Zaterdag 06/06/2020

De aandachtsspanne van een amoebe

Het zomert in Brussel. Of toch zo goed als. Terwijl steeds meer mensen de stad verlaten, begin ik te merken dat er voor mij meer plaats is op de stoep. Dat van oudsher overvolle cafés plotseling over genoeg lege stoelen beschikken om mezelf en een groot deel van mijn lichaam een plek te geven, terwijl ik wacht op de slappe slok die in veel Brusselse horeca voor koffie doorgaat.

Ik kom een vrouw tegen die me zegt dat ze nog steeds aan het afkicken is van Tomorrowland en dat "dat niets voor mij is, zeker?" "Nee", zeg ik. "Ik loop al verloren op Todayland, wat zou ik het dan verder gaan zoeken?" "Toch eens proberen!", raadt ze me nog met een glimlach aan. Maar tegen dan loop ik al doelloos van de Nord naar de Midi, terwijl ik haar toch nog kan melden, ter informatie, dat "I Don't Like Mike, en die Dimitri kan me ook voor 300 procent gestolen worden".

Ik heb het niet zo voor dj's, tenzij we het dan hebben over van die ouderwetse jongens die in een geleende Citroën Berlingo het hele land doorkruisen met als enige bagage twee draaitafels en een paar sinaasappelkisten vol grijzig vinyl. Wat ik graag hoorde op fuiven, vroeger, heette niet David Guetta of Armin van Buuren, maar wel 'Crimson and Clover' van Tommy James & The Shondells, 'Gloria' van Them en 'Born to Be Wild' van Steppenwolf , die laatste vooral omdat ik mezelf dan drie minuten en dertig seconden kon wijsmaken dat ik geboren was om wild te zijn.

Maar als ik nu in de spiegel kijk, zie ik daar een saaie kwast staan die niet eens zou weten hoe hij in Tomorrowland moet raken, gesteld dat de Boomse bossen hem zouden lokken met de dwaze dreun van alweer een nieuw soort techno.

Nu, dwaze dreun? Dat weet ik niet. Ik zal maar ruiterlijk toegeven dat ik letterlijk helemaal niets begrijp van die muziek. Repetitieve geluiden waarvoor mensen vanuit Tasmanië en Lapland komen overgevlogen alsof het niets is, om dan ter hoogte van afslag 9 van de A12 drie of vier dagen lang te komen huppelen, cocktail in de hand en gehuld in schreeuwerige T-shirts. Gewapend met een glazen blik die je ook weleens in de ogen van leden van de bende van Hare Krishna wilde aantreffen, vroeger.

En dan op die podia twee handvollen dj's die met hun eigen Learjet neerstrijken in het pistoolschildersdorp Melsbroek om daarna in een pooierslimousine een veld ingereden te worden, halfweg tussen Brussel en Antwerpen. Daar steken ze dan een USB-stick, toevallig van dezelfde kleur als hun gouden lul, in een klaarstaande computer waarna het wonder van de collectieve hupsakee zich voltrekt.

Gainsbourg een genie?

U zult het wel merken. Ik heb het niet zo voor Tomorrowland.

Dat komt misschien omdat ik een beetje contrair geboren ben. Het komt wel meer voor dat mijn smaak afwijkt van de in kringen van brillendragers geldende normen.

Om maar een paar dingen te noemen waar ik het niet zo voor heb, maar die ik anderen vanzelfsprekend van harte gun: ik hou niet evenveel van films van Quentin Tarantino of Pedro Almodóvar als de meeste andere cinefielen. Ik ben er niet helemaal van overtuigd dat Serge Gainsbourg een écht genie was. Ik kan niet zeggen dat ik emotioneel omgewoeld raakte van een tv-serie als Bevergem en nog veel minder van Eigen kweek. Ik vind in tegenstelling tot vele hipsters Oostende niet de leukste stad van de wereld. En ik loop eerlijk gezegd ook niet hoog op met het altijd maar geprezen VPRO-praatprogramma Zomergasten.

Dat komt onder andere omdat ik over de aandachtsspanne van een amoebe beschik en ik eigenlijk geen enkele zomergast interessant genoeg vind om er drie uur naar te kijken en te luisteren. Natuurlijk zijn er door de vele jaargangen heen wel af en toe afleveringen geweest waardoor ik een zondagavond lang voor mijn tv bleef plakken. Al moet ik zeggen dat die ver in het verleden liggen en vond ik zelfs toen de interviewer vaak spannender dan de geïnterviewde.

Veel mensen hebben gewoon geen voldoende goed getraind visueel geheugen om de gemiddelde kijker mee te nemen op zo'n reis door tijd en ruimte. Veel mensen hebben niet genoeg taalvoorraad om drie uur aan een stuk te praten zonder ergens halverwege te gaan egotrippen, zichzelf te herhalen of ongewild open deuren in te trappen.

Libanese komiek

Afgelopen zondag hadden ze daar bij de VPRO een van oorsprong Libanese komiek uitgenodigd van wie ik mij door een speling van het lot alweer de naam niet voor de geest kan toveren. De uitzending ging grotendeels aan mij voorbij omdat er tegelijk op de radio gevoetbald werd tussen - om het in het Benitoramans te zeggen - de boeren van Kortrijk en de homo's van Gent, en op mijn nieuwe digicorder stond ook nog een verse BBC-docu over de Britse filmmaker Ken Loach klaar die erom smeekte bekeken te worden.

Toch vond ik nog tijd om me te ergeren aan Zomergasten. Niet, zoals ik verwacht had, vanwege de aanwezigheid van die gast van dienst. Ook al niet om wat die zei, nee, want dat was volgens plan gewoon saai en voorspelbaar. Vreemd genoeg had ik de laatste weken bij mezelf zelfs enige zeer lichte sympathie voor die invité ontwaard, vanwege de bijna hysterische mediastennis die over zijn komst ontstaan was in het voormalige gidsland Nederland. Ook al omdat ik maar aan één ding een grotere hekel heb dan aan tandpijn, en laat dat nu toevallig mediastennis zijn.

Thomas Erdbrink, de huidige presentator van Zomergasten, is geen komiek.

En hij heeft voor zover ik weet ook al nooit bij Soulsister gespeeld. Hij is daarentegen een zeer degelijke journalist en dito televisiemaker die zich ook al snel een redelijk kritische en ook lichtjes geïrriteerde gastheer toonde. Maar hij viel bij mij wel helemaal door de mand toen zijn gast opmerkte dat die werkelijk niemand kende die een aanslag wilde plegen, en Erdbrink daarop de volgende vraag stelde: "Maar u woont toch in Schaarbeek?"

Stigmatiserende prietpraat van het hoogste niveau, was dat. Het soort helemaal uitgesleten cliché dat je ook aantrof bij Franse derderangsreporters die na de novemberaanslagen maar bleven verder blazen over het hellegat Molenbeek, waar terroristen thuis zijn. Dat soort Franse pennenlikkers schreef zijn stukjes met uitzicht op de witgeblakerde torenflats van de Parijse banlieues, waarbij vergeleken Molenbeek eigenlijk in Plopsaland ligt.

Thomas Erdbrink is, wed ik, nog nooit in Schaarbeek geweest.

Op een bank in het park

Ik wel. En - ik heb dat op deze plaats al vaker gezegd - Schaarbeek is een erg fijne gemeente. Ik heb er 29 jaar lang gewerkt en kan het dus weten. Ik heb er ook veel goede vrienden wonen en die zijn daar écht gelukkig. Dat zijn schrijvers, dansers, filmregisseurs, zangers en theatermensen, architecten en journalisten. Fotografen en koffiehandelaars. Niet echt volk dat bommen gooit voor de kost.

Ik ga in Schaarbeek weleens bij de Italiaan eten, of bij de Turk of zelfs bij de Belg. Ik bezoek er al eens een treinmuseum of een huis van Horta. Ik wandel er weleens van bij de Haachtsesteenweg langs de Louis Bertrandlaan naar mijn favoriete Brusselse park, dat Josaphat heet. Ik ga daar soms op een bank zitten en ik denk dan: what's the problem?

En ik dacht zondagavond ook: de kunst van het interviewen zou erbij winnen indien interviewers wat langer zouden nadenken over de vragen die ze gaan stellen. Alsook dat ze zich zouden houden aan de gulden stelregel: 'Stel alleen maar vragen waarop je écht het antwoord wilt weten!' Zelf kreeg ik als jonge reporter die wijze raad ooit mee van de Amerikaanse talkshowpionier Dick Cavett. Sindsdien doe ik geen interviews meer.

Bon. Nu ga ik mijn exemplaar van 'Crimson and Clover' maar eens zoeken en doe daarna een dansje met mezelf rond mijn werktafel. En zelfs dan zal ik nog vóór de eerste keer de woorden 'Over and over' weerklinken, al op mijn eigen voeten getrapt hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234