Vrijdag 18/09/2020

De angel van de jaloezie

In de jaren tachtig en negentig deed de naam Catherine Millet (°1948) slechts bij kunstkenners een belletje rinkelen. Als oprichtster en hoofdredactrice van het toonaangevende magazine art press was ze een van dé Parijse poortwachters van de moderne kunst, met menige Salvador Dali- of Yves Kleincatalogus op haar palmares. Niemand leek te bevroeden dat achter het kokette, wat streng ogende dametje ook een seksueel onverzadigbaar wezen schuilging. In 2001 maakte Millet onverwacht haar literaire debuut met Het seksuele leven van Catherine M. en zette daarmee eerst Frankrijk en daarna half Europa op stelten. Ietwat klinisch maar bijzonder gedetailleerd bracht Millet verslag uit van haar toegewijde deelname aan talloze partouzes, trio’s en seksfeesten, altijd snakkend naar nieuwe, verdovende orgasmes. Honderden mannen en pikken mochten van haar onverschillige lijf gebruikmaken op zo uiteenlopende plaatsen als een parenclub, een parkeergarage, een voetbalstadion, een tandartspraktijk of het Bois de Boulogne, eender waar de gelegenheid zich voordeed.Millets exhibitionisme (“ze neukt zoals ze ademt”, schreef ze) verwekte schandaal. Een rampetampende kunstcritica uit de intellectuele Parijse cenakels, daar wou iedereen wel het fijne van weten. Toch dwong haar geboekstaafde vrijpostigheid meteen respect af. Ook wie de inhoud van Het seksuele leven van Catherine M. matig kon smaken, moest toegeven dat Millets boek aanzienlijke literaire kwaliteiten bezat. Bernard Dewulf noemde Het seksuele leven destijds in De Morgen zowel “ongrijpbaar, tegelijk hard en teder, instructief en verwarrend, verbijsterend en innemend”. Niet enkel werd deze “baise-seller” (met in Frankrijk alleen al 1 miljoen verkochte exemplaren) een druk bestudeerd maatschappelijk verschijnsel, ‘Madame Sex’ zag haar boek op slag opgenomen in de rijkgevulde canon van Franse erotische klassiekers.

Een stilzwijgend taboe

Opvallend aan Het seksuele leven was hoezeer Millet haar emoties achter slot en grendel hield. We kregen dan wel toegang tot al haar lichaamskieren, de drijfveren van haar seksuele losbandigheid bleven grotendeels in nevelen gehuld. Ook over haar echtgenoot, de fotograaf en schrijver Jacques Henric, vernamen we relatief weinig, al bleek wel dat Millet en Henric een pact hadden gesloten. Als kinderen van mei ’68 gunden ze elkaar hun libertijnse pleziertjes en leek jaloezie een te onderdrukken impuls, ja, zelfs een stilzwijgend taboe. In de slipstream van La vie sexuelle schreef Henric trouwens Légendes de Catherine M., waarin hij zijn relatie met Millet nogal breedsprakerig analyseerde en 32 naaktfoto’s van haar - vaak en plein public - toevoegde. Een zoveelste bewijs dat hij zijn vrouw met de wereld deelde?Vriend en vijand tuimelde dan ook van zijn stoel toen bleek dat het tweede autobiografische relaas van Millet zich - na zeven jaar stilte - nu net toespitste op het verschijnsel ‘jaloezie’. Was er een dijkbreuk opgetreden in Millets emoties? Openhartig bekent Millet in Jaloezie dat ze in de greep raakte van compleet redeloze woede en verdriet toen ze telkens weer met haar neus op de buitenechtelijke escapades van Jacques werd gedrukt. Het leidde tot een drie jaar durende crisis, die haar uiteindelijk in therapie bracht en zelfs toevlucht deed nemen tot tranquillizers. Millet voelde zich totaal uitgesloten uit haar relatie met de man die ze op haar 24ste had leren kennen en in de woeligste momenten haar baken van kalmte en evenwicht was gebleven.Een verklaring voor die wurggreep van het ‘green eyed monster’ van de jaloezie heeft Millet aanvankelijk niet. De vonk tot haar aandoening weet ze wél haarfijn te beschrijven. Ze raakt gebiologeerd door een brief aan Jacques, waarin ze naaktfoto’s van een van zijn minnaressen ontdekt. Als een bezetene pluist ze vervolgens zijn notities en dagboeken uit en stuit ze op nog veel meer amourettes. Intussen perfectioneert ze “de kunst van het snuffelen”. Maar al haar ontdekkingen brengen haar slechts aan de rand van de afgrond, alsof ze “desintegreert”. Hoezeer Millet ook poogt te rationaliseren, het lukt haar niet. Ze gaat helemaal door het lint, krijgt hartkloppingen en ademhalingsstoornissen, terwijl haar jaloezie alle trekken heeft van een opwindwekkertje.Omdat ze zich fysiek en mentaal in zichzelf terugtrekt, verliest Millet zich in gedetailleerde “masturbatievisioenen”, want - zo merkt ze fijntjes op - ze is “een ervaren onaniste met een rijke verbeelding en bedreven in het uitwerken van een ruime keuze aan erotische dagdromen”. Zo is de seksualiteit in Jaloezie geen groepsgebeuren meer, maar in hoge mate solitair. In de opgeroepen tableaus verbeeldt Millet zich omstandig hoe Jacques neukt met zijn minnaressen. Het is een voortdurende zelfkastijding, “de behoefte aan een fellere pijn”.

Seks als verdoving

Daardoor leest dit wrange en soms schrijnende boek ook als een kroniek van mentale eenzaamheid, waarin elke emotie op een goudschaaltje wordt gezeefd. De kale, afstandelijke schriftuur van Het seksuele leven maakt plaats voor een onverbiddelijke, uitwaaierende zelfanalyse. Millet graaft tot in de diepste kerkers van haar ziel, vertelt over haar opvoeding, haar eerste grote liefde Claude (die haar het milieu binnenloodst waar ze haar eerste partouzes beleeft) en haar noodzaak tot schrijven. En ze vraagt zich natuurlijk af hoe haar jaloezie te rijmen valt met haar seksuele vrijgevochtenheid. Ook ontdekt ze dat (groeps)seks voor haar een vorm van verdoving is geweest, die haar sociale onzekerheid moest maskeren.Millet heeft toegegeven dat het schrijven van Jaloezie “een lijdensweg” was, in niets te vergelijken met La vie sexuelle. “Je moet nogal wat schaamte overwinnen om toe te geven dat je jaloers bent op je vreemdgaande man, terwijl je zelf ook buiten de deur neukt. Mijn eigen vrije seksuele moraal verbood me om jaloers te zijn, wat ik wel was, dus verdroeg ik mezelf niet meer”, zo zegt ze bijvoorbeeld in De Pers.Af en toe lees je die moeizaamheid af aan dit uitermate introspectieve boek. Zeker in de aanloop naar het drama bevat het stroeve, holle redeneringen, die weggelopen lijken uit een traktaat van Jacques Lacan en ook in de soms wat houterige vertaling voor kopbrekens zorgen. Pas als Millet zich overgeeft aan haar “onverdraaglijke en heerlijke foltering” ga je volledig op in dit boek, waarin de scherpzinnige Millet zichzelf niet spaart en haar leven op de snijtafel legt. En ten slotte geloof je La Rochefoucauld op zijn woord: “De jaloezie is de grootste aller kwalen, maar wekt tegelijk het minst medelijden bij degenen die haar veroorzaken."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234