Donderdag 01/10/2020

Column

De Ardoisier: In the Dutch mountains

Beeld UNKNOWN

Dimitri Verhulst kijkt vanuit zijn woonplaats Hoei naar het wielerseizoen

Het heeft een tijdje geduurd voor ik aan biermerken gerelateerde wielerwedstrijden voldoende ernstig kon nemen. Rund um den Henninger-Turm, bijvoorbeeld. Of de Amstel Gold Race; genaamd naar een Hollands vocht. Maar op de één of andere manier ben ik de Amstel jaar na jaar steeds sterker gaan appreciëren, tot op het punt dat ik deze koers eigenlijk zelf wel eens in de benen wou hebben.

Ooit was daar geen beginnen aan. Het parcours van de Amstel is een tekening zoals die ook te zien moet zijn op het prikbord van menig kleuterklasje; een draaien en keren om en rond dezelfde woonwijken van Cadier en Keer, een onoverzichtelijke spaghetti van lussen. Maar tegenwoordig bevindt zich aan de voet van de Cauberg het Amstel Gold Race Experience Center, een kleine koerstempel waar het altaar natuurlijk net iets fraaier gedekt wordt voor Michael Boogerd, en van daaruit vertrekt het afgepijlde oer-parcours van Neerlands Enige.

Daags na een klassieker die mij nog lang zal heugen (vorige maandag met andere woorden, toen Johan Vansummeren zich in de wang kneep en begreep dat de kassei in zijn trofeeënkast werkelijkheid was) ben ik op mijn carbonnen ros gesprongen en gleed ik door het lieflijke, overwegend zeer mooi geasfalteerde, met Hansje-en-Grietje-huisjes, paardenstallen, bloembakken, parkeerpalen en verkeersremmers bezaaide Mergelland. En koersland: volgend jaar herbergt Valkenburg al voor de vijfde keer het wereldkampioenschap sedert Marcel Kint daar in 1938 de langst regerende regenboogman uit de geschiedenis werd. Waar een wereldoorlog zoal goed voor is.

Dat deze streek zichzelf in haar hoedanigheid van fietsklimgebied ernstig neemt zie je ook als je zo'n landschappelijke verdikking naar boven bent gereden. Staat daar een hotelletje doodgemoedereerd 'Alpenzicht' te heten. Tja, dan weet je natuurlijk renners te motiveren die zich normalerwijze ook in een Franse bergetappe redden. Een Fränk Schleck, een Vinokoerov.

Nochtans is hier van het zuivere klimmen zelden sprake. Enkel de Loorberg is langer dan een kilometer en slingert zich met een braaf stijgingspercentage van 5,5 procent naar boven. Het is zo'n gezapigerd die je laat beseffen dat Slenaken dichter bij Liège ligt dan Bastogne doet. Het venijn zit 'm evenwel in de niemendallen. Zo'n Wolfsberg, bijvoorbeeld. Op papier een volkomen bagatel. Maar je begint eraan en raakt gefrustreerd omdat je niet ophoudt met kleiner schakelen. Waar alle wegels leiden naar de dorpen Mechelen en Partij wordt de renner weinig keus gelaten en moet hij de tanden op elkander zetten en stampen: de Gulpenerberg, die ik naar boven reed in het triomfantelijke gedacht dat ik de Keutenberg aan het bedwingen was.

Maar neen, de Keutenberg heeft Onze Lieve Heer een paar kilometer verder neergesmeten. Een skischans is het. Te bedwingen in de richting waarin schansen nooit bedwongen worden. En al helemaal niet met een vélo. De eerste tien meter verbrandt jouw lijf alle pakken friet die je de afgelopen maand gegeten hebt. Mayonaise incluis. Dan een bochtje naar rechts, en blijven stampen. Tot aan de eerstvolgende boerderij. Maar, en dat is redelijk karakteristiek voor al deze bulten: je ziet alweer het einde van de miserie dicht voor je uit liggen.

De 700 meter Sterven, correctie, de 700 meter Sterven En Weer Opstaan: het is een discipline waar iemand als Tom Boonen heel erg goed in is en hoe langer ik over deze wegen reed, hoe meer ik er mij over verbaasde dat wij de bom van Balen nog nooit langs de oevers van de Geul zagen exploderen. Wil alstublieft iemand, en liefst vandaag nog, Tom Boonen vertellen dat de Amstel Gold Race eigenlijk feitelijk zijn lievelingswedstrijd is!

En de Hollanders? Zijn zij klaar voor hún wedstrijd? Hun zogenaamde Amstel Gold Raas? Wellicht. Ze zijn het alleszins aan zichzelf en hun sponsors verplicht.

Precies twintig jaar geleden is het dat Frans Maassen na een tamelijk onsportieve sprint tegen De Wolf en Fondriest de Amstel won. Maassen zal zondag niet alleen als jubilaris maar tevens als ploegleider van de oranje bankbedienden in de kar zitten. Naast Erik Dekker. Nederland snakt naar een zege. Lars Boom weet wat 'm te doen staat. Karsten Kroon trouwens ook. Alsook het nieuwe godenkind waar zoveel van wordt verwacht in de komende Tour: Robert Gesink. Het is waar, een sterke generatie Nederlanders is opgestaan. Nu nog met één been, maar straks dus helemaal.

Of verlengt Philippe Gilbert zijn regeerperiode op de plaats waar hij volgend jaar wereldkampioen wil worden? We zullen zien. Op een zondag zonder zorgen als het mag, in onze zetel, en met een Amsteltje misschien. Want zo zot slecht is die pils voorwaar nog niet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234