Zondag 16/05/2021

De afwezigen

Annick en Richard gingen ieder met het openbaar vervoer naar de plaats van hun eerste afspraak, dat hadden ze wat lacherig en samenzweerderig besloten toen zij aan de telefoon uitlegde hoe hij er best raakte. Zij met de tram, hij met de trein, waar hij nu in de weerspiegelende ruiten tussen hem en het vroege duister zijn verschijning monsterde. Dat ze met het openbaar vervoer naar elkaar toereisden had iets geruststellends, alsof vanaf nu het leven geregeld zou worden door dienstregelingen en klokvaste verbindingen, waardoor het uitgesloten werd dat er verkeerde beslissingen genomen zouden worden. Tijdens het laatste stuk van de reis, daar waar de intercity in de interregio overging, besloot hij om nog eens, voor de zoveelste keer, hun korte voorgeschiedenis in ogenschouw te nemen.

Hij was een nieuwe fotokopieermachine komen leveren in een buurthuis, en al was het vrijdag, kort na de middag, de hele ruimte liep vol met drukke Marokkaanse en Turkse meisjes die foto's op grote kurken borden spijkerden. "Morgen opent de fototentoonstelling van onze meisjes," had de verantwoordelijke gezegd, een dikke vrouw met vrolijke ogen, die verder amper luisterde naar zijn uitleg over wat voor mogelijkheden het nieuwe apparaat bood. Een Marokkaanse jongen was erbij komen staan, maar die leek lichtelijk verveeld, zelfs vijandig. Ten slotte was Annick binnengekomen. "Het lot is een deur," bedacht hij opnieuw - net toen de trein voorbij Eppegem spoorde - en zij had geluisterd, en ze hadden elkaar adequaat kunnen helpen. Hij had zijn blik moeilijk kunnen losmaken van haar strakke gelaat, de dunne hoornen bril en haar peilende grijze ogen, haar dunne, haast geciseleerde lippen. Toch had het geheel iets passievols, waardoor het voor hem moeilijk was om te vertrekken. Op firmapapier had hij een woordje geschreven om haar te bedanken, en een paar dagen later belde zij hem op. Ze hadden over de machine gepraat, over de gebruiksaanwijzing in de vier talen, en ten slotte had ze voorgesteld dat hij haar misschien met Nederlands kon helpen. "Maar dan moeten we elkaar zien," had hij ademloos geopperd, en ze had gevraagd of hij zin had om mee te gaan naar het jaarlijkse etentje van een gemeenschapshuis waar ze eigenlijk naartoe moest. Gretig was hij erop ingegaan - een nieuw leven in een andere taal was wat hij nodig had.

Met zijn tuil gemengde bloemen voelde hij zich wat onthand en besloot een taxi te nemen. Het dreigde trouwens ook te gaan regenen. De auto stopte bij een oud, laag huis op een hoek. Hij duwde de deur open en worstelde een dik roze gordijn opzij. In de vrij kleine ruimte - die vroeger duidelijk zelfs uit twee kamers had bestaan - stonden kleine formica tafeltjes en zaten enkele mensen te eten. Een slank, donker meisje liep op hem toe, en wachtte - misschien tot hij alleen de bloemen zou afgeven. "Ik heb een afspraak," zei hij. "Met Annick." Het meisje nam hem op met sympathie. "Ja," antwoordde ze. "Annick heeft gereserveerd voor twee. Die tafel daar. Zal ik de bloemen in het water zetten?"

Hij ging zitten op de stoel vanwaar hij de deur in het oog kon houden. De regen tikte nu tegen de ramen. Monter tikte hij met zijn vingers mee op het ook roze tafelkleed. Het was hier niet ongezellig. Het meisje boog zich over hem heen. "Wilt u al iets drinken? Het huisaperitief?"

Hij dacht vlug na. "Misschien straks... Samen..."

"Oké. Overigens, ik ben Leila."

"Hé, Leila. Dag, Leila."

Hij keek om zich heen. De meeste mensen aten zwijgend, zonder op te kijken. Hij ging gemakkelijker zitten. Annick had blijkbaar alles goed geregeld. Misschien moest hij niet nerveus zijn en zich gewoon overgeven aan haar doeltreffendheid.

De deur ging open. Hij zag haar voor de tweede keer binnenkomen. In één beweging, zonder om zich heen te kijken, opende en sloot ze de deur, schoof een natte paraplu onder de houten staande kapstok en schudde haar hoofd om de regen uit haar haar te zwiepen. In een flits had hij het streepje grijs opgemerkt, maar hij werd vooral mee opgetild door de gracieuze, wat hijgende beweging. Het had iets vertrouwds. Een vrouw die zo de regen uit haar haar schudde - hij was er zeker van, hij zou van haar kunnen houden. Hij stond recht.

Annick velde niet meteen een oordeel omdat hij een pak en een das droeg, maar registreerde het. Ze had alleszins niet de reflex die ze een paar keer moest overwinnen wanneer ze een man zag rechtveren - of net niet. "Hoe moet ik in godsnaam de avond met zo'n figuur doorkomen?" Natuurlijk was ze geconditioneerd door de paar keer dat ze op advertenties had geantwoord. Eerst had ze niet gewild, maar dikke Marina had haar, de uren dat ze zich verveelden tijdens de lange permanenties, overtuigd.

"Maar", had Annick geopperd, "dat is niet echt. Dat is niet het leven."

"Dan zijn wij ook niet echt," had Marina kordaat geantwoord. "Waarvoor wij hier zijn? Het leven een handje helpen is ook het leven." Annick was vooral afgeknapt op de brieven die ze terugkreeg. Onbeholpen of arrogante knullen die haar al meteen Ma chérie noemden, of De Zon van mijn bestaan. Hoe kon iemand zoiets schrijven als hij je nog nooit gezien had, het relegeerde haar als tot een hoe dan ook te knuffelen zielloos pluchen beest.

Ze drukten elkaar stevig de hand. "Heb je het makkelijk gevonden?" Hij zei glimlachend dat hij moest bekennen dat hij voor het laatste stuk een taxi had genomen, en wachtte op een goedgemutste vermaning, maar zij scheen vergeten te zijn dat ze hem daarover aan de telefoon had geplaagd. Ze schrok. Leila hield de bloemen voor haar neus. Ze rook eraan, streelde voorzichtig over een witte kelk. Iets verlegens in zijn ogen raakte haar.

"Ik zal ze terug in het water zetten," zei Leila.

Ze gingen zitten, Annick schoof Richard de kaart toe. "Je kunt niet echt kiezen, hoor," waarschuwde ze hem. "Alleen bij het hoofdgerecht is er een verschil. Biefstuk of gebakken pladijs." Zakelijk bracht ze hem op de hoogte van wat dit hier eigenlijk was. Een gemeenschapshuis dat voornamelijk eten verstrekte, een dagelijks menu met alle voor de mens noodzakelijke ingrediënten voor heel weinig geld. Het waren oudjes die er kwamen. Werklozen. Sommige jongeren die van huis waren weggelopen. "Maar deze avond is een uitzondering. Normaal is het alleen 's middags eten, 's avonds zijn de mensen bang om daarna overvallen te worden." Haar grijze ogen peilden hem weer. "Vind je het erg hier te zijn?"

"Natuurlijk niet!" Niet te juichend, verwittigde hij zichzelf.

Annick lachte. "Het heeft iets van een fancy fair!" Niet de bakvis uithangen, corrigeerde ze zichzelf.

"Vertel over je werk," zei hij. Het klonk als een soap, maar het was wat verwacht werd, en zij begon echt opgewekt te vertellen. Over hoe het buurthuis er echt toe bijdroeg dat Marokkaanse en Turkse meisjes zich onafhankelijker van hun familie konden gedragen, zich vlotter aanpassen.

"En de vaders?" probeerde Richard. "De mannen?"

Annick knikte. "Dat is soms moeilijk. Maar we worden wel geholpen door de jongere generatie. Ahmed, bijvoorbeeld. Die heb je gezien."

Hij voelde een steek van wantrouwen. Hij vond het belachelijk van zichzelf. Hij besloot dat als het iets zou worden tussen hen, hij nooit jaloers zou zijn op mensen met wie ze werkte. Op een of andere manier maakte dat voornemen hem doodmoe. Annick ontdeed nu de koude asperges uit blik van de blinkende ham eromheen. "En jij?"

"Oh, er is veel veranderd sinds fotokopies ook in kleur kunnen!"

De dame aan het tafeltje naast hen was klaar met haar hoofdgerecht en bestelde nu de koffie. Beschroomd vroeg ze of Leila dan ook meteen de vuile borden wilde meenemen. "Dat is plezanter."

"Plezanter," herhaalde Leila zonder enige ironie.

Er was iets, een of ander goedje in dat huisaperitief dat hem deed blozen. Zijn tong sloeg bijna dubbel toen hij vroeg: "En? Hobby's? Heb je tijd voor hobby's?"

Annick haalde haar schouders op. "Ik heb niet veel tijd."

Ik moest iets zinnigs zeggen alvorens ik helemaal rood zie, denkt hij. Ze wisselen zinnen over onregelmatige uren, veel onderweg. Slaagt hij erin de vraag te stellen waar ze beiden op wachten. "Woont u alleen?"

Ze knikt. En plots, onverwacht scherp, gekwetst, uitdagend: "Dat is best. Altijd rekening moeten houden met iemand... C'est affreux!" Hij denkt na over dat woord. Een woord als een afgrond.

"En u?"

"Ja. Ik ben gescheiden." Hij wacht even, en zegt het dan toch. "Ik vind het vreemd blijven klinken. Alsof je maar blijft zitten in de wachtzaal van het justitiepaleis."

Annick haar blik dwaalt weg. "Feiten zijn feiten."

Verwoed, ingehouden, fileert hij zijn vis. Feiten. Feit is dat hij nog altijd leefde als een tijdreiziger in het museum van zijn eigen verleden. Dat hij zich maar blijft opmaken voor een tweede kans. Een straathond op zoek naar kruimels in een leven dat hij niet herkent. Maar trouw, dacht hij grimmig. Trouw. Hij zoekt de asgrijze ogen van Annick. Die zijn afwezig.

Hun laatste avond samen. Ze hadden de uren van de filmvoorstelling verkeerd gelezen, daar natuurlijk bitter over gekibbeld, maar ten slotte toch besloten om te wachten. Hij was twee longdrinks gaan halen, en in de gefumeerde spiegels van de grote bar zag ze hen naderen. Energiek, lachend, tegen niemand in het bijzonder, en zeker niet tegen haar. Toen hij vlak bij haar was en haar het glas overhandigde, sloot zijn gezicht zich. Het werd als een masker. Wat was het dat liefde doet veranderen in een masker? Daden, woorden, of louter de onophoudelijke riegdraad aan dagen?

Noch Annick noch Richard noemden een naam boven de graten van de vis.

"Is alles in orde?" vroeg het Turkse meisje. Ze klonk bezorgd. Richard keek dankbaar. Ik raak haar kwijt, vreesde hij. Ik heb haar nooit gehad en ik raak haar kwijt.

Ophalen, dacht Annick. Ophalen! Hij is toch geen zak. Hij is zelfs oké. Maar het gesprek was nu echt gestokt, en ze keken beiden zwijgend naar de stronk ijskreem die voor hen stond te smelten.

Richard keek haar recht in de ogen. "Het lijkt alsof de afwezigen gelijk krijgen."

Ze beantwoordde zijn blik. "Het lijkt er mee op dat wij de afwezigen zijn." Ze lachten. Opgelucht. Nu ze besloten hadden dat ze geen verhouding moesten beginnen had het nog iets kunnen worden tussen hen. Maar net dan zette Leila twee minuscule likeurtjes voor hen neer, en ze keken ernaar met dezelfde afwerende herinnering aan vreugdevolle katers, met dezelfde schampere roes aan niet gedronken alcohol.

"Ik ga nu naar huis," mompelt Annick. Richard kijkt op zijn horloge. "Ik heb een trein om..."

Leila belt spijtig de taxi. Annick loopt met Richard buiten. Ze nemen afscheid met dezelfde stevige handdruk. De motregen viel op haar haar. Nu herinnert zij het zich. "Ja, op zaterdagavond mag een taxi tot het openbaar vervoer gerekend worden." Dat zou het enig vrolijk gedeelde geheim tussen hen blijven. Hoe ze hier kwamen en weer weggingen.

Pierre Platteau

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234