Donderdag 21/01/2021

De architect als bedenker van de utopie

Al weet je niets van architectuur, dan nog ken je de naam Rem Koolhaas. Zijn ontwerpen zijn wereldwijd ankerpunten die de identiteit van steden vormgeven. Een grootse overzichtstentoonstelling in Londen, gecreëerd door het Belgische achitectuurbureau Rotor, toont wat Koolhaas en co. anders dan anderen maakt.

Al is hij dan een sterarchitect, toch gaf Koolhaas het ontwerp voor Progress uit handen aan Rotor, een klein Belgisch bureau met een grote fascinatie voor materialen in bouw en industrie. Het resultaat van die kruisbestuiving is een architectuurtentoonstelling zoals je ze niet vaak ziet. De nadruk ligt op het denk- en maakproces van de architectuur, niet op mooie beeldjes achteraf. Dat is de handtekening van Rotor: onvermoeibare vorsers van de werkelijke processen achter de schone schijn van een spectaculaire wereld.

Hoe de grote meester Koolhaas bij het kleine Belgische Rotor uitkwam? Toeval. In 2010 was Rotor curator van het Belgische paviljoen op de architectuurbiënnale van Venetië. "Hun installatie onderzocht op bijna wetenschappelijke manier de gevolgen van veroudering en sleet op materialen. Afgedankte materialen hingen zij op aan de wanden alsof het om zorgvuldig bedachte kunstvoorwerpen ging", zo omschrijft Koolhaas hun bijdrage. Hij werd hun grootste fan. Koolhaas loodste hen binnen bij de prestigieuze Fondazione Prada, waar hij een stevige voet in huis heeft.

Zuchten onder wereldcrisis

Kort daarna nodigde de Barbican Art Gallery Koolhaas uit voor een overzichtstentoonstelling. De eerste ooit in Engeland, waar Koolhaas studeerde aan de AA School, maar sowieso ook de eerste in lange tijd, na Content uit 2003. Koolhaas: "Dat idee maakte mij nerveus. Ik heb het gevoel dat we nog maar aan het begin van onze inspanning staan. Maar daarnaast is ons kantoor in een staat van grote verandering. We voelen de crisis sterk, omdat we steeds vaker voor privéopdrachtgevers werken. Publieke overheden schrappen minder snel plannen bij economische tegenspoed. Het vergt ontzettend veel verbeelding om de organisatie te herdenken in dat licht."

Een zakenoverzicht op de tentoonstelling toont inderdaad hoe de crisis aan de portefeuille van het bureau knabbelt na een periode van ongekende groei tussen 2003 en 2008. Het is een oud adagium van Koolhaas: een architectenbureau is een seismograaf van de wereldeconomie.

Toch is OMA, het bureau van Koolhaas, nog altijd een organisatie met meer dan 200 medewerkers en vestigingen in Rotterdam, New York, Peking en Hongkong. Zo'n organisatie beheren is geen sinecure. Zeker niet als die zich op elk mogelijk terrein begeeft, van de inrichting van een winkel of woning, het ontwerp van een modeshow tot masterplannen voor hele steden of het ontwerp van megagebouwen. Niet voor niets heette Koolhaas' tweede boek S/M/L/XL: small, medium, large, extra large. Koolhaas is dan ook al lang niet meer de enige drijvende kracht van OMA. Er staan zes partners naast hem, van wie één zich uitsluitend op de zakelijke kant toelegt.

Zo'n gigantische productie in een overzicht samenbrengen, is een schier onbegonnen en energieverslindende zaak. In een historisch overzichtje van het bureau zie je dat Content in 2003 zo veel energie opslorpte dat het zakencijfer een serieuze dip kende. Deze keer liet OMA de beker dus aan zich voorbijgaan. Koolhaas: "We besloten ons volledig over te geven aan Rotor. Het grote voordeel is dat zij geen fans zijn, maar actief belang stelden in wat we doen." Maarten Gielen van Rotor bevestigt dat: "Toen we hier aan begonnen, had ik maar een heel algemeen idee van waar OMA voor staat."

Hun bewegingsvrijheid was echter totaal. Koolhaas: "Ze konden vrij door onze archieven gaan, tot en met de financiële gegevens. Ze kozen voor een thematische aanpak, met onverwachte thema's als 'White or shiny', 'Living inside the truss' of 'Movement'. Zo legden ze verbanden in de tijd waar we zelf niet eens aan gedacht hadden. Er ontstond een zicht op de lange duur, zonder de last van een retrospectieve die alles uitputtend documenteert. Daarbij gingen ze te werk als forensische experts. Ze betrapten ons bijvoorbeeld op onze passie voor bewegende objecten en gebouwen. Wij hebben daar op hun vraag één kamer aan toegevoegd waarin we onze huidige vragen en toekomstplannen uiteenzetten."

Toch, geeft Koolhaas toe, draagt één aspect van de tentoonstelling duidelijk de handtekening van OMA. Die heeft te maken met de locatie. The Barbican is een reusachtig complex, ontworpen in de jaren zestig en gerealiseerd in het begin van de jaren zeventig in ware brutalistische stijl: hier regeren beton en baksteen in eindeloze herhaling van dezelfde elementen. Het is echter ook een utopisch project: het verenigt wonen, werken, culturele voorzieningen en een grote plantentuin rond een voetgangersplateau waar het autoverkeer onderdoor raast.

Barbican is een populaire woonplek gebleken. De potentie en ambitie van het complex om nieuwe verbindingen en levensvormen uit te lokken, werd echter nooit ten volle uitgebuit. Sommige doorgangen, zoals de westelijke ingang van de Art Gallery, werden zelfs gesloten. Dat zet OMA hier even recht: de ingang wordt speciaal voor deze expo heropend, zodat het publiek vrij door het gebouw kan lopen. Zo kan iedereen gratis een beknopt overzicht van de projecten (opgehangen als was aan een draad) inkijken of rondneuzen in de shop of de documentatieruimte, of een presentatie van AMO - een zusterorganisatie van OMA - consulteren. Op de vloer van de 'Sculpture Court' voor de Art Gallery werd op ware grootte zelfs een project voor een kankerpaviljoen in Glasgow uitgezet.

48 uur beeld

Het is OMA ten voeten uit: waar ze maar even de kans zien, laten ze in hun ontwerpen publieke ruimtes in elkaar overlopen, in de hoop dat onbekende verbindingen nieuwe, fantastische werelden een kans geven te ontstaan. Het is een stokpaardje van Koolhaas. Net zoals zijn passie voor gebouwen en plaatsen waar niemand enige belangstelling voor heeft, omdat niemand de moeite doet om er het potentieel van te zien of te onderzoeken. Het is een van de paradoxen in dit oeuvre: hoe een ontwerper die enkele hoogst ongewone gebouwen op zijn actief heeft staan tegelijk steeds weer hamert op het onderschatte potentieel van de periferie, van het banale, van de 'generieke stad'. Het thema duikt steeds weer op in de tentoonstelling.

Rotor werkte maanden lang aan deze tentoonstelling, en stelde eindeloze lijsten van mogelijke objecten op. Een spoor daarvan staat centraal in de tentoonstelling: een scherm waarop in hoog tempo de 3,5 miljoen beelden uit het OMA-archief voorbijrazen. Gezamenlijke projectietijd: 48 uur. Daarnaast selecteerde Rotor zo'n 450 objecten uit het archief, en maakte het zelf ook wat foto's aan. Die werden op de etage van de Art Gallery samengebracht in thematische kamers. Op de begane grond leidt OMA zichzelf in met beelden van lopende bouwprojecten en geven ze ook een idee van de vragen waar ze nu mee worstelen.

Progress is nog te zien tot 19 februari in de Barbican Art Gallery, Londen. www.barbican.org.uk

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234