Vrijdag 07/05/2021

De allerlaatste leraar-jezuïet

Jezuïetencolleges zijn scholen met een reputatie. Berucht en beroemd tegelijk. Vlaanderen telt er zeven, maar jezuïeten zelf zijn er nog amper. Welgeteld eentje staat nog voor de klas: Geert Faseur (49), leraar Nederlands-godsdienst aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Antwerpen.

Geert Faseur, leraar Nederlands-godsdienst, is de enige jezuïet in Vlaanderen die nog voor de klas staat

“Vier dagen per week geef ik les maar elke donderdag begeleid ik godsdienstleraren in de andere colleges. Ik kom dus in al onze scholen en wat mij telkens opvalt is dat elk van die zeven scholen totaal anders is. Hét jezuïetencollege bestaat niet. Ze putten allemaal uit dezelfde bron, maar wat ze eruit halen is helemaal verschillend. Het Xaveriuscollege in Borgerhout is een kleurrijke school. Helemaal anders dan het Onze-Lieve-Vrouwecollege, dat op zijn beurt weer verschilt van het college in Brussel en ga zo maar verder. De reputatie die de colleges hebben een strenge school met status te zijn, is er niet een die overeenkomt met de realiteit.”

“Ik spreek niet graag over jezuïetencolleges. Dat woord heeft een pejoratieve klank. Ik heb het liever over colleges van Ignatius. Dat dekt ook beter de lading. Ik ben de enige jezuïet die nog lesgeeft, de grote baas van de scholen is een leek, een getrouwde man. De jezuïeten dragen de colleges niet meer. Wij zijn in Vlaanderen nog met een 160-tal. Het overgrote merendeel is gepensioneerd. We zijn een minieme groep en we worden er niet groter op. Ik maak mij geen illusies en ik heb ook absoluut geen bekeringsdrang. Maar zelfs al zijn wij er niet meer, dan nog zullen het onze colleges zijn. Degenen die er werken zijn erg geïnteresseerd in de manier van denken en handelen van de jezuïeten en willen in dezelfde open en kritische geest de scholen besturen. Weet u wat vreemd was? Tijdens chrysostomos hoorde ik de leerlingen spreken over zichzelf als ‘wij, jezuïeten’. Dat vond ik heel raar. Ik ben zelf niet naar een jezuïetencollege geweest en voor mij zijn het gewoon kinderen in de wereld van vandaag, maar zij blijven zich heel sterk verbonden voelen met dat oude etiket.”

“Toen ik pas mijn opleiding als jezuïet afgerond had, was ik actief in de gezinswerking. Pas daarna kwam het onderwijs. Voor ik vijf jaar geleden les begon te geven, begeleidde ik leerkrachten basisonderwijs om het vak godsdienst toegankelijker te maken voor kinderen. Telkens ik passeerde aan wat nu mijn school is, voelde ik mij onwennig. De kinderen dragen er een uniform tot en met het tweede jaar van de humaniora en voor mij was dat een drempel van jewelste om mij over te zetten. Ik heb helemaal niks met uniformen. Het was geen onmiddellijk thuiskomen. Elke school is een entiteit op zich waar je je draai moet zien te vinden. Het is niet omdat ik jezuïet ben en dit een jezuïetencollege is, dat ik het automatisch beschouwde als ‘het mijne’. Ik heb zelfs even overwogen om in een niet-jezuïeten school les te gaan geven, maar dat zou - dat geef ik toe - redelijk uniek geweest zijn.”

“Op school ben ik in de eerste plaats leraar. Het jezuïet-zijn komt erbij. In het begin was er wat aarzeling bij de andere leerkrachten. Ze wisten niet of ze mij met ‘pater’ moesten aanspreken of niet. Ondertussen is dat vanzelf uitgeklaard en zegt iedereen ‘Geert’. De leerlingen noemen mij gewoon ‘meneer’. Ik voel mij geen eenling op school. Er zijn veel meer punten van overeenkomst met de collega's dan er verschillen zijn. Maar ik merk dat ik mijn religieuze achtergrond meedraag. Als een collega een probleem heeft, in zijn relatie of familie, dan ben ik vaak het luisterend oor. Blijkbaar ervaart men toch een bepaald vertrouwen.”

“Ik draag geen kruisje. Ik ben niet zo voor uiterlijkheden, maar de leerlingen weten het natuurlijk wel. Bij het begin van het schooljaar vertel ik dat ik jezuïet ben en als er op school een viering is, merken ze ook dat ik een religieuze achtergrond heb. Speelt het in mijn lessen een rol? Ik weet het niet. Bij godsdienst hebben we het net zo goed over wereldlijke thema’s. Intelligent design, bijvoorbeeld, of stamcelonderzoek. Ik leg verschillende standpunten naast mekaar en geef mijn eigen mening maar de leerlingen moeten het niet met mij eens zijn. Zolang ze hun eigen standpunt kunnen beargumenteren is het goed. Ze identificeren mij ook niet met de standpunten van de kerk. Ik denk dat ze in de loop van het jaar soms zelf vergeten dat ik pater ben. De kerkgebondenheid bij jongeren is vaak weg. Ze plaatsen mij niet per se in een instituut.”

“Op het moment dat de zaak-Vangheluwe losbarstte was ik niet bang. Ik heb nooit schrik om iets met mijn leerlingen te bespreken. Maar ik had een zeker schaamtegevoel, dat wel. Kort nadat heel de affaire in de pers was gekomen, stond Guido Gezelle op het programma in de lessen Nederlands van het vijfde jaar. ‘Dien avond en die rooze’. Andere jaren bespreek ik dat gedicht, maar dit jaar heb ik het in de kast laten zitten. Toen kwamen er wel vragen van de leerlingen, veel verontwaardiging ook. Maar het was al april. Ze kenden mij al zoveel maanden en het zijn vijfde- en zesdejaars. Ze zijn in staat om het onderscheid te maken tussen ‘Geert’ en ‘Roger’.

“Op mijn achttiende ben ik Germaanse gaan studeren in Gent. Lesgeven zat toen al in mijn achterhoofd. Ik had veel zin om voor de klas staan omdat het een manier is om jongeren horizonten te laten verkennen, om ervoor te zorgen dat ze een open geest krijgen en dat ze niet komen vast te zitten in een onkritische houding of een dogma. Dat heb ik altijd heel belangrijk gevonden en dat vond ik ook terug bij de jezuïeten. De beslissing om bij de jezuïeten te gaan, kwam er veel later dan de keuze voor Germaanse. Ik was al 26 toen ik besloten heb om aan het noviciaat te beginnen. Hoe dat kwam? Ach, ik studeerde nog iets bij in Leuven en daar leerde ik enkele jezuïeten kennen. Het zijn mensen die erg van het leven houden, weet u. Ik ben blij met die keuze. Heel af en toe, op een donker moment, is er wel eens het idee om niet langer jezuïet te zijn en enkel nog leraar te blijven. Omgekeerd is de bekoring er nooit: ik blijf lesgeven zolang ik er toe in staat ben.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234