Donderdag 22/10/2020

De alomtegenwoordige zonnegod

opera

'l'orfeo' opnieuw in de munt

Brussel / Van onze medewerker

Stephan Moens

Sinds vorige week is in de Munt opnieuw L'Orfeo van Claudio Monteverdi te zien, in de luchtig gestileerde regie van Trisha Brown, de strakke decors van Roland Aeschlimann en de muzikale realisatie van René Jacobs, maar met een nagenoeg volledig gewijzigde bezetting. Het begin, met de Muziek die in een grote cirkel door het toneelzwerk zweeft en buitelt, is nog altijd een verbluffend wonder van het kunst- en vliegwerk. Het is de opmaat tot een weldoordachte maar nergens uitleggerige dramaturgie, die de aandacht toespitst op de relatie tussen Orpheus en zijn vader Apollo. Vandaar de alomtegenwoordige verwijzingen naar de zonnegod: het hele decor van Roland Aeschlimann is een extreem gestileerd spel met licht en duisternis, met zonnen, tegenzonnen en schijngestalten.

Orpheus daarentegen is veeleer een mens die machteloos is tegenover zijn driften en gevoelens. Dat alles wordt uitgedrukt door abstracte gebaren en danspassen en een bewegingsverloop dat niet zozeer op interactie als op symboliek en een soort speelsheid lijkt gericht, die door de dansers van de Trisha Brown Company beter wordt gedragen dan door het Collegium Vocale en de meeste solisten.

Ditmaal zijn het vooral de dames die geloofwaardige prestaties afleveren, zowel Sophie Karthäuser (Euridice) als Laura Polverelli (Messaggiera); John Mark Ainsley levert een grote inspanning als Orfeo, slaagt er meermaals in zich te vereenzelvigen met het personage (bijvoorbeeld in de vrolijke erotiek van Ecco pur) maar is nu en dan nog te veel bezig met het memoriseren van zijn gebaren. Nochtans is er voor hem in het stuk een duidelijke evolutie weggelegd: van de autoritaire en viriele leider van herders en nimfen over de geslagen hond, die bij de dood van zijn vrouw alleen maar zijn eigen verlies ziet, de mislukte zanger, die Charon niet kan vermurwen maar alleen (met hulp van zijn vader?) in slaap kan wiegen en de zwakkeling, die bij de eerste de beste donderslag zijn belofte breekt, tot de zielige macho, die de vrouwen wankelmoedig noemt omdat hijzelf niet standvastig kon zijn.

Daarnaast beklijven ook andere beelden: de erg originele overgang van de boven- naar de onderwereld bijvoorbeeld, of Orfeo die door de Styx waadt, of de Muziek die de bovenwereld opnieuw opent. Hier en daar, met name bij de verschijning van de ronddraaiende Apollo, is de kitsch erg dichtbij.

Dat is net zo in René Jacobs' muzikale interpretatie. Die is op zijn mooist als ze eenvoudig is (bijvoorbeeld een simpel luitcontinuo of de imitatie van de lier door de strijkers) en een beetje irritant als ze te veel wil doen of goedkope effecten nastreeft (overdadige bijgecomponeerde middenstemmen, slagwerk). Als geheel blijft L'Orfeo echter een bezienswaardige productie, die tot nadenken stemt over oude mythes.

WAT: L'Orfeo van Claudio Monteverdi WIE: Solisten, Collegium Vocale Gent, Concerto Vocale, René Jacobs. Regie en choreografie: Trisha Brown WAAR EN WANNEER: Brussel, De Munt, 2 mei. Nog voorstellingen op 4, 7, 8, 9, 10 en 11 mei om 20 uur en op 5 en 12 mei om 15 uur. Op 5, 8, 10 en 12 mei zingt Stéphane Degout de rol van Orfeo.ONS OORDEEL: Een weldoordachte maar nergens uitleggerige dramaturgie die maar zelden naar de kitsch zweemt, een muzikale interpretatie die soms mooi is en soms een beetje irriteert.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234