Opinie
Opinie

De academische elite wauwelt over de sharia maar kent er niets van

Machteld Zee is politicoloog en jurist, verbonden aan de faculteit rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Ze schreef onder meer voor Vrij Nederland en de Volkskrant. Dit stuk verscheen al op defusie.net.

1 © kos
 
Het spreken met activisten was het meest verhelderend. Zij konden duidelijk uitleggen hoe de problematiek in elkaar stak. Dat kon ik helaas van de meeste academici niet zeggen.
Machteld Zee

Professor: "Ik denk dat het wat gecompliceerder ligt dan dat."

Ik: "Het is interessant dat u dat zegt. Ik denk namelijk dat de realiteit veel minder complex is dan u denkt."

Het is een probleem. Het gebrek aan realiteitszin bij de academische elite heeft endemische vormen aangenomen. Het is de manifestatie van de gedachte: 'niemand mag oordelen'. Ooit las ik de frase 'multicultural non-judgmentalism'. Dat dekt wel zo'n beetje de lading.

Shariaraden
Ik gaf die middag voor de vijfde keer een lezing over de mogelijkheden die een staat heeft om om te gaan met religieuze rechtspraak, waarbij ik shariaraden in het Verenigd Koninkrijk als casus gebruikte. Normaliter volgt na zo'n lezing een vragenrondje. Nu was het anders ... Dit debat ontaardde bijna in ruzie tussen de hoogleraar/moderator en mijzelf. Wat was het heikele punt? Ik meende dat ik naar aanleiding van mijn onderzoek stellingen kon produceren waar consequenties aan verbonden konden worden. Hij was echter van oordeel dat de materie te complex was om conclusies te kunnen trekken. Immers, er waren meerdere 'dimensies' binnen de complexe wereld van het shariarecht en meerdere 'dimensies' binnen de groep bezoekers van deze rechtbanken. (Dat de islamitische rechters zich door een dergelijke complexiteit niet laten weerhouden van het doen van feitelijk bindende uitspraken voor de vrouwen, is voor de professor klaarblijkelijk van ondergeschikt belang.)

Toen ik twee jaar geleden begon aan mijn onderzoek naar islamitische rechtspraak in het Verenigd Koninkrijk stortte ik mij op de literatuur. Ik begreep er bar weinig van en dacht dat dat kwam doordat ik nog te weinig van het onderwerp afwist. Na een tijdje werd me echter duidelijk dat de auteurs bar weinig van het onderwerp afwisten. Dat hinderde hen niet in het produceren van wollige teksten waarvan het vrijwel onmogelijk was er concrete feiten, stellingen en conclusies aan te ontlenen. In plaats van hun wetenschappelijke aanpak te omarmen reisde ik af naar Engeland voor veldwerk.

Er openbaarde zich een wereld aan kennis. Ik heb gesproken met politici, activisten, rechters en onderzoekers. Er stonden lezingen op het programma, alsook het parlement, universiteiten en als klap op de vuurpijl: de shariaraden zelf.

Het spreken met activisten was het meest verhelderend. Zij konden duidelijk uitleggen hoe de problematiek in elkaar stak. Dat kon ik helaas van de meeste academici niet zeggen: zonder enig (veld)onderzoek nemen ze aan dat er een religieuze behoefte aan shariaraden bestaat en met een beroep op respect en tolerantie - en onderbouwd aan de hand van een onbegrijpelijk discours - bewandelen ze de moral highground.

Tekenend is ook dat zowel Oxford als Cambridge University Press recentelijk een boek hebben uitgebracht waarin academici in essays abacadabra schrijven over sharia in het Westen. De these 'vrouwenrechten en religieuze vrijheid moeten gecombineerd worden' wordt veelvuldig vermeld. Hoe dat dient te gebeuren wordt nooit duidelijk gemaakt. Maar nog gênanter is dat ik slechts één van de vier (!) wetenschappers in de wereld ben die daadwerkelijk naar een Engelse shariaraad is geweest. Daarvan is er eentje zelfs positief over shariaraden.

Dus nu hebben we niet één probleem, maar twee. Het eerste probleem is dat de shariaraden in Engeland een grote aanzuigende werking hebben en ook het patroon van religieus gerechtvaardigde vrouwenhaat in stand houden. Het tweede probleem - en daar gaat dit betoog over - is dat vrouwen in minderheidsgroepen van de academische elite niets hoeven te verwachten. Die heeft zich verloren in het relativisme.

Mijns inziens zijn er ten aanzien van maatschappelijke fenomenen in het algemeen, maar in casu religieus en cultureel gerechtvaardigde seksediscriminatie, drie opties. Optie één is dat we erkennen dat dat problemen zijn waar een oplossing voor bedacht moet worden, bijvoorbeeld door het steunen van hulporganisaties of door middel van staatsinterventie. Optie twee is dat we erkennen dat het een probleem is, maar dat interventie niet gepast is, omdat het probleem anderszins opgelost dient te worden, bijvoorbeeld door zelfemancipatie. Optie drie is vaststellen dat er geen probleem is. Jammerlijk is dat de academische elite een vierde optie heeft uitgevonden, te weten: eindeloos zwammen.

Het resultaat van de huidige relativistische houding van de elite is dat deze de emancipatie van migrantenvrouwen heeft vertraagd. Immers, door multicultural non-judgmentalism is er te lang geen aandacht geweest voor de problematiek waar vrouwen uit minderheidsculturen tegen aan lopen. Nu is de primaire taak van de academische elite om op jonge mensen wetenschappelijke kennis over te dragen en hen kritisch te leren denken, zodat er steeds een nieuwe generatie wordt klaargestoomd om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en bij te dragen aan een betere samenleving. In bredere zin is het daarnaast de taak van academici om zich te mengen in het publieke debat, om te dienen als avant-garde. Bijvoorbeeld door het doen van relevant onderzoek, het schrijven van boeken en het houden van lezingen. Er is behoefte aan heldere analyses over universele rechten.

Samen sterk
Vandaag is het werk van activisten, vooral vrouwenrechtenactivisten, ijzersterk. Ze lobbyen voor wetgeving, reizen stad en land af om met mensen te spreken, zamelen geld in. Die bottom-upbenadering is geweldig en gezien het niveau van de elite meer nodig dan ooit.
Activistenwerk is echter moeizaam, het gaat te langzaam en activisten lopen op tegen geldgebrek, politici die het probleem niet zien en ambtenaren die het werk frustreren. Zou het daarom niet fantastisch zijn als er tegelijkertijd een stevige top-downbeweging zou komen? Immers, wanneer het aankomt op het aanpakken van cultureel en religieus gerechtvaardigde discriminatie ten aanzien van vrouwen, is het maatschappelijke (en elitaire!) klimaat van enorm belang.

Vanuit een gezond denkklimaat kunnen ook politici, ambtenaren en beleidsmakers en -uitvoerders beter aan de slag. Activisten worden dan beter gehoord. Zij sleutelen 'onderaan', de elite 'bovenaan'. Samen staan we sterk en creëren we het juiste klimaat zodat vrouwen - die niet moeten worden gereduceerd tot slachtoffer! - gehoord worden en zich makkelijker kunnen vrijmaken van niet zelfgekozen groepsdwang en (economisch) zelfstandig kunnen leven. De vrouwenzaak heeft de elite nodig, nog steeds. Mensen hebben voorbeelden en inspiratie nodig, dat is altijd al zo geweest.

De professor en ik zijn er die middag niet uit gekomen. Toen ik klaar was met mijn lezing stak de beste man - overigens met de beste bedoelingen - een lang verhaal af met daarin de begrippen vrouwenrechten, vrije keus, complexiteit, respect, dimensies en vrijheid van religie; het geheel verwikkeld in een brij met vooral veel komma's.
Ik legde hem mijn drie opties voor. Hij vond dat niet complex genoeg, koos voor optie vier en pruttelde nog een beetje na.

nieuws

cult

zine