Maandag 06/02/2023

De aanval is de beste televisie

Zelfs de ooit zo stugge Belgen en Italianen ontsnappen niet aan de nieuwe wet in het mondiale voetbal

In Manaus zou je geen goed voetbal verwachten; de Amazonestad is zo heet en vochtig dat je al een douche nodig hebt als je de straat oversteekt. Zaterdagavond vielen we in de tribunes kilo's af, gewoon door naar Engeland-Italië te kijken. Het spel had traag en saai moeten zijn. In plaats daarvan werd het een klassieker. In WK-termen betekent dat twee sterke, aan elkaar gewaagde ploegen die allebei hun beste aanvallende spel tonen. Klinkt eenvoudig, maar de laatste voetbalklassieker die ik zag, was Engeland-Argentinië, in Saint-Etienne, zestien jaar geleden.

Toen ik in Brazilië aankwam, verwachtte ik een slome competitie. Het doelgemiddelde per wedstrijd in het WK daalt voortdurend, van 2,71 in 1994 naar 2,27 in 2010. Dit is mijn zevende WK en ik heb vaak in de tribunes zitten denken: "Waarom kijkt iemand hiernaar?". Zeker in Keulen, in 2006, tijdens Zwitserland-Oekraïne, het dieptepunt van 10.000 jaar menselijke beschaving.

Maar tot nu toe is het WK verrassend genietbaar geweest, Nigeria-Iran terzijde gelaten. In de 17 eerste ontmoetingen (tot en met Rusland-Zuid-Korea) hebben we 49 goals gehad - 2,88 per wedstrijd. En het gaat niet alleen om de cijfers. Veel teams zijn van mentaliteit veranderd. Er wordt weer aangevallen. Dat danken we aan de commercialisering van het voetbal.

Mondiale woonkamer

Je vliegt Brazilië rond en denkt dat het WK hier wordt gespeeld. Maar dat is schijn. De stadions zijn slechts het toneel. De plek waar het echt gebeurt - volgens organisator FIFA - is de mondiale woonkamer. Sinds het begin van de jaren 90 zijn de televisieopbrengsten van het voetbal exponentieel gegroeid. De FIFA is feitelijk televisieproducent van de kostbaarste content van de planeet. Dit WK wordt het drukst bekeken televisiegebeuren van de geschiedenis, nu ook in de landen met de grootste bevolking, waaronder China, India, de VS en Indonesië - meer en meer mensen kijken. Het voetbal verdient zijn geld dus met de kijkers thuis.

We weten wat kijkers willen: sterren die aanvallend voetbal spelen. En dus worden de sterren van nu - Neymar, Arjen Robben en Lionel Messi - door de scheidsrechters beschermd en niet, zoals Pele in 1966 en Diego Maradona in 1982, door brutale verdedigers van het veld geschopt.

Televisiekijkers houden niet van schwalbes of vertragingsmanoeuvres en dus tolereren scheidsrechters dat niet. Tijdens een workshop in de aanloop naar het toernooi kregen de coaches video's van duikpartijen te zien, met de waarschuwing dat de scheidsrechters ze niet zouden dulden. De Braziliaanse Fred kreeg weliswaar een penalty voor een schwalbe tegen Kroatië, maar voor het gastland gelden andere regels. De Grieken vielen als vliegen tegen Colombia, maar het leverde hen niets op.

Ook het clubvoetbal is dankzij de televisie aanvallender geworden. Voor het begin van de jaren 90 werden vrijwel geen clubwedstrijden live uitgezonden en konden de coaches het zich veroorloven om saai voetbal te brengen. Vandaag klagen de fans, de media en de sponsors over defensief spel. Dat betekent dat de meeste spelers op dit WK bij hun club hebben leren aanvallen. De nationale coaches hebben gewoon geen tijd om hun spelers te herprogrammeren. Marc Wilmots vertelde me: "Ik probeer zoveel als mogelijk de speler te laten spelen in hetzelfde automatisme als bij zijn club". Toen de Argentijnse coach Alejandro Sabadella aan Messi vroeg hoe hij wou spelen, was het antwoord: met veel andere aanvallende spelers, zoals bij Barcelona. In de tweede helft, tegen Bosnië, kreeg hij zijn zin - en hij reageerde.

Het aanvallende passingspel van Barcelona is de dominante stijl van het televisietijdperk. Er bestaan verscheidene versies van: het Spaanse tiki-taka werd in Salvador onderuitgehaald door de tegenaanvallen met snelle passes van de Nederlanders. Verscheidene landen gaan nu voor de aanval met snelle passes: Duitsland, Chili of zelfs het vroeger saaie Italië en België. De aanpak van Wilmots: "Niet zoals kleine Belgen spelen, maar durven. Probeer een wedstrijd in handen te nemen en geen schrik te hebben. Ik zeg altijd: vooruit verdedigen." De wil was er wel tegen Algerije, al kwam het er pas aan het einde uit, toen het aanvallende passingspel aan variatie won na het inbrengen van Marouane Fellaini, Divock Origi en Dries Mertens.

Tiki-taka is niet dood, de Italianen spelen het nu gewoon beter dan de Spanjaarden. Het passingspel is geen stijl maar een ideologie. "Alleen wie mooi speelt, wint titels", zegt Joachim Löw, de Duitse coach. Veel teams vallen zelfs aan wanneer ze op voorsprong staan: denk aan de derde, beslissende goal van Costa Rica tegen Uruguay. Alleen de zwakste ploegen, zoals Iran en Algerije, lijken nog vooral gedreven door de angst om te verliezen.

Het WK, een feest

De meeste andere coaches voelen zich vrij om mooi voetbal te spelen, omdat de fans minder moeite hebben met een nederlaag. De televisiecamera's en de commercials, met hun focus op supporters met beschilderde gezichten en gekke hoofddeksels, werken het idee van het WK als een feest in de hand. Veel fans die je hier ontmoet, komen gewoon voor de pret. Ik volgde Zwitserland-Ecuador in een strandbar in Salvador vol Chinezen, Canadezen en Amerikanen die voor om het even wie supporterden. En toen Ecuador verloor, heb ik niemand gezien die zich van de rotsen in de oceaan stortte. Zoals een Amerikaan zijn filosofie over het WK uitlegde: "Strand. Spelen".

Je kon het nieuwe denken in Manaus zien. Normaal eisen de Britse kranten na een slecht resultaat van Engeland dat de trainer de bons krijgt. "In Godsnaam, verdwijn!" Als de tegenstander toevallig een islamitisch land was, wordt het "In Allah's naam, verdwijn!" Maar na het verlies tegen Italië riep niemand de regengoden van Amazonië aan om coach Roy Hodgson de laan uit te sturen. Integendeel, op de persconferentie achteraf waren de Britse journalisten zweterig maar genereus. Hodgson had verloren maar Engeland had geen modderfiguur geslagen, zoals in 2010.

Ook de meeste andere landen hebben de lessen van 2010 geleerd, toen de Zwitsers, Japanners, Brazilianen en Nederlanders iedereen halfdood verveelden en alsnog verloren. Dat willen ze niet meer. Felipe Scolari, de Braziliaanse coach, is een pragmaticus maar hij weet dat zijn landgenoten geen overdreven voorzichtigheid aanvaarden. En zoals de grote Cruijff zei: later herinneren de mensen zich alleen de mooie ploegen, zelfs als ze verloren.

De karavaan van het WK trekt door Brazilië, een land zo groot als een continent, en ondanks de plakkerige, slapeloze nachten in het vliegtuig is de stemming opperbest. Dit is tot nu toe een WK van plezier en niet van angst. Joga bonito, "het mooie spel", is dus toch meer dan een marketingslogan.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234