Dinsdag 06/12/2022

De afgelopen twee eeuwen heeft België miljoenen documenten, boeken en kunstwerken opgeslagen in musea, archieven en bibliotheken. Tien 'schatkamers', de zogenaamde 'federale wetenschappelijke instellingen' (FWI's), hebben alle staatshervormingen overleef

deel 1: de bedreigde schatten van belgië

Het verhaal van een nationale schande

De federale wetenschappelijke instellingen zijn de weeskinderen van de federale overheid. Hun gebouwen zijn niet zelden in slechte staat, hun dotaties te klein, hun structuur te log of te ondoorzichtig. Ontelbare schatten zijn dan ook acuut in gevaar. De overheid weet dat, de leidinggevende ambtenaren van de instellingen weten dat ook. Om de ergste noden te lenigen is dringend 95 miljoen euro nodig. Paars-groen keek, net als alle andere naoorlogse regeringen, echter nauwelijks om naar de schatten van het land. Het verhaal van een nationaal schandaal.

Ward Daenen

De tien schatkamers van België hebben allemaal een naam. Op en rond de Kunstberg in Brussel bevinden zich de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (KMSKB), het Algemeen Rijksarchief (ARA) en de Koninklijke Bibliotheek (KB). In het Jubelpark hebben de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) onderdak gevonden. Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) ligt in het Leopoldpark, het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) in het park van Tervuren en de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB), het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) en het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA) bevinden zich allemaal op het plateau van Ukkel.

Wie de publiek toegankelijke zalen van die instellingen bezoekt, krijgt maar een fractie te zien van de meer dan 60 miljoen stukken die er bewaard worden. Dat gebeurt in voor verbetering vatbare condities, zo wees een veiligheidsstudie in 2001 uit. "De budgetten om de gebouwen degelijk te onderhouden zijn duidelijk te beperkt bij de Regie der Gebouwen", stelde het studiebureau Ingenium vast. De Koninklijke Bibliotheek, het Rijksarchief, de instellingen in Ukkel, het Instituut voor Natuurwetenschappen en het Museum voor Midden-Afrika worden slecht bewaakt. De musea beschikken over te weinig suppoosten, wat leidt tot diefstal en vandalisme maar ook sluiting van de zalen tijdens de middag.

Veiligheidsinstallaties zijn oud en "technologisch minderwaardig". De branddetectie in het Algemeen Rijksarchief, de Koninklijk Musea voor Kunst en Geschiedenis en het Koninklijk Belgische Instituut voor Natuurwetenschappen blijken dringend aan vervanging toe. Over het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika schrijft het rapport: "Door het ontbreken van een adequate branddetectie, doordat geen procedures en interventieploeg beschikbaar zijn en doordat de blusinrichtingen niet volstaan, worden de bijzonder waardevolle collecties ernstig in gevaar gebracht." Voorts kan bij brand de brandweer onmogelijk het Museumplein bereiken, waar de achterzijde van de Musea voor Schone Kunsten en de Koninklijke Bibliotheek op uitgeven. De toegangswegen naar het Algemeen Rijksarchief zijn op sommige tijdstippen onbereikbaar. "Het patrimonium van de Belgische staat wordt te grabbel gegooid", besluit de studie. Aanpassingswerken in de tien instellingen kosten 20,6 miljoen euro.

De tand des tijds knaagt ondertussen onophoudelijk aan het patrimonium: papier verzuurt, verf barst, stof rafelt uit, foto's vervagen, alcohol vervliegt. Het tere erfgoed kan ten prooi vallen aan microbiologische organismen, aan water, brand en andere calamiteiten. Drieënvijftig procent van de boeken, tijdschriften en vooral kranten uit de veelgeplaagde Koninklijke Bibliotheek zijn bedreigd met verzuring. In het Rijksarchief is de situatie nog erger (sic). Om de tand des tijds ook in de toekomst nog te kunnen weerstaan, moeten de rijksarchieven ontzuurd, herverpakt en gedeeltelijk gemicrofilmd en gedigitaliseerd worden. Kostprijs: een schrikwekkende 423,3 miljoen euro. De andere instellingen, die ook uitgebreide bibliotheken en archieven hebben, beschikken niet over cijfers, maar men kan aannemen dat een vierde van al het 'papier' uit de periode 1850-1950 bedreigd is.

Er wordt uiteraard ad hoc gerestaureerd en door bescheiden microfilm- en digitaliseringsprojecten worden er stukken gered. Een studie in verband met "een globale digitaliseringsstrategie van het patrimonium van de instellingen" is in voorbereiding. Maar vandaag beschikt geen enkele instelling, de musea voor Schone Kunsten daargelaten, over een stevig prioriteitenplan voor het behoud en het duurzame beheer van hun inboedel.

Nochtans zijn de collecties niet alleen om kunsthistorische of esthetische redenen waardevol. Hun waarde in geld uitgedrukt is gigantisch: 6,2 miljard euro schatte de Commissie voor de Inventaris van het Vermogen van de Staat de inboedel. Tweeënveertig procent van het totale roerende patrimonium van de federale staat. Dat patrimonium bevindt zich in gebouwen met een totale oppervlakte van 226.220 vierkante meter en een geschatte waarde van 174 miljoen euro. De grond waarop de gebouwen staan is nog eens 132,2 miljoen euro waard.

Ondanks de gunstige conjunctuur die de paars-groene regering in het begin van de legislatuur heel wat budgettaire meevallers schonk, werd er maar mondjesmaat geïnvesteerd in de FWI's. De middelen die op dit ogenblik voorhanden zijn, volstaan niet. Om de schatten van België te redden zijn buitengewone investeringen nodig. Nederland trok in de jaren negentig in een klap 150 miljoen euro uit voor de Deltaplan voor het Rijkspatrimonium. In België blijft het bij minimale financiële injecties. Het deed wijlen Daniel Coens (CVP) anno 1983 in volle crisis verzuchten: "Ik schaam me erover dat wij niet over de nodige middelen beschikken om zulk een fantastisch patrimonium te steunen."

Minister voor Wetenschapsbeleid Charles Picqué (PS) en zijn regeringscommissaris Yvan Ylieff (PS) trokken wel aan de alarmbel. Ze deden dat in Horizon 2005, witboek voor de modernisering van de FWI; een 68 pagina's tellende noodschreeuw naar de politieke klasse. Het witboek zette problemen nog eens op een rijtje: de verzamelingen worden optimaal geconserveerd noch beveiligd en zijn in bepaalde gevallen zelfs niet geïnventariseerd, de publieke dienstverlening verloopt stroef, de veiligheid van personeel en bezoekers is niet verzekerd, er is te weinig personeel en de directie heeft er weinig beheerscontrole over, een aantal gebouwen staat weg te teren, het onderzoeksniveau daalt.

Voor Charles Picqué is het witboek ook een middel in de strijd tegen het spook van 'splitsing', of het bicommunautaire beheer dat de gemeenschappen en gewesten een fikse vinger in de pap zou geven bij de FWI's. "Het witboek is de basis om na te denken over de federale toekomst van de wetenschappelijke instellingen", zegt Picqué tegen De Morgen. "Ik heb de indruk dat sommigen bijbedoelingen hebben. Ze willen de FWI's dermate verzwakken dat er nog maar één uitweg is: een institutionele wijziging. Het witboek is een hulpmiddel om die ontmantelingsstrategie te vermijden."

Coördinatie: Karl van den Broeck

Vervolg op pagina 44 en 45

De collecties van de federale instellingen zijn 6,2 miljard euro waard: 42 procent van het federale patrimonium

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234