Woensdag 21/08/2019

DE 100 WERKEN VAN DRIES VAN NOTEN

Op 1 maart in Parijs was er minder applaus dan gewoonlijk aan het eind van Dries Van Notens show. Dalende populariteit bij een van 's lands succesvolste ontwerpers? Integendeel: de honderdste show was een gebeurtenis met grote G. Iedereen wilde de finale filmen en ja, met één hand kun je niet klappen.

Het is een van de veranderingen die Van Noten opvielen, toen hij zijn overzichtsboeken samenstelde naar aanleiding van de honderdste show: "Bij de eerste shows zaten de journalisten met een groot schrift op schoot schetsen te maken en nota's te nemen, op een bepaald moment zag je de kleine fototoestelletjes opduiken, en nu, bij de finale van het honderdste defilé, steekt iedereen zijn iPhone in de lucht."

Dries van Noten heeft iets te vieren: honderd collecties, honderd shows, twee boeken, bijna af. Hij ontvangt ons niet in zijn kantoor, "want dat is één grote puinhoop" maar in de vergaderzaal. Bij Van Noten is dat gelukkig geen duffe zaal met tl-lampen, maar een kamer met een oude houten tafel, met zijde overtrokken krukjes en een vaas met verse dahlia's, vanochtend geplukt in zijn tuin. Stipt op tijd schuift hij aan en vertelt:

"De vijftigste show (in 2004, AG) was iets heel bijzonders: een meterslange tafel onder kristallen kroonluchters, gedekt voor een diner, die veranderde in een catwalk waar de modellen over liepen. Bij de honderdste vroegen we ons af wat we deze keer zouden doen. Nog groter? Nog specialer? Maar intussen is er zo'n opbod gekomen in de modewereld, met huizen die zelfs ijsbergen laten overkomen voor het decor (hij verwijst onder andere naar de spektakelshows van Chanel, AG) dat wij besloten om iets anders te doen. Een heel eenvoudige show, een betonnen ruimte, goedkoop wit tapijt op de vloer, houten stoeltjes. Maar dan wel gekoppeld aan een overzichtsboek."

'Heel eenvoudig' krijgt bij Dries Van Noten een zeer eigen invulling: voor show nummer honderd had hij een internationaal gezelschap van 54 modellen bijeengebracht, allemaal vrouwen die voor hem sinds de jaren 90 gelopen hebben, van Alek Wek tot Kirsten Owen, Liya Kebede en Debra Shaw... "We hadden met de castingagent een lijst opgemaakt van wie we wilden, en bijna iedereen heeft ja gezegd", vertelt hij. "Een paar Chinese modellen konden niet komen omdat ze intussen filmsterren zijn geworden en opnames hadden. Er waren er ook die net een baby hadden of zo. De enige die had toegezegd, maar uiteindelijk niet kon, was Stella Tennant. Dat was echt jammer, want zij heeft voor ons zeker vijftien shows gelopen. Voor de rest is iedereen gekomen, Emma Balfour is zelfs voor twee dagen uit Australië overgevlogen naar Parijs, Nadja Auermann heeft zelf gevraagd of ze mocht meedoen, dat was fijn. Voor de modellen was het ook erg emotioneel, om daar nog eens allemaal samen te staan."

De oude garde mocht nog best gezien worden.

"Kristina de Coninck opende de show en wat heel bijzonder was, ze glimlachte! Ook de andere mannequins zochten oogcontact met het publiek. Neen, dat was niet opgelegd. Ze deden het zoals ze dat vroeger deden. De mannequins droegen de kleren toen nog, ze wisten wat ze aanhadden en ze maakten verbinding met het publiek. Toen we de foto's voor het boek bijeenlegden, zagen we dat veranderen. Rond 1991 à 1992 merk je hoe de modellen verzuren, die blik op oneindig.

"Veel mensen hebben me achteraf gezegd dat ze zo geraakt waren door die laatste show. Door hoe warm de sfeer was, hoe groot het contrast met wat er in de mode is veranderd - fout is gelopen - de afgelopen jaren. Je hebt vandaag natuurlijk nog wel enkele mannequins die er echt uitspringen, zoals Hanne Gaby Odiele, maar je ziet toch vaker een zestienjarig meisje dat in Wit-Rusland van de straat is geplukt, op een Parijse catwalk gedropt, en geen idee heeft van wat het verhaal is achter die kleren."

Vandaag wordt er meer en meer geroepen om diversiteit, niet alleen blanke, magere modellen. Jij hebt lang geleden al 'street castings' gedaan.

"Voor de show in het zwembad (zomer 1996, AG) hadden we uitsluitend niet-professionele modellen gekozen, maar daar hebben we veel negatieve reacties op gekregen. We hadden niet alleen een street casting gedaan, we hadden ons ook niet gehouden aan de norm van maat 36-38. Alle maten en alle leeftijden liepen mee, veel vriendinnen en kennissen. Dat viel niet in goede aarde. 'We willen nog een beetje droom zien op de catwalk,' luidde het commentaar, 'de realiteit zien we wel in de spiegel.' Maar deze keer zijn de reacties heel erg goed geweest."

Muziek als cocon

In de drukke - zeg maar overladen - agenda van de modeweek in Parijs wordt altijd vol verwachting uitgekeken naar de shows van Van Noten. Waar zal hij ons naartoe sturen? Waarmee zal hij ons verrassen? Vertelt de uitnodiging al iets? Zelf bewaar ik nog een flesje whisky, twee kerstlampjes en een vals roepie-biljet. Komen we in een sprookjesbos terecht of in een gymzaal? Zal er iets te eten zijn? Eén ding is zeker, je gaat er met een goed gevoel naartoe en je komt met een glimlach buiten. Voor Van Noten is de show bijna even belangrijk als de collectie. Het is de enige manier om te communiceren, adverteren doet hij niet. Zoals een Amerikaanse collega het omschreef: de show is bij Dries niet de kers op de taart, de show is de taart.

"Dat ik daar zo veel belang aan hecht, heeft te maken met mijn manier van werken. Met elke collectie vertel ik een verhaal. Met een show kun je dat verhaal verder verduidelijken, door het licht, de muziek, het decor, de locatie..."

Ontstaat het idee voor de show tegelijk met de collectie, of bedenk je dat achteraf?

"Dat verschilt. Soms zie ik nog niet de vrouw voor mij die de kleren draagt, maar weet ik wel naar welke muziek ze luistert. Tijdens het defilé met het mostapijt (zomer 2015, red.) was dat Oscar and the Wolf. 'Entity' werd heel de zomer van 2014 grijsgedraaid op de radio en het stond hier ook voortdurend op. Toen we begin september de muziek moesten kiezen voor het defilé, leek het logisch dat we het zouden gebruiken. Of we dan niet gewoon konden vragen aan Max (Colombie, zanger, red.) of hij geen versie kan maken voor het defilé? Dat heeft hij gedaan en het werkte perfect.

"Soms heb ik al vroeg een bepaalde sfeer voor ogen, maar vinden we niet de geknipte locatie. Door de gebeurtenissen van de voorbije jaren in Parijs kun je geen locaties meer gebruiken die niet officieel zijn, zoals we dat vroeger wel deden."

Zoals onder de sporen van de metro, in de catacomben van een museum, in een verlaten postsorteercentrum..

"Ze zeer streng geworden, er moeten x aantal nooduitgangen zijn, de brandveiligheid moet in orde zijn... Maar zelfs in een neutrale ruimte kun je nog sfeer brengen, onder meer met de soundtrack. Met sound surround kun je de mensen in een soort capsule van geluid zetten."

Je allereerste show was een mannenshow, met enkele vrouwen tussendoor. Doe je dat liever?

"Ik vind het alletwee fijn om te doen. Een collectie bedenken voor mannen is een grotereuitdaging, het is minder luid, het zit meer in nuances. Maar die kleine nuances maken het ook boeiend. Als je bij een man gaat voor schouders die een klein beetje breder zijn, een iets kortere broek, een kraag die een beetje groter is, maakt dat meteen een enorm verschil. Bij vrouwen gaan zulke nuances verloren in het visuele geweld, je hebt alles al wel eens gezien. Bij mannen is het sneller ongewoon. Het heeft alletwee zijn plezierige en zijn moeilijkere kanten. Op dit ogenblik zijn mannen meer in mode geïnteresseerd dan vrouwen, dat is wel fijn."

Voor show 100 greep je terug naar stukken en motieven die je vroeger hebt gebruikt. Toch is het weer helemaal nieuw. Oversized uit de jaren 80 is anders dan oversized vandaag.

"Het oog is ook veranderd, natuurlijk. Als ik uit mijn archief een blazer haal uit de jaren 80, stel ik vast dat ik daar toen gelukkig mee was, maar vandaag zou ik het anders doen. We hadden ook minder middelen. Wat je vandaag kunt gebruiken aan patronen, stoffen en methodes, is niet te vergelijken."

Het publiek van de shows is ook veranderd; in het begin zag ik vooral de belangrijke redactrices, gaandeweg zaten op de eerste rijen meer en meer beroemdheden en bloggers.

"Bij ons is dat niet zo fel veranderd. Die redactrices zitten er nog, hoor. Je mag ook niet vergeten dat de shows aanvankelijk alleen bedoeld waren voor de klanten. Voor mij blijven ze belangrijk. Wij reserveren nog altijd 50 procent van de plaatsen voor hen. Ook voor kleine multimerkenwinkels. Het is positief dat er een nieuwe, jonge generatie opnieuw kleine winkels opent, waar ze designerstukken mixen met sneakers en sportswear. Dat geeft een leuke wisselwerking, en het is niet bedreigend voor de eigen winkels, want zij kopen slechts enkele stuks.

"En de beroemdheden? Dat zijn uitsluitend zij die een speciale link met het huis hebben. In geen geval betalen we celebrity's om te komen. Catherine Deneuve is bijvoorbeeld een goede klant van onze winkel in Parijs, en ze heeft ook al eens een tekst ingesproken voor een defilé. Die wordt natuurlijk uitgenodigd."

Terugkijkend naar het begin, zie je ook dat de proporties van mensen veranderd zijn?

"Japanners zijn groter geworden. Er zijn nog altijd kleintjes, maar in het algemeen valt op hoe ze in dertig jaar tijd, op anderhalve generatie dus, groter zijn geworden. Vroeger kon je in Japan heel moeilijk verkopen als je geen licentie had, alles moest duidelijk op Japanse maten worden gemaakt. Nu zijn het dezelfde kleren die we voor de hele wereld maken, er zijn geen aparte maten voor Japan of Korea. We zorgen wel dat er in elke collectie wat kortere rokken zitten of voor de mannen ook een kortere broek, maar dan is het aan de winkels om de keuze te maken."

Een typisch kenmerk van je collecties zijn de vaak prachtige, ingewikkelde borduursels. Worden die nog altijd in India gemaakt?

"We zijn ermee begonnen eind jaren 80, Christine (Mathijs, zijn toenmalige zakenpartner, AG) ging er vaak op reis en ze had contacten gelegd. Ook daar zit evolutie in. Destijds was het ginds veel blingbling, Bollywood en plastic, wij hebben hen duidelijk moeten maken dat het niet móést blinken, dat oud goud ook mooi kan zijn, dat is niet vuil. Op een bepaald moment hebben wij een collectie gemaakt met hun esthetiek, de show met de gouden deuren en felle fluokleuren. En nu laten we ze een typisch westers borduurwerk maken..."

Dat ze in het Westen niet meer...

"... kunnen of willen maken. Dat is het grote probleem, je vindt hier geen mensen meer. Het is de doodsteek voor vele kleine ateliers in België. Waar België destijds zo belangrijk in was, de kleine ateliers, dat is helemaal weg. We hebben er nog enkele, waar dan vluchtelingen werken: een Iraanse kleermaker, Albanese naaisters. Je vindt bijna geen mensen meer die in een atelier kleren willen maken, dat is uitgestorven. Er is nog één breigoedfabrikant die dapper overleeft, Cousy, maar ook zij vinden moeilijk breisters. Gelukkig is daar nu een jonge generatie opgestaan, de laatste der Mohikanen."

Maar het boek, of juister, de boeken, daar zouden we het over hebben.

"Toen we er in april of mei van vorig jaar aan begonnen, kwamen we al snel tot de conclusie dat ook de eerste vijftig shows erin moesten. Daar is vroeger al een boek van gemaakt, maar het is niet meer verkrijgbaar. Een beetje overmoedig hebben we beslist om twee boeken te maken, 0-50 en 51-100. Het is een titanenwerk geweest om al die beelden terug te vinden.

"Bijkomende moeilijkheid was dat de kwaliteit van de beelden dertig jaar geleden veel minder goed was. Ook zaten er in het begin slechts enkele fotografen aan de zijkant van het podium. Dan krijg je van die rare, diagonale foto's waarop de modellen in kikkerperspectief staan. Pas bij defilé 11 of 12 hebben we een podium gemaakt voor de fotografen. Waar ze nu staan, zaten vroeger de belangrijkste gasten: eerste rij, vooraan.

"Vervolgens moesten al die fotografen gecontacteerd en gemotiveerd worden om in hun archief te duiken en negatieven op te zoeken.

"Er komt zoveel bij kijken, je moet ook onderhandelen over de rechten. Wie wil hoeveel betaald krijgen? En hoe proberen we dat binnen de perken te houden, zodat het boek betaalbaar blijft?

Met alle beelden heb je nog geen boek.

"De volgende vraag is dan hoe je je verhaal wil vertellen. Welke beelden zijn belangrijk? Waar geven we twee pagina's aan, waaraan twaalf of veertien? Ik wil dat je in het boek de honderd collecties ziet, maar ook het gevoel van de shows, want dat gaat hand in hand. Daarvoor ben ik gaan aankloppen bij grafisch ontwerper Joseph Logan. Hij heeft het boek gemaakt bij mijn tentoonstelling Inspirations, en ik ben heel blij dat hij het opnieuw wou doen."

Kiezen en schrappen, is een boek maken een beetje te vergelijken met een collectie?

"Het draait allebei om editen. Ik heb een ruwe selectie gemaakt van beelden, die hebben we doorgestuurd naar Joseph in New York. Aan hem heb ik veel steun gehad. Hij is een Amerikaan die destijds begonnen is bij de Franse Vogue. Daar heeft hij een degout gekregen van de mode - het was nog in de tijd van Carine Roitfeld als hoofdredactrice. Hij vond het er niet fijn werken. Hij is naar New York teruggekeerd en zich gaan toeleggen op kunstboeken.

"Joseph heeft een heel goeie visie, hij weet hoe een beeld kan werken op een blad. Hij is heel goed in keuzes maken, welke beelden benadrukt worden, waar de make-up, kapsels en juwelen getoond worden. De twee boeken samen zijn meer dan 900 pagina's en iedere pagina moet spreken. Je mag er ook niet in verdrinken.

"Susannah Frankel en Tim Blanks (Britse modejournalisten, red.) hebben de teksten geschreven. Die kunnen heel goed in een korte tekst veel informatie geven. Daardoor konden we onderschriften weglaten, ik vreesde dat het anders te schoolmeesterachtig zou worden.

"Het was een heel goed team, niet alleen mensen die goed zijn in hun job, maar ook aangenaam om mee te werken. Dat is ook nodig, want soms hebben we dag en nacht gewerkt."

Kon Lannoo tegemoet komen aan al uw wensen, papiersoort en dergelijke ?

"Het papier is hetzelfde als in het Inspirations-boek, daar waren we tevreden over. Het is natuurlijk altijd een gevecht om binnen de budgetten te blijven. Veel dingen worden duurder, maar boeken gaan daar niet in mee. Ik denk dat Taschen daar een norm heeft gezet, het is een beetje de Zara van de boeken. Een boek van 20, 25 euro is men normaal gaan vinden, dus wordt een boek van 100 euro 'schandalig duur'. Terwijl je rekening moet houden met de fees van de fotografen, de graficus, de schrijvers, met het drukken, het binden. En de boekhandel moet er ook nog iets aan verdienen, niet alleen de Amazons van deze wereld. Maar het is gelukt, we zitten binnen een goede prijs voor een mooi object."

Wat doet u het meeste plezier, dat de mensen het boek kopen of een blouse?

"Goeie vraag. (lacht) De blouse moet natuurlijk verkocht worden, ik leef niet van boeken maken. (denkt na) Maar ik vind het toch belangrijk. Ik denk niet dat een andere ontwerper al op die manier catalogen heeft gemaakt van zijn werk. We hebben er ook ernstig over gediscuteerd: is mijn werk dat waard? Is het niet pretentieus? Dezelfde vragen hebben we ook gesteld toen we de tentoonstelling maakten. Wie ben ik om mijn kleren te hangen naast een kunstwerk van Yves Klein of Bronzino? Kunnen we dat maken? Het is niet dat ik ons werk op dezelfde hoogte wil plaatsen. Anderzijds heb ik, door het boek te maken, gemerkt dat je een evolutie ziet in mijn carrière. Er zit zowel standvastigheid als evolutie in wat ik doe. Daar hebben Tim en Suzanna ook boeiende teksten over geschreven."

Ondertussen is er ook nog de film Dries geweest.

"Is er nog altijd! In juli en augustus speelde hij in Duitsland, in Australië en Engeland is hij nu in de zalen, in New York komt hij uit in oktober, intussen is hij ook op Netflix in sommige landen... Ik kan het zelf niet helemaal volgen, ik wist niet dat filmdistributie zo ingewikkeld was."

Voor iemand die legendarisch gereserveerd is, hebt u met die film het publiek toch dichtbij laten komen, er is gefilmd in uw tuin en in uw huis..

"Ik kende Reiner Holzemer al, hij en (producente, red.) Aminata Sambe hebben elkaar leren kennen toen ze bij ons thuis een film maakten over (fotograaf, red.) Jürgen Teller. Die was in onze tuin een fotoshoot aan het doen voor Vogue. Toen ze daarna met het idee van een film kwamen aanzetten, dacht ik: als ik ooit íémand toelaat, dan zijn zij het wel. Reiner maakt heel knappe documentaires. Ze zijn beginnen te filmen in de periode dat ik bezig was met de opbouw van mijn tentoonstelling in Parijs. Daar wilde ik mijn inspiratie wel laten zien, maar niet echt hoe ik werk, wederom, het mocht niet belerend zijn. Hoe ik te werk ga, vond ik dan wel interessant. Dan was de vraag: laten we ze toe in onze tuin, in ons huis? Maar die twee liggen zo in elkaars verlengde, en zijn zo belangrijk voor Patrick (Vangheluwe, zijn partner, red.) en mij, dat het niet eerlijk zou zijn om te zeggen: 'Dit is office life, tot daar en nu de deur toe.' Het was geen eenvoudige beslissing, maar we hebben het toegelaten en ik vind dat Reiner het op een heel juiste manier heeft gedaan. Sommigen vonden dat ik niet genoeg in mijn ziel heb laten kijken, maar ik vind dat ik toch nog een persoonlijk leven mag hebben en dat ik niet het achterste van mijn tong móét laten zien. Reiner had 260 uur aan beeldmateriaal, dat heeft hij herleid tot een film van anderhalf uur."

Iemand die graag alles controleert, zal ook wel inspraak hebben gehad bij de montage?

(gedecideerd) "Neen. Ik heb dat niet gewild. Het is van bij het begin zo beslist: dit is de visie van Reiner op ons. Het is zijn film. Anders zou het een reclamefilm geworden zijn. Er zijn genoeg modedocumentaires in omloop die gesponsord worden door een merk, en je ziet het eraan. Daarom ben ik ook blij dat de film financieel een succes is en dat Reiner en Aminata, die de investering hebben gedaan, toch op zijn minst break-even kunnen draaien.

In juli 'heeft het de koning behaagd' om je tot baron te verheffen. De zoveelste eretitel?

"Ik ben toch blij en fier dat België me een erkenning heeft gegeven. Ik heb al de cultuurprijs van de Provincie Antwerpen, de Gulden Penning van de Vlaamse academie, maar dat het nu België is, doet me plezier. In Frankrijk ben ik Officier de l'Ordre des Arts et Lettres, ik heb al verscheidene titels uit het vak in Engeland en de VS, en straks staat er weer iets te gebeuren in New York."

Heb je al een wapenschild?

"Dat moet nog getekend worden. (lacht) Maar nu eerst de collectie!"

En weg holt hij.

DRIES VAN NOTEN
12 mei 1958 geboren, in Antwerpen
1977-1981 Afdeling Mode van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen
1985 lanceert zijn herenlabel
1987 ook dameskleding, opening van Het Modepaleis in Antwerpen
1991 eerste show in Parijs
2007 opent eigen winkel in Parijs op de Quai Malaquais
2008 International Award van de Council of Fashion Designers of America
2009 Award for artistry of Fashion van het Fashion Institute of Technology in New York
2009 Gouden Penning van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
2014 tentoonstelling Inspirations in het Musée des Arts Décoratifs, 2015 nieuwe versie in het MoMu Antwerpen
2015 Medaille van Officier de l'Ordre des Arts et Lettres in Parijs.
2016 Provinciale Cultuurprijs Antwerpen
2017 Koning Filip van België verleent hem de titel van baron

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden