Zaterdag 04/04/2020

De 6 van Tony Herbert

De van Tony Herbert Eigenlijk verzamelde hij maar zes schilders. Maar welke zes! Toonaangevende Vlaamse modernisten en generatiegenoten: Rik Wouters, Edgard Tytgat, Jean Brusselmans, Frits Van den Berghe, Constant Permeke en Gust De Smet. Voor hem waren ze gewoonweg de essentie. De collectioneur is Tony Herbert (1902-1959), een rijke West-Vlaamse industrieel. Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle toont vanaf morgen 55 topwerken uit zijn indrukwekkende collectie.

Museum Dhondt-Dhaenens heeft stilaan een traditie in het tonen van particuliere kunstcollecties. Het museum is overigens zelf uit een privécollectie ontstaan. Na de brede verzameling hedendaagse kunst van Roger en Hilda Matthys-Colle en de collectie jonge kunst van het echtpaar Cooreman, zet het museum nu zijn deuren open voor de collectie van Tony Herbert. Een collectie met een ronkende naam, waarvan kleinere deelverzamelingen verworven zijn door het Groeningemuseum in Brugge.

"Met Tony Herbert tonen we iemand uit de eerste generatie Vlaamse collectioneurs", zegt Tanguy Eeckhout, stafmedewerker van Museum Dhondt-Dhaenens. "Het is een collectie van hoge kwaliteit en tegelijk is Herbert een van de eerste verzamelaars die integraal op het modernisme focust. Niet het modernisme dat beperkt is tot de Leiestreek, maar ook Rik Wouters, Edgard Tytgat en Jean Brusselmans."

De collectie van Tony Herbert bestaat uit zo'n vierhonderd werken. "Voor ons lijkt dat veel, maar voor een verzamelaar is dat eigenlijk weinig. Maar Herbert focuste op een beperkt aantal schilders van wie hij ensembles kocht. Zo bezat hij zestig schilderijen van Jean Brusselmans, evenveel van Gust De Smet, veertig à vijftig Permekes en ongeveer evenveel werken van Tytgat."

Tony Herbert, die zijn leven lang directeur van de Kortrijksche Katoenspinnerij was, is pas laat beginnen verzamelen: in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw, toen hij eind 40 was, verwierf hij werken van schilders die al een zekere reputatie hadden maar niet veel verkochten. "Hij heeft zijn verzameling bijeengebracht in een goede tien jaar tijd", zegt Tanguy Eeckhout. "Van Brusselmans kocht hij vooral werk uit de jaren 30, de beste periode. Herbert had het overzicht maar was de musea toch nog voor."

De zoon van Tony, Anton Herbert, die eveneens een gereputeerd collectioneur is, verwoordt de manier van aankopen van zijn vader zeer plastisch in de tentoonstellingscatalogus: "Als je zijn karakter kent, weet je dat hij geen man was om een week te wachten met de aankoop van een schilderij. Tussen de zaken door vlug een kunstenaar bezoeken, en dan ter plaatse met een heel scherpe blik de vier, vijf topwerken uitkiezen en die cash betalen. Hij was heel snel, kort en bondig in die zaken. Dat was heel verrassend voor de anderen. Die zagen een soort bulldozer, een wervelwind passeren die zijn keuzes maakte en die voor de neus van musea en andere verzamelaars alle mooie werken wegkocht."

Er waren twee schilders met wie Tony Herbert een hechte, persoonlijke band had: Jean Brusselmans en Edgard Tytgat.

Herbert was een van de vroegste verzamelaars van Jean Brusselmans (1884-1953). Van hem is veel, uitstekend werk in Deurle te zien. Herbert herkende zichzelf in de hoekige, dwarse, weerbarstige, vaak compromisloze en hoogstpersoonlijke schilderijen van Brusselmans, een unieke figuur in de vaderlandse en Europese kunst. Uniek omdat hij een uitzonderlijke middenweg bewandelde tussen kubisme, geometrisch constructivisme, abstractie en expressionisme - hoewel Brusselmans zelf absoluut niet vond dat hij een expressionist was.

Opmerkelijk is dat de schilder binnen het vlak van het doek verschillende oplossingen vond om met verf om te gaan: in het gebeeldhouwde, monumentale schilderij De storm (1936) zijn de golven van de zee bijna een verfkoek, terwijl hij de lucht en de wolkslierten met het paletmes heeft bewerkt en de zonnestralen vrij dun en egaal zijn opgebracht.

Anarchistisch ketje

Herbert vond het fascinerend dat hij blijkbaar een van de weinigen was die iets in Brusselmans zagen. Een onbegrepen, onderschatte en krachtige figuur - daarin wou Herbert zich graag herkennen. Hij schatte Brusselmans trouwens vele malen hoger dan Permeke. Hij deed er ook alles voor om Brusselmans, evenals De Smet en Tytgat, te lanceren. Legendarisch waren de hommages die het echtpaar Herbert in hun huis Het Sporenhof organiseerde. Telkens werden zo'n vierhonderd mensen uit de culturele, politieke en financiële wereld uitgenodigd om eer te bewijzen aan een kunstenaar. Op 27 september 1952 was Jean Brusselmans aan de beurt. In het huis in Kortrijk - waar Herbert een modernistische vleugel had laten bijbouwen om zijn collectie te kunnen tonen - kwamen diverse critici een lezing geven over de kunstenaar, omringd door diens beste werken. Die dag kwam ook Brusselmans zelf aan het woord: in het Frans vertelde het anarchistische Brusselse 'ketje' dat hij zijn werk beschouwde als de voortzetting van de grote Vlaamse traditie van Van Eyck, Bruegel en Rubens, en gaf hij inkijk in zijn werkmethode en opbouw van zijn schilderijen: verbeelding van kleur en vorm, verdeling van lijnen en volumes, dramatisch gevoel, piramidale opbouw en gevoel voor de schone materie. Om op zijn typische, ironische manier te besluiten: "Indien u een verstrooide blik wenst te werpen op de schilderijen opgehangen aan de muren, zult u kunnen vaststellen dat ik volkomen gefaald heb."

Het werk van Edgard Tytgat (1879-1957) appelleerde dan weer aan andere gevoeligheden van Herbert. Hij hield blijkbaar van het speelse, subtiele, grappige, kleurige, licht-erotische en naïef-dromerige van Tytgat. In Deurle hangt ook van hem uitstekend en divers werk, zoals La femme de Loth (1931), waarin Tytgat zichzelf uitbeeldt als kunstenaar die in zijn atelier verliefd wordt op de naakte vrouw die zijn model en muze is.

Aan de godin

Tytgats aquarel L'inspiration (1926) hangt zeer toepasselijk in een mooi ensemble van Rik Wouters, de schilder, tekenaar en beeldhouwer die al in 1916 op 33-jarige leeftijd stierf en die Herbert nooit gekend heeft. Toch bezit de collectioneur onder meer de buste van James Ensor en het beeld Huiselijke zorgen, twee sculpturen van Rik Wouters die in Deurle gecombineerd worden met het zinderende schilderij Portret van Madame Giroux, de vrouw van Wouters' Brusselse galeriehouder, en een tekening van de kunstenaar die aan het bekende beeld Het zotte geweld aan het werk is. Verderop hangt van Wouters ook een tekening die Edgar Tytgat voorstelt. Wouters en Tytgat waren intieme vrienden.

Het was Edgard Tytgat die aan Herberts 'vrouwelijke' kant appelleerde: zijn zachte, poëtische en subtiele kant. Hoe dicht Tytgat bij de familie Herbert stond, mag blijken uit twee tekeningen. Er is de schets uit 1952 van vader, moeder en hun elf kinderen. Op het schilderij dat Tytgat daarna maakte, en dat helaas niet in Deurle hangt, is te zien dat mevrouw 'Miteke' Herbert haar voet op die van haar man heeft gezet. Een subtiele vingerwijzing naar wie het echt voor het zeggen had. Tytgat droeg een tweede tekening op aan 'la déesse Miteke', waarbij hij haar schetst als een beeld van Rik Wouters. "Mijn moeder was de lieveling van de kunstenaars", zegt zoon Anton Herbert daarover. "Zij kreeg tekeningen van Tytgat. En die waren dan getekend: Chère Miteke. Mijn vader kreeg die niet. Tytgat wist ook wel hoe hij het aan boord moest leggen."

De hamvraag blijft natuurlijk: waarom verzamelde Tony Herbert? Deels kwam dat door zijn internationale contacten als industrieel. Hij had al vroeg de Duitse collectie Reinhardt in Winterthur leren kennen, die zeker een voorbeeld voor hem was. En er waren de zeer persoonlijke contacten met die andere verzamelaar van het eerste uur: meester-kleermaker Gustave Van Geluwe uit Brussel, in wiens salon parisien Tony Herbert regelmatig werd uitgenodigd. "Mijn vader was een overtuigd Vlaming", zegt Anton Herbert, "maar hij was absoluut niet de man die geen woord Frans wou spreken, integendeel."

Ongetwijfeld speelde bij de tweetalig opgevoede Herbert ook zijn Vlaams politiek bewustzijn mee in de vorming van zijn kunstcollectie. Als student in Leuven was hij voortrekker van de Vlaamse zaak geweest en werd hij er weggestuurd. Daarna studeerde hij in Gent af als burgerlijk ingenieur. Rond 1933 engageerde Herbert zich in het VNV, het Vlaams Nationaal Verbond, maar nam afstand van die partij toen voor de wereldoorlog bleek hoezeer zij meeheulde met het nazisme. Herbert ging toen in het verzet en verzamelde mensen om zich heen die later de basis voor de CVP zouden leggen. Ze gingen uit van Vlaanderen in een Belgische context: een federaal concept, dus. Na de oorlog lag hij, samen met Leon Bekaert, aan de basis van de krant De Standaard.

Met zijn collectie van Vlaamse kunstenaars wou Herbert aantonen dat die een bewijs waren voor de rijkdom en openheid van de Vlaamse cultuur. "Hij wou de nieuwe drive in de Vlaamse kunst laten zien", zegt Tanguy Eeckhout. In tegenstelling tot Van Geluwe, die een internationale collectie opbouwde, heeft Herbert nagenoeg geen buitenlandse kunstenaars aangekocht, op een Picassotekening na. Evenmin koos hij voor het surrealisme van Magritte of Delvaux. Ook in het impressionisme was hij niet geïnteresseerd.

Tony Herbert wijdde zijn kinderen in de kunst in, zij het niet fanatiek of apostolisch. Vader praatte met hen over de verschillen tussen Brusselmans en De Smet, en over Cézanne en Modigliani. Hij zorgde voor veel tijdschriften en catalogi. Zijn collectie zit trouwens verspreid over zijn elf kinderen, maar is één en ondeelbaar. "Ik ben in feite opgegroeid in een kleine museale omgeving", zegt zoon Anton Herbert. Hijzelf heeft, samen met zijn vrouw Annick, intussen ook een spraakmakende collectie opgebouwd, grofweg over de periode 1968-1989. "Ook zij kopen, net als vader Herbert, werken die het verschil maken", zegt Tanguy Eeckhout. "Ook hun collectie gaat in de diepte. Ze behouden het overzicht en maken radicale keuzes, onder meer uit het oeuvre van Gerhard Richter."

Vader Herbert heeft geprobeerd om zijn verzameling als generator te gebruiken en de Vlaamse modernisten internationaal uitstraling te geven. Dat is maar ten dele gelukt. Zijn collectie is, nog tijdens zijn leven, in een aantal Belgische en Nederlandse musea tentoongesteld, waaronder Oostende, Charleroi, Antwerpen en Den Haag. In 1958 werden zes à zeven werken uit zijn verzameling opgenomen in de internationale kunsttentoonstelling op de Wereldexpo in Brussel. Helaas stierf Tony Herbert één jaar later, hij was maar 57 jaar oud. Wouters, Brusselmans, Tytgat et les autres wachten voorlopig nog altijd op hun definitieve internationale erkenning.

Licht en ruimte

Momenteel hangen de zes generatiegenoten mooi - als een samenscholing van andersgezinde gelijkgestemden - in Museum Dhondt-Dhaenens. De grote formaten krijgen veel licht en ruimte. Vooral de vaak donkere werken van Permeke hebben dat nodig. Een monumentaal schilderij als De papeter (1922) licht echt op met zijn prachtige gloed van verschuivende okertinten. In een andere zaal gaan de stroeve, vlakke werken van Gust De Smet met hun massieve personages op de voorgrond (Het groot bal (1932) en De grote schietkraam (1923)) een boeiende dialoog aan met de weerbarstige Brusselmans en de speelse Tytgat.

Van Brusselmans - die momenteel ook uitvoerig getoond wordt in Mu.ZEE in Oostende - hangt er overrompelend veel in Deurle. Het grote interieur (1939), met de roerloze aanwezigheid van mevrouw Brusselmans in het midden van het doek, biedt bijna een staalkaart van de schildertechnieken van Brusselmans. Het heeft een ereplaats in het museum gekregen.

Enkele latere, erotische en soepele werken van Gust De Smet, zoals De zomer (1926), hangen vlak bij De verliefden in het dorp (1925) van Frits Van den Berghe, een werk met een speels coloriet en monumentale, bijna karikaturale koppen.

En natuurlijk zijn er de vele tekeningen in Oost-Indische inkt en de sculpturen van Rik Wouters, waaronder zijn schitterende buste van James Ensor, waarin het overvloedige daglicht heerlijk gevangen wordt.

De zes kunstenaars hebben niets van hun kracht verloren. Hun monumentale werken krijgen alle ademruimte in het museum van glas in Deurle. Ga kijken en geniet. Het kan, een hele zomer lang. Het is een niet te missen ervaring. Een essentiële tentoonstelling.

Collectie Tony Herbert, van 19 juni tot 9 oktober in Museum Dhondt-Dhaenens, Museumlaan 14, Deurle. Di-zo 10-18 uur. Maandag gesloten.

Er is een uitvoerig geïllustreerde, zeer informatieve catalogus beschikbaar.

www.museumdd.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234