Zondag 25/07/2021

De alchemist en de ingenieur

Brewaeys' versies van de 'Pr�ludes' zijn een expositie van orkestrale eloquentie geworden

klassiek l Brewaeys 'hercomponeert' Debussy hhhk

Rudy Tambuyserrr

Met zijn twee preludebundels voor piano behoorde Claude Debussy nog bij leven tot de canon. Hij behoort zelfs tot wat vandaag, met de avant-garde in een machtige muzikaal-politieke positie, de canon geworden is. Dat is voor iemand die zijn eerste meesterwerk nog in de negentiende eeuw afleverde een prestatie.

De preludes zijn enerzijds volmaakt, smaken anderzijds naar meer dan ze zijn - een wel vaker voorkomende paradox. Dat ze al menige componist tot een poging tot orkestratie hebben verleid, verrast dus niet. De klankwereld die Debussy in deze stukjes fysiek oproept, is al velerlei, diegene die hij erin suggereert is niet te overzien. Logisch dat een orkest geschikter lijkt om hem in al zijn consequenties proberen te vatten.

De instrumentale moedertaal - Debussy was zelf pianist - is echter een krachtige karakteristiek. Al vaak is gebleken dat een orkestratie niks toevoegt aan het origineel. Luc Brewaeys moet gedacht hebben: die kritiek gun ik niemand. Hij stelde zich bij zijn orkestversie van de Préludes een strenge eis: geen toegevoegde noten, alleen gebruiken wat Debussy schreef, in het gegeven register. Een dergelijke zin voor zuiverheid is onder arrangeurs onuitgegeven, al moeten we mekaar geen Liesje en Brewaeys geen heilige noemen: het was hem ook om de stijloefening te doen.

Donderdag werd in het Brusselse PSK Brewaeys' versie van het tweede preludeboek gecreëerd, nadat vorig seizoen het eerste boek al te horen was. Zijn 'hercomposities', zoals hij ze op het eerste gezicht verkeerd en pretentieus, maar letterlijk gezien volkomen terecht noemt, zijn een schitterende expositie van orkestrale eloquentie geworden. Brewaeys is een spectralist in hart en nieren, en heeft in Debussy's glasheldere gedichten een gedroomd kader gevonden om de klankontwerper in hem zijn gang te laten gaan. Bijna altijd dwingt hij de noten in zijn orkestrale kleuren, op enkele keren na: in 'Les Fées sont d'exquises danseuses', 'Bruyères' en 'Canope' lijken soms alle wegen naar Debussy's eigen orkestrale palet te leiden. Het pleit voor Brewaeys dat hij zich daar gewonnen heeft gegeven.

Voor het overige is er een ideaal evenwicht tussen alchemist en ingenieur: van pedaalsimulatie met strijkersharmonieken over weberniaanse 'Klangfarbenmelodien' tot de onmogelijkste duetten: copyright Brewaeys. Onnodig te zeggen dat deze partituur erg zwaar is voor het orkest, en deFilharmonie in het bijzonder. Chef Daniele Callegari kent zijn noten, maar slaagt er niet in de musici zich op hun gemak te laten voelen, hen uit te nodigen. Aan de partituur kun je dat in dit geval echter niet overlaten. Bovendien blijkt uit andere stukken op het programma, Jef Maes' 'Tu auras nom... Tristan' en Respighi's 'Pini di Roma', erg duidelijk dat Callegari communicatief veel sterker uit de hoek kan komen. Een coureur mag geen schrik hebben om te vallen. Een chef niet van foute noten.

Waar en wanneer Donderdag 13 oktober, PSK, Brussel. Brewaeys' hercompositie van Debussy's preludes is net uitgegeven op cd, Talent DOM 3810 04/05

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234