Zondag 29/11/2020

De afwezige Grunberg

Arnon Grunberg is gefascineerd door "de geënsceneerde werkelijkheid", door het spel van illusies en mystificaties

door Johan Vandenbroucke

Een gewetenloze schrijver is het hoofdpersonage van Fantoompijn, de sprankelende roman van Arnon Grunberg die zondag werd bekroond met de AKO-literatuurprijs. De ietwat verknipte schrijver Robert Mehlman beschouwt het leven als een verhaal dat door hem - de schrijver "die stiekem zelf aan alle touwtjes trekt" - wordt geënsceneerd. Alles is fictie, rollenspel, bedrog, en precies om dat spel van illusies is het hem te doen: "Het moment dat ik zelf begon te geloven in de zorgvuldig door mij geënsceneerde werkelijkheid, dat was het moment van de euforie. Het moment dat het verhaal dat je bedacht hebt er met je vandoor gaat."

Mehlman is een uitvergroting, maar ook Arnon Grunberg is gefascineerd door "de geënsceneerde werkelijkheid", door het spel van illusies en mystificaties. In een interview met De Morgen zei hij bijvoorbeeld: "Als je in de illusie gelooft, wordt de illusie in zekere zin echt. Het wordt nog makkelijker om in een illusie te geloven als je iemand kan vinden die ze ook even wil geloven. Ik vraag me vaak af of wat je zelf creëert, ensceneert, in het leven roept, per definitie onbestaande is."

De winnaar was niet op de uitreiking van de AKO-Literatuurprijs. Tijdens de uitzending van De Plantage zat Grunberg thuis in New York voor zijn computer te wachten op een e-mailbericht. Een vriendin nam de cheque in ontvangst en sprak het dankwoord uit dat hij alvast had geschreven, hoewel hij er niet op rekende - zo benadrukte hij in de Volkskrant - de prijs te krijgen: "Een dankwoord is net een pleister of jodium, altijd goed om in huis te hebben."

Aan de organisatie had hij laten weten niet aanwezig te zullen zijn wegens gezondheidsredenen. Hij was een tijd ziek geweest en worstelde nu met dwingende deadlines. ("Er is geen beter medicijn dan de deadline", merkt een uitgever op in Fantoompijn, terwijl de hoofdpersoon gewaagt van "deadlines die mijn leven de schijn van structuur moesten geven en mij moesten troosten met de absurde veronderstelling dat het allemaal een doel diende". Elders in de roman stelt hij dat de deadlines van kranten, tijdschriften en uitgeverijen hem verveelden : "Dus begon ik mijn eigen deadlines te verzinnen.")

Aanvankelijk had het organisatiebureau van de AKO-prijs contact met een tussenpersoon - door Grunberg als "mijn vriend en assistent" beschreven - maar die kon ook na enkele dagen nog geen uitsluitsel geven over de komst van de schrijver. (In Fantoompijn heeft Mehlman ook iemand om zijn praktische zaken te regelen: "... mijn vriend en secretaris. Vrienden had ik eigenlijk niet, maar alleen secretaris dekte de lading niet. En kennis was ook niet het juiste woord." Op deze parallel gewezen in een interview merkte Grunberg op: "Een beetje mystificatie is nooit weg.")

Op 13 oktober kreeg de organisatie een fax van Grunberg, met een dankbetuiging voor de hem toegezonden boeken van de andere genomineerden en met de melding dat het hem "vanwege mijn gezondheid" onmogelijk was de festiviteiten bij te wonen. Hij stelde voor een vriend af te vaardigen, "een uitstekende plaatsvervanger, beter dan het origineel, durf ik te zeggen". Hij eindigde met een compliment voor Katinka, de coördinatrice die op zijn antwoordapparaat enkele boodschappen had nagelaten: "Verder hebt u een prachtige stem."

De coördinatrice volhardde in haar pogingen om hem alsnog in Amsterdam te krijgen. (In Fantoompijn stelt Mehlman: "Overtuigingskracht is een kwestie van de juiste woordkeus.") Ze stuurde een mail waarin ze, onder meer, schreef dat ze misschien een beroep kon doen op hun gezamenlijk verleden: "Onze moeders schijnen ons geregeld naar dezelfde zandbak in het Weteringspark te hebben meegenomen." Grunberg antwoordde: "Ik begrijp dat u mij een huwelijksaanzoek doet." De zandbak herinnerde hij zich niet, maar zijn moeder had het hem bij navraag bevestigd. Hij sloot met: "Stuurt u een fotootje, dan weet ik het weer."

Aldus de coördinatrice. Grunberg beschrijft het in de Volkskrant enigszins anders: "Met een dame van het bedrijf dat die AKO-prijs organiseert, heb ik een vermakelijke correspondentie gevoerd. Eerst kreeg ik een soort huwelijksaanzoek, en toen ik daarop inging bleek het opeens te gaan om de vraag of ik per satelliet in de tv-uitzending wilde verschijnen." En verder: "Als je met woorden een illusie schept, zoals dat huwelijksaanzoek, dan moet je dat langer volhouden dan één e-mail. Dergelijke zaken stellen mij teleur." Typisch Grunberg. In een interview met Jim Schilder (Weekend Knack) hield hij een pleidooi voor "iets zeggen in een opwelling en het dan ook doen: we gaan op tangoles of we gaan trouwen in Las Vegas." En in Fantoompijn doet de schrijver al na enkele bladzijden een huwelijksaanzoek aan een serveerster, overigens terwijl zijn vrouw aan het bevallen is.

Wie verder ook nog probeerde - VPRO-medewerkers, de voorzitter van de AKO-Literatuurprijsstichting, zijn uitgever - Grunberg bleef bij zijn voornemen niet te komen. Daarbij werd hij in het ongewisse gehouden wie de prijs zou krijgen, en dat speelde trouwens helemaal niet mee in zijn beslissing, benadrukte hij. Terwijl hij aan de organisatie vooral zijn gezondheidsproblemen als reden aanhaalde, werden die in het vrijdag gepubliceerde e-mailinterview in de Volkskrant niet vermeld. Wel schreef hij dat hij steeds minder houdt van festiviteiten en dat hij moest werken: "Of ze moeten zeggen dat de AKO-prijs alleen is voor schrijvers die bereid zijn op te dagen, of je geeft ze de vrijheid thuis te blijven, omdat ze bijvoorbeeld een hedendaagse Lof der zotheid af moeten maken."

In geen van de correspondenties werd verwezen naar de kwestie Marek van der Jagt die enkele dagen voor de bekendmaking van de AKO-nominaties was ontstaan en volgens mij de echte reden van zijn afwezigheid was. Zoals bekend werd de Anton Wachterprijs toegekend aan Marek van der Jagt voor De geschiedenis van mijn kaalheid, al merkte de jury meteen op dat de roman heel sterk deed denken aan het werk van Grunberg, die in 1994 dezelfde debutantenprijs kreeg voor Blauwe maandagen. De nagenoeg onbekende Van der Jagt - al dook zijn naam al eens eerder op, nota bene in een polemiekje met Grunberg in NRC-Handelsblad - zou een student filosofie zijn die in Wenen woont en er in een drogisterij werkt. Onderzoek naar zijn identiteit leverde weinig op, behalve meer verwijzingen naar Grunberg: zo bleek bijvoorbeeld het e-mailadres in Wenen gelinkt aan een New Yorks. Bovenal is er het boek De geschiedenis van mijn kaalheid, dat zowel qua toon, stijl als inhoud typisch Grunberg is: dezelfde aangenaam flierefluitende lichtvoetigheid, dezelfde verrassende beeldspraak, dezelfde thematieken ook. (In Fantoompijn komt Wenen trouwens even ter sprake, maar saillanter is volgende bedenking van de wat misnoegde hoofdpersoon: "Als ik ooit mijn memoires ging schrijven, zou 'De geschiedenis van mijn lafheid' een goede titel zijn.")

Voor Grunberg moet de snelle ontmaskering van de op zich geslaagde en moedige mystificatie ontgoochelend zijn, temeer daar het hem wellicht om meer dan het spel alleen was te doen. Jeroen Vullings wees er al op dat Grunberg ooit in VPRO-gids een stuk schreef over de literaire kritiek. Daarin stelde hij dat er slecht gelezen is en nauwelijks geïnterpreteerd, en dat er aan de eigen waarheid, die meer met de naam van de schrijver dan met het boek te maken heeft, niet wordt getwijfeld: "Ik kan het verlangen nauwelijks onderdrukken vanaf nu te publiceren onder de naam Lulu Wang II."

Marek van der Jagt schreef aan de jury van de Anton Wachterprijs: "U was van plan mijn boek te bekronen, niet mijn existentie." Dat lijkt me te corresponderen met een nogal cryptische slotpassage van Grunberg in zijn e-mailcorrespondentie met de Volkskrant: "De openbaarheid van het boek is niet genoeg, dus word ik zelf openbaar. Dat is een spel dat ik heb verloren, en ik zie geen mogelijkheid om dat verlies nog goed te maken." En daarom was hij niet op het AKO-feestje, al was het natuurlijk ook een beetje omdat Katinka niet meteen met hem wilde trouwen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234