Vrijdag 18/10/2019

loverboys

“De akeligste netwerken zijn de familiebedrijfjes, waar zelfs de vrouw van de pooier meewerkt”

Klaus Vanhoutte, directeur van Payoke, het centrum voor slachtoffers van mensenhandel. Beeld Daniil Lavrovski

Drie jaar nadat tienerpooiers op de radar van het gerecht zijn verschenen, neemt het aantal pubermeisjes dat in jeugdinstellingen wordt geronseld voor de prostitutie nog steeds toe. Er is nood aan een gespecialiseerd vluchthuis voor minderjarigen, zegt Payoke, het centrum voor slachtoffers van mensenhandel. “De daders zijn alweer vrij, maar die meisjes zijn getekend voor het leven.”

“Mama, help, ik word vastgehouden in een huis in Antwerpen. Die gasten laten mij niet buiten, alleen om naar klanten te gaan.” 28 mei 2015, even na de middag. Lisa (*), een meisje van 16, stuurt een sms'je met een noodkreet naar haar moeder, die de politie alarmeert. De tiener is al meer dan een maand vermist, sinds ze is weggelopen uit jeugdinstelling Ons Tehuis in Ieper. Sindsdien ontbreekt elk spoor. Lisa weet niet waar ze gevangenzit, maar aan de overkant van de straat ziet ze een nachtwinkel en appartementen, en een huisnummer: 166. Op basis van die details vindt de politie het adres terug waar het meisje wordt vastgehouden. Wanneer ze aanbellen, opent een jongeman, de 19-jarige Isak F., de deur. Hij zegt dat hij van niets weet, en hij heeft er geen bezwaar tegen dat de politie de woning doorzoekt. In de slaapkamer op de tweede verdieping vinden de speurders onder een bed een halfnaakt meisje, huilend en daverend van de angst.

“Dat was het eerste slachtoffer van een loverboy dat we vonden”, vertelt magistraat Maarten Sobrie van het Antwerpse parket. Hij startte drie jaar geleden in Antwerpen de eerste onderzoeken naar tienerpooiers, die Belgische meisjes ronselden in jeugdinstellingen in heel Vlaanderen.

Lees ook deel 1: 

“Ik heb nooit durven tellen hoeveel handen mijn lichaam hebben betast”: een slachtoffer (19) van loverboys getuigt

Maarten Sobrie: “Drie jaar geleden hadden we geen idee dat dat soort praktijken bij ons bestond. Kinderprostitutie was wel bekend, maar werd als een uiterst marginaal fenomeen beschouwd. Het ging om Bulgaarse en Roemeense meisjes die door buitenlandse prostitutiebendes naar hier waren gehaald en gedwongen werden om te gaan tippelen. Bij een politiecontrole werd af en toe een minderjarig meisje ontdekt, maar er zaten geen georganiseerde netwerken achter. Maar toen ontdekte de politie in dat huis een 16-jarig meisje dat was weggelopen uit een instelling in West-Vlaanderen. Gelukkig kon ze die noodkreet naar haar moeder sturen.”

Het meisje werd op het moment van de inval al drie weken vastgehouden door een groep oudere jongens. Elke avond om acht uur kwamen ze haar halen en reden ze haar naar klanten in goedkope rendez-voushotelletjes, of naar klanten thuis. Overdag werd ze opgesloten in de slaapkamer van Isak F., die haar bang maakte met de metalen staven in huis. Het meisje leefde op drugs en de snoeprepen die haar cipier voor haar in de nachtwinkel kocht. Op de dag van de politie-interventie was ze - niet voor het eerst - het slachtoffer geworden van een groepsverkrachting door drie bendeleden. Ze was bij de jongens in Antwerpen beland door een vriendin die al eerder uit dezelfde instelling was weggelopen, en ze was verliefd geworden op Muhamed B., een echte player. Hij verplichtte haar na enkele dagen om geld voor hem te verdienen - “haar benen open te doen” - omdat zijn remschijven aan vervanging toe waren.

Sobrie: “De ontdekking van Lisa was het eerste dominosteentje dat viel in het onderzoek naar loverboynetwerken. Door haar zijn we andere groepjes op het spoor gekomen. Lisa bleek al eerder door andere jongens te zijn misbruikt en kende nog meer instellingsmeisjes die gedwongen in de prostitutie zaten. Zo kwamen we steeds nieuwe bendes op het spoor. Het was niet zo dat er in Antwerpen een grote organisatie van tienerpooiers bestond, maar er waren wel veel kleine bendes die elk hun meisjes hadden, en die hun slachtoffers aan elkaar doorspeelden. Zo hebben we toen in korte tijd zeven nieuwe dossiers met elkaar in verband kunnen brengen, op basis van informatie die in andere onderzoeken naar boven kwam.”

Ineens werd duidelijk dat we met een nieuw fenomeen te maken hadden. De loverboymethode werd al veel langer gebruikt door pooiers om buitenlandse vrouwen tot betaalde seks te dwingen, maar de vaststelling dat tienerpooiers van bij ons jacht maken op kwetsbare instellingsmeisjes was nieuw, en heel verontrustend.”

U was verbaasd dat het hier bestond, in Antwerpen?

Sobrie: “Toen die etterbuil openbarstte, schrok ik wel. Ik dacht eerlijk gezegd dat we in Boekarest of in Kiev beland waren. Dat in je eigen stad mensen zo met kinderen omgaan, kon ik niet begrijpen.”

Coke en wodka

Drie jaar na de ontdekking van het eerste loverboyslachtoffer is het fenomeen een prioriteit bij het gerecht in Antwerpen. Er worden steeds meer onderzoeken gevoerd, dit jaar al 28, maar ook steeds meer minderjarige prostituees ontdekt. “We zien dezelfde meisjes uit oude dossiers opnieuw opduiken in het circuit, en er komen nieuwe meisjes bij”, zegt Klaus Vanhoutte, directeur van Payoke, het centrum voor slachtoffers van mensenhandel.

Klaus Vanhoutte: “Er is in de jeugdzorg nog altijd geen geschikte begeleiding gevonden voor die meisjes. Jeugdinstellingen hebben de omvang van het probleem vijftien jaar lang ontkend. Nu nog krijgen we van het personeel soms de vraag of dat hele gedoe rond die loverboys niet overdreven is.

“Ze benaderen de meisjes als daders, terwijl ze slachtoffers zijn. Natuurlijk zijn het geen doetjes. Ze zijn vaak onhandelbaar. Sommige meisjes zijn al meer dan vijftig keer weggelopen uit hun instelling. Vroeg of laat hebben ze allemaal weleens drugs gesmokkeld en leeftijdgenootjes gerekruteerd voor het netwerk. Maar dat doen ze om te overleven. Ongeacht wat ze hebben uitgespookt onder invloed van die loverboys, ze blijven slachtoffers van mensenhandel. Dat begint pas nu langzaam door te dringen bij de jeugdzorg.”

Intussen worden jeugdinstellingen een steeds grotere rekruteringsvijver voor de kinderprostitutie.

Vanhoutte: “Drie jaar geleden zagen we veel Roma-meisjes bij de slachtoffers, maar vandaag komt 98 procent uit de jeugdinstellingen. Ik denk niet dat er in ons land nog een instelling is waar géén slachtoffers van tienerpooiers zitten. De loverboys zitten vooral in Antwerpen en Gent, maar de meisjes komen uit heel Vlaanderen. Het misbruik begint meestal als ze 13 of 14 jaar zijn, maar we zijn al een slachtoffer van 11 tegengekomen.”

Over hoeveel meisjes gaat het in Vlaanderen?

Vanhoutte: “Het afgelopen anderhalf jaar waren er bij Payoke 52 meldingen. We gaan ervan uit dat dat maar een fractie van het werkelijke aantal is. In Nederland schat men het aantal minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting op minstens 1.500. Daar heeft men er een veel beter zicht op, want ze zijn er al veel langer bezig met de aanpak van tienerpooiers en met de begeleiding van de slachtoffers.”

“Ironisch genoeg heeft Payoke op hetzelfde tijdstip als de Nederlandse organisaties aan de alarmbel getrokken, in 1998. Daar heeft men toen gereageerd, hier niet. Bij ons is het fenomeen veel minder bekend en herkennen instellingen de signalen dikwijls niet. Minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) heeft in november - heel recent dus -
eindelijk goedgekeurd dat er een officieel meldpunt komt voor minderjarige slachtoffers van tienerpooiers. Normaal moet dat in Vlaanderen Payoke worden. Ik denk dat we pas over een jaar een preciezer beeld van de aantallen zullen hebben.”

Klaus Vanhoutte, directeur van Payoke, het centrum voor slachtoffers van mensenhandel. Beeld Daniil Lavrovski

De ronseltechnieken van pooiers worden intussen almaar efficiënter.

Vanhoutte: “Er komt veel meer chantage aan te pas. Een paar jaar geleden namen de pooiers nog de tijd om een meisje eerst te versieren en dolverliefd te maken, maar dat procedé om een emotionele band te creëren slaan ze nu dikwijls over. Ze proberen zo'n meisje zo snel mogelijk in bed te krijgen en filmen dat. Nadien dreigen ze ermee om de beelden online te zetten. Zo kunnen ze een meisje soms al na 48 uur in de prostitutie dwingen. Er worden ook sloten wodka en bergen cocaïne geserveerd om die meiden willoos te maken en alle remmingen weg te nemen.”

“Nog meer dan vroeger verlopen de contacten via Facebook en andere sociale media. De daders creëren besloten chatgroepen, omdat ze heel goed weten dat de politie meekijkt op Facebook. Die jongens zijn vaak van Oost-Europese of Marokkaanse afkomst, maar om meisjes te verleiden maken ze soms een nepprofiel aan met een Belgisch klinkende naam. Ayoub of Youssef heet dan plots, ik zeg maar iets, Joris Van Brakel.”

Stoned in de klas

Sinds kort heeft Payoke een maatschappelijk werkster in dienst die jeugdinstellingen in heel Vlaanderen bezoekt om er te praten met meisjes die vermoedelijk in het loverboycircuit zitten. Wegens het vertrouwelijke karakter vertelt ze anoniem over haar ervaringen.

Medewerkster: “We krijgen meldingen van de politie en de instellingen, maar soms belt zo'n meisje zelf naar ons met de vraag om hulp. Het zijn heftige verhalen. Ik heb nu bijvoorbeeld een meisje in begeleiding dat net 18 is geworden. Ze heeft nooit in een instelling verbleven, maar ze zit al sinds haar 14de in een netwerk van tienerpooiers. Vandaag beseft ze dat eindelijk ook en probeert ze in haar eentje - zonder dat haar ouders het weten - uit het milieu te raken. Toen ik haar ontmoette, zag ik brandwonden op haar armen, sporen van zelfverminking met een gloeiend strijkijzer. Emotioneel zit ze helemaal in de knoop.”

“Op haar 14de werd ze smoorverliefd op een vriendje die haar aan de drugs bracht. Hij gaf haar heroïne, het meest verslavende spul, en toen ze niet meer zonder kon, moest ze er plots voor betalen, in natura. Een klassiek scenario. Het meisje moest seks hebben met zijn vrienden, en dat hebben ze gefilmd. Die beelden worden tot vandaag, vier jaar later, door die jongens gebruikt als chantagemiddel.”

Stond er dan iemand met een camera bij om alles te filmen?

Medewerkster: “Ja. Maar ze verkeerde in zo’n drugroes dat ze zich daarvan slechts flarden herinnert. Ze had geen enkele weerstand. Vanaf dat moment werd ze wekelijks door zijn vrienden meegenomen naar plekken waar ze een resem klanten moest afwerken.”

“Haar vriendje hield haar drugsverslaving in stand: voor ze 's morgens naar school ging, moest ze een dosis nemen, anders sloeg hij haar bont en blauw. Op het lichaam of in de nieren, nooit in haar gezicht, waar je sporen zou zien. Ze zat hele dagen stoned in de klas en kreeg veel problemen. Toen ze uiteindelijk van school werd gegooid, opende de politie een onderzoek. Ze heeft toen wel verteld hoe ze aan de drugs kwam, maar niets over de chantage, de verkrachtingen en de mishandelingen. Die jongens hebben alleen een vermaning gekregen over de drugs, maar zijn voor de rest met rust gelaten.”

“Gisteren heeft ze me verteld dat ze voor haar vriendje ook andere meisjes moest ronselen. Als ze het niet deed, sloeg hij haar verrot, en dus sprak ze meisjes van 12, 13 jaar aan op school. Ze begon enorm hard te huilen toen ze dat vertelde. Ze durft niet naar de politie te gaan, omdat ze bang is om zelf verantwoordelijk gesteld te worden.”

“We zijn nu drie jaar later en ze is afgekickt van de drugs. Ze studeert nog en woont thuis bij haar ouders, die haar heel streng aanpakken. Ze is nu wel weg bij dat vriendje, maar ze raakt niet verlost van zijn vrienden, die haar nog altijd chanteren. Ze sturen haar nog altijd sms'jes om met haar af te spreken. Als ze geen seks met hen heeft, zetten ze de filmpjes online.”

Hoe reageert ze daarop?

Medewerkster: “Ze geeft eraan toe. Ze durft niet anders. Die jongens pikken haar op en rijden met haar naar een achterbuurtje in Antwerpen.”

“Ze durft nog altijd niet alleen naar buiten omdat die kerels rond haar blijven cirkelen. Eén van hen heeft al vier keer geprobeerd om zich in te schrijven in dezelfde school, om zo meer grip op haar te krijgen. Haar ouders weten nergens van af, en ze wil ook niet dat ze iets van onze gesprekken te horen krijgen. Dus ontmoet ik haar op school. Het begint eindelijk bij haar door te dringen in wat voor abnormale situatie ze zit. Ze is zo wanhopig en wil echt verlost worden uit dat milieu. Ik hoop op termijn toch met haar naar de politie te kunnen stappen, als ze er klaar voor is.

“Ik begeleid ook een meisje van 16, dat al vier jaar in jeugdinstellingen zit, een incestslachtoffer. Zij is gefilmd toen ze op 12-jarige leeftijd seks had met haar vriendje, en ook zij wordt nog altijd gechanteerd. Er komen altijd drugs aan te pas, ze maken die meisjes verslaafd. Ze kreeg een tafel vol drugs gepresenteerd, en ze mocht kiezen wat ze wilde. Later moest ze die drugs betalen door seks te hebben met jongens en mannen die langskwamen, wat uitmondde in groepsverkrachtingen. Dat meisje zit nu vijf maanden in een gesloten instelling, en stilaan begint ze te beseffen wat er is gebeurd.”

“Ik heb nog een ander instellingsmeisje, een puber van net 15, met wie het contact heel moeizaam verloopt. Ze vertrouwt niemand, bij de eerste ontmoeting mocht ik al na 20 minuten opkrassen. Ze is bij ons aangemeld via de politie, de mama en de psycholoog van de instelling. Die vermoeden dat ze in een netwerk van een loverboy zit, ook al omdat twee van haar vriendinnen bekend zijn als slachtoffer. Maar ze is verbaal agressief en laat niets los over wat ze heeft meegemaakt.”

Rappers

Vaak zijn de grootste verdedigers van loverboys hun eigen slachtoffers, zo ondervond magistraat Maarten Sobrie, die het probleem mee op de agenda van het Antwerpse gerecht zette. Zijn onderzoeken haalden meermaals de voorpagina's, zeker toen in korte tijd twee jonge Antwerpse rappers, Para Turk en Moreno, in de gevangenis belandden omdat ze minderjarige fans voor hen in de prostitutie lieten werken. Moreno kreeg zes jaar cel voor de uitbuiting van drie jonge tienermeisjes, niet ouder dan 15.

Para Turk bood dagelijks een 15-jarig meisje aan op een escortsite, als ‘Melissa, 19 jaar, verwent je tot in de zevende hemel’. Pijpen zonder condoom en plasseks konden voor 300 euro. Toen het meisje bij de rapper wegliep, achtervolgde hij haar tot in de metro. Op de camerabeelden in het metrostation was te zien hoe Para Turk het tegenstribbelende meisje sloeg en naar buiten trok, met zijn arm rond haar nek. Buiten het camerabeeld werd een schot gelost met een alarmpistool, dat later bij de muzikant thuis onder een matras werd gevonden. Para Turk werd veroordeeld tot vijf jaar, maar kwam al na twee jaar vervroegd vrij. In een interview beloofde de rapper zich voortaan “als een rolmodel voor de jeugd” te gedragen.

Sobrie: “Of hij dat meende, weet ik niet, maar Para Turk was wel de enige die op de zitting de feiten tot op zekere hoogte toegaf. Alle andere loverboys die ik ooit voor de rechter zag, ontkenden het licht van de zon. ‘Die meisjes wilden het zelf’, beweren ze allemaal. Maar dan lees je in sms-berichten hoe de meisjes soms smeekten om geen klanten meer te moeten doen, omdat ze zoveel pijn hadden. Smeekbedes die niets uithaalden, want de pooiers lieten gewoon de volgende klant komen, of namen de meisjes zelf.”

U hebt veel tijd en energie in die onderzoeken gestoken. Omdat u er woedend van werd?

Sobrie: “Het klinkt een beetje raar, maar er zijn weinig mooiere misdrijven om te vervolgen dan mensenhandel en mensensmokkel. Omdat ze zo wraakroepend zijn. Omdat die misdrijven tot de kern van de menselijke waardigheid gaan. Een meisje van 16 jaar in je macht houden, haar opsluiten, aanprijzen op escortsites en verkopen aan mannen om dan het geld in je eigen zakken te steken... Wie doet nu zoiets? Dat is helemaal anders dan een dief die een kipfilet steelt in een warenhuis.”

“En dan is er ook het leed van het slachtoffer. Dat warenhuis komt er wel bovenop, maar het effect van een loverboy op zo'n meisje is verwoestend. Zelfs al draait ze maar voor korte tijd in een circuit mee, ze is getekend voor het leven. Als je daar niet woedend van wordt, kun je beter bij de groendienst gaan werken (lacht) - met alle respect voor de mensen van de groendienst, hè. Maar je moet je job als parketmagistraat toch vanuit een zekere bewogenheid uitoefenen. Dat engagement is ook nodig, want het is niet eenvoudig om die feiten zwart op wit te bewijzen.”

Waarom verlopen de onderzoeken zo moeilijk?

Sobrie: “Omdat de slachtoffers vaak niet meewerken. Het is meermaals gebeurd dat meisjes achteraf hun verklaringen wilden intrekken. Dat ze belden om te zeggen dat ze helemaal geen slachtoffer zijn. Uit angst, omdat ze gechanteerd worden, of omdat ze emotioneel afhankelijk zijn van hun pooier en niet willen dat hij door hen in de gevangenis raakt.”

“Er is veel fysiek geweld. Van Lisa, ons eerste slachtoffer, herinner ik me dat ze zich op een bepaald moment had verzet. Die mannen zeiden, met een hamer in de hand, dat ze haar 800 kilometer verder in een bos in Frankrijk zouden droppen. Ze namen haar telefoon af, zetten haar op de achterbank van de auto, tikten de bestemming in op de gps en begonnen te rijden, met de hamer op het dashboard tikkend, terwijl dat meisje de hele rit zat te huilen. Het was zes uur 's avonds. Een eind voorbij Brussel op de E19 brak het meisje en zei ze: ‘Het is goed, ik doe weer mee.’ Ze maakten rechtsomkeert, en Lisa heeft diezelfde avond in Antwerpen nog drie klanten gehad.”

In Antwerpen werd onlangs een loverboy in beroep vrijgesproken, nadat hij eerst tot veertig maanden was veroordeeld. Zelf zei hij dat hij ‘maar een drugdealer’ was, geen pooier.

Vanhoutte: “Die jongen loopt nu rond alsof hij de koning van Antwerpen is, terwijl iedereen weet wat hij op zijn kerfstok heeft. Maar je moet het natuurlijk kunnen bewijzen. Een van de argumenten om hem vrij te spreken was dat het slachtoffer ontkende dat ze ooit was geprostitueerd. Maar als je dat kind gaat ondervragen in de instelling waar ze gerekruteerd is, en waar de vriendjes van haar pooier aan de poort staan, is het nogal wiedes dat ze geen belastende verklaringen zal afleggen.”

“Een ander argument was dat de advertenties op de sekssites waren geplaatst met de telefoon van het meisje, niet met die van de beklaagde. Als je het loverboysysteem kent, weet je dat dat een klassieke truc is: het eerste wat die pooiers doen, is de telefoon van die meisjes afnemen om de advertenties te plaatsen, zodat ze zelf geen sporen nalaten. Dat soort dingen zou de advocaat van het meisje op het proces kunnen uitleggen, maar er was helaas geen enkele burgerlijke partij aanwezig. Dus was er ook niemand om de kant van het slachtoffer te belichten. Vaak weten die meisjes zelf niet eens wanneer het proces tegen hun pooier zal plaatsvinden. De rechtbank laat dat weten aan hun ouders, maar die geven dat niet door aan hun kinderen - die meisjes zitten net in een instelling omdat de relatie met hun ouders zo slecht is. Ze krijgen een voogd toegewezen, maar dat systeem loopt niet optimaal. En het zijn net die meisjes die om de haverklap weglopen. Ik sprak onlangs een advocaat die al een jaar geen idee had waar zijn cliënte uithing.”

De daders uit de dossiers van 2015 hebben straffen tot acht jaar cel gekregen, maar de meesten zijn intussen weer op vrije voeten.

Vanhoutte: “Van de zes daders die werden veroordeeld in de eerste Antwerpse dossiers, zitten er nog twee in de gevangenis. De anderen zitten thuis onder elektronisch toezicht, maar zo'n enkelband houdt hen niet tegen om hun activiteiten voort te zetten. Ze knippen dat ding gewoon door. Eén mag de gevangenis overdag verlaten en moet er alleen nog overnachten. Als zo'n pooier de gevangenis in gaat, nemen zijn vrienden, broers of neven de meisjes vaak over. De akeligste netwerken zijn de familiebedrijfjes, waar zelfs de vrouw van de pooier meewerkt.”

Hoe vergaat het de meisjes achteraf, als hun pooier veroordeeld is en zij terug naar de instelling gaan?

Vanhoutte: “Van de meisjes die in de Antwerpse dossiers van 2015 voorkwamen als slachtoffer, werd er geen enkel aangemeld bij de gespecialiseerde centra voor slachtoffers van mensenhandel. Het merendeel wordt vandaag nog altijd uitgebuit in de prostitutie. De meesten zijn ondertussen meerderjarig. Slechts enkelen zijn erin geslaagd zich uit het milieu los te maken en proberen nu met vallen en opstaan een leven buiten de prostitutie op te bouwen.”

In hoofd en hart

Jeugdadvocate Chantal Van den Bosch stond de voorbije jaren op de barricaden voor een betere opvang voor slachtoffers van loverboys in de jeugdinstellingen. Drie jaar geleden beheerste het lot van haar cliënte, de 14-jarige Lotte (*), dagenlang het nieuws toen het meisje vier nachten in een politiecel moest doorbrengen omdat er geen plaats voor haar was in de gesloten jeugdinstelling. Het meisje was thuis weggelopen en werd weken later in een huis in Borgerhout teruggevonden, waar ze zich prostitueerde voor oudere jongens. Er zaten nog vier meisjes van 15 en 16 jaar in het huis, die uit instellingen waren weggelopen.

Chantal Van Den Bosch: “Die meisjes gaan dan terug naar de instelling, waar ze in een strakke, rigide structuur terechtkomen, met strenge regels. Ze belanden er tussen meisjes met een heel andere problematiek, en krijgen er niet de individuele begeleiding die ze nodig hebben. Soms kun je niet anders dan ze een tijdlang opsluiten in een gesloten centrum, voor hun eigen veiligheid, maar je moet ze heel intensief begeleiden, anders blijven ze emotioneel afhankelijk van hun pooiers en keren ze steeds naar hen terug. Ik heb als jeugdadvocate verschillende meisjes bijgestaan die telkens opnieuw uit de instelling wegliepen, recht in de armen van hun loverboy.”

“Je mag de macht van zo'n pooier niet onderschatten. Die man zit in hun hoofd en in hun hart, op elk moment van de dag, als een drug. Als ik met die meisjes praat, lopen tijdens het gesprek voortdurend berichtjes van hun loverboy binnen op hun telefoon. 'Waar zit je?' 'Wat doe je?' Ze willen dan onmiddellijk antwoorden, bang om iets verkeerds te doen. Ze kunnen zelfs niet slapen zonder de goedkeuring van hun pooier.”

“Jeugdrechters doen hun best om oplossingen te vinden voor die meisjes, maar binnen de jeugdinstellingen lukt het haast nooit. Eén van de slachtoffers die ik begeleid, heeft drie jaar in een instelling achter de rug, zonder enige beterschap. Nu heeft de jeugdrechter beslist om haar bij een soort pleegmama te plaatsen. Gek genoeg gaat het veel beter met haar, nu ze buiten een jeugdinstelling verblijft.”

Vanhoutte: “Als zo'n meisje uit het circuit van de loverboys wordt geplukt, heeft ze minstens een paar weken of maanden nodig om op verhaal te komen, zonder dat haar voortdurend vragen worden gesteld. Voor de volwassen slachtoffers van mensenhandel heeft Payoke een aparte shelter, een geheim adres waar ze tot rust kunnen komen en waar ze geen contact hebben met het milieu. Voor minderjarigen bestaat zoiets niet. Zij gaan automatisch terug naar de jeugdinstellingen. We krijgen nu van minister Vandeurzen extra geld voor twee medewerkers die de meisjes in de instellingen gaan opzoeken en begeleiden in samenwerking met de instelling, en een jurist om hun rechten te waarborgen. Dat is natuurlijk goed, maar eigenlijk hebben we een afzonderlijk vluchthuis voor die jonge meisjes nodig. Dat is het enige wat helpt.”

(*) Lotte en Lisa zijn fictieve namen

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234