Zaterdag 26/11/2022

De 'Afghanen' zijn in de bergen verdwenen

Sneller dan verwacht hebben Koerden en Amerikanen het voorbije weekend de moslimextremisten van Ansar al-Islam uit hun posities hoog in de bergen van Noord-Irak verjaagd. Meer dan honderd Ansar-strijders zouden daarbij zijn gedood, maar honderden anderen blijven zich verzetten vanuit de bergen op de grens met Iran. Ze zinnen nu meer dan ooit op wraak tegen Amerika.

Door het dorpje Biyara klatert een bergriviertje, achter de huizen doemen majestueuze besneeuwde bergtoppen op, de hemel is stralend blauw. Het zou pittoresk zijn, behalve dat de moskee verwoest is door een Amerikaans luchtbombardement en dat overal zwaarbewapende Koerdische soldaten van de PUK (Patriottische Unie van Koerdistan) tussen het puin rondslenteren. De PUK heeft Biyara zopas, met de hulp van de Amerikanen, veroverd op Ansar al-Islam, de radicale moslimbeweging die banden zou hebben met Al-Qaeda en, volgens Washington, ook met Saddam Hoessein. De peshmerga's zijn de overwinning aan het vieren door met een paarse verfbus het PUK-embleem op muren en winkelrolluiken te spuiten.

Het is een heuglijke dag voor de peshmerga's, want in de anderhalf jaar sinds het opduiken van Ansar al-Islam heeft de PUK veel manschappen verloren. Ze herinneren zich hoe Ansar-militanten op 23 september 2001 in Kheli Kama 42 peshmerga's de keel doorsneden nadat ze zich hadden overgegeven. Ansar heeft de gewoonte om zijn acties op video vast te leggen, en het bloedbad is in Soeleimania op cd-rom verkrijgbaar.

Vandaag hebben de peshmerga's nieuwe bewijzen gekregen van de wreedheid van Ansar. De moslimmilitanten hebben voor hun vertrek nog drie PUK-gevangenen gedood. Het waren onderhandelaars die naar hier waren gestuurd om te onderhandelen over een gevangenenruil.

Ansar had hen gewoon bij de rest opgesloten, in de ellendige cellen in het gebouw waar zich vroeger de PUK-inlichtingendienst bevond. Het is op de eerste verdieping van dit gebouw dat we bewijzen vinden van de terreurplannen van Ansar. In een opengebroken bureaukast: materiaal om TNT te fabriceren, boobytraps, een Casio-horloge waar draadjes uitkomen, een wekker... de alledaagse attributen van een zelfmoordbomaanslag. Eerder in de week hadden we in de gevangenis van Soeleimania gesproken met een jonge Koerdische Ansar-militant, Osman Ali, die ons vertelde over het bestaan van een zelfmoordbrigade binnen Ansar. Hij had zelf de opdracht gekregen om een aanslag te plegen in de grote moskee van Halabja, maar had zich op het laatste moment bedacht.

Een vrouw staat voor de puinhoop die twee dagen geleden haar huis was. Ze is niet treurig, integendeel: ze kan haar geluk niet op dat het terreurbewind van Ansar al-Islam voorbij is. Amakhan Ali, een oude man met een witte baard, zegt: "Ik ben zeventig jaar oud maar vandaag ben ik een kind. Dit is de dag van mijn geboorte." Nee, ondanks de aangerichte schade zijn de inwoners van Biyara niet rouwig dat de Amerikanen gekomen zijn. Amakhan Ali neemt ons mee naar een koepelvormig bijgebouw van de moskee. "Dit is ons heiligdom. Toen Ansar hier toekwam, hebben ze er toiletten van gemaakt." Veel mensen in deze ontoegankelijke bergstreek behoren tot kleine religieuze gemeenschappen die het soefisme van sjeik Husamaddin Naqshabandi. Dergelijke frivoliteiten vielen niet in de smaak bij Ansar. Een van de eerste dingen die zij deden, zegt Ali, was Naqshabandi's graftombe in de moskee openbreken en het stoffelijk overschot ergens in de heuvels dumpen. "Het was verboden om hier nog langer te bidden." Verboden was er wel meer in Ansar-gebied. Lachen werd beboet met 200 dinar (zo'n 25 dollar, een fortuin hier), vrouwen moesten zich in Taliban-stijl kleden en mochten hun huizen niet verlaten, mannen moesten hun baard laten groeien, radio en televisie waren taboe, en muziek was verboden. Een muzikant, Arjumand Hawrami, zat twee weken in de cel en werd pas vrijgelaten na het betalen van 1.000 dinar en de belofte dat hij zijn beroep zou opgeven. Zelfs op roken, zegt Ali, terwijl hij met plezier aan een sigaret trekt, stond een boete van 50 dinar.

Vraag aan eender welke peshmerga hoe zij dit gebied noemen, en hij antwoordt: "Tora Bora", naar het Afghaanse grottencomplex waar Al-Qaeda eind 2001 wekenlang verzet bood tegen het VS-leger, en uiteindelijk kon ontkomen. Als deze heuvels bekend staan als 'Tora Bora' is dat omdat er allang geruchten de ronde doen over de aanwezigheid van Al-Qaeda-strijders in de bergen hier. Voor de VS was het een bijkomend argument om Irak aan te vallen. Amakhan Ali kan niet met zekerheid zeggen hoeveel buitenlanders er onder de Ansar-strijders zijn en vanwaar ze kwamen. Maar hij schat dat er een vijfhonderdtal "Afghaanse Arabieren" waren: de term die hier wordt gebezigd voor eender wie heeft meegevochten in de oorlog in Afghanistan.

"En daar, op de nu verwoeste hoek van de moskee, was de kamer van Abu Wa'il, de militaire leider van Ansar al-Islam." Ali weet dat goed, want hij is tien keer bij Abu Wa'il op bezoek geweest om te smeken om de vrijlating van zijn schoonzoon, die - terecht - was beschuldigd van samenwerking met de PUK. Tevergeefs, Ali heeft zojuist vernomen dat zijn schoonzoon is geëxecuteerd.

Abu Wa'il is de oorlogsnaam van Sadoon Mahmood Abdullatif al Ani, de gewezen officier van de Mukhabarat, de geheime dienst van Saddam Hoessein. Met Abu Wa'il belanden we in een net van intriges waarmee men desgewenst kan aantonen dat Ansar al-Islam de missing link is tussen Saddam Hoessein en Osama bin Laden, en het ultieme bewijs dat Saddam achter 9/11 zat. Tenminste, als men voetstoots aanneemt wat Ansar-gevangenen in de PUK-gevangenis in Soeleimania vertellen.

Een paar dagen eerder zaten we daar tegenover Abdul Rahman Al-Shamari, een 33-jarige Irakees uit Bagdad die zegt dat hij sinds 1997 de liaison was tussen de moslimextremisten in Koerdistan en Bagdad. Al-Shamari vertelt een goed verhaal. Zijn rol, zegt hij, bestond erin om Bagdad te informeren over de strijd tussen de islamitische bewegingen onderling en tegen de PUK.

Omgekeerd verschafte hij de islamisten informatie over 'Afghan Arabs' die in Bagdad arriveerden, en regelde hij hun transfer naar Koerdistan. Hij werd gearresteerd in juni 2002, toen hij in Chamchamal de grens met semi-autonoom Koerdistan overstak.

Al-Shamari beweert dat hij in Sargat, in Ansar-gebied, chemische wapens heeft gezien, en dat die geleverd zijn door Bagdad. En hij zegt dat hij dertien dagen voor 11 september een conversatie heeft gehoord tussen Abu Wa'il en Abu Musaab al-Zarqawi. Die conversatie ging als volgt: "De operatie waarin het Iraakse regime de hand heeft gehad, zal eerstdaags worden uitgevoerd." Het was pas na 11 september, zegt Al-Shamari, dat hij beseft heeft waarover het ging. De Jordaanse Palestijn Abu Musaab al-Zarqawi (zijn echte naam is Fedel Nazzel Khalayleh) is een topluitenant van Osama bin Laden, en voor Washington is zijn aanwezigheid in Bagdad - in mei 2002 voor medische verzorging - het bewijs van een link tussen Saddam en Al-Qaeda.

Veel journalisten en waarnemers hebben hun twijfels bij de sterke verhalen die in de PUK-gevangenis kunnen worden opgetekend. Het past allemaal heel erg in de kraam van de PUK, zo wordt opgemerkt. En inderdaad is de PUK heel snel na 11 september Washington aan de mouw gaan trekken om te melden dat ook zij een probleem hadden met moslimextremisten, en of Amerika hen daar niet bij kon helpen? Maar er zijn een paar elementen die delen van het verhaal ondersteunen. De New York Times vond eind 2001 in een guesthouse van Al-Qaeda in Afghanistan documenten over de oprichting van een "Iraqi Kurdistan Islamic Brigade". De documenten dateerden van enkele weken voor de oprichting van Ansar al-Islam in december 2001.

De voedingsbodem was er in elk geval. Radicale moslimbewegingen waren er in Koerdistan al sinds de jaren tachtig, en op 1 september 2001 hadden de radicaalste onder hen zich verenigd in de Jund al-Islam ('Soldaten van de Islam'), die prompt een jihad had afgekondigd tegen de seculiere partijen van Koerdistan. De Jund al-Islam werd door de PUK verslagen en ontbonden. In de plaats kwam Ansar al-Islam ('Partisanen van de Islam') met aan het hoofd mullah Fateh Krekar. Krekar (een Iraakse Koerd, zijn echte naam is Najmuddin Faraj Ahmad) werd in september in Nederland gearresteerd op beschuldiging van hulp aan het terrorisme. Dat Ansar al-Islam de ideeën van Osama bin Laden aanhangt, daarover bestaat weinig twijfel. En nadat de VS het Taliban-regime hadden omvergeworpen, waren duizenden 'Afghaanse Arabieren' op zoek naar een nieuwe schuiloord. Het lijkt aannemelijk dat een deel van hen in Noordoost-Irak is beland, waar ze zich konden verschuilen onder geloofsgenoten, in een regio die uitstekende natuurlijke bescherming bood.

De link met Saddam Hoessein is een ander paar mouwen: harde bewijzen ontbreken en de mogelijkheid van politieke manipulatie is evident. Toch zou het verkeerd zijn om getuigenissen als die van Al-Shamari zonder meer af te doen als propaganda, zo zegt een Duits journalist die al zes maanden exclusief op Ansar al-Islam werkt. "Ik geloof geen seconde dat Saddam achter 9/11 zat", zegt de journalist, die niet bij naam wordt genoemd, "maar dat wil niet zeggen dat er geen contacten zijn geweest tussen Saddam en Ansar en Al-Qaeda. Saddam staat erom bekend dat hij praat met iedereen die hij denkt te kunnen gebruiken. Ansar streed tegen de seculiere politieke partijen in Koerdistan, de aartsvijanden van Saddam. Het zou heel logisch zijn als hij die strijd had willen aanzwengelen."

Er is nog een ander bizar toeval. In de PUK-gevangenis zit een jonge Ansar-militant vast genaamd Kaiis Ibrahim Kadir voor de mislukte moordaanslag op PUK-premier Barham Salih, in april 2002 voor zijn huis in Soeleimania. Ondervraagd door de PUK identificeerde hij een foto als die van zijn opdrachtgever, een man die hij kende als 'Qodama'. De foto was die van al-Zarqawi. "Is dit waar of niet? Ik weet het niet met zekerheid", geeft de journalist toe, "maar het is niet omdat de PUK politiek voordeel heeft bij een Ansar-Saddam-Bin Laden-connectie dat zo'n connectie niet bestaat."

Vast staat dat de islamisten het voorbije weekend een zware slag is toegebracht. Volgens Meriwan Taha, een kapitein van de peshmerga's in Biyara, zijn alle dorpen die onder Ansar-controle stonden, heroverd. "De Afghanen zijn gevlucht naar Iran", zegt hij, "we hebben ze tot aan de grens achtervolgd." Uit officiële PUK-bronnen luidt het dat meer dan honderdtwintig Ansar-militanten zijn gedood, en twintig peshmerga's. Nog eens zesenvijftig 'terroristen' zouden zijn gedood door Amerikaanse bommen. Een dertigtal zou de grens met Iran zijn overgestoken, en daar zijn gearresteerd.

Op zaterdag zegt Amakhan Ali dat er nog zeker een groepje van een vijftigtal Ansar-leden in de bergen zitten, "daar waar de sneeuw ligt". Het is wellicht naar hen dat het konvooi van peshmerga's en Amerikaanse Special Forces op zoek is dat ons even voor Biyara is voorbijgestoven. We vinden hen terug aan de grens met Iran. De Amerikanen praten zoals steeds niet met de media, maar we vernemen dat ze contact hebben gehad met een Iraanse delegatie. Op de terugweg blijkt Ansar nog niet helemaal uitgeroeid te zijn. Van op hun nieuwe posities in Khurmal vuurt de PUK granaten af op de heuvels. Khurmal is waar vorige week zaterdag cameraman Paul Moran werd gedood bij een zelfmoordaanslag. Wat overblijft van de bomauto ligt nog langs de kant van de weg. De dader is sindsdien geïdentificeerd als Abdal Aziz Saud al-Gharbi, een 22-jarige Saoedi. Vermoed wordt dat de aanslag de vergelding was voor het Amerikaanse bombardement op Khurmal eerder diezelfde dag. Bij dat bombardement kwam een vijftigtal moslimstrijders om het leven, niet van Ansar maar van Komal Islam. Komal, met aan het hoofd mullah Ali Bapir, werd beschouwd als iets gematigder dan Ansar. Het werkte binnen het kader van de officiële instellingen. Daarom is geschreven dat het bombardement op Khurmal mogelijk een vergissing was. Dat is weinig waarschijnlijk, want de suggestie dat Khurmal ten onrechte op de lijst van doelwitten was geplaatst, dateert al van februari.

Het lijkt er op dat het geduld van de PUK met Komal op was. Komal mocht dan geen Ansar zijn maar de contacten tussen de twee waren intens. En de Komal-posities, pal tussen die van de PUK en Ansar, verhinderden al anderhalf jaar een PUK-offensief tegen Ansar. Enkele uren voor het bombardement, zegt een goed ingelichte Koerdische bron, heeft PUK-leider Jalal Talabani Ali Bapir nog gewaarschuwd om zich uit de voeten te maken. Ali Bapir heeft geweigerd. Na het bombardement heeft een duizendtal Komal-strijders de vrije aftocht gekregen naar Pishdar, in de buurt van de Iraanse grens. Gisteren kwamen boze dorpsbewoners al op straat om te protesteren tegen hun aanwezigheid. Het is nu de vraag of de VS, hier in het noordoosten van Irak, het terrorisme een halt toegeroepen hebben, dan wel een nieuwe voedingsbodem hebben gezaaid voor terreur. Ali Bapir zei eerder deze maand dat, mochten de Amerikanen Khurmal aanvallen, zijn aanhangers zich zouden ontpoppen tot 'zelfmoordbommen'. Als Komal vorige week nog iets gematigder was dan Ansar, dan is dat nu bijna zeker niet meer het geval. "De Amerikanen hebben hun werk niet afgemaakt", zegt onze bron, "dit is nog niet afgelopen."

Koerdische PUK-soldaten herinneren zich hoe Ansar-militanten in 2001 42 'peshmerga's' de keel doorsneden nadat ze zich hadden overgegeven. Het bloedbad is op cd-rom verkrijgbaar

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234