Donderdag 13/08/2020

Boeken

De andere zoon van Julien Schoenaerts

Beeld Joris Casaer

Nu er een boek verschijnt over zijn vader, spraken we met zijn zoon. Niet met Matthias. Wel met Bruno (61), die andere Schoenaerts. De zoon die voogd was van zijn vader toen die aan psychoses leed. De zoon die kwaad is. 'Ik heb altijd gezworen dat ik op geen enkele manier een kopie wilde zijn van mijn ouders.'

Papa. Dat woord gebruikt hij voor zijn vader. Op zich is dat vrij logisch, maar als het over Julien Schoenaerts gaat, schrik je er toch even van. 'Bruintje' noemt zijn vader hem, lees je in het boek dat Stan Laureyssens heeft geschreven over de man die wellicht de meest getalenteerde acteur ooit van België is geweest. Soms zie je het heel duidelijk. Soms is het even zoeken. Maar gelijkenissen zijn er. "Ik ben een Schoenaerts", zal hij later zelf zeggen. Alsof hij toch iets te bewijzen heeft. Als je binnenkomt in zijn smaakvol ingerichte advocatenkantoor, legt Bruno Schoenaerts uit dat de schilderijen aan de muur bijna allemaal door zijn moeder zijn gemaakt. "Toen mijn zus Helga gestorven is, heeft mama ontelbare portretten van haar geschilderd." Het boek van Laureyssens gaat over de periode tussen 1970 en 1975, toen Schoenaerts aan psychoses begon te lijden en zijn bipolaire stoornis volop tot uiting kwam. "Ik was vijftien toen hij voor de eerste keer terechtkwam in de psychiatrie, bij de broeders Alexianen in Tienen. Ineens beseften we dat mijn vader een psychische aandoening had. In totaal is hij vijf à zes keer opgenomen. Maar hij is nooit meer dezelfde man geworden. De gezellige huiselijkheid had plaats gemaakt voor een opstandige man. Pure terreur was het op sommige momenten."

Deze maand is Julien Schoenaerts acht jaar dood. In het boek lees je hoe hij geliefd was bij het Antwerpse publiek, hoe hij het aan de stok kreeg met de toenmalige KNS (de Koninklijke Nederlandse Schouwburg in Antwerpen, nu Toneelhuis), en hoe hij zichzelf en zijn omgeving kon vernietigen als hij in een psychotische periode was beland. Hoe hij dan niet at of sliep, kunst in brand stak, zijn eigen uitwerpselen bewaarde, en alles vernielde wat hij in zijn handen kreeg. Soms waren dat voorwerpen, soms waren dat mensen.

"Ik ben zelf geen vragende partij geweest voor dit boek, maar ik heb er ook niets tegen. Het mag wel eens gezegd worden hoe mijn vader eigenlijk was. Ten eerste omdat het steun kan bieden aan andere mensen met manisch-depressiviteit en hun omgeving. Ten tweede omdat hij niet de onschuldige Julien Schoenaerts is die nooit een vlieg heeft kwaad gedaan. Hij had een heel turbulente persoonlijkheid, en dat mag wel eens een keer gezegd worden. Hij heeft dan wel een standbeeld gekregen in Antwerpen, maar een heilige is hij zeker niet geweest."

U deelt duidelijk niet in de verafgoding die hem meestal te beurt valt.
"Ik heb altijd gezworen dat ik op geen enkele manier een kopie wilde zijn van mijn ouders. Heb ik mijn vader graag gezien? Ja. Maar ik heb ook verschrikkelijk veel afgezien met die man. Het was een zorgwekkende toestand die mij tientallen jaren heeft beziggehouden. "Toen ik een jaar of dertig was, werd ik door de rechtbank benoemd als zijn voogd. Ik moest dus elke keer beslissen om mijn vader al dan niet te laten opnemen in de psychiatrie. Omdat ik wist hoe het er toen aan toe ging in de psychiatrie, stelde ik die gruwelijke beslissing elke keer zo lang mogelijk uit, tot iedereen mij smeekte om de knoop door te hakken, omdat het niet meer leefbaar was met hem als hij weer eens in een manische periode zat. Als ik dan uiteindelijk met lood in de schoenen naar hem ging, samen met enkele verplegers, werd ik urenlang uitgescholden voor rotte vis. 'Je bent crapuul!', en meer van dat. Hij zag in mij de grote boosdoener, omdat hij door mij weer in die hel van de psychiatrie terechtkwam."

Julien Schoenaerts op stap met de toen nog kleine MatthiasBeeld RV

Uw vader die u elke keer verrot scheldt, dat moet toch binnenkomen?
"Ik had voldoende rationaliteit om daar totaal boven te staan. Ik wist dat hij een andere persoon was, en dat zijn tirades van voorbijgaande aard waren. Maar de eerste keer schrik je je rot, dat klopt. "Kijk, iedereen heeft kleine golfjes in het leven. Nu eens ben je wat gelukkig, dan weer wat ongelukkig, zoals een kabbelende zee. Maar bij iemand die manisch-depressief is, moet je van een storm spreken. Een gigantische golf die eerst als een raket naar boven schiet - waardoor je je ongenaakbaar voelt en op het einde denkt dat je God de vader zelve bent - en die dan weer naar beneden moet, met extreem depressieve gevoelens als gevolg. Na een tijd begin je dat patroon te kennen. En dan zie je ook wat er bij hem verandert na een psychiatrische behandeling. "Het enige wat ik mezelf achteraf altijd verweet, was dat ik elke keer hoopte dat het vanzelf zou overgaan. Een idiote gedachte, want zoiets gaat nooit vanzelf over. Elke keer had ik hem eigenlijk vroeger moeten laten opnemen. Maar dat is niet gemakkelijk, als je weet wat er daar gebeurt."

In het boek wordt uitgebreid beschreven hoe uw vader bijna gemarteld werd, zoals dat toen ging in de psychiatrie. Hij werd plat gespoten, moest in dwangbuizen, moest experimenten ondergaan, en kreeg elektroshocks. Wat doet het met u als u dat leest?
"Ik hoef het niet te lezen, ik heb het meegemaakt, ik weet dus wat er met hem gebeurde en wat toen de methodes waren in de psychiatrie. Dat was niet om aan te zien, dat was de gruwel zelf."

Als uw vader in deze tijd geleefd had, zou hij minder afgezien hebben.
"Ja, maar als papa in deze tijd geleefd had, zou hij nu ook de allures van Matthias hebben. Hij heeft Shakespeare gespeeld, Handke, Molière, Beckett, en daar bestaan nog geen halve filmpjes van. Tegenwoordig wordt alles digitaal en dus voor de eeuwigheid bewaard, maar van papa bestaat er nog amper iets. Dat is verschrikkelijk. En daardoor heeft hij ook zijn internationale carrière gemist. "Sowieso lag de sfeer van die tijdgeest me totaal niet. We gingen bijvoorbeeld eens een keer naar galerij Campo hier in Antwerpen, waar werk hing van Pol Mara (Mara was een kunstschilder, 1920-1998, smu). Hij had een stuk of driehonderd foto's van vrouwen overschilderd, en dat werd de hemel ingeprezen, maar ik vond het gewoon flauwekul. "Of we gingen eens naar een expositie van Albert Szukalski (kunstenaar, 1945-2000, die werkte met drapages en spookachtige gestalten, smu). Daar stonden dan spoken met caoutchouc neuzen, en de hele beau monde van Antwerpen stond te murmelen wat een grote artiest hij was. Maar die Szukalski was gewoon een zuipschuit eerste klas, er kwam geen zinnig woord uit die vent! "Nog een schone anekdote: op een keer kwam papa thuis om zes uur 's morgens, en sommeerde hij ons uit bed. Hij had iets bij, en wij moesten daar naar komen kijken. We zagen twee chromen pootjes, met daarop een zwart doosje waar twee chromen knopjes aan stonden. (op ironische toon) Het was een meesterwerk van Szukalski, die eindelijk de essentie van het heelal in een kunstwerk had samengevat. Dat ging als volgt: hij duwde op de knopjes, waardoor het doosje met een piepend geluid naar beneden ging, en je een wit schapenvachtje zag liggen met daarop een plastic appeltje. En dan zei papa: 'Dat is het leven. De geboorte begint met een schreeuw.' Het doosje ging dan weer naar boven, opnieuw dat piepende geluid, want het leven eindigt ook met een schreeuw. Daar had hij dan 100.000 frank voor betaald! Daar had ik zo de pest aan. Ik had er eindeloze conflicten over met mijn ouders. Ook over hun muziek. Zij luisterden naar experimenteel gedoe, ik speelde Bach."

Bruno SchoenaertsBeeld RV

Ik las in het boek dat uw zussen allebei gestorven zijn. Uw ene zus is in het drugsmilieu terechtgekomen, en heeft zelfmoord gepleegd. Uw andere zus is in de prostitutie beland.
"Helga is gestorven toen ze 21 was, Sara is nog niet zo lang geleden gestorven. Ik vind dat mijn ouders mijn zussen totaal verkeerd hebben aangepakt. Ze hadden allebei enorme artistieke talenten, ze hadden naar de Studio moeten gaan. Daar droomden ze allebei ook van. Maar ze hebben het nooit mogen doen. Voor Saartje is dat de frustratie van haar leven geweest. "Weinigen zullen het weten, maar mijn vader had extreem burgerlijke principes. Toen ik in mijn laatste jaar Grieks-Latijnse zat, moest ik kiezen wat ik wilde gaan studeren. Tegen de leraars had ik gezegd dat ik ook acteur wilde worden, of klassieke gitaar wilde studeren. Sommige leerkrachten hadden mij zelfs aangemoedigd om naar het Lemmensinstituut te gaan. Toen mijn ouders terugkwamen van de ouderavond waarop die ambities besproken werden, zeiden ze tegen mij: 'Weet je wat die onnozele leerkrachten ons vertelden? Dat jij een goede acteur of gitarist zou zijn. Komaan zeg.' Nee, papa vond dat ik rechten moest gaan studeren, en dus is het dat geworden. "Pas op, ik heb er geen spijt van dat ik advocaat ben geworden, want ondertussen doe ik toch mijn zin. Ik maak al heel mijn leven muziek, en ik zal dat blijven doen. Maar mijn zussen, dat is een ander verhaal. Ik neem het mijn ouders heel erg kwalijk dat ze hen niet hebben gesteund. Want wat is het resultaat? Twee wrakken van dochters."

Uw kinderen Alexander en Ellen zitten wel in de muziek?
"Ja, waarmee ik me ineens heb afgezet tegen mijn eigen ouders. Mijn beide kinderen wilden muziek studeren, en ik heb ze laten doen in plaats van hen onderuit te halen. "(denkt even na) Nu ja, bij mijn zoon is het eerst ietwat anders gegaan. 'Ga toch maar rechten doen', had ik hem gezegd. Dan kon hij daarna nog altijd piano gaan studeren. Ergens in mei stelde ik hem voor om samen wat cursussen te overlopen voor zijn examens. We begonnen met de cursus verbintenissenrecht, maar die jongen kende er werkelijk niets van. 'Alexander', zei ik, 'we gaan deze waanzin laten vallen, jij gaat gewoon naar het conservatorium volgend jaar.'"

Bij de mensen was uw vader wel graag gezien. Antwerpen had veel respect voor Julien Schoenaerts.
"Klopt. Het was vaak ook heerlijk om papa in de buurt te hebben. Ik herinner mij dat we op een vroege avond in de Boer Van Tienen zaten, een van zijn stamcafés. Aimé Proost, een zakenman met wie hij in de clinch ligt vanwege plannen over een nieuw theater in de stad, komt op dat moment ook binnen. Papa zit aan de ene kant van de toog, zijn aartsvijand aan de andere. Ze beginnen een conversatie. Het is een doodzonde dat er toen nog geen telefoons of dictafoontjes waren om op te nemen, want dat was toneel van de bovenste plank. Hoe zij elkaar met woorden afmaakten, ongelooflijk. Dat gesprek heeft tot 's morgens vroeg geduurd, en heel het café is gebleven tot het einde."

Bipolaire stoornissen zitten meestal in de familie. Zit het ook in u?
"Ik heb het af en toe licht. Maar problematisch is het niet, dan zou ik allang opgenomen zijn. Ik kan wel stemmingswisselingen hebben. Vorig jaar heb ik daar bijvoorbeeld lang last van gehad. Als ik het daarstraks over die golven had, dan kunnen die bij mij dus wel uitdijen, maar hoog gaan ze niet. "Dat het in de familie zit, is ook relatief. Bij papa waren ze met tien kinderen. Twee hebben het gehad. Acht dus niet. Volgens mij heeft Helga het ook gehad, maar dat wijt ik ook aan een heleboel andere omstandigheden. "De gegoede burgerij vroeger vond dat kinderen alleen een goede opvoeding konden krijgen in een streng internaat. Toen ik acht jaar was, werd ik dus veroordeeld tot de Witte Paters in Brasschaat. Drie jaar heb ik daar de totale hel mogen meemaken. Een periode die me enorm getekend heeft. Daarna ging ik naar een ander internaat in Essen, en dat waren wel prachtige jaren. Ik ben er helemaal open gebloeid, en het was daar ook dat ik de muziek leerde kennen. "Acht jaar is extreem jong, vind ik, om een kind op internaat te steken, maar het kan nog erger: Helga was amper drie. Toen zij werd afgezet aan de poort van Sint-Bavo in Gent, en een non dat wenend kind meenam, was ik woedend op mijn ouders. Later werd Sarah daar ook weggestoken. "Het werkt trouwens nog altijd door bij mij. Ik heb er een gruwel aan extreme godsdienstbeleving aan overgehouden. Als ik vandaag vrouwen zie die zich in bedekkende gewaden hullen wegens hun godsdienst, dan vind ik dat angstaanjagend en verwerpelijk. En ik zou graag hebben dat u dat schrijft. Ik vind het een griezelige evolutie. Meer zelfs, ik walg ervan. Ik vind het een totale miskenning van het mens mogen zijn. Maar soit, misschien moet ik daar nu niet over uitweiden, op Facebook kan iedereen daarover mijn gedacht lezen."

Uw vader was uitgesproken links. Daartegen verzet u zich ook?
"Mijn vader was een salonsocialist. Dat linkse van hem kwam vooral naar boven in de momenten van manie. Als de Schelde overstroomde, dan ging hij naar Kruibeke om er zijn geld te gaan uitdelen. Vond ik dat links? Nee, ik vond dat belachelijk. Als die manische periode over was, ging dat linkse trouwens ook vlug over, want dan droomde hij weer van materiële zekerheid. "Zijn vrienden, Jef Geeraerts, Fred Bervoets, Hugo Claus, hadden wél enige notie van de materiële realiteit. Ze woonden in prachtige huizen, waar ze ook eigenaar van waren. Mijn ouders huurden, en dat was niet meer dan koterij. Ze verdienden nochtans meer dan behoorlijk: mijn vader had een goed loon, en mijn moeder was docente aan de Academie van Antwerpen. Maar hun plannen om een huis te kopen werden telkens gedwarsboomd als mijn vader weer een manische periode had."

U bent echt de àndere Schoenaerts.
"Tja, ik ben een advocaat. Momenteel ben ik bewindvoerder van vier bekende Antwerpse brasserieën die verkocht gaan worden (Nero, Berlin, Hangar 41 en Brasserie Van Loock, smu). Zulke zaken kun je moeilijk op een artistieke manier oplossen. "En toch. Zo anders ben ik nu ook weer niet. Ik kan perfect de Schoenaerts zijn. Het figuurtje Schoenaerts dan, bedoel ik. Kijk maar."
Hij haalt zijn iPhone boven, en toont glunderend een filmpje waarin te zien is hoe hij op een zonnige bestemming als straatmuzikant klassiek gitaar speelt. Hoe hij een zakdoek voor zich legt, een hoedje op heeft, en een artistiekerig vestje draagt. "Dàt is een Schoenaerts die daar zit, dat is geen advocaat meer!", roept hij verrukt. Ineens hoor je de piepende remmen van een fiets. Een meisje stopt om naar hem te luisteren. Hij schatert. "Dàt is een Schoenaerts!"

Dat zegt u dan toch met enige fierheid.
"Natuurlijk. Ik heb de twee aspecten in mij. Samen met mijn zoon ben ik trouwens bezig aan een muzikaal project waarmee we de wereld gaan veroveren. Echt waar. We hebben zelf een integraal concerto van Vivaldi bewerkt, en dat is Vivaldi zoals je het nog nooit gehoord hebt. "Nog vier jaar ga ik als advocaat werken, en dan stop ik ermee. Dan word ik professioneel muzikant. Eindelijk mijn jeugddroom volgen."
Waarom hebt u die carrièreswitch niet op jongere leeftijd gedaan? "Omdat er ook een paar materiële waarheden zijn in dit leven. Ik ben de enige kostwinner. Mijn twee kinderen zijn artiesten, dat heeft ook gevolgen. Ik ben de hangmat waarin de anderen kunnen leunen."

Bent u dat altijd geweest? De zorg voor uw vader is ook bij u terechtgekomen, blijkt uit het boek, niet bij uw zussen.
(denkt na) "Blijkbaar is het inderdaad mijn lot. Omdat ik de sterkste was, ben ik van iedereen de hangmat geweest. Dat zal ik over vier jaar trouwens nog zijn, maar dan heb ik financieel wel genoeg opgebouwd om mijn goesting te kunnen doen. Voor alle duidelijkheid: het is niet mijn ambitie om ook maar één frank geld te verdienen aan mijn muziek. Zo naïef ben ik niet."

Het is aanlokkelijk om u na dit gesprek neer te zetten als de zoon die niet klaar is met zijn ouders.
(stilte) "Dat kan wel kloppen. Met mijn moeder, die twintig jaar geleden gestorven is, ben ik nooit helemaal in het reine gekomen. En met mijn vader ook niet."
Is het niet jammer dat u pas op uw 65ste zult kunnen zeggen: nu is het aan mij? "Met het ouder worden voel ik toch dat ik stilaan meer vrede krijg met hoe het allemaal gelopen is. Ik kan bijvoorbeeld al glimlachen als ik de spoken van Szukalski nog eens zie. (lacht) "Of dit boek iets zal veranderen? Nee. Ik heb mijn vader gekend, ik heb dat boek daar niet voor nodig. Die verwerkingsprocessen moet je toch alleen doen. Boek of geen boek."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234