Vrijdag 05/03/2021

De ASLK en de Vlaamse film: de wegen scheiden

De beslissing van de ASLK om de kredietlijn van Flanders Image, het officiële promotieorgaan van de Vlaamse audiovisuele sector, eenzijdig op te zeggen (zie DM 6/6/'98) heeft her en der behoorlijk kwaad bloed gezet, temeer daar die beslissing blijkbaar kadert in een meer algemene bancaire strategie van de ASLK om (al?) haar klanten binnen de Vlaamse filmsector af te stoten.

'Van een bankinstelling die zich altijd heeft geprofileerd als 'cultureel geëngageerd' mocht men mijns inziens toch verwachten dat aan een dergelijke beslissing enige inleving in de specificiteit van de sector zou voorafgaan. Gezien haar nauwe betrokkenheid bij filmprojecten in de jaren tachtig en negentig weet de ASLK immers zeer goed dat krediet een essentieel gegeven is om de werking in de culturele sector, en de filmsector in het bijzonder, mogelijk te maken. De ASLK weet eveneens zeer goed dat, gezien de lamentabele werking van bepaalde Vlaamse overheidsinstanties, de uitbetaling van subsidies en werkingstoelagen tergend lang op zich kan laten wachten. Om die redenen beschouw ik deze beslissing als een regelrechte kaakslag in het aangezicht van de Vlaamse filmsector", schrijft een duidelijk verontwaardigde filmproducent, die meteen de eer aan zichzelf houdt en zélf zijn rekening bij de ASLK liet afsluiten, waarbij hij zich sterk maakt dat het "gebrek aan culturele ethiek ook anderen uit de getroffen sector tot een gelijkaardige reactie zal aanzetten". Bij de ASLK wordt benadrukt dat "het metier van bankieren en kredietverlening totaal losstaat van de aanzienlijke inspanningen die door de ASLK, net zoals door andere banken, nog steeds op het vlak van cultuursponsoring worden geleverd". In dat verband wordt bijvoorbeeld verwezen naar de sponsoring van bepaalde filmfestivals, zoals die van Gent, Brussel en Brugge.

Maar anderzijds blijft er het feit dat de ASLK zich - ook als bankier - jarenlang geprofileerd heeft als 'Partner in Film' en dat nu met die traditie gebroken wordt. In het begin van de jaren zeventig deed de ASLK een eerste inspanning voor de Vlaamse film. Dat gebeurde toen nog in een soort mecenaatsfeer, want sponsoring was nog niet zo'n wijdverbreide praktijk en voor de eigenlijke financiering van een filmproductie werd voornamelijk een beroep gedaan op subsidies van de overheid. De als ecologische musical opgezette film Waar De Vogeltjes Hoesten van regisseur Frans Buyens uit 1974 bleek niet bepaald aan te slaan bij het publiek, en bij de ASLK hield men het na deze eerste filmervaring jarenlang voor bekeken.

Tien jaar later werd door enkele enthousiastelingen binnen de ASLK een welbepaalde visie op film als 'culturele industrie' ontwikkeld. Een van de vaststellingen was dat de hele sector behoefte had aan vernieuwde beheerstechnieken. Daarnaast was er de overtuiging dat er in Vlaanderen op het vlak van film een echte groeimarkt kon worden opengetrokken. De beeldcultuur werd steeds belangrijker, de behoefte aan nieuw beeldmateriaal werd groter en dus zouden er steeds meer financiële middelen nodig zijn. Daarbij zou de ASLK dus een modelfunctie voor de hele financiële sector kunnen vervullen.

Een andere vaststelling was dat cultuur op zich ook een groot economisch belang vertegenwoordigt. Net zoals een bedrijf in onderzoek en ontwikkeling investeert, vervult cultuur eigenlijk de researchfunctie van een moderne samenleving. De gemeenschap investeert miljarden in de traditionele industrie en dus moest men toch ook eens nadenken over wat er gedaan kon worden voor toekomstgerichte én innoverende sectoren, die voor nieuwe maatschappelijke impulsen konden zorgen. Belangrijk was ten slotte ook nog het gevoel dat de filmsector in Vlaanderen toch een beetje stiefmoederlijk behandeld werd. Financiële instellingen deden weliswaar inspanningen voor culturele projecten, zoals Europalia, het Festival van Vlaanderen en allerhande tentoonstellingen, maar de filmcultuur werd meestal aan haar lot overgelaten.

Al deze overwegingen resulteerden in de bereidheid van de ASLK om in 1984 naar aanleiding van Istanbul, een film van Marc Didden, opnieuw een 'daad van geloof' te stellen tegenover het Vlaamse filmbedrijf, maar dit keer zou dat wel vanuit een nieuw concept gebeuren.

Daartoe werd de juridische constructie van het zogenaamde 'sponsorkrediet' uitgewerkt, die hoe dan ook een kapitaalsinbreng met een risico betekende. Flopte de film, dan had de ASLK als partner pech gehad. Lukte het, dan kwam het geld terug naar de ASLK, die dat kapitaal dan in een andere filmproductie kon investeren. Op die manier kon een soort 'rollend fonds' gecreëerd worden, waardoor de noodzakelijke continuïteit van deze 'culturele industrie' gegarandeerd kon worden.

Na Istanbul volgde met de Urbanus-film Hector een tweede test, en nadien konden ook films zoals Blueberry Hill van Robbe De Hert, Wait Until Spring, Bandini van Dominique Deruddere, Toto le Héros van Jaco Van Dormael, Eline Vere van Harry Kümel en Daens van Stijn Coninx van sponsorkredieten genieten.

Ook wat de promotie betreft, liet de ASLK zich niet onbetuigd. Naast het sponsorkrediet werd vaak ook een apart promotiebudget voorzien. Er werden bijvoorbeeld affiches gedrukt, die in de honderden ASLK-agentschappen werden opgehangen en/of uitgedeeld. De zogenaamde trailers of lancementen werden vertoond op de videozuilen die voor interne communicatie worden gebruikt, enzovoort.

Dat de audiovisuele sector, als culturele industrie, behoefte had aan vernieuwde beheerstechnieken werd hierboven al aangestipt. Ook op dat vlak nam de ASLK een soort educatieve taak op zich. Aan de kredietverlening werd namelijk een duidelijke vorm van bancaire begeleiding gekoppeld. Dat betekende enerzijds onderzoek van het concrete filmbudget, al was het maar om na te gaan of er niet te veel discrepantie bestond tussen creatieve droom en praktische daad. Kortom, elk project werd met de nodige bancaire scepsis benaderd. Anderzijds werden aan jonge filmproducenten de elementaire financiële spelregels bijgebracht: hoe men een balans moet opstellen, omspringen met begrippen als overhead-kosten, cashflow, enzovoort. Maar dat lijkt nu allemaal verleden tijd. Is de ASLK nu de grote boeman en een onverantwoordelijke cultuurbarbaar? Of zitten de zaken iets genuanceerder in elkaar? Volgens een filmmaker, die liever off the record geciteerd wenst te worden - "want anders wordt ons nog maar eens verweten dat we aan nestbevuiling doen" -, is de analyse intussen wel gemaakt: "Ja, het gaat mis. Maar dat weten we al langer dan vandaag. We kunnen natuurlijk nog maar eens een boom opzetten over de verantwoordelijkheid van de administratie, van de filmcommissie, van de minister, ... En uiteindelijk zitten we dan met een Amazonewoud aan bomen. We betreuren uiteraard de weinig klantvriendelijke houding van de banken, maar anderzijds kan je het hen ook niet kwalijk nemen dat ze niet langer verlies willen lijden. Feit is dat de oplossing enkel en alleen van de filmsector zelf zal moeten komen. Het is de sector zelf die het vertrouwen van de politiek en van het publiek moet herwinnen. Het is natuurlijk geen leuke boodschap, maar we moeten daar eerlijk in zijn: het publiek heeft momenteel geen boodschap aan de Vlaamse film. En we kunnen hen dat niet eens kwalijk nemen. Jaren geleden was er de fantastische 'Dit is Belgisch'-campagne. Dat was een goede zaak voor de textielsector. Maar de mensen hebben kleren nodig en dat geldt niet voor films. We moeten dus films maken die de mensen absoluut willen zien."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234