Donderdag 20/02/2020

Auschwitz

De Auschwitz-beul die plots vlinders in z’n buik kreeg

SS-Rottenführer Franz Wunsch, een van de kampbeulen van Auschwitz. De Joodse Helena Citrónová was 21 toen ze naar het concentratiekamp werd gedeporteerd. Beeld rv

Wat was verondersteld de laatste dag van haar leven te worden, viel samen met zijn 21ste verjaardag. Zij werd verplicht om voor hem te zingen, hij werd verliefd. Hoe SS-kampbeul Franz Wunsch in Auschwitz het leven redde van Helena Citrónová. En zij uiteindelijk ook het zijne.

Twee paar bont gevoerde laarzen. Het was het laatste wat SS-Rottenführer Franz Wunsch kon doen voor het meisje van wie hij hield en haar zus. “Alle anderen droegen klompen met krantenpapier in”, zo vertelde de Joodse Helena Citrónová in 2005 aan BBC-oorlogsexpert Laurence Rees. “Hij riskeerde daar echt zijn leven.”

Ze zouden vanuit Auschwitz beginnen aan een dodenmars. De SS’er had haar een briefje toegestopt met het adres op van zijn moeder in Wenen. Van zodra ze uit zijn gezichtsveld was verdwenen, gooide ze het weg.

Duits lied

Het vandaag exact 75 jaar geleden bevrijde vernietigingskamp van Auschwitz-Birkenau is het decor geweest van ontelbaar veel buitengewone verhalen, maar in zijn in 2005 verschenen boek geeft Rees dat van Citrónová en Wunsch een extra plusje.

De Slowaakse was 21 toen ze in maart 1942 op transport werd gezet richting Auschwitz. De eerste weken werd ze toegewezen aan een groep die rondom het kamp puin moest ruimen. Het was pure slavenarbeid en ze zag hoe honger en uitputting elke dag nieuwe slachtoffers maakten. “Een van de eersten was mijn beste vriendin”, vertelde Helena later. “Ze keek om zich heen, en besloot dat ze geen minuut langer meer wenste te leven.”

De vrouw begon hysterisch te krijsen en werd gedood. De enige kans op overleven, realiseerde Helena zich, was ‘Canada’. De grote overdekte ruimte waar alle spullen van de pas aangekomen gedeporteerden werden gesorteerd. Een vriendin regelde een witte sjaal voor haar en op 21 maart 1942 glipte ze met haar vriendin ‘Canada’ binnen. Ze werd opgemerkt en kreeg te horen dat ze zou worden gestraft. Wat in Auschwitz voor een jonge Joodse zelden iets anders kon betekenen dan de gaskamer.

“Het kon me niks schelen”, vertelde ze later in een interview met Rees. “Ik dacht: dan heb tenminste toch nog één dag doorgebracht onder een dak. Tijdens de lunchpauze vroeg de kapo of er iemand was die kon zingen, want het was de verjaardag van een hoge SS’er. Er was een Griekse die een dansje zou doen op de tafels waar we de kleren verzamelden. Er werd naar mij gewezen. Ik wou helemaal niet zingen. Ze hebben me verplicht. Dus ik zong met m’n hoofd naar beneden. Ik weende, en aan het eind van het lied hoorde ik ’m Bitte zeggen. Hij vroeg me om nog iets te zingen. Dus ik zong opnieuw, het was een Duits lied dat ik op school had geleerd. Zo heeft hij me opgemerkt. Ik ben gered door een lied.”

Gekrenkt

Helena Citrónová wist heel goed wie de die dag 21 jaar oud geworden Franz Wunsch was. Hij was een van de meest gevreesde kampbeulen van Auschwitz-Birkenau. In Helena’s barak werd verteld hoe Wunsch op een dag een jonge smokkelaar met wat voedsel had betrapt en eigenhandig had doodgeslagen. Wunsch deed vaak selecties, scheidde bij aankomst van een nieuwe trein zij die hij geschikt achtte voor arbeid van zij die recht naar de gaskamers moesten. Tussendoor stuurde hij Helena via tussenpersonen koekjes.

“Toen hij op een dag in de barakken kwam waar ik werkte, gooide hij me een briefje toe. Hij zei dat ik het meteen moest vernietigen. Ik zag het woord ‘liefde’. Hij schreef me dat hij verliefd was geworden op me. Ik voelde me ellendig. Ik bedacht me dat ik liever stierf dan ooit samen te zijn met een SS’er.”

Wunsch had z’n eigen kantoor in ‘Canada’ en huurde haar in om z’n nagels te verzorgen. “We waren alleen. ‘Als jij m’n nagels doet,’ zei hij, ‘dan kan ik naar je kijken.’ Ik zei: ‘Geen sprake van, jij hebt een jongen vermoord!’ Hij ontkende het. Ik zei ’m dat ik dit niet wou, dat ik ’m niet kon uitstaan. Ik ben weggelopen. Hij riep: ‘Als je voorbij die deur gaat, is je leven voorbij.’ Hij trok z’n revolver, hij was gekrenkt. Ik zei dat hij me maar moest doodschieten, wat hij natuurlijk niet deed. Ik ben weggelopen.”

Op een dag kwam ook Helena’s zus Róžinka aan in Auschwitz, samen met haar twee kinderen. Toen ze vernam dat ze alle drie naar de gaskamers waren gestuurd, rende Helena naar het kantoor van Wunsch. Hij veerde meteen recht. “Ik moest hem snel de naam geven van m’n zus. Ik zei hem nog: ‘Het gaat je niet lukken, want ze is hier met twee kinderen.’ Hij antwoordde dat kinderen hier niet kunnen leven. Dus rende hij naar het crematorium en vond mijn zus. Voor de kinderen kon hij niks meer doen.”

Ontdekt

“Ik had hier niet voor gekozen”, zei Helena in 2003 in een Israëlische documentaire. “Het gebeurde gewoon. Het was een relatie die enkel daar kon ontstaan, of op een andere planeet.”

In Rees’ boek Auschwitz zegt ze: “Met het verstrijken van de tijd begon ik van hem te houden. Hij heeft meer dan eens z’n leven voor me geriskeerd. De anderen zagen het met gemengde gevoelens aan. Mijn zus leefde nog, hun zussen niet. Waarom overkwam geen van hen zo’n mirakel?”

De relatie bleef altijd platonisch. Ze bestond uit wederzijdse glimlachjes, heel af en toe een paar woorden en liefdesbriefjes die werden uitgewisseld. Het hele vrouwenkamp wist ongeveer wel van de relatie, en op een dag werd Helena uit de groep gehaald en vijf dagen lang ondervraagd. Hetzelfde gebeurde met Wunsch, en uiteindelijk berustte de kampleiding in de dubbele ontkenning.

Naziproces

De laarzen deden haar en haar zus de dodenmars overleven. Franz Wunsch werd op het laatst nog naar het Oostfront gestuurd, en ook hij wist de oorlog te overleven. Zij startte een nieuw leven in Israël, hij keerde terug naar Wenen en verdween in de anonimiteit.

En dat was dan buiten Hermann Langbein gerekend. De communistische verzetsstrijder en overlevende van het concentratiekamp van Neuengamme begon begin jaren 60 simultaan met de eerste Duitse Auschwitz-rechtszaak in Frankfurt in eigen land oorlogsmisdadigers op te sporen. Langbein kwam in 1961 met een lijst van 55 Oostenrijkers die in Auschwitz hadden deelgenomen aan de genocide. Het Oostenrijkse gerecht zou er uiteindelijk 11 jaar over doen om vier van hen te berechten.

Begin 1972 stonden Walter Dejaco en Fritz Ertl in Wenen terecht als architecten van de gaskamers en de crematoria. Ze werden vrijgesproken op grond van twijfel over hun precieze rol bij het moorden zelf, en ook vanwege de lange tijd die intussen was verstreken. Op 25 april 1972 was het de beurt aan oud-SS’ers Otto Graf en Franz Wunsch. Ze stonden in Wenen terecht op beschuldiging van moord en medeplichtigheid aan moord door het toedienen van Zyklon-B aan honderdduizenden gevangenen. Tijdens het proces getuigden Auschwitz-overlevenden dat Wunsch “de penningmeester van het gas” werd genoemd.

Heel wat Oostenrijkse media zwegen het proces vrijwel dood wegens te gênant voor het landelijke zelfbeeld. Alleen de Salzburger Nachrichten volgde de zaak heel aandachtig. Graf en Wunsch hielden het hele proces lang vol dat ze alleen maar Duitse bevelen hadden uitgevoerd, dat het weigeren van bevelen hen hun leven zou hebben gekost. Naarmate het proces vorderde, bleek dat een legende te zijn. De algemene verwachting was dat de achtkoppige volksjury het duo na drie maanden debatteren alleen maar schuldig kon verklaren, maar helemaal op het laatst kwam de verdediging van Wunsch nog met een getuige die niemand had zien komen.

Ze heette Tsiporah Tehori, ze was inmiddels gehuwd en ze vertelde hoe ze op eigen kosten vanuit Israël was overgevlogen om voor het eerst in het openbaar te praten over wat haar in Auschwitz was overkomen, toen ze nog Helena Citrónová heette. En te vertellen hoe zij en haar zus hun levens danken aan een liedje. Ze is een van de allerlaatste getuigen op het proces, dat drie maanden heeft geduurd. En tot onbegrip van heel Oostenrijk komt het tot een dubbele vrijspraak van vier stemmen tegen vier.

“Ik zal het Helena nooit vergeven”, zei Auschwitz-overlevende Eta Zimmersoitz Neuman later. “Ze riskeerde haar Israëlisch staatsburgerschap te verliezen.”

Dat gebeurde uiteindelijk niet.  Tsiporah Tehori overleed in 2005, ze werd 85. Franz Wunsch overleed in februari van vorig jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234