Woensdag 24/02/2021

De aanslag die Spanje niet wilde zien aankomen

Spanje zou boeten voor Irak, Osama bin Laden had dat beloofd in oktober 2003. Al-Qaeda zou terugslaan 'op het geschikte tijdstip en op de geschikte plaats'. Maar de Spaanse regering weigerde te geloven dat die plaats Spanje zelf kon zijn. Het land waar 9/11 deels was voorbereid, zag zijn eigen 11-M niet aankomen.

Madrid

Van onze correspondent

Rudy Pieters

'Spanje is het land met het grootste aantal aanhoudingen, onderzoeken en politieacties in verband met groepen die onder de paraplu van Al-Qaeda of andere islamistische groepen zouden kunnen terechtkomen." Woorden van onderzoeksrechter Baltasar Garzón in de 11-M-commissie. Sinds het midden van de jaren negentig zit de Spaanse justitie Al-Qaeda en zijn filialen al op de hielen. In 2001, kort na de 9/11-aanslagen, draaide Garzón bijna een volledige Al-Qaeda-cel achter de tralies, een cel die de vliegtuigkapingen in de VS had helpen voorbereiden. Op een vergadering in Tarragona, in juli 2001, was de datum, 11 september, beslist. Zelfmoordpiloot Mohamed Atta was daar toen aanwezig.

Nergens in Europa werden de laatste jaren zoveel terroristen van islamistische signatuur ingerekend. En toch was Spanje compleet verrast toen op 11 maart 2004 de treinen in de eigen hoofdstad werden aangevallen en bijna tweehonderd doden vielen. Spanje was al dertig jaar Eta-terrorisme gewoon, en daar ging in de eerste plaats alle aandacht en geld naartoe.

"Het aantal ambtenaren voor het meest directe en zwaarste probleem, het Eta-terrorisme, was zeer hoog, het was adequaat", zegt Garzón. "Het aantal ambtenaren voor onderzoeken naar internationaal terrorisme was minder, wellicht omdat dit terrorisme in de loop der jaren eerder op logistiek, infrastructureel vlak en nooit op operationeel vlak actief was geweest, er is nooit een bloedige criminele actie geweest. De inspanning was wel groot maar ze had niet het gewicht van die op andere terreinen."

Sinds 18 oktober 2003 kon Spanje er nochtans niet meer omheen. Die dag zond Al-Jazeera een geluidsopname uit waarin Osama bin Laden expliciet Spanje bedreigde. Premier Aznar was in het spoor van de Amerikanen de Iraakse woestijn ingetrokken en dat zouden de Spanjaarden geweten hebben. "We behouden ons het recht voor terug te slaan op het geschikte tijdstip en op de geschikte plaats tegen alle landen die deelnemen aan deze onrechtvaardige oorlog", zei Bin Laden. "In het bijzonder Groot-Brittannië en Spanje en Australië en Polen en Japan en Italië, om de moslimstaten, vooral de Golfstaten, niet te vergeten, en Koeweit in het bijzonder, dat een lanceerplatform voor de kruisvaarders is geworden."

Bin Laden had vroeger al indirect naar Spanje verwezen, als een gebied dat ooit islamitisch was geweest, maar in 2002 en vooral 2003 was de taal steeds scherper geworden. Vanaf 18 oktober 2003 werd de dreiging voor Spanje "direct en concreet", zoals Mariano Simancas Carrión, adjunct-directeur van Europol, het zei. Vanaf dat moment kon men een aanslag in Spanje verwachten. De meeste grote Al-Qaeda-aanslagen waren telkens door zulke tapes voorafgegaan. Het was de experts trouwens niet ontgaan dat Spanje helemaal bovenaan op Bin Ladens lijstje stond, net achter Groot-Brittannië.

Eind 2003 bleef de regering-Aznar evenwel verklaren dat het risico op een aanslag in Spanje niet was toegenomen. Ondertussen groeide de stapel alarmerende rapporten die de Spaanse inlichtingendiensten haar toestuurde, zeker na 18 oktober 2003. Spanje liep in Irak flink in de kijker, schreven ze. Dat was al op 16 mei 2003 gebleken, bij de aanslag in Casablanca, waar het Casa de España een van de doelwitten was geweest en vier Spanjaarden het leven hadden verloren. De slapende terreurcellen in Spanje vormden een steeds grotere bedreiging. Garzóns arrestaties in 2001 hadden duidelijk gemaakt dat Al-Qaeda in Spanje zijn belangrijkste Europese uitvalsbasis had. En die arrestaties zelf verhoogden de kans nog op een wraakactie. Op 5 september 2003 was Al-Jazeera-journalist Taysir Alony aangehouden in Granada, op beschuldiging van hulp aan de Al-Qaeda-cel.

Voor de parlementaire 11-M-commissie hield ex-premier Aznar vol dat zijn diensten toen vooral gevaar voor Spaanse doelwitten buiten Spanje zagen.

De inlichtingendiensten zelf bleven onderbemand, de rechtstreekse bedreiging van Bin Laden veranderde daar niets aan. Het personeel dat zich met islamistisch terrorisme bezighield, was ruimschoots ontoereikend. Men was verdachten op het spoor maar men had geen mensen om ze in de gaten te houden, onderschepte Arabische gesprekken en teksten bleven maandenlang onvertaald. Evenmin bevorderlijk was de gebrekkige coördinatie tussen de de verschillende korpsen. Na 11-M bleek dat men verscheidene daders al een tijdje aan het volgen was, onder meer Jamal Ahmidan, alias El Chino, een van operationele leiders van het commando. Zelfs in februari 2004 werden nog telefoongesprekken van hem afgeluisterd. De Spanjaarden die in het noorden het 11-M-dynamiet uit de mijnen stalen, werkten zelfs als politie-informant.

In december 2003 kwam een laatste schot voor de boeg. Het Noorse defensie-onderzoeksinstituut trof op het internet een in Arabisch gestelde oproep aan om aanslagen uit te voeren tegen de Spaanse troepen in Irak vóór de parlementsverkiezingen van 14 maart 2004. Als deze aanslagen Aznar er niet konden toe bewegen zich uit Irak terug te trekken, dan zou de Spaanse bevolking, die tegen de oorlog was, hem de rekening wel presenteren in de stembus - dat was ongeveer de redenering. Het ging niet om een doelwit in Spanje zelf maar de keuze van de deadline bracht Madrid scherper dan ooit in het vizier. Men moest "maximaal gebruikmaken" van de parlementsverkiezingen.

Kort na de oproep werden in Irak zeven agenten van de Spaanse inlichtingendienst CNI in een hinderlaag gelokt en vermoord. Aznar trok zich niet uit de "onrechtvaardige oorlog" terug. Hij weigerde nog steeds te geloven dat Spanje "de geschikte plaats" was voor een vergeldingsactie. De trein naar 11-M was nog nauwelijks te stoppen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234