Donderdag 01/12/2022

De actieve welvaartsstaat volgens Marc Dutroux

Het is zo'n zinnetje dat je vaak ziet terugkomen in de verklaringen van mensen die hem in die periode kenden: 'Hij waande zich beschermd door een hogere, obscure kracht.' Zoek er niet meteen een complot achter, maar vanaf het moment waarop gevangenisdirecteur Daniel Leblond hem op 8 april 1992 zegt dat hij zijn spullen mag pakken, heeft Marc Dutroux minstens zelf alle reden om zoiets te denken.

DOUGLAS DE CONINCK

Toen minister van Justitie Melchior Wathelet op 6 april 1992 zijn handtekening plaatste op het A4-velletje dat een medewerker hem voorlegde, kon hij niet vermoeden dat hij hiermee een politiek doodvonnis ondertekende voor niet alleen zichzelf, maar in zekere zin ook voor zijn partij, het toen nog PSC geheten cdH. De Franstalige christen-democraten konden zich in de jaren daarna nog zo geestdriftig trachten te vernieuwen, in de perceptie van de Franstalige Belg was dit de partij die bij volle bewustzijn een monster had losgelaten op de samenleving.

Als je zoveel jaren later het geheel nog eens tracht te overzien, blijft daar die ene vraag. Ja, Wathelet deed niets anders dan dat wat hij met om het even welk door vier positieve adviezen gefundeerd dossier zou hebben gedaan. Strikt genomen valt de oud-minister eigenlijk niks te verwijten. Maar wie gaf die adviezen en op grond waarvan? Stilte. De enige die na al die jaren ooit eens opstond en zei "ik", was de Bergense gevangenisaalmoezenier Albert De Vroede, die Dutroux geregeld in zijn kantoortje naar zijn oma liet bellen: "Op die bewuste personeelsvergadering had niemand een helder idee. Ze keken allemaal in mijn richting."

De Vroede vertelde de cipiers en de directeur toen maar het verhaal over hoe Dutroux in januari 1991 de kattenuitwerpselen van de grond was gaan krabben bij zijn oma. Blijkbaar was het dat wat de balans deed overhellen.

Onbegrijpelijk

Blijkbaar, want behalve deze ene getuigenis valt er van het hele dossier nog altijd weinig of niks te begrijpen. Marc Dutroux was veroordeeld tot 13,5 jaar cel en had daarvan al 6 jaar en 4 maanden uitgezeten. Begin 1991 kon hij beginnen na te denken over een verzoek om een vervroegde en voorwaardelijke vrijlating. Binnen de toenmalige wetgeving werd een gedetineerde in zo'n geval geacht minstens blijk te geven van een beetje goede wil. Ook al ging het in de praktijk om niet veel meer dan een "papiertje": zonder een bewijs dat hij in de gevangenis een opleiding had gevolgd of op enigerlei andere manier kon aantonen dat hij uitzicht had op vast werk werd zijn reclasseringsdossier als waardeloos beschouwd. Alleen als hij dat papiertje had, kon de gedetineerde hopen op de vier positieve adviezen (parket, parket-generaal, gevangenisdirecteur en personeelsconferentie in de gevangenis).

Daniel Leblond, de toenmalige gevangenisdirecteur in Bergen: "Ik merk dat in dit geval, vreemd genoeg, Marc Dutroux helemaal nergens stond op het vlak van reclassering. Het was helemaal niet duidelijk."

Zelf zegt de directeur dat het beslist niet zijn idee was om deze klant te laten gaan. Ondervraagd door de speurders in Neufchâteau, kon hij dat ook bewijzen. Hij diepte het dossier 'Cas individueel et grâces' van Dutroux op en wees op volgende zin, die hij er begin 1992 zelf in neerpende: 'Omtrent zijn professionele toekomst heeft de Dutroux geen precieze ideeën. Nu eens overweegt hij om als zelfstandige te gaan werken, dan om een opleiding tot werfopzichter te volgen, dan weer spreekt hij over het restaureren van zijn huis.'

Dat, zegt Leblond, was een formulering waarmee hij aangaf dat de gedetineerde "er nog niet klaar voor was". Dutroux had in 1991 de RVA in Bergen aangeschreven om een cursus decoratie te volgen, en daar was verder niks van in huis gekomen. Hij volgde ook cursussen informatica, chemie, biologie en psychologie, maar werkte geen enkele daarvan af. Hij had op geen enkel ogenblik blijk gegeven van enige intentie om werk te zoeken.

Daniel Leblond: "Ik was dan ook verbaasd om vast te stellen dat de administratie op basis van een zo vaag en onprecies project, dat geen enkele vorm van reclassering garandeerde, het dossier liet passeren." (1)

Het is hij, directeur Leblond, die Marc Dutroux in de ochtend van 8 april 1992 in zijn kantoor roept en de - letterlijk - verlossende woorden moet uitspreken: "De minister heeft beslist. Pak je spullen maar." Hij geeft Dutroux nog een documentje mee waarin de voorwaarden voor zijn vervroegde vrijlating worden opgesomd.

Verplicht om: 1.) loyaal mee te werken aan een strikte sociale begeleiding 2.) op regelmatige basis een medisch-psychologische opvolging voort te zetten 3) het bewijs te leveren (aan de penitentiaire administratie) van het hebben van een beroepsbezigheid en van reguliere bestaansmiddelen 4) de burgerlijke partijen schadeloos te stellen. Verboden om: 1) overmatig alcohol te gebruiken en al te veelvuldig drankgelegenheden te bezoek 2) 1. contact te hebben (in zoverre zij geen familie zijn) met ex-gedetineerden.

Marc Dutroux is vrij, en hij moet nu normaliter werk zien te vinden. Dat is de voorwaarde die hem bij zijn vrijlating klaar en duidelijk is opgelegd. Wat doet Dutroux? In de ochtend van op 9 april, minder dan 24 uur nadat de gevangenispoort achter hem is dichtgeklapt, meldt hij zich aan in de praktijk van de 68-jarige dokter Emile Dumont in de kliniek La Ramée in Ukkel.

Dutroux kent de arts vrij goed. Zijn telefoonnummer duikt geregeld op in de lijst die Albert De Vroede bijhield over de bezoekjes in zijn kantoortje. Dumont, zo blijkt later, is ook de arts die Dutroux en Michelle Martin à volonté voorschriften zou bezorgen voor middelen als Rohypnol en Haldol, die hij zou gebruiken om zijn slachtoffers mee te verdoven.

Wanneer Dutroux die ochtend het dokterskabinet verlaat, is hij in het bezit van een medisch attest dat hem voor 66 procent invalide en bijgevolg ook werkonbekwaam maakt. Hij kan nu gaan leven van een uitkering bij het Riziv. De diagnose die de oude dokter daarvoor stelt, zullen we maar opmerkelijk noemen, want 'waanzin' klinkt zo extreem. De diagnose luidt: 'Depressie vanwege langdurige detentie.'

Natuurlijk is Dutroux' status van invalide maar tijdelijk. En dus "onderzoekt" de dokter zijn patiënt in december 1993 nog eens. Weer zo'n diagnose: 'Staat van nervositeit die er niet op is verbeterd (...) Staat van depressie die er niet op is verbeterd ingevolge huiszoeking. Nog steeds agressief met neiging tot explosie woede-uitbarstingen.'

De grote Riziv-fraude

Huiszoeking? Inderdaad. In 1993 hebben de rijkswacht van Charleroi de eerste tips bereikt over hoe de amper vrijgekomen Dutroux al meteen marginale figuren aanspreekt en hen geld aanbiedt om meisjes te helpen ontvoeren. De rijkswacht voert een onderzoek (Operatie Decime), verricht bij hem een huiszoeking en brengt zo Dutroux' lichamelijke gesteldheid onherstelbare schade toe.

Uit deze periode dateren ook de meldingen - via eerste wachtmeester Christophe Pettens - over "kelders" die hij hiervoor aan het verbouwen is. Marc Dutroux is in november 1992 ook al eens door de politie van Charleroi van de schaatsbaan geplukt omdat hij daar het tienermeisje Laetitia C. heeft lastig gevallen. Hoewel voorwaardelijk vrij, komt hij er mee weg, en weet hij dokter Dumont ervan te overtuigen dat ook dit schandelijke onrecht hem nóg depressiever en invalide heeft gemaakt.

In de nadagen van de zaak-Dutroux werd de oude arts uit Ukkel vaak aangesproken: "Was jij dat?" De man kon enkel beamen en verwijzen naar zijn leeftijd. En aanvoeren dat die besnorde man uit Charleroi die in zijn praktijk zat, er toch erg zielig had uitgezien.

Het is nu - gelukkig - ook niet zo dat één enkele arts je met één pennetrek aan het statuut van uitkeringsgerechtigde kan helpen. Er komt een controle-arts van het Riziv bij te pas en in het geval van Marc Dutroux was dat dokter Verdeure, uit Charleroi.

Terwijl deze man aantoonbaar een grotere verantwoordelijkheid droeg dan dokter Dumont, tref je zijn naam in het eindrapport van de commissie-Dutroux niet aan. Dokter Verdeure is niét hoogbejaard, bijziend of seniel, maar neemt wel zonder verpinken de diagnose van zijn collega uit Ukkel over. In oktober 1994 komt hij tot volgende diagnose: 'Angstdepressies ten gevolge van zijn juridische en sociale antecedenten (...), een psychopathisch en paranoïde personage.'

In een rapport op 8 juli 1996, een maand voor de zaak-Dutroux ontploft, heeft diezelfde dokter Verdeure het in zijn eindrapport over 'een paranoïde psychose zonder verbetering, een breuk in de linkerarm en klachten over hoofd- en rugpijn'. Het is deze diagnose die Marc Dutroux voorgoed "invalide" zal maken.

Nochtans weten ze bij het Riziv perfect dat Dutroux gezond is als een vis. Hij is sinds begin 1993 al twee keer betrapt op zwartwerk en dat is ook gerapporteerd aan het Riziv in Charleroi. In het moraliteitsverslag lezen we daarover: 'Het Riziv meldt ons dat volgende bedragen ten onrechte werden ontvangen door Dutroux: 80.353 frank voor de periode van 15 tot 31 januari 1993. 1.228.857 frank voor de periode van 1 april 1993 tot 30 juni 1996.' (3)

Ja, we lezen het goed. In juni 1996 komt het Riziv tot de conclusie dat ze 1,3 miljoen frank ten onrechte heeft uitbetaald aan de duidelijk helemaal niet werkonbekwame Marc Dutroux. Op 8 juli 1996 ligt daar het eindrapport van Riziv-controle-arts, die heeft besloten dat deze man zo ziek is dat hij nooit meer zal kunnen werken.

Om deze administratieve waanzin ten volle te vatten, is het nuttig om weten dat Marc Dutroux sinds 1985 over twee BTW-nummers beschikt. Die zal hij nu en dan bezigen om valse facturen mee uit te schrijven, telkens hij onderweg is om auto's te kopen, te verkopen of weg te takelen.

Ondervraagd over zijn BTW-nummers, zegt Dutroux: "Het is de Belgische Staat die mij nog geld moet. Toen ik in de gevangenis zat, heb ik de nodige stappen ondernomen om die BTW-nummers te laten schrappen. Het ministerie moet mij daarom nog 10.000 frank.'

De belegger

Het tweede wat Marc Dutroux na zijn vrijlating doet, is een van zijn huizen in brand laten steken. Hiervoor kan hij rekenen op zijn jeugdvriend Patrice Charbonnier. Dutroux is exact drie dagen op vrije voeten, wanneer die op 11 april 1992 zijn stulpje in de rue Jules Destrée in Marchienne-au-Pont in rook doet opgaan. Op 6 augustus 1992 keert de verzekeringsmaatschappij Aegon de som van 1.447.880 frank uit voor de geleden schade. Niet slecht, voor een krotwoning waarvoor Dutroux op 16 januari 1986, slechts zes jaar daarvoor, 300.000 frank heeft neergeteld.

Wat met huizen kan, kan ook met auto's. Verzekeraar Christian Duray uit Gilly keert op 28 juni 1994 80.000 frank uit aan Dutroux. Op 13 februari 1995 stort hij 49.488 frank, op 6 maart 1996 nog eens 46.800 frank en op 2 mei 25.669 frank. (4) Het gaat telkens om gefingeerde ongevallen, waarvoor vrienden als Bernard Weinstein zijn ingeschakeld als zogenaamde brokkenpiloot. Ting ting, de kassa blijft maar rinkelen: in minder dan vier jaar heeft Dutroux 1,7 miljoen frank verdiend met verzekeringsfraude.

Ieder andere normale mens valt minstens één keer door de mand. Hij niet.

Dankzij de dokters Dumont en Verdeure int hij maandelijks een uitkering van 80.000 frank. Dat is mede gevolg van het feit dat Dutroux gescheiden is. Op 12 december 1988 is hij in de gevangenis van Jamioulx met Michelle Martin getrouwd. Drie maanden na zijn vrijlating, op 2 juli 1992, is de echtscheiding beklonken. Ook hier is het voor elke waarnemers duidelijk te zien dat het slechts om een papieren regeling gaat, bedoeld om de uitkering nog wat verder de hoogte in te jagen. Op 24 september 1993 bevalt Marin van Andy Dutroux, op 24 november volgt Céline Dutroux. (Beide kinderen hebben hun vader niet of nauwelijks gekend en groeien nu onder een andere naam op in een pleeggezin.)

Reeds in de gevangenis van Bergen heeft Marc Dutroux een nieuwe passie ontwikkeld. Hij heeft zich geabonneerd op l'Echo de la Bourse en begint aandelen te verhandelen. Een eerste transactie vindt plaats op 21 mei 1992, een jaar later beheert hij al een portefeuille van 1.946.000 frank. Voor de speurders was het een hele klus om na te rekenen in hoeverre Dutroux nu een gelukzak, een verstandige belegger dan wel een loser was. Opvallend was bijvoorbeeld de verkoop van al zijn warrants van Union Minière op 15 december 1994, wat hem een verlies van 400.000 frank oplevert. Volgens analisten doet Dutroux het stomste wat een belegger op dat ogenblik kan doen. Globaal schijnt het echter allemaal nogal mee te vallen, aldus het moraliteitsverslag: 'In vier jaar tijd hebben zijn beursactiviteiten Marc Dutroux een voordeel opgeleverd van 550.000 à 790.000 frank, en dit op een kapitaal van ongeveer 2 miljoen frank.'

Maar van waar kwam die 2 miljoen frank? Het geld komt van zijn in oktober 1985 geopende rekening bij de Generale Bank in Luxemburg. Hij heeft er toen aan het loket, cash, 1.059.674 frank op laten storten. In oktober 1991 heeft een onbekende er aan het loket in Luxemburg er nog eens 510.000 frank bijgedaan. De herkomst? Niemand weet het.

Hij is amper op vrije voeten, of op 7 oktober 1992 overbluft hij alle andere bieders tijdens een openbare notariële verkoop van een hoeve met wat gronden errond in Sars-la-Buissière. Hij betaalt er 2.759.500 frank voor. Zijn patrimonium telt nu vier huizen. Dit huis is niét gefinancierd met het Luxemburgse geld, maar wellicht met de opbrengst van diefstallen en verzekeringsfraude.

Tussendoor verhuurt Dutroux oma's huisje in Jemeppe-sur-Sambre voor 12.000 frank per maand aan zijn kompaan Michel Lelièvre (later aan Michael Diakostavrianos). Het huisje is ingevolge de erfenis eigendom van zijn moeder maar door de truc met het huurcontract kan zij er niet binnen. Dutroux betaalt Jeannine Lauwens elke maand - keurig - de huur die hij met oma heeft afgesproken: 2.000 frank.

Dankzij het ik-ben-platzak-argument is het hem bij zijn voorwaardelijke vrijlating gelukt om een bijna symbolisch afbetalingsplan te bedisselen voor de schadevergoedingen aan de vijf meisjes die hij in 1985 ontvoerd. Hij stort elke maand 1.000 frank op de rekening van een advocaat, die die som na aftrek van eigen kosten in vijven moet verdelen.

Intussen rooft en steelt Dutroux erop los, nu eens met Patrice Charbonnier en dan eens met Claude Thirault, een van de mensen die in 1995 de rijkswacht zal melden dat hem geld is aangeboden. Maar niemand doet wat, niemand maakt hem wat.

Het is zo'n beetje in die sferen, herinnert Michelle Martin zich, dat hij het haar op zekere dag zei: "Ik ga weer kinderen ontvoeren." Dat hij dat even later begon te doen, weten we. Of de serie werkelijk begon met Julie Lejeune en Mélissa Russo (24 juni 1995), dat weten we niet zeker. Daarom stoppen we hier.

Er is geen plot, er is weinig of niets dat je na 24 juni 1995 nog kan bezigen als basis voor een waarheidsgetrouwe biografie. Er is de Operatie Othello, eind 1995, waarbij de rijkswacht hem observeerr, fotografeert en achtervolgt. En niets merkt van het feit dat in zijn huis vier meisjes opgesloten zouden moeten zitten. Tweemaal dalen speurders onder leiding van rijkswachter René Michaux in zijn kelder af. Ze horen wel gefluister van kinderen, maar ze veronderstellen dat het spelende kinderen op straat zijn. Ze vinden videobanden die hen de weg moeten wijzen naar de kinderkooi, maar ze bekijken de banden niet. In april 1995 is belastingsambtenaar Charles Graux met het fiscale dossier naar Michaux gestapt: "Dit klopt niet, zoveel rijkdom voor een invalide die nog maar net uit de gevangenis is, en die daar zat omdat hij kinderen ontvoerde." De ambtenaar wordt weggestuurd, zoals al die anderen die informatie hadden.

Niets klopt nog, niets is nog te begrijpen. En daarom stoppen we liever hier.

(1) Verhoor Daniel Leblond, 14 september 2000, rijkswacht Neufchâteau, pv 100.715. (2) Vaststellingen huiszoeking bij Michelle Martin, 26 augustus 1996, BOB Brussel, pv 112.732. (3) Annex 5 van het moraliteitsverslag, 2 juli 2001, federale politie Neufchâteau, pv 100.360. (4) Vaststellingen BOB Brussel, 1 oktober 1996, pv 113.743.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234