Maandag 28/11/2022

De aantrekkingskracht van onbewuste herinneringen

'De ervaring leert me dat sensationele getuigenissen zelden waar zijn'

Ik maak mij geen enkele illusie over de wreedheden, perversies, aberraties en psychopathologieën waaraan de mens laboreert: de in 1886 gepubliceerde novelle The strange case of Dr Jekyll and Mr Hyde van Stevenson kan wat mij betreft zelfs als metafoor dienen voor een wereld waarin het Mr Hyde-type aan de winnende hand is (Jekyll vreest niet God, maar de monsterlijke Hyde - en dus zichzelf). Toch wil ik graag enkele relativerende kanttekeningen maken bij een deel van de artikelenreeks die onlangs in De Morgen verscheen over de zaak-Dutroux, en wel met name over de verklaringen van getuige X1.

Te midden van een berg argumentatie gaat de discussie in essentie over de vraag of men 'believer' is of 'non-believer', of men met andere woorden in dit geval de verklaringen gelooft van getuige X1 of niet.

Om de aanzet tot een antwoord te formuleren baseer ik me op de theorieën van de experimenteel-psychologen H.F.M. Crombach en H.L.G.J. Merckelbach, die o.a. in hun boek Hervonden herinneringen en andere misverstanden uit 1996 het soort uitspraken van getuige X1 kritisch onder de loep nemen en, op basis van heel wat casestudy's en internationale literatuur, tot de conclusie komen dat de kans vrij reëel is dat veel van wat in dit geval getuige X1 vertelt bijeengefantaseerd wordt en dat men de grootste voorzichtigheid aan de dag moet leggen wanneer therapeuten en psychoanalytici het over hervonden herinneringen hebben, want vaak klopt er helemaal niets van wat herinnerd wordt en dikwijls zijn de consequenties voor de omgeving dramatisch.

Crombach en Merckelbach blijven er wel van uitgaan dat de omvang en de ernst van dit soort problemen boven elke twijfel verheven zijn maar zij plaatsen heel wat vraagtekens bij én de werking van het geheugen en de herinnering én bij de kwestieuze rol die psychoanalytici en therapeuten spelen bij het opdelven van al die monsterlijkheden.

Men zou een en ander ook nog anders kunnen uitdrukken en vereenvoudigd stellen dat de believers zich bevinden in het kamp van de psychoanalyse en van bepaalde therapieën, elk met hun eigen rationaliteit, en de non-believers in dat van de experimenteel-psychologen.

Crombach en Merckelbach - laat dit nogmaals duidelijk zijn - ontkennen uiteraard niet dat de menselijke perversiteiten talrijk zijn, dat zaken als incest, foltering en wreedheid t.o.v. kinderen uiteraard bestaan en dat er een markt is voor dit soort seksuele en andere aberraties. Wat zij in hun werk echter willen aantonen is dat de menselijke geest, en meer specifiek de herinnering, soms vreemd te werk gaat.

Ook in verband met getuige X1 wordt gesuggereerd dat er hervonden herinneringen, dissociatie (gebrekkige integratie van psychologische functies) en het onbewuste in het spel zijn.

Janet en Freud (allebei leerlingen van Charcot) werkten het idee van de onbewuste herinneringen die huizen in de krochten van onze ziel elk op hun eigen manier uit. Met de intellectuele erfenis die dat opleverde, hebben wij tot op de dag van vandaag te maken. Daarbij kunnen de wreedheden die opgediept worden niet wreed en ontluisterend genoeg zijn. En zoals het ten tijde van Charcot vooral de hysterie was die centraal stond, zo is dat nu het geval voor incest, satanisme en, overgewaaid ook uit de VS, de ontvoering door UFO's.

Deze fenomenen oefenen, net zoals dat vroeger bij hysterie het geval was, een grote aantrekkingskracht uit. Na Charcots dood echter daalde het aantal hysterische patiënten subiet, maar een harde kern van hysterici bleef nog wel bestaan, en tegen een kleine vergoeding waren zij altijd bereid om voor medische studenten een hysterische aanval te demonstreren. Zo ziet men vandaag ook het aantal fantasten succes hebben met hun vertellingen. Beperkten de 'kunstjes' van de hysteriepatiënten aan het eind van de negentiende eeuw zich echter tot de beau monde van de welgestelden (in dit verband zijn de theorieën van de Nederlandse socioloog Abraham de Swaan revelerend), dan is het nu eerder zo dat louche figuren als Olivier Trugsnach, J.P. Raemaekers e.t.q. via de media hun finest hour kennen op een wel veel ruimere schaal, en het is zeer de vraag of dat ook niet ten dele het geval is bij getuige X1.

Symptomatisch daarbij is bijna altijd een mix van hot items die op een hoopje gegooid worden: Bende van Nijvel, Roze Balletten, satanisme en meer van dat fraais. Daar wordt dan een machtig hoopje van gemaakt dat erin gaat als zoete koek. Wat kenmerkend blijkt bij haast alle mensen die nu beginnen praten is, naar goede freudiaanse gewoonte, de haast vanzelfsprekende aanname dat traumatische ervaringen door de psyche geparkeerd werden op een niet voor het bewustzijn toegankelijk terrein. Het zijn dan therapeuten, de psychoanalytici en ook de media die het vergeten voorval weer naar boven brengen. Vaker dan voorheen lijken psychotherapeuten dat soort herinneringen bij hun patiënten op te delven, zodat het er soms op lijkt dat op de helft van België incest werd gepleegd. UFO's en satanisme zitten, het is voorspelbaar, in de pipeline.

Het standpunt van de experimenteel-psychologen Merckelbach en Crombach bestaat erin om, op basis van heel wat empirisch materiaal en psychologische experimenten, te stellen dat het fenomeen van de zogenaamde hervonden herinneringen op een misverstand berust, dat traumatische voorvallen eerder beter dan slechter onthouden worden, dat er niet zoiets bestaat als een psychologisch gemotiveerde vorm van vergeten, dat het onzin is te stellen dat men via bepaalde technieken verdrongen of gedissocieerde herinneringen weer toegankelijk kan maken voor het bewustzijn en dat, op basis van heel wat materiaal, kan worden gesteld dat hervonden herinneringen aan seksueel misbruik vaak suspect zijn.

In de artikelenreeks in De Morgen is ook sprake van dissociatie (een deel van iemands persoonlijkheid splitst zich af) onder invloed van traumatische ervaringen. MPS (Meervoudige Persoonlijkheids Syndroom) zou dan moeten worden opgevat als een overlevingsstrategie. De Fransen hadden in de negentiende eeuw al, onder invloed o.a. van de literatuur en als tegenzet tegen de Kantiaanse psychologie (die van een ondeelbaar en a priori gegeven ego uitging), een grote belangstelling voor 'dubbel bewustzijn' aan de dag gelegd, maar die ebde weg rond de eeuwwisseling, en vanaf het begin van de jaren vijftig namen de Amerikanen de fakkel over. Crombach en Merckelbach nu attesteren met legio cassussen dat dissociatie en MPS, alleen al wegens de vaagheid van de criteria ervoor (vaak bepaald door de interne machtsverhoudingen bij de diverse psychoanalytische organisaties), een schijnverklaring vormt voor het fenomeen van totale amnesie, een verschijnsel dat bij seksueel misbruik vaak wordt aangehaald. Therapeuten zouden dan het totaal verborgene en vergetene weer naar boven halen. Maar het was Janet zelf al die op latere leeftijd beweerde dat MPS als zelfstandige ziekte niet voorkomt maar een variant is van de manisch-depressieve psychose, en dan wil ik het hier niet eens hebben over die wetenschappers die stellen dat amnesie een subtiele, sociale rol is, die mensen spelen als ze in een uitzichtloos conflict verzeild dreigen te raken.

In het geval van getuige X1 lijkt het me dat er, naast de twijfel die men moet hebben over hervonden herinneringen, ook sprake kan zijn van pseudo-herinneringen, een verschijnsel dat goed gedocumenteerd is: we onthouden dan dingen die er nooit zijn geweest. Het is dus zeer goed mogelijk dat getuige X1 wel nare ervaringen in verband met seksueel misbruik achter de rug heeft en daarbij een psychisch mechanisme in werking heeft gezet dat leunt op de pseudo-herinnering, voortkomend uit fantasie. Die herinneringen aan fictieve gebeurtenissen, zo blijkt uit heel wat onderzoek, kunnen zeer gedetailleerd zijn.

Hervonden herinneringen, zo stellen Crombach en Merckelbach vast, zijn altijd pseudo-herinneringen die vaak uitgelokt zijn bij mensen die 'fantasy prone' zijn (tot fantasie geneigd) en die last hebben van intrusies, vervelende en opdringerige gedachten die vaak met seks en geweld te maken hebben.

Voorts blijkt wel vast te staan dat mensen nooit in staat zijn om herinneringen van voor of rond hun tweede levensjaar te reactiveren, iets wat in het geval van getuige X1 ook gesuggereerd wordt.

Crombach en Merckelbach hebben het in hun boek ook over satanisch rituele kindermishandeling en over situaties die sterk gelijkaardig zijn met veel van wat de jongste tijd op ons wordt losgelaten. Zij kwalificeren het als een product van de media, wijzen erop dat het hier blijkbaar gaat om oeroude thema's met een archetypische kwaliteit en dat er nooit enig fysiek bewijs gevonden wordt voor de in de verhalen gerapporteerde gebeurtenissen. Als er 70 baby's op een of andere manier geslachtofferd werden, dan moet daarvan toch wel enig bewijs gevonden kunnen worden. Het zou toch al te gortig zijn om achter al de onderzoeken die men zowat overal voert één grote conspiratie te vermoeden! Zoiets bestaat alleen in de fantasie. Lectuur van Eco's De slinger van Foucault kan misschien helpen om mensen uit hun droomwereld te helpen.

Sinds het begin van de jaren tachtig beleven we een epidemie van gevallen van seksueel misbruik van kinderen. Een aantal daarvan zijn volgens de twee experimenteel-psychologen verdacht, zeker de 'herontdekte gevallen', waarbij het vaak zo is dat de slachtoffers claimen jarenlang amnestisch geweest te zijn voor wat hun als kind is overkomen en herinneringen eraan te hebben hervonden met behulp van psychotherapie, én, in het geval allicht van getuige X1, via de mediaheisa.

Ten overvloede: niemand ontkent dat gevallen van seksueel misbruik van kinderen bestaan en dat ze gruwelijke vormen kunnen aannemen. Maar misschien is de epidemie waarvan boven sprake wel te wijten aan verschillende factoren.

Ten eerste is er de verruiming van de definitie van seksueel geweld; voorts, zo beklemtonen de auteurs van Hervonden herinneringen, is er het bericht vanwege therapeut of praatgroep dat de menigte problemen waarmee mensen worstelen en het daaruit voortkomende gevoel van ongeluk wel eens veroorzaakt zouden kunnen zijn door wat een ander hen lang geleden heeft aangedaan. Het is een troostrijke gedachte en op die manier wordt ook een identiteit gecreëerd die een band schept met andere slachtoffers. Dan is er de opkomst van het slachtoffer in een ideologie-arme cultuur. Ieder gaat zichzelf op den duur zien als slachtoffer van het leven, en last but not least worden ook meer en meer levenservaringen geproblematiseerd.

Het komt me voor dat de verklaringen van getuige X1 misschien in het licht kunnen worden gezien van het bovenstaande, al heb ik alle begrip voor de afwegingen die werden gemaakt om uiteindelijk tot publicatie over te gaan van haar getuigenis.

De ervaring leert me echter dat sensationele getuigenissen zelden waar zijn.

Ik breng tot slot ter overweging nog twee bekende casussen in het geding, namelijk dat van het geval Oude-Pekela en de zogenaamde Yolanda-zaak, allebei zich afspelend bij onze noorderburen en allebei heel wat gelijkenissen vertonend met de verhalen van getuige X1.

De eerste zaak bloedde dood en was de resultante van wat 'collaborative story-telling' en 'rumor-panics' wordt genoemd (aan het onmogelijke eindproduct herkent men trouwens het werkzame mechanisme): ondanks het grote aantal vermeende slachtoffers werd geen spoor van bewijs gevonden voor de geuite beschuldigingen, die in wreedheid niet moeten onderdoen voor die van getuige X1. Wat de Yolanda-zaak betreft: die vertoont in bepaalde aspecten ook veel treffende gelijkenissen met die van getuige X1: ook hier werden nergens sporen ontdekt van rituele gruwelijkheden, is er sprake van geleide herinneringen en werden heel wat vermeende daders niet vervolgd. Omdat, zo schrijven Crombach en Merckelbach, er (zelfs) voor justitie grenzen aan de gekte zijn. In een tv-interview met Sonja Barend zei Yolanda zelfs unverfroren dat als alle daders bijeengebracht zouden worden, de markt in Epe (waar een en ander zich afspeelt) te klein zou zijn. Inderdaad, er zijn grenzen aan de gekte.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234