik er, met het oog op een mogelijk aangepast vaccin tegen omikron, na deze boostercampagne niet meteen grote evenementen plannen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234