Woensdag 21/10/2020

'De American dream is voorbij'

De Spinozalens, de belangrijkste filosofieprijs van de Lage Landen, gaat dit jaar naar de Brits-Ghanese schrijver Kwame Anthony Appiah. Hij woont al jaren in de VS en maakt zich sterk dat hij als halve Afrikaan, homoseksueel en intellectueel zal standhouden in het Amerika van Trump. Koen Vidal

Je zou Appiah kunnen omschrijven als de kosmopoliet der kosmopolieten. Zijn origine is zo wijdvertakt en zijn familie dermate met de geschiedenis verweven dat deze denker zich op vele plaatsen in de wereld en in allerlei ideeënwerelden kan thuisvoelen.

Zijn moeder, Enid Margaret Appiah (Peggy Cripps), was een Britse kinderboekenschrijfster en dochter van Sir Richard Stafford Cripps, een van de belangrijkste Labour-politici van de eerste helft van de vorige eeuw. Appiahs vader was een Ghanees staatsman en vooraanstaand lid van de Ashanti-gemeenschap, een van de etnische groepen in Ghana. Het huwelijk tussen een vooraanstaande Britse vrouw en een Afrikaanse chef leidde in 1953 internationaal tot krantenkoppen die qua toon varieerden van vijandig over sceptisch tot bewonderend.

Appiah junior groeide op in Ghana, studeerde aan Cambridge en geeft les aan de universiteit van New York, waar hij samenwoont met zijn echtgenoot Henry Finder, directeur-uitgever van The New Yorker.

Sinds de jaren 90 zette Kwame Anthony Appiah veel interessante ideeën op papier, maar zijn meest invloedrijke bijdrage is misschien wel dat hij het begrip wereldburger wegtrok van zijn holle, vrijblijvende connotatie en er een levensopdracht voor iedereen van maakte. Tijdens lezingen en in dit interview blijft hij erop hameren: "Echt kosmopolitisme is geen privilege, het is een verplichting", luidt zijn mantra. "We moeten erkennen dat onze levens over de grenzen heen met elkaar verbonden zijn en hetzelfde geldt voor onze bezorgdheid en ons engagement. Een ziekte die onopgemerkt opduikt in een Afrikaans woud kan een familie in Manchester vernietigen, CO2-emissies in India kunnen het weer rond de Golfstroom verstoren, een ideologische pathologie aan het andere eind van de wereld kan vliegtuigen en wolkenkrabbers neerhalen."

Vooraleer we met het interview beginnen, hebben we het over het YouTube-filmpje van de Amerikaanse white supremacist Richard Spencer. Op sociale media leidt Spencers jubeltoespraak over Donald Trump al dagen tot hevige reacties, omdat deze alt-right-ideoloog zich afvraagt of niet-blanken wel volwaardige mensen zijn. Op het einde van de haatspeech is te zien hoe toehoorders de Hitlergroet brengen.

We besluiten het filmpje nog eens te bekijken. Appiah lijkt er onbewogen bij te blijven. Alleen op het einde, wanneer te zien is hoe het publiek rechtstaat om de nazigroet te brengen, komt er een diepe zucht, gevolgd door een traag uitgesproken "All right".

Zulke mensen waren vroeger al te zien in documentaires van Louis Theroux, maar toen leken het marginale freaks. Nu komen mensen als Spencer steeds dichter bij de macht: Steve Bannon, hoofdadviseur van Trump, omschreef Spencer als een vooraanstaand intellectueel. Hun ideeën gaan frontaal in tegen uw kosmopolitische visie.

"Wel, ik vind deze evolutie zorgwekkend, maar een paniekaanval heb ik niet. Na de schok van 8 november moeten we proberen de zaken in perspectief te zien. De manier waarop Trump zijn overwinning binnensleepte, is eigenaardig. Hij heeft geen politieke agenda en volgde gewoon wat aansloeg bij de massa. Zonder scrupules verzamelde hij zo een bizarre coalitie van rare mensen rondom zich, van wie een behoorlijk aantal opgewonden raakt door de ideeën van Spencer. Dat Trump zulke mensen niet tegenhoudt of uitrangeert, is een enorme verantwoordelijkheid. Daardoor neemt de visibiliteit van radicale ideeën toe en vergroot de kans dat steeds meer mensen door dat gedachtegoed worden aangetrokken.

"Maar voorlopig weiger ik te geloven dat een significant deel van de Amerikanen dit soort standpunten deelt. Het valt trouwens te bezien of Trump Bannon als adviseur zal houden. Als Bannon steeds meer tegenwind krijgt, zal Trump hem zonder twijfel dumpen. Trump is niet iemand die zich graag met onpopulaire figuren omringt."

Uit de verkiezingsresultaten blijkt dat het platteland voor Trump stemde en de steden voor Clinton. De kosmopolieten lijken zich met hun mooie ideeën over openheid en nieuwsgierigheid op te sluiten in de grootsteden en laten de plattelanders aan hun lot over. Of zijn we nu te hard?

"Als je naar de politieke demografie van de VS kijkt, zit je inderdaad met een Republikeins platteland, Democratische grootsteden en tussen die twee een gemengd randgebied. Maar de situatie is een beetje ingewikkelder dan dat. Op die grens tussen stad en platteland zit nog een tweede breuklijn die een zware impact had op de verkiezingen: de belangrijkste verklarende factor voor het stemgedrag van blanke Amerikanen was namelijk opleiding. Laagopgeleide blanken zijn vaak misnoegd, en dat gevoel wordt aangewakkerd omdat stadsmensen op hen neerkijken. We zitten met twee sociale klassen die elkaar verachten. Dat is nooit goed voor een samenleving."

Hoe krijgen we die breuklijn weer dicht?

"Eindeloos discussiëren en ruziemaken is geen oplossing. Het enige sociale mechanisme om de tegenstelling te verzachten, is interactie: elkaar bezoeken, met elkaar omgaan. Hoe dat precies moet gebeuren, daarover moeten we eens goed nadenken. Want het heeft niet veel zin om een soort maoïstisch sociaal programma op te starten waarbij studenten van Princeton en Harvard met duizenden tegelijk op het platteland neerstrijken. Het zal niet eenvoudig zijn om de wederzijdse sympathie tussen die twee groepen aan te wakkeren.

"Ik schrijf een wekelijkse column voor The New York Times over ethiek en kreeg net een lezersbrief van een dame die een boekhandel heeft in een stadje in Oregon. Ze heeft haar buik vol van oude witte mensen die haar winkel binnenkomen en racistische praat uitslaan. Die dame vraagt me om raad."

Welke raad kunt u haar geven?

"Ik denk dat ik haar zal schrijven dat ze als medeburger het recht heeft om zulke klanten van antwoord te dienen. Die boekverkoopster kan net als iedereen gebruikmaken van de vrije meningsuiting om gesprekspartners duidelijk te maken waarom ze het niet met hen eens is. Ze zou er ook nog aan kunnen toevoegen dat er in haar winkel voldoende boeken voorhanden zijn om racistische waanbeelden te weerleggen. Maar ik weet dat dit slechts het prille begin kan zijn van de oplossing. Een gesprek, een boek: dat is natuurlijk niet voldoende. De kans is groot dat die racistische klanten de verkoopster niet meer willen ontmoeten."

Wat ons met een extra probleem opzadelt: de ruimte en de tolerantie om zulke gesprekken te voeren, lijken zeer beperkt.

"Zo is dat, vrees ik. In de jaren 60 en 70 hadden we in de VS nog een behoorlijk beschaafd links-rechtsdebat. De meningsverschillen waren scherp, maar er waren voldoende gedeelde waarden en omgangsvormen om een constructief gesprek te voeren.

"Maar in 2016 zijn blijkbaar enkel nog scheldpartijen mogelijk. Op het internet is zo'n dialoog al helemaal uitgesloten. Gelijkgezinde mensen troepen samen op dezelfde websites en versterken steeds weer dezelfde meningen. Ik zal niet meteen naar een alt-right-website surfen om enkele tegenargumenten in de groep te gooien. En als een alt-right-aanhanger zich op een progressieve website laat horen, zal hij/zij geen gehoor vinden of uitgescholden worden. Het lijkt me trouwens bijzonder moeilijk om met een fervente aanhanger van alt-right te praten. De ideeën van zo iemand liggen dermate ver buiten de reikwijdte van mijn opvattingen dat zinvolle connectie bijna onmogelijk is."

U treedt liever niet in discussie met zo iemand omdat het u ongelukkig maakt?

"Van sommige ideeën word je terneergeslagen. Maar waar moet je beginnen als je met zo'n persoon wilt praten? De white supremacists zijn radicaal, maar ik denk dat veel blanke Amerikanen een deel van hun angst delen. In hun hoofd groeiden ze op in een land waar blanken de leiding hebben en andere groepen hooguit worden getolereerd. In de hoofden van die mensen is Amerika een natie door en voor blanke, christelijke heteromannen.

"Vandaar dat ze zich bedreigd voelden door Hillary Clinton en de Democraten, die elke burger als gelijkwaardig beschouwen en willen dat iedereen gelijke kansen krijgt: of je nu blank, zwart, christelijk, moslim, ongelovig, homo of hetero bent. In die zin kan ik begrijpen dat nogal wat blanken het gevoel hadden dat Clinton hen iets ging afnemen. Trump heeft maximaal gebruikgemaakt van dat sentiment."

Hoe komt het dat die racistische sentimenten nog steeds alomtegenwoordig zijn? De hoop dat Barack Obama als eerste zwarte president het tijdperk van etnische spanningen definitief zou afsluiten, bleek ijdel.

"We zijn nog een belangrijk aspect vergeten te vermelden. Naast een culturele angst voor het verlies van maatschappelijke privileges kampen veel blanke Amerikanen met een economische angst. Sinds dertig jaar gaat het gemiddelde inkomen van de lage middenklasse achteruit. Zeker sinds 2008 is er een grote verslechtering. Het Amerikaanse bnp gaat wel opnieuw de hoogte in, maar die extra rijkdom komt niet bij de gemiddelde Amerikaan terecht. Zo kwam er een einde aan het optimisme waarbij zowel de blanke als de zwarte middenklasse er sinds de jaren 60 economisch op vooruitging. Dat gaf veel Amerikanen het geweldige gevoel dat hun kinderen het beter zouden hebben. Maar de American dream is voorbij, en dat maakt mensen angstig en onrustig.

"Het is nu eenmaal zo dat je hersens niet op hun sterkst zijn wanneer je angstig en onrustig bent. Trump maakte van deze voedingsbodem gebruik om twee types chauvinisme te creëren. Een cultureel chauvinisme dat gericht is tegen alles wat afwijkt van de blanke culturele norm en een economisch chauvinisme waarbij buitenlandse arbeiders en internationale bedrijven als zondebok worden afgeschilderd: 'Zij pakken ons werk af, zij exporteren onze jobs.'"

Die economische angst, hoe krijg je die weg?

"Dit is het belangrijkste, maar vreemd genoeg meest verwaarloosde thema van onze moderne tijd. We moeten dringend een antwoord bieden op de vraag hoe we in een periode van technologische revoluties voldoende kwaliteitsjobs kunnen creëren. De duizenden verloren jobs van de Amerikaanse industrie zijn niet naar China verhuisd, ze worden uitgevoerd door machines. De Amerikaanse productie bereikt een nieuw hoogtepunt, maar het verschil met vroeger is dat je slechts één arbeider nodig hebt voor het werk waarvoor je vroeger dertig of honderd man nodig had.

"Dát is de verklaring waarom overheden er steeds minder in slagen de allerbelangrijkste basisbehoefte van hun burgers te bevredigen: eigenlijk zou iedereen een leven moeten kunnen leiden waarbij je betekenisvolle kwaliteitsarbeid kunt verrichten zodat je voldoende verdient om je materiële behoeften en de toekomst van je kinderen veilig te stellen. Maar dat lukt momenteel niet, en het verklaart waarom zoveel mensen misnoegd zijn en kwalijke ideeën beginnen te ventileren. Iemand met een vaste baan die zijn/haar inkomen naar boven ziet gaan, is minder vatbaar voor populisten."

Om af te sluiten een persoonlijkere vraag. U bent van Afrikaanse origine, homoseksueel, intellectueel: gewoon al door uw identiteit bent u voor veel Trump-kiezers een ongewenste figuur. Staat u daar soms bij stil?

"Mensen als Richard Spencer zullen misschien een probleem met mij hebben, maar de meeste Amerikanen zijn vriendelijke mensen en zullen niet boertig doen omdat ik een homo ben met een andere huidskleur. Ik geef overal lezingen en bezoek ook universiteiten in uitgesproken pro-Trump-staten als Alabama en Tennessee. Ik ben daar zeer welkom. Er is op zulke universiteiten een grote nieuwsgierigheid naar mijn boodschap uit New York. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat ik zomaar met mijn man hand in hand op een landweggetje in Alabama zou gaan wandelen. Maar dat probleem is niet nieuw.

"Wat je wel hebt, is dat het aantal vervreemde en verdwaalde mannen is toegenomen en dat een aantal van hen swastika's op de muren is beginnen te schilderen en het gemunt heeft op Afro-Amerikanen en homoseksuelen. Dat heeft volgens mij vooral te maken met het feit dat die misnoegden niets zinvols te doen hebben. Een fatsoenlijke samenleving is het aan haar burgers verplicht om voor zinvol werk te zorgen. Omdat dat onvoldoende gebeurt, worden bijzonder veel levens verkwanseld. Het doet me pijn om te zien hoe al die gefrustreerde mannen domme dingen beginnen te doen en racistische wartaal uitkramen. Maar dat betekent niet dat ik hun problemen niet begrijp of dat we de ambitie mogen laten varen om die mee op te lossen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234