Maandag 30/01/2023

De aantrekkingskracht van Sister Morphine

Van epo en clenbuterol schrok haast niemand. Die hadden hun status al wel verdiend in de hitlijst van bekende dopingproducten. Maar wat deed die morfine in godsnaam in de ijskast van Frank Vandenbroucke? Gaat het evenzeer om een 'ordinair' dopingproduct? Moet de verklaring eerder gezocht worden bij de familieleden van morfine: heroïne en opium? Of kan het werkelijk, zoals Vdb beweert, die vergeten pijnstiller zijn uit de periode dat hij nog met een pijnlijke pols door het leven moest? We zetten de hypothesen nog eens op een rijtje.

Peter Goris

Als de recherche zo'n anderhalve week geleden de huishoudelijke ijskast van Frank Vandenbroucke opentrekt, zijn het niet de potjes yoghurt of boter die hen - al dan niet buiten proportie - de handboeien doen bovenhalen. Vdb blijkt epo, clenbuterol en morfine in huis te hebben. Weliswaar in beperkte hoeveelheden, maar ze liggen er wel. De zaak-Vdb, hoofdstuk 24, is een feit.

Wie de naam epo ofte erytropoëtine hoort, denkt automatisch aan doping. De werking is inmiddels genoegzaam bekend: epo zorgt voor de aanmaak van rode bloedcellen, waardoor de hoeveelheid zuurstof richting spieren wordt vermeerderd en dus de prestaties gevoelig opgedreven kunnen worden. Het is bovendien moeilijk te onderscheiden van lichaamseigen epo - nieuwe testen ten spijt - en dus een populair middel bij duur- en uithoudingssporters als wielrenners.

Tot op vandaag kon Vdb overigens nog geen verklaring voor de gevonden epo geven. En dat zal hoogstwaarschijnlijk niet snel veranderen. "Zonder hem nu al te willen veroordelen - iedereen blijft onschuldig tot het tegendeel bewezen is - zal hij daar nooit een valabele uitleg voor kunnen geven", zegt Chris Goossens, teamarts van voetbalclub GBA en sportdokter van wielerploeg Vlaanderen. "Voor epo is in dit geval inderdaad geen enkele medische verklaring te vinden. Het is en blijft puur doping."

Voor de gevonden clenbuterol had Vdb wel zijn uitleg klaar, zwaaiend met een doktersbriefje... van de veearts. Het zou immers voor de hond van Vdb bedoeld zijn. Een weldoordacht alibi. Clenbuterol komt oorspronkelijk inderdaad uit de diergeneeskunde, om luchtwegen vrij te maken met als fijn extraatje - als alternatief voor de klassieke hormonenpreparaten in de runderteelt bijvoorbeeld - dat het ook vet in spieren omzet. Een effect dat ook bij mensen (lees: sportlui) handig kan zijn.

"En een verouderd product is het allerminst, hoewel er alternatieven op de markt zijn", zegt dokter Goossens. "Ik weet pertinent zeker dat clenbuterol in het wielermilieu nog steeds veelvuldig gebruikt wordt. Het geeft op korte tijd resultaat en is niet snel opspoorbaar. Iedereen weet ook dat het in Duitsland zo te koop is. Vorig jaar nog heb ik bijvoorbeeld amateurs over de vloer gekregen die me kwamen vragen wat de consequenties waren van clenbuterolgebruik. Dat zegt al genoeg... De hond-hypothese? Het is klassiek om een uitleg te gaan zoeken in het milieu waar het product oorspronkelijk vandaan komt, maar of dat betekent dat men die spullen zomaar in huis mag hebben. Ik heb ook twee honden thuis, maar heb nog nooit clenbuterol in mijn ijskast gehad."

De wenkbrauwen begonnen echter het hardst te fronsen bij het horen van 'morfine'. Vdb had nochtans een uitleg klaar. De morfine zou nog dateren uit de periode voor de Ronde van Luxemburg vorig jaar, waar hij het als pijnstiller voor een polsbreuk zou hebben gebruikt. (Het kan helpen om even het geheugen op te frissen, want Vdb had in het verleden wel vaker last van pijnlijke polsen - remember de dubbele polsbreuk die Vandenbroucke in 1999 op het WK in Verona opliep. In de aanloop naar de Ronde van Luxemburg vorig jaar verdween Vdb, toen nog in het shirt van Lampre-Daikin, plots spoorloos. Niemand, inclusief de ploegleiding, die enig teken van leven kon vastkrijgen. Tot Vdb zelf op de dag van de eerste rit even de telefoon ter hand nam om een en ander uit te klaren. Tijdens een training de dag voor de start zou hij onzacht met een auto in aanraking gekomen zijn, waardoor een beentje in zijn pols gebroken was.)

En net die 'polsbreuk' zou de morfine dus moeten verklaren. "Merkwaardig", reageren een rist medici unaniem. "Morfine wordt pas in zeer extreme omstandigheden als pijnstiller gebruikt." De medische vakliteratuur lijkt hen gelijk te geven. Morfine blijkt weliswaar een uiterst effectieve maar allerminst doordeweekse pijnstiller. De medische toepassingsgebieden liggen uitsluitend bij zeer hevige ziektebeelden en/of dito pijn; gaande van kanker, chronische pijnen, zware postoperatieve pijn tot bevallingen (als bestanddeel in de almaar vaker toegepaste epidurale verdovingen).

"Morfine werkt bijzonder goed in zulke extreme situaties maar wordt in andere gevallen liever gemeden vanwege de stevige nevenwerkingen en - vooral - de snelle, grote geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid", zegt een arts. De lijst van mogelijke nevenwerkingen - afhankelijk van de dosis - is lang: misselijkheid, braken, slaperigheid, rusteloosheid, ademhalingsstoornissen, constipatie, verminderde eetlust en vermagering, verstoorde motoriek, hoge polsslag, overmatige transpiratie, verminderde behoefte aan seks... In zeer hoge dosissen wordt morfine zelfs als silent killer bestempelt, waarbij de morfine de ademhaling uiteindelijk kan doen stoppen.

"Morfine is inderdaad een zeer verregaande vorm van pijnbestrijding", beaamt sportarts Chris Goossens. "In sportmilieus wordt het volgens mij zeer uitzonderlijk toegepast, enkel om zeer acute en zware pijn te bestrijden. En dan denk ik in de eerste plaats aan extreme gevallen zoals een open beenbreuk. Eventueel een polsbreuk? Nee, dat is toch van een andere 'pijnorde'. Er zijn genoeg minder schadelijke alternatieven voorhanden in zo'n geval. Een sportarts zal bovendien ook twee keer nadenken voor morfine wordt voorgeschreven, want het staat op de dopinglijst en is dus eigenlijk verboden. En men moet rekening houden met de gewenning. Want iemand die morfine krijgt toegediend, zal zeer snel steeds hogere dosissen nodig hebben om hetzelfde effect te bereiken. Ik heb het zelf nog nooit aan iemand gegeven, en zou dat ook niet snel doen."

En Vdb hoefde niet ver te zoeken naar mensen die hem alles konden vertellen over de deugden én gevaren van morfine als pijnstiller. In 1998 moest Johan Museeuw zich na een val in Parijs-Roubaix - met een gebroken knieschijf en een clostridiumbacterie die hem op het randje van gangreen deed balanceren tot gevolg - rechthouden met morfine. En Domo-ploegleider Patrick Lefevere moest in 2000 na een zware operatie, inclusief complicaties, eveneens noodgedwongen naar de morfine grijpen om de pijn draaglijker te maken.

Wie gewenning en geestelijke en/of lichamelijke afhankelijkheid hoort, denkt aan verslaving. "Please, Sister Morphine, turn my nightmares into dreams" zongen de Rolling Stones al in 1971. En dan doelden ze meer dan waarschijnlijk niet in de eerste plaats op de heilzame werking van morfine als pijnstiller. "Met morfine wordt in gerechtelijke kringen niet gelachen. Dat is een harddrug", zei Renno Roelandt, hoofd van de Vlaamse Dopingraad eerder deze week.

Een stukje drugsgeschiedenis maakt veel duidelijk. Morfine hoort bij de familie van de opiaten en heeft als illustere familieleden onder meer opium en heroïne. De basis is steeds dezelfde: de onrijpe zaadbol van de papaverplant ofte Papaver somniferum. Ruwe opium was en is de eerste afgeleide drug, die al voor de nodige roes zorgde in het oude Egypte en Griekenland, maar zijn hoogdagen pas kende in de 18de en 19de eeuw, voornamelijk in Aziatische middens.

Morfine was de volgende stap. In 1803 werd het voor het eerst uit opium 'getrokken' en 'ontdekt' als pijnstiller. Maar al tijdens en na de Amerikaanse Burgeroorlog werd even snel ontdekt dat het net die morfine was dat het verslavende bestanddeel was van opium. De in veldhospitalen massaal met morfine behandelde soldaten raakten even massaal verslaafd aan het goedje. Morfine gaf hen datzelfde warme, gelukzalige gevoel waar opium zo populair door geworden was. Angsten, depressie, verdriet, honger... Morfine loste het op. Opium en morfine moesten uiteindelijk plaats ruimen voor hun jongste familielid, de 'queen of drugs': heroïne, dat eigenlijk niets meer of minder is dan chemisch behandelde morfine.

Is Frank Vandenbroucke dan misschien een drugsverslaafde? Tom Evenepoel, coördinator van de drugslijn van de Vereniging voor Alcohol en andere Drugproblemen (VAD) betwijfelt het. "Het klopt dat opium, morfine en heroïne familie zijn; maar net als opium komt morfine als harddrug nog zelden voor. Het oude beeld van de opium- of morfineverslaafde zal men niet zo snel meer vinden. Er zijn natuurlijk wel categorieën waar morfineverslaving voorkomt. Zoals bij mensen die door overvloedig medisch gebruik van pijnstillers afhankelijk van die pijnstillers zijn geworden. Of bij bepaalde groepen heroïnegebruikers die morfine gebruiken als alternatief voor het geval ze zonder heroïne vallen of als extra om het effect te verhogen. Maar zuiver 'recreatief' morfinegebruik is achterhaald. Tenzij misschien bij mensen die dicht bij de bron zitten. Zo zijn er verhalen van medisch personeel dat aan morfine verslaafd zou zijn."

Blijft er nog de hypothese dat morfine in de eerste plaats als dopingmiddel in de ijskast van Vdb huisde. In de lijst van verboden dopingproducten staat onder de hoofding 'narcotische analgetica' wel degelijk morfine te blinken, met als hoofdkenmerk 'om ondanks pijn toch te kunnen presteren'.

"Morfine zit net als heroïne en cocaïne in de beruchte pôt Belge, producten waarvan men niet begreep waarom ze door sportlui gebruikt werden", legt Chris Goossens uit. "Het ligt nochtans voor de hand. Naast het euforische effect kan vooral het pijnstillende effect doorslaggevend zijn om morfine te gebruiken. Maar dan in combinatie of vermengd met andere producten. Een sportman die doping gebruikt, verlegt de grenzen van zijn lichaam soms zo drastisch dat dat gepaard gaat met hevige pijnen, waardoor hij dus ook zijn pijngrens zal moeten verleggen."

En de combinatie epo-clenbuterol-morfine blijkt een succesvol triootje. "Die drie producten bij elkaar was/is vooral in Franse middens een even bekende als populaire dopingmix. Een ideale cocktail, eigenlijk, vooral in de voorbereiding tijdens de winter naar het wielerseizoen toe. Epo zorgt voor de bloed- en zuurstofaanmaak, clenbuterol voor de spieropbouw en morfine zorgt ervoor dat dat allemaal pijnloos kan gebeuren en de renner in kwestie heel diep kan gaan. En een mix die redelijk moeilijk opspoorbaar is. Alledrie de producten hebben gemeen dat ze op een dag of twee à drie uit het lichaam verdwenen zijn. Zelfs bij een onverwachte controle moet men dan al heel wat geluk hebben om recht in die bewuste periode van gebruik te vallen. Ik wil Frank Vandenbroucke daarmee zeker niet beschuldigen, want het onderzoek zal uiteindelijk moeten hard maken wat er exact gebeurd is. Maar ik kan alleen maar vaststellen..."

Morfine als dopingproduct kent overigens een zeer lange geschiedenis. In de 'oertijd' van de sport - vanaf pakweg de eeuwwisseling - werd ook in het wielrennen al gegrepen naar extra-sportieve hulpmiddeltjes als cocaïne, cafeïne, morfine, ether, nitroglycerine tot zelfs strychnine. En zo komt het dat in de geschiedenisboeken ene Arthur Linton uit Wales geboekstaafd staat als het 'eerste dopingslachtoffer in het wielrennen'. De man bezweek in 1896 (!) aan een cocktail op basis van... morfine.

Sportarts Chris Goossens: 'De combinatie epo-clenbuterol-morfine is vooral in het Franse wielermilieu een populaire dopingmix'Arthur Linton, het eerste bekende dopingslachtoffer in het wielrennen, bezweek in 1896 aan een dopingcocktail op basis van morfine

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234