Woensdag 12/08/2020

InterviewEmma Meesseman

De 7 hoofdzonden van basketbalster Emma Meesseman: ‘Ik een vedette? Ik heb geen sterallures’

Emma Meesseman: ‘Vrouwen spelen heel mooi basketbal. Het enige wat je bij ons niet ziet, zijn dunks. Wie dat een probleem vindt, kent niets van basketbal.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Ze werd met de Vlaamse Reus en het Vlaams Sportjuweel al met twee sportprijzen gelauwerd, en als Emma Meesseman (26) vanavond ook de trofee van Sportvrouw van het Jaar in ontvangst mag nemen, zal ze zich de daarbij horende lof met gepaste gêne laten welgevallen.

Ze heeft nog maar pas toegezegd om haar zondige leven op te biechten, of Meesseman, schijnbaar op haar ongemak, stuurt al een berichtje: “Moet ik zelf zonden bedenken?” Het antwoord stelt haar gerust, maar de openingsvraag ligt voor de hand:

Met welke zonde zou je als eerste op de proppen gekomen zijn?

“Uitstelgedrag.”


Luiheid

Luiheid, dus.

“Luiheid heeft een te negatieve bijklank. Ook traagheid dekt de lading niet: als ik iets doe, moet het vooruitgaan. Nee, ik stel gewoon uit wat ik niet graag doe. Neem nu mijn koffers: na mijn thuiskomst uit Amerika heb ik ze tien dagen niet aangeraakt. Pas de dag voor ik naar Rusland vertrok, heb ik ze uitgepakt, en dan heeft het nog tot ’s anderendaags geduurd voor ik ze weer had volgestouwd. Zonder deadline schiet ik niet in gang. Dat was al zo op school: de blok was vakantie. Pas de dag voor een examen begon ik te studeren, eerder lukte het toch niet. (schouderophalend) Het was ook niet nodig: ik heb nooit op de toppen van mijn tenen moeten lopen.”

Kun jij makkelijk nietsdoen?

“Als ik alleen ben wel. Maar als ik mama zie afwassen, zal ik automatisch helpen. Ik kan niet werkloos toekijken. Ook op vakantie gaat nietsdoen me niet af. Eén dag nog wel, maar daarna wil ik iets gaan bezoeken.”

De voorbije zeven jaar heb je, doordat je de Amerikaanse WNBA met het Russische kampioenschap combineert, nauwelijks vakantie gehad. Er is geen tijd om lui te zijn.

“Vorig jaar heb ik de WNBA laten schieten en ben ik de hele zomer thuisgebleven voor een stage met de nationale ploeg. Na die stage had ik anderhalve maand vrij en heb ik alleen maar gereisd. Eerst ben ik een week langer in China gebleven, waar die stage had plaatsgehad, en daarna heb ik Londen, de Azoren, Piëmont, Valencia en Nederland bezocht. Er zat ook een familievakantie tussen met mijn broer, mama en papa. Dat gebeurt anders nooit.”

Is dit het leven waarvoor je hebt gekozen?

(denkt na) “Basket is nog altijd mijn hobby, maar het is ook mijn inkomen geworden. Ik heb een contract met Washington én met Jekaterinenburg. Je kunt nu eenmaal niet leven van wat je in Amerika verdient, dus speel ik in een zomer- én een wintercompetitie. Het verschil tussen de twee is dat Washington me nergens toe kan verplichten. Als ik niet ga, zoals in de zomer van 2018, word ik gewoon geschorst en krijg ik geen loon. Met een Europese speelster, die ook nog eens voor haar nationale ploeg speelt, weten ze dat dat er altijd in zit.”

Hoe houdt je lichaam dat helse ritme vol?

“Ik heb geluk met mijn genen: mijn lengte heb ik van mijn mama – alle vrouwen in haar familie zijn groot – en mijn kracht van mijn papa. Hij is osteopaat: als ik in België ben, checkt hij me altijd even. Maar goed, ik besef dat ik dit niet eeuwig kan blijven doen. Mijn mama heeft ook gebasketbald, op betonnen vloeren nog en met van die oude Converse-schoenen. Haar rug, knieën en schouders zijn zo goed als kapot. Dat wil ik niet: ik wil na mijn carrière nog een deftig lichaam. Ik zal het wel voelen wanneer het genoeg is geweest. En dan stop ik.”

Hou je van dit leven?

“Zeker. Ik weet wat ik mis, maar daar staat tegenover dat ik van mijn hobby mijn beroep heb gemaakt en de halve wereld zie. Het fijnste aan mijn leven vind ik dat ik me onderdompel in die culturen en er niet als toerist op bezoek ben. Als toerist weet je nooit hoe mensen ergens écht zijn. Ik wel: ik ga naar de winkel, wandel door de stad, leer Russisch, bezoek musea. In mijn ploeg zitten een paar speelsters die net zo geïnteresseerd zijn als ik. Anderen zitten dan weer de hele tijd op hun hotelkamer. Dat begrijp ik niet: ik trek iedere dag de stad in.”

“Washington is een fantastische stad, werkelijk alles is er aanwezig. Jekaterinenburgis kleiner. Mijn papa leest superveel en is gefascineerd door het verhaal van de Romanovs (de tsarendynastie die tot de revolutie van 1917 over Rusland regeerde, red.). Die worden nog altijd mateloos vereerd: in zowat elke Russische taxi hangt een plaatje van Nikolai Romanov (de laatste tsaar, die tijdens de revolutie met zijn gezin werd vermoord, red.). Toen ik nog in Moskou speelde, hebben we samen hun geboortehuis bezocht. Nadien verhuisde ik naar Jekaterinenburg, waar ze geëxecuteerd zijn en nadien gedumpt. In Sint-Petersburg zijn ze begraven, daar zijn we ook geweest. Mijn vader en ik hebben dus hun hele levensverhaal afgestapt: zonder het basketbal zou dat nooit gebeurd zijn.”

Je verdeelt je tijd tussen Amerika en Rusland, twee erg verschillende landen en culturen. Wat hebben ze jou geleerd?

“Dat de mensen in Washington opener zijn. Amerikanen beginnen spontaan tegen je te praten op straat. Alleen: het is niet altijd gemeend. Het klimaat in Washington bevalt mij meer, al apprecieer ik ook de koude van Jekaterinenburg. Vorige winter heb ik één keer de taxi genomen, voor de rest doe ik alles al wandelend. Je wimpers bevriezen, maar dat vind ik juist leuk.”

Emma Meesseman: ‘Het heeft twee weken geduurd voor ik mijn MVP-trofee heb uitgepakt: hij doet me niet veel. Ik hecht ook weinig belang aan persoonlijke statistieken.’Beeld Thomas Sweertvaegher


Hoogmoed

Ondertussen ben je wat je nooit hebt willen zijn: een vedette.

(lachje) “In de ogen van anderen misschien. Maar ik zie mezelf niet zo: bij een vedette passen sterallures en die heb ik niet. Mocht ik ze toch beginnen te vertonen, dan zou mijn familie ze direct de kop indrukken. Ik hou niet van mensen die zich beter wanen dan een ander. Iedereen is gelijk: zo ben ik opgevoed. Ik begrijp dat ik een voorbeeld ben voor kindjes, maar dat maakt van mij nog geen vedette: ik ben gewoon Emma-die-basketbalt.”

En die straks vermoedelijk tot Sportvrouw van het Jaar wordt verkozen.

So be it. De enige reden waarom ik het Sportgala leuk vind, is omdat ik er andere sporters in het echt zie. Vorig jaar heb ik Nina Derwael ontmoet: zij is zo heerlijk los in de omgang. Echt een leuke… vrouw, wilde ik zeggen, maar ze is nog zo jong. Een meisje, eigenlijk. Maar dat klinkt dan weer té jong.” (lacht)

Je hebt het al vaak herhaald: liever zou je met de Belgian Cats tot Ploeg van het Jaar verkozen worden dan dat je zelf in de prijzen valt.

“Mocht ik al mijn individuele trofeeën kunnen ruilen voor een gouden WK- of EK-medaille met de Belgian Cats: direct! Het is toch leuker als je succes kunt delen? Mensen vinden mijn verkiezing tot MVP (most valuable player, red.) van de WNBA-finale grootser dan de titel zelf. Ik niet. Het heeft twee weken geduurd voor ik mijn MVP-trofee heb uitgepakt: hij doet me niet veel. Ik hecht ook weinig belang aan persoonlijke statistieken.”

‘Het viel me vroeger zwaar om over mezelf te praten. De laatste tijd kan ik dat beter,’ zei je in een interview.

“Ik herinner me de eerste keer dat een journalist me belde: zware paniek! Een paar jaar geleden heb ik de klik gemaakt: ik zou alleen nog mezelf zijn en op de vragen antwoorden. Zo moeilijk is dat niet.” (lachje)

Ben je onzeker?

(denkt na) “Eerder introvert. Het is me allemaal ook maar overkomen. Het helpt dat ik weinig tegenslagen heb gekend, maar ik werk er hard voor en doe veel opofferingen. Mijn beste vriendin is hoogzwanger, mijn broer bijna afgestudeerd en de kinepraktijk van mijn papa verhuisd: dat moet ik allemaal missen. Het leven in België gaat verder zonder mij. Intussen bouw ik zelf geen echt sociaal leven uit: de mensen met wie ik overal ter wereld omga, zie ik later waarschijnlijk nooit meer terug.”

Hoe introvert je ook bent: met die 1 meter 92 van jou kun je onmogelijk níét gezien worden.

“Onlangs woonde ik een basketmatch van mijn broer bij. Ik moest om de haverklap op de foto en dan zijn de flauwe grappen niet van de lucht: ‘Hou het toestel wat hoger, Emma staat er niet op.’ Dom, maar wat doe je eraan? Trouwens, als kind was ik nooit de grootste. Hanne Mestdagh, mijn ploeggenote bij de nationale ploeg, was groter dan ik. Ik heb gewoon een late groeispurt gekregen. Als ik in interviews lees dat mijn jeugdcoaches zeggen: ‘Vroeger was ze ook al groot’, denk ik: dat klopt toch niet?”

Je bent van bij je geboorte voor 50 procent doof aan beide oren. Zou dat je introvertheid mee kunnen verklaren?

“Mijn broer heeft hetzelfde probleem, maar hij is opener en socialer dan ik. Ik betwijfel dus of dat de oorzaak is.”

Het verklaart misschien wel waarom je zo goed bent: jij moet beter kíjken.

“Dat kan. Je hebt speelsters die alleen maar voor zich kijken, maar ik kijk ook voortdurend over mijn schouders naar wat er achter mij gebeurt. Het is een reflex. Aangezien ik kan liplezen, hoef ik ook niet per se te hóren wat de coach zegt. Trouwens, als ik iets verkeerd doe, weet ik toch al wat hij gaat zeggen.” (lacht)

Ik merk dat je me soms niet lijkt te horen en met je ogen mijn gezicht zoekt. Moet je dat dikwijls doen?

“Waarschijnlijk wel. Ik ben ook niet zo verbaal, maar kijk vooral graag. Wat dat betreft, lijk ik meer op mijn papa, en mijn broer op mijn mama. Nu, ik weet uiteraard niet wat het is om perfect te horen. Fluistertonen en hoge tonen ontgaan mij. Dus als mensen achter mijn rug fluisteren, doet me dat niets: ik hoor het toch niet.” (lacht)

Hoe hebben ze je doofheid ontdekt?

“Ik ben pas laat beginnen te praten en deed het ook nog eens niet goed. Mijn lippen bewogen wel op de juiste manier, maar wat eruit kwam, klopte niet: oranje klonk als owanje. Mijn broer en ik zijn de enigen in onze familie die het hebben. Pech, zeggen de dokters, maar zo ervaar ik het niet: jij draagt een bril, ik een hoorapparaat. Meer is het niet. Zo noemen kindjes het trouwens ook: ‘Een bril voor de oren.’ Ik heb het er nooit moeilijk mee gehad en ben er ook nooit mee gepest. Ik ging naar een revalidatiecentrum voor mijn spraak en een begeleider hielp me om bij te benen in de kleuterklas. Tegen dat ik naar het middelbaar ging, was dat al niet meer nodig.”

Beheers je gebarentaal?

“Jammer genoeg niet. Ooit wil ik het leren, maar ik twijfel tussen Engels en Nederlands.”

“In Washington ligt de enige dovenuniversiteit van de VS. Kinderen gaan er op sportkamp en komen één keer per jaar kijken naar een wedstrijd van mij. Achteraf ga ik dan met ze op de foto. Mega-enthousiast zijn ze, die kinderen. Ze vragen me altijd of ik me in gebarentaal kan uitdrukken. Dan vind ik het zo jammer dat ik nee moet zeggen.”

Emma Meesseman: ‘Ik krijg soms berichtjes van ­ouders van dove of slechthorende kindjes: 'Dankzij jou zien we dat ons kind een toekomst heeft.' Vroeger besefte ik niet hoe inspirerend mijn situatie kan zijn.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Jaloezie

“Jaloezie is me vreemd: ik gun een ander alles. Dat zouden mensen moeten leren: dat je verder komt in het leven als je elkaar wat gunt. Ook in de sport.”

Je bent vaak de opvolgster van Ann Wauters genoemd, maar dat heb je nooit prettig gevonden.

“Ik ben Emma, niet de nieuwe Ann Wauters. We kunnen het supergoed met elkaar vinden, maar hebben een andere persoonlijkheid en spelen op andere posities. Natuurlijk zou ik haar palmares willen, maar ik ga het op mijn manier doen. Je moet nooit iemands kopie willen worden.”

Jullie zijn even groot, maar haar sterkte ligt onder de korf, terwijl jij vaker scoort vanaf de driepuntlijn, wat uitzonderlijk is voor iemand met jouw lengte.

“Je hebt tegenwoordig steeds meer grote spelers die ook outside kunnen spelen en shotten. Die trend zal zich doorzetten. Gelukkig hebben mijn coaches in Ieper me veelzijdig opgeleid. Ik heb altijd een goede techniek en een goed shot gehad, maar voor een driepunter was ik vroeger te koppig. Aangezien ik niet buitengewoon atletisch ben, ook niet de snelste ben en niet het hoogst spring, moet ik het vooral van mijn spelinzicht hebben. Ik pass de bal graag, meestal tot ergernis van mijn coach: ‘Een slecht shot van jou is nog altijd beter dan een goed shot van iemand anders.’ Daar ben ik het niet mee eens: een slecht shot is een slecht shot.”

Je bijnaam ‘Emma Buckets’ komt toch ergens van?

“Ach, ik heb al van alles gehoord: ‘M33sseman’, met drietjes als ‘e’, verwijzend naar mijn driepunters. ‘Meesse Bucket’ ook, naar ‘Miss Bucket’. En ‘Can’t Meesse’, van can’t miss. Amerikanen zijn creatief. (lachje) Mijn eerste bijnaam in Amerika luidde ‘Mount Saint Emma’. Fans kwamen me zeggen dat ze zich een dochter als ik wensten. Dat ze nog altijd zeggen dat ik niet veranderd ben, vind ik na al die jaren het mooiste compliment.”

Je moeder, Sonja Tankrey, heeft zelf op hoog niveau gebasketbald. Wat heeft zij voor je betekend?

“Zíj was mijn idool, al heb ik haar nooit zien spelen: ze is gestopt toen ze zwanger was van mij. Ik wilde wel beter worden, in die zin keek ik naar haar op. Maar ik heb haar nooit als mijn coach gewild. Toch is het een paar keer gebeurd, als de coach ziek was en zij hem verving. Dan botste het. Ze moest mijn mama zijn, niet mijn coach.”

Heb je haar ondertussen voorbijgestoken?

“Ja. (lachje) De generatie waarvan zij deel uitmaakte, was niet super, en toch heeft ze aan twee EK’s deelgenomen. Straf, vind ik. Als het over de Speelster van het Jaar gaat, geven we elkaar weleens steekjes. Elk jaar verschijnt er een jaarboek met de lijst van oude winnaars: ik sta er twee keer in, zij één keer. Zij heeft dan weer meer titels en bekers gewonnen in België dan ik, maar ik heb prijzen gepakt in Europa en nu ook in Amerika. Trouwens, mijn mama heeft de kans gehad om in Australië te gaan spelen, maar heeft die laten schieten omdat ze haar ouders niet wilde achterlaten. Ze is enig kind en haar ouders wilden graag dat ze thuisbleef. Mijn opa kan er trouwens nog altijd niet tegen dat ik zo ver weg ben. Kortrijk is voor hem al te ver.” (lacht)

Heeft je moeder zich haar keuze nooit beklaagd?

“Ik denk dat ze graag was vertrokken, maar het waren andere tijden; niet te vergelijken met vandaag. Wel heeft ze altijd gezegd: ‘Ik zal mijn kinderen nooit tegenhouden.’ Daarvoor ben ik haar dankbaar. Nu, het zou haar toch niet gelukt zijn.” (grijnst)

Het toploon van voetballers is vaak een doorn in het oog van andere sporters. Raakt het jou?

“Het steekt weleens. Maar moet ik jaloers zijn op een voetballer die zoveel geld krijgt aangeboden? Ik zou het ook aannemen. De NBA en de WNBA hebben dezelfde overkoepelende baas, en toch krijgen de mannen veel meer geld toegeschoven. Dat kan anders, vind ik: met een kleine investering trek je ons mee naar boven. Nu wordt er veel minder energie gestoken in het vrouwenbasketbal. Daar begint het al: zo haal je er nooit hetzelfde uit.”

Wist je dat er een Rode Duivel op dezelfde dag als jij geboren is?

“Ja, Romelu Lukaku. (lacht) Ik heb het ontdekt toen ik in het middelbaar zat en hij bekend begon te worden. We sturen elkaar soms berichten via Twitter. Zo is het een paar jaar geleden ook begonnen: hij stuurde wie kampioen moest worden in de NBA. Daar reageerde ik op: ‘Néé, de Spurs moeten winnen!’ Waarna hij weer: ‘We’ll see.’ Ik heb hem nog nooit ontmoet. (buigt zich naar het opnametoestel) Maar mocht hij ooit een wedstrijd willen bijwonen...”

De dag dat jij kampioen werd met de Washington Mystics, maakte hij tegen San Marino zijn 50ste doelpunt als Rode Duivel.

“Een paar dagen later speelden ze tegen Kazachstan. Voor die match heeft hij me felicitaties gestuurd: ‘Blijven gaan,’ voegde hij eraan toe. Het is altijd leuk als toppers uit andere sporten elkaar steunen en niet enkel naar zichzelf kijken. Tenslotte zijn we allemaal trotse Belgen.”

Wekt je succes ook afgunst op?

“Waarschijnlijk, maar ik zie het niet: ik zie vooral trots. Ten tijde van mijn eerste nationale selecties heb ik weleens schamper horen opmerken dat ik het aan mijn gestalte dankte. Nu, ze doen maar. Ik had het snel door als iemand per se MVP van de match wilde worden en de hele tijd naar het scorebord zat te kijken om te zien hoeveel punten ze nog moest scoren. Mij kon dat toen al niks schelen.”

Het omgekeerde van jaloezie is dat je opkijkt naar anderen.

(denkt lang na) “Ik volg alle sporten en vind het fantastisch wat Nafi Thiam en Nina Derwael doen. Maar naar hen opkijken? Opkijken doe ik naar mensen die tegenslag hebben in het echte leven. Die aan kanker of ALS lijden en toch doorzetten, wat zoveel moeilijker is dan een partijtje basketbal spelen.”

“Ken je Pascal Angillis, de coach van Charleroi? Ik heb hem nog als assistent-coach gehad en weet hoe groot zijn basketpassie is. Omdat zijn zoontje ziek is, heeft hij nu een stap opzijgezet. Voor mensen die dat doen, die kiezen voor hun familie als die hen nodig heeft, omdat ze beseffen dat basketbal uiteindelijk maar een spel is, maak ik een diepe buiging.”

Het is máár basketbal, zeg je. Relativeren zit je ingebakken.

“Ja. Mocht het hier en nu ophouden, dan zou ik meteen weer gaan studeren. Kinesitherapie, omdat ik daarmee ben opgegroeid. Misschien wordt dat wel mijn manier om in de sport te blijven. Niet als coach of manager, want dat wil ik niet. Maar als kinesist in een sportploeg? Dat zegt me wel wat. Hoewel, ik heb het gevoel dat ik mijn droomjob nog moet tegenkomen.”

Emma Meesseman: ‘Als ik iets te zeggen heb, doe ik het face to face, en op een manier zoals ik graag heb dat anderen mij ook bejegenen. Met roepen en boos zijn bereik je niets.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Woede

“Mensen zeggen mij dat ik kalmte uitstraal. Hoe nerveus ik ook was tijdens de finale, blijkbaar was het mij niet aan te zien. Coaches zeggen me vaak: ‘Róép toch eens naar je teammates!’ Maar dat doe ik niet. Als ik iets te zeggen heb, doe ik het face to face, en op een manier zoals ik graag heb dat anderen mij ook bejegenen. Met roepen en boos zijn bereik je niets.”

Máák jij je soms kwaad?

“Innerlijk, misschien. Als ik kwaad en gefrustreerd ben, zal ik net stil zijn. En als het er toch uit moet, heb ik mijn familie – vooral mama – en enkele goede vriendinnen bij wie ik mijn hart kan luchten. Aan iedere mens zit wel een kantje dat anderen niet leuk vinden. Ik kan vooral niet tegen egoïsme, of tegen mensen die naast hun schoenen lopen en laatdunkend doen tegen ‘ondergeschikten’. Maar er loopt zoveel verkeerd in de wereld dat je je niet over alles druk kunt maken. Als we dat zouden doen, gaat iedereen kapot aan zichzelf.”

In Amerika hebben ze geprobeerd een agressievere speelster van je te maken.

“Ze vonden dat ik vaker moest roepen. De luidste speelster van de ploeg heeft me toen eens meegenomen achter de tribune in de zaal waar we trainden. De training was afgelopen, maar iedereen stond nog wat te shotten. Ze vroeg me om heel luid te schreeuwen en verzekerde me dat niemand me zou horen. Toen we terug vanachter die tribune kwamen, staarde iedereen ons aan. Ik schaamde me dood! Ze zeggen dat het sindsdien verbeterd is. (draait met de ogen) Als ze dat willen geloven: ze doen maar. Ik weet wel beter.”


Hebzucht

Hoe belangrijk is geld voor jou?

“Basket is mijn job: ik moet proberen er zo veel mogelijk uit te halen, want een pensioen bouw ik er niet mee op. Als het stopt, heb ik geen inkomen meer. Maar kies ik daarom voor deze ploeg en niet een andere? Nee. Anders zat ik niet in Amerika.”

Dat de WNBA, toch het basketbalwalhalla, niet bijzonder goed betaalt, is moeilijk te vatten voor een buitenstaander.

“Het is ook de reden waarom zoveel speelsters de WNBA combineren met een carrière in Europa. Toch keren ze altijd terug: omdat je tegen de beste speelsters wilt spelen, en die spelen nu eenmaal in Amerika, en omdat je als professionele atleet in Amerika een idool bent. In België vragen ze: ‘Wat doe je?’ – ‘Ik basket.’ – ‘Ja, maar wat dóé je?’ – ‘Basket.’ – ‘O, is dat je job? En heb je een diploma?’ In Amerika gaat het er heel anders aan toe: ‘Oh, you’re tall. Do you play basketball? Professional? Can I have a picture?’ (lacht) Het is de droom van iedere Amerikaan om een professionele sporter te zijn.”

“Nu, dikwijls is er ook een schrijnend gebrek aan respect voor de vrouwensport. De internettrollen tieren welig. Ga naar de Instagram-pagina van de WNBA en je vindt er gegarandeerd bij elke foto iets wat verwijst naar de keuken: ‘Get back in the kitchen!’ of ‘Make me a sandwich!’ Kijk, wij vrouwen spelen heel mooi basketbal. Het enige wat je bij ons niet ziet, zijn dunks. Wie dat een probleem vindt, is uit op show en kent niets van basketbal.”

Geef jij makkelijk geld uit?

“Nee. We zijn thuis nooit iets tekortgekomen, maar het water laten lopen terwijl je je tanden poetst? Het licht laten branden als je weggaat? Dat mocht niet. Een paar jaar geleden heb ik me eens met een kampioensbonus willen verwennen. Ik zou een tas van één of ander merk kopen, tot ik in die winkel stond: ‘Zóveel geld voor een rugzak?’ Ik ben weer naar buiten gewandeld: ik kon het niet.”

Heb je collega’s die het geld wel laten rollen?

“Zeker, vooral in Rusland. Ik herinner me een trip naar Praag, daar zijn veel luxewinkeltjes. Wat ze dan allemaal meenemen, van Louis Vuitton en zo: ongelooflijk! Ik had een ploeggenote van 16 die net wat geld begon te verdienen. Ze kon er niet mee omgaan en kocht alles wat ze zag. Zeggen Balenciaga-schoenen je iets? Een behoorlijk duur merk, van ruim 1.000 euro per paar. Zij kon niet kiezen welke kleur, dus kocht ze twéé paar. Dat degouteert me. Ik ben opgegroeid met de gedachte dat je nooit weet wat je te wachten staat en je dus beter slim omgaat met je geld. Eén sacoche is toch genoeg? Maar nee, alles wat ze zien en zogezegd mooi vinden, graaien ze mee.” (zucht)


Gulzigheid

Hoe rijkelijk heeft de drank gevloeid tijdens het kampioensfeestje?

(lacht) “Ik ben geen drinker. Ik had afgesproken met iemand om iets met cranberry juice voor mij te regelen als er shotjes de ronde begonnen te doen. Ik begrijp niet waarom mensen dat drinken: ik vind het niet lekker.”

Is er iets waarin jij je kunt laten gaan?

(denkt na) “Wat je niet voor mijn neus moet zetten, zijn Maltesers (chocolade-snoepjes, red.). Gelukkig vind je die niet in Rusland of de VS, dus I’m safe (lacht). Maar verder? Ik kán me niet laten gaan, hè: de volgende dag is er weer training. Tenzij in reizen, misschien. Ik wil steeds nieuwe indrukken opdoen. Twee jaar geleden stond ik aan de Grand Canyon, en nu staat het noorderlicht in IJsland op één op mijn bucketlist. Daarna volgen Kenia, Tanzania en Rwanda.”

Da’s behoorlijk avontuurlijk.

“Dat heb ik van thuis meegekregen. Ik heb bij de scouts gezeten en de jamboree (de internationale samenkomst van scouts, red.) zit nog altijd in mijn top drie van levenservaringen. Ik was 15 jaar en heb er zelfs een jeugd-EK voor laten schieten. Ik zou het zo opnieuw doen. Als kind is het belangrijk dat je tijd overhoudt voor zulke dingen, dat je je niet vastpint. In Rusland is dat schering en inslag: de dochter van een ex-speelster tenniste voor en na schooltijd, en speelde ook nog eens piano. Beide met een privécoach of -leraar. Zó geforceerd. Voor zo’n kind is dat nefast.”


Onkuisheid

Wat betekent onkuisheid voor jou?

(denkt na) “Iemand bedriegen, zeker? Nu, ik heb er geen last van: ik ben single. Met dit leven is een relatie niet aan de orde. Sorry, geen primeur! (lacht) Ik speel ook niet in het soort landen waarvan ik denk: ‘Toffe mensen!’ Mijn mama heeft me ook al op het hart gedrukt: ‘Kom niet met een Rus naar huis!’ Voorlopig ben ik heel hard met mezelf bezig en zet ik alles op mijn carrière.”

Mis je het niet, iemand die thuis op je wacht?

“Het stoort me niet. Ik speel bij twee leuke ploegen: we doen veel samen met de ploegmaats. Soms verlang ik zelfs naar Rusland om wat op mezelf te kunnen zijn.”

Uit onderzoek blijkt dat heel wat speelsters in het basketbal lesbisch zijn. Strookt dat met jouw ervaring?

“Ja. Bij Jekaterinenburg speel ik zelfs met een getrouwd koppel in de ploeg. Dat is al een paar keer gebeurd. (denkt na) Meestal, eigenlijk. Alleen in Frankrijk (waar Meesseman voor Villeneuve-d’Ascq speelde, red.) zat ik in een kleedkamer zónder een relatie tussen twee speelsters. Nu, je hebt er ook die voor de mannen zijn, hoor.” (lachje)

De WNBA staat bekend als een progressieve league.

(knikt) “En niet alleen op het vlak van gelijke rechten voor de lgbtq-gemeenschap. Toen zich enkele jaren geleden het ene na het andere incident met door de politie doodgeschoten zwarten voordeed, hielden we uit protest een media black-out en droegen we T-shirts van de protestbeweging Black Lives Matter. Aanvankelijk beboette de league ons daarvoor, maar uiteindelijk bonden ze in. We hebben ook een Pride Month om de Stonewall-rellen in New York te gedenken. Met de Washington Mystics zijn we een voorloper: meer dan andere ploegen gebruiken we de WNBA als platform voor acties. Dat onze baas, Ted Leonsis, ons daarin steunt, vind ik heel positief. We organiseerden al een spreekavond met John Carlos, de Amerikaanse atleet die tijdens de medailleceremonie op de Olympische Spelen van 1968 in Mexico zijn gebalde vuist in de lucht stak (de groet van de Black Power-beweging, red.), en met twee speelsters van de nationale vrouwenvoetbalploeg die opkomen voor gelijke bonussen voor mannelijke en vrouwelijke voetballers.”

Ann Wauters heeft nooit weggestoken dat ze lesbisch is, maar heeft ook nooit de rol van rolmodel op zich willen nemen. ‘Misschien had ik dat wel moeten doen,’ bedacht ze in De Morgen.

“Dat ze die rol nooit opnam, is omdat ze in een omgeving zat – de basketwereld – die daar geen probleem van maakte. Neem nu mijn hoorapparaten: in België is dat nooit een thema geweest. Tot ik naar Amerika ging en het daar plots in al mijn interviews over ging. Omdat kinderen met een hoorprobleem daar, in tegenstelling tot in België, gepest en uitgesloten worden en later geen job vinden. Dan vind ik het niet erg om als rolmodel te worden opgevoerd. Ik krijg weleens berichtjes van ouders van dove of slechthorende kindjes die met vragen zitten, maar zich aan mij optrekken omdat ze zien: er is een toekomst voor mijn kind. Vroeger besefte ik niet hoe inspirerend mijn situatie kan zijn, dankzij Amerika nu wel.”

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234