Dinsdag 17/09/2019

'De angst van Europeanen voor de toekomst is storende navelstaarderij'

Steven Lauwerier is adjunct-directeur voor de Unicefoperaties in Congo. Na een verblijf van vier jaar verhuist hij in september naar Madagaskar. Terugblikken op zijn tour of duty in Kinshasa is geen eenduidige zaak: 'Je mag hier niet te lang blijven want dan word je een deel van het probleem. Dit is een land dat je kan opzuigen, waardoor je de meest hallucinante zaken uiteindelijk normaal gaat vinden.'

Lauwerier woonde de jongste vier jaar in Kinshasa maar is langzaam afscheid aan het nemen van Congo. In september verhuist hij naar Madagaskar om er directeur te worden van de Unicefoperaties. Vier jaar Congo, dat kun je niet even in een zinnetje verpakken, zegt Lauwerier. "In vier jaar tijd zijn er toch een heel aantal zaken veranderd. Congo is momenteel een gigantische bouwwerf. In Kinshasa ondergingen het centrum en de weg naar de luchthaven een gedaanteverandering. Maar ook in andere delen van het land voeren Chinese en Congolese arbeiders grote infrastructuurwerken uit. In de steden zie je naast Chinezen ook steeds meer Indiërs. In Lubumbashi valt dan weer de groeiende aanwezigheid van grote multinationale mijnbouwbedrijven op.

"Weet je wat ook interessant is? Dat zelfs Zuid-Korea sinds kort prominent aanwezig is in Congo: een voormalig ontwikkelingsland dat is uitgegroeid tot een Aziatische tijger. Congo kan heel veel leren van dat parcours. Onlangs was de Zuid-Koreaanse premier hier op bezoek: de hele stad hing vol Koreaanse vlaggetjes. Het Westen heeft volgens mij nog niet goed door wat voor impact landen als Zuid-Korea, Brazilië en Zuid-Afrika op ontwikkelingslanden als Congo zullen hebben. Op dit vlak is de wereld bijzonder snel aan het veranderen.

"Heel langzaam begint in Congo ook het besef te groeien dat maatschappelijke en politieke stabiliteit veel te maken heeft met de herverdeling van rijkdom. Als enkel de elite de vruchten van de rijkdom kan plukken, loopt het vroeg of laat slecht af. Ik weet niet of de recente Arabische omwentelingen ook in Congo een grote invloed zullen hebben, maar ik denk wel dat die gebeurtenissen tot een pril besef hebben geleid dat een grote welvaartskloof vroeg of laat voor volksoproer zorgt. Ook in die zin is het bijzonder boeiend dat Congo nu intense relaties aanknoopt met Aziatische landen die veel investeerden in sociale rechtvaardigheid en zo op een stabielere manier vooruitgang maakten."

In het oosten van het land woedt nog wel een conflict dat de vooruitgang blijft afremmen.

Lauwerier: "Dat is zo, maar ook in het oosten is de veiligheidssituatie verbeterd. Toen ik hier aankwam was rebellenleider Laurent Nkunda bezig aan een groots offensief. Nkunda is nu weg, waardoor de situatie in toch iets minder dramatisch werd. Alles is natuurlijk relatief want rebellenbewegingen blijven de burgerbevolking terroriseren en zich op schokkende wijze aan seksueel geweld bezondigen. Maar het oorlogsgebied is kleiner geworden, waardoor het conflict toch iets beheersbaarder is.

"Ook in Kinshasa verbeterde de veiligheidssituatie. Toen ik hier vier jaar geleden toekwam, had het regeringsleger net een stadsoorlog uitgevochten met de strijders van ex-presidentskandidaat Jean-Pierre Bemba. De grote Boulevard 30 Juin was een soort slagveld: gebouwen zonder ramen, kogelinslagen. Ons kantoor was zwaar beschadigd door de impact van een obus. Nu zie je daarvan geen spoor meer. Met andere woorden: het land is de jongste jaren wel degelijk ten goede veranderd. Kan het allemaal veel sneller gaan? Natuurlijk. Maar vergeet niet dat Congo een gigantisch grondgebied heeft waar nog niet zo lang geleden een Afrikaanse wereldoorlog woedde.

"Soms denk ik dat het verwachtingspatroon van westerse donoren te hoog is. Dertig jaar wanbeleid gevolgd door een verschrikkelijke oorlog: dat krijg je niet zo snel rechtgetrokken. Zeker niet met een verzwakte overheid, die moet rondkomen met een budget van amper 6 miljard dollar, alleen al het Belgische begrotingstekort is tweemaal zo hoog. Nogal wat mensen zijn vergeten dat Europa na de Tweede Wereldoorlog een Marshallplan nodig had om er bovenop te geraken. In Congo zitten we in een langzame reconstructie, het gaat in de goede richting, maar het lijdt geen twijfel dat er nog veel hindernissen en tegenslagen zullen komen."

Met welke tegenslagen bent u als Unicefdirecteur geconfronteerd?

"Dit jaar hebben we weer een polio-epidemie gehad die we moeilijk onder controle kregen. Ook mazelen blijft een groot probleem. Een belangrijke oorzaak hiervoor is dat de zogenaamde koude keten nog steeds niet draait. Die heb je nodig om medicijnen op de juiste temperatuur te houden. De koelkasten, die op kerosine werken, functioneren niet omdat de brandstof voor niet ter plaatse geraakt. De mazelepidemie kwam er ook omdat de overheid de opvolgingscampagne niet had uitgevoerd: in principe moet je elk jaar nagaan welke kinderen nog ingeënt moeten worden. Gebeurt dat niet dan krijg je zo goed als zeker een nieuwe epidemie. Bijzonder frustrerend: vooral als je weet dat hierdoor duizenden kinderlevens in gevaar komen. Als de overheid niet goed draait, is het gezondheidssysteem een van de eerste slachtoffers.

"Er zijn ook heel wat verplegers die totaal gedemotiveerd zijn omdat ze niet betaald worden. Reden: ze staan nog niet op de payroll omdat die allang niet meer aangevuld is. Hierdoor gaan die verplegers extra geld vragen aan de patiënten, waardoor heel wat mensen zich niet meer kunnen laten verzorgen."

In Afrika werkte u ook in landen als Kenia, Somalië, Rwanda, Angola en Ivoorkust. Kun je vergelijken?

"Zeer moeilijk. Zelfs in Congo kun je de verschillende regio's niet met elkaar vergelijken. Hier heb je eigenlijk elf landen in één land. Congo is een land met verschillende snelheden en heel verschillende problematieken. De rijkere koperprovincie Katanga ziet er min of meer uit als een 'normaal' Afrikaans land. Kinshasa heeft dan weer een bijzonder chaotische grootstadproblematiek: tien miljoen mensen leven er in dichtbevolkte wijken met zeer beperkte nutsvoorzieningen. Ordehandhaving is een probleem, de files zijn hallucinant. Maar je kunt Kinshasa niet vergelijken met de Keniaanse hoofdstad Nairobi waarvan sommige delen goed ontwikkeld zijn maar waar je tegelijk echte sloppenwijken hebt. Je kunt Congo ook niet vergelijken met Somalië. Dat land is echt een failed state. Congo is dat niet, het is geen mislukt land maar een land dat in een moeizaam proces van wederopbouw zit."

Congo is wel een land waar de jongeren het moeilijker hebben dan hun ouders die opgroeiden in de stabiele jaren zeventig en tachtig. Zal dat niet voor grote spanningen zorgen?

"Het onderwijsniveau is problematisch. Komt daar nog bij dat veel jongeren geconfronteerd worden met oorlog en geweld: dat zorgt voor levenslange trauma's. Maar aan de andere kant mag je niet vergeten dat de huidige generatie dankzij internet en mobiele telefonie een betere toegang heeft tot de wereld. Vroeger was het moeilijk en duur om vanuit Kinshasa een vriend in Lubumbashi te bellen, nu is dat geen enkel probleem meer. De verspreiding van gsm-toestellen kende de jongste jaren een enorme vlucht. Ook heel arme mensen hebben tegenwoordig een telefoon waarmee ze erg goedkoop kunnen bellen of berichten sturen. Zelfs goedkope smartphones doen hun intrede.

"Ik was vorige week nog in Dongo, een klein stadje aan de Ubangirivier in de Evenaarsprovincie. Je vindt Dongo amper terug op de kaart en er zijn lange stroompannes. Maar je kunt er wel telefoonkaarten kopen waarmee je mails kunt binnenhalen.

"Het is het tegenwoordig veel makkelijker om een zaakje op te starten: via de telefoon blijf je goedkoop in contact met klanten en ook geldtransacties zijn veel eenvoudiger en betrouwbaarder dan voordien. Dit zorgt voor enorme opportuniteiten. De technologische revolutie voltrekt zich in hoge snelheid en het zijn de jongeren die het voortouw nemen. Je hebt ook steeds meer jonge Congolezen die Engels willen leren. Dat heeft veel te maken met de komst van grote internationale mijnbouwbedrijven uit Zuid-Afrika, India en de VS. In Lubumbashi hoor je steeds meer Engels praten en in een stad als Kolwezi heeft het Engels het Frans zelfs verdrongen als handelstaal."

Congo laat bij de meeste bezoekers een zware indruk na. Op welke manier heeft dit land jou veranderd?

"Moeilijke vraag. Als Belg is Congo natuurlijk een speciale ervaring. Ik had nog nooit in een land gewerkt waar de Belgische aanwezigheid toch nog een beetje aan nazinderen is. Maar ik ben niet iemand die nostalgisch wordt van het feit dat ze hier net als in België friet met mayonaise eten. Voor mij is Congo een van de landen waar ik gewerkt heb. Een heel complex land waar ik met veel mensen warme contacten heb gehad maar waar ik ook verschrikkelijke dingen heb gezien. Heel veel kinderen zien hier ongelofelijk af en dat kun je niet verzachten met een zeemzoeterig gevoel over hoe fantastisch en romantisch Congo wel is. Neen, neen, er is hier een pak miserie. Niet enkel in het oosten, waar het seksueel geweld echt een slag in het gezicht is, maar ook in de diamantstad Mbuji Mayi waar kinderen hun leven wagen in artisanale mijnen en kinderprostitutie welig tiert.

"Congo was voor mij een heel interessante ervaring, maar zeker niet het land waarvan ik zeg: hier voel ik me thuis, dit is de plaats waar ik me voor de rest van mijn leven wil vestigen. Als buitenlander blijf je in Congo een passant en dat is maar best ook. Je mag hier niet te lang blijven want dan heb je geen afstand meer en word je een deel van het probleem. Dit is een land dat je kan opzuigen, waardoor je de meest hallucinante zaken uiteindelijk normaal gaat vinden."

Reist u eigenlijk nog veel naar België?

"Twee à drie keer per jaar, maar zelden voor lange tijd. Ik heb niet het gevoel dat ik nog echt deel uitmaak van België. Ik ben er een bezoeker, een toerist. Als ik in België naar tv kijk, kan ik amper nog volgen. Ongelofelijk hoe een land in vijftien jaar verandert: andere politici, de partijen hebben allemaal nieuwe namen, er is een nieuwe lichting auteurs en muzikanten, de bekende Vlamingen zijn mij onbekend. Ik zou niet weten waar momenteel de goede restaurants en hippe cafés zijn. Als je een land niet dagelijks volgt, ben je op den duur niet meer mee.

"Ook vriendschappen vervagen. Ik blijf mijn vrienden natuurlijk graag zien, maar omdat je hun hoogtes en laagtes niet kunt delen, ontstaat er een afstand. Als een vriend een kind krijgt, ben je er niet bij om dat te vieren. Als een andere vriend door een scheiding gaat, kun je enkel vanop een afstand steun bieden. Natuurlijk heb ik in Kinshasa een aantal goede vrienden. Maar binnenkort verhuis ik naar Madagaskar en worden ook die mensen langeafstandsvrienden. Mijn wereld is een internationale wereld van passanten waarin echte vriendschappen zeldzaam zijn. Dat is wellicht het moeilijkste aspect van mijn keuze.

"Maar in de plaats krijg je natuurlijk een aantal uitzonderlijke levenservaringen. Ik heb in verschillende landen gewoond, ontmoette daar fantastische mensen en was altijd bezig met interessante problematieken. Om de drie à vier jaar verhuis ik naar een nieuwe bestemming, waardoor mijn leven compleet verandert. Ik vind dat fascinerend. Maar ik geef toe dat er ook mindere momenten zijn. 'Was ik maar in Gent of Brussel gaan wonen', spookt het dan door mijn hoofd. 'Dan had ik nu met een vriend een potje koffie kunnen gaan drinken, een krantje kunnen kopen, dan had ik misschien kinderen rondom mij gehad.' Maar goed: rondreizen in de Evenaarsprovincie heeft natuurlijk ook wel iets. Of je onderdompelen in de cultuur van een land als Iran. Dat zijn toch rijke ervaringen die me voor veel zaken tolerant hebben gemaakt. Voor andere zaken ben ik dan weer veel minder tolerant geworden."

Wat bedoelt u daarmee? Voor welke zaken is uw tolerantie afgenomen?

"Ik ben vrij intolerant geworden voor de angst waarmee veel Europeanen naar de toekomst kijken. Die navelstaarderij is storend. In andere delen van de wereld hebben mensen het vaak veel moeilijker, maar blijven ze toch positief in het leven staan en in de toekomst geloven. Dat geeft een heel andere dynamiek aan een land. In Azië voel je dat verschil enorm. De mensen geloven er in de toekomst en dat is bijzonder aanstekelijk. Die vitaliteit is in Europa zo goed als verdwenen. Veel mensen zijn bang voor de toekomst. Europese samenlevingen dreigen tot stilstand te komen omdat ze geparalyseerd worden door allerlei angstgevoelens. Redelijk absurd tijdverlies, vind ik dat."


Met dank aan 11.11.11, dat de Congolese fotograaf Georges Senga de mogelijkheid gaf om aan deze reeks mee te werken.
http://georgesengart.blog4ever.com

Morgen deel 4: Hélène Flaam onderzoekt hoe de bevolking te beschermen

tegen het leger van krijgsheer Joseph Kony

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234